Het schrikkeljaar

Het aflezen van de tijd en het verstrijken van de tijd is iets waar mensen al mee bezig zijn zolang zij kunnen waarnemen. Een mens wil graag weten waar hij aan toe is, en wil kunnen aanduiden wanneer iets was. Alleen maar ‘vroeger’ is niet genoeg.
Je kunt een jaarkalender op twee manieren berekenen. Je kunt ten eerste kijken naar de cyclus van de maan, die ongeveer 28 dagen duurt. De Joodse en de Islamitische kalenders zijn maankalenders.  

De maankalender houdt geen rekening met de baan van de aarde om de zon, die ongeveer 365 dagen is. Eigenlijk is het iets meer en daarin schuilt een probleem. Om de zoveel tijd kom je namelijk iets te kort en moet je een extra dag invoeren. De Romeinen wisten dit al, maar waren een beetje slordig geworden met dat invoeren, zodat de maanden niet meer klopten met de seizoenen en het sneeuwde in de zomermaanden.
Julius Caesar wilde daar iets in veranderen en heeft advies gezocht bij de beste astronomen uit zijn tijd. Hij kwam met een nieuwe en verbeterde kalender, bestaande uit 12 maanden van 30 of 31 dagen met om de vier jaar een extra dag in februari. Op die manier kwam hij het dichtste bij de baan om de zon, maar helemaal gelijk liep het niet. Deze Juliaanse kalender is overal in het Romeinse rijk ingevoerd en heeft tot de 16e eeuw dienst gedaan. Toen bleek dat er toch weer een nieuwe aanpassing nodig was, want de kalender liep een aantal dagen achter op de werkelijkheid.

Paus Gregorius XIII heeft de kalender aangepast door in 1582 in de maand oktober 10 dagen over te springen en zo weer helemaal ‘bij’ te komen. De maand oktober werd gekozen omdat hier de minste heiligendagen waren en er dus gemakkelijk iets gemist kon worden. De katholieke landen in Europa gingen over op deze Gregoriaanse kalender, maar de protestantse landen hadden wat langer nodig. In de Republiek der Nederlanden is de Gregoriaanse kalender pas vanaf 1700 ingevoerd. In Engeland zorgde de invoering in 1752 voor veel onrust. Ten eerste was het bankwezen daar al ver ontwikkeld en de bankiers wilden weten wat er met de rente van die elf dagen moest gebeuren die ze nu misliepen. Ten tweede waren veel mensen bang dat door deze sprong hun leven met elf dagen was bekort.

In Rusland en andere Orthodoxe landen bleef men vasthouden aan de Juliaanse kalender en het verschil was in de 20e eeuw opgelopen tot 13 dagen. Pas na de Russische Revolutie heeft men in Rusland de Gregoriaanse kalender ingevoerd, wat soms voor aardig wat verwarring kan zorgen als de Oktoberrevolutie wordt herdacht in november. De orthodoxe kerken gebruiken juist tot op de dag van vandaag voor de kerkelijke feestdagen nog de Juliaanse kalender, vandaar het verschil in datum tussen de westerse en orthodoxe kerken bij bijvoorbeeld het vieren van Pasen.   

We hebben vandaag die schrikkeldag, die extra dag in februari. Het woord schrikkeljaar schijnt te komen uit het Middelnederlands, waarin 'scricken' springen betekent.  
Laten we genieten van dat extra dagje, een cadeautje van Julius Caesar.

Reacties