vrijdag 31 augustus 2018

Tentoonstelling Odilon Redon, la littérature et la musique

Boeket van veldbloemen (1905)
Een beetje op de valreep ben ik toch nog naar het Kröller-Muller museum geweest, waar een tentoonstelling van de kunstenaar Odilon Redon is. Ik had weinig idee over wat ik zou aantreffen, maar ik was behoorlijk overdonderd; wat een prachtige dingen heb ik daar gezien.

Odilon Redon (1840-1916) is een Franse kunstenaar die ontzettend veelzijdig was. Hij las heel veel en was een goede musicus. Deze vormen van kunst inspireerden hem tot zijn tekeningen en schilderijen. Zo maakte hij albums met litho’s bij de werken van onder andere Flaubert, tekent hij de helden uit de opera’s van Wagner en combineert hij gedichten met zijn tekeningen.

Maar hij had ook wetenschappelijke belangstelling en ook dat komt terug in zijn tekeningen, op een bijzondere manier.

Hij maakte in het begin van zijn carrière veel donkere litho’s, zijn noirs. Later begon hij steeds meer in kleur te werken, met pastelkrijt en olieverf. Na 1890 heeft hij geen noir meer gemaakt.
Chimaera (fantastisch monster) kikkervisje (1883)
In het Kröller-Muller zijn de werken van het museum zelf, samen met die uit een privé collectie en nog een aantal stukken uit verschillende andere musea samengebracht tot een prachtig geheel. De uitgangspunten van de tentoonstelling zijn dus de literatuur en de muziek die zo belangrijk voor Redon waren.
Pégasus (1895-1900)
Wat mij opviel was de verstildheid die uit sommige werken spreekt, een soort dromerigheid die niet bepaald romantisch of zoetsappig is, juist het tegendeel zou ik willen zeggen. Ondanks de stille rust van de meeste afbeeldingen, zie je dat er heel wat achter zit, het zijn geen oppervlakkige plaatjes met wat leuke kleurtjes.

Mocht je de werken van deze bijzondere kunstenaar nog willen zien, dan moet je wel opschieten, Odilon Redon, la Littérature et la musique in het Kröller-Muller museum is nog maar tot 9 september 2018 te zien (daarna gaat de tentoonstelling naar Kopenhagen). 
Het raam (1908)
Maar de tentoonstelling is zeer de moeite waard en ik kan eerlijk zeggen dat Odilon Redon volstrekt uniek is en diepe indruk op me heeft gemaakt.

woensdag 29 augustus 2018

Kroos

Zeker witte zwanen hebben het moeilijk om netjes en wit te blijven
als je in kroos moet zwemmen. 

maandag 27 augustus 2018

De vrouw die vluchtte, Anais Barbeau-Lavalette

Heeft ieder mens het recht om zijn of haar eigen keuzes te maken? En zo ja, wat als die keuzes diep ingrijpen in het leven van andere mensen? Heb je als moeder het recht je eigen leven te leiden, zelfs al betekent dat dat je wegloopt en je kinderen in de steek laat?

Suzanne groeide op als Franstalige in het Engelse deel van Canada. Geen gemakkelijke jeugd, want het was 1930 en de economische crisis zorgde voor diepe armoede. Bovendien werden de vooral katholieke Frans-Canadezen in dit gedeelte van Canada met de nek aangekeken en gediscrimineerd. 

De kleine Suzanne was een intelligent meisje, en ze werd uitgekozen om een speech te houden bij een wedstrijd in Montreal. Hier leerde ze dichter Claude Gauvreau kennen en zijn vrienden, zoals de schilder Marcel Barbeau.

Suzanne ging studeren in Montreal en haar vriendschap met Claude en de anderen verdiepte zich. Ze raakte via hen betrokken bij de kunstbeweging van de Automatisten, een onderdeel van de Surrealistische stroming. Ze verzetten zich tegen de censuur, de druk van de katholieke kerk en de benepenheid van de jaren ’50.

Ze trouwde in 1948 met Marcel Barbeau kreeg met hem twee kinderen, een meisje en een jongen. Ondanks wat gedichten en wat pogingen tot schilderkunst bleef Suzanne aan de rand van de Automatisten staan, ze was nooit een leidende figuur of iemand met grote invloed.

Maar er is een groeiende ontevredenheid in haar en ze wil meer dan het troosteloze kunstenaarsleven, het elke dag sappelen om rond te komen terwijl de erkenning uit blijft. Ze neemt het besluit om haar kinderen weg te geven en bij Marcel weg te gaan en zich alleen nog maar te richten op haar eigen leven.

Voor Anais Barbeau-Lavalette was haar grootmoeder eigenlijk van weinig betekenis. Ze kende haar niet en haar grootmoeder speelde geen rol in haar leven. Toen haar grootmoeder stierf in 2009 en haar flat leeggeruimd moest worden, kreeg ze het idee dat ze meer wilde weten. Anais huurde een privedetective in die de ontbrekende informatie uitzocht en aan de hand daarvan is dit boek geschreven.

De vrouw die vluchtte is een fascinerend verhaal. Ten eerste is het geschreven in de tweede persoon, alsof de kleindochter tegen haar grootmoeder vertelt wat die allemaal gedaan heeft.
Ten tweede roept het die interessante vragen op over hoe ver je keuzevrijheid gaat.

Het mooie van een goed boek is dat het je laat nadenken en ervoor kan zorgen dat je bepaalde meningen of vooropgezette ideeën nog eens tegen de loep houdt. Zo weet ik van mezelf dat ik altijd moeite heb met vrouwen die hun kinderen in de steek laten. Toen ik echter aan dit boek begon, was ik bereid om mijn vooroordelen aan de kant te zetten en met een open blik te lezen, te zien of ik misschien deze vrouw zou kunnen begrijpen.

Niet alle mensen zijn gelijk, niet alle omstandigheden zijn gelijk en niet alle tijden zijn gelijk. Een mens kan een goede reden hebben voor gedrag dat door een ander als verschrikkelijk wordt gezien en mijn mening is alleen maar dat, mijn mening. Niet de absolute waarheid.

Kortom, ik heb De vrouw die vluchtte met aandacht gelezen en heb me geprobeerd te verplaatsen in Suzanne. En voor een deel lukte dat. Ik leefde mee met het kind dat opgroeide in de economische crisis in de jaren ’30, ik begreep de situatie van de Franse bevolking in Canada beter en voor een deel begreep ik ook wat de Automatisten wilden bereiken.

Maar daarna hield het begrip op. Het probleem is dat Suzanne gewoon geen zin had in een dagelijks bestaan zoals zoveel mensen dat hadden en hebben. Luiers verschonen en de boodschappen doen was niet genoeg voor haar.

Suzanne was eigenlijk een ontiegelijk rotmens. Ze was nooit aardig, als kind al niet, en was volkomen egocentrisch. Ze kon zich nooit ergens aan verbinden en op vastleggen, altijd wilde ze weer iets anders. Dat ze daarmee de levens van haar kinderen, Mousse en François behoorlijk heeft verpest, heeft haar geen of weinig wroeging gegeven. Ze heeft daarna altijd alle contact geweigerd.

En ondanks alle pijn die ze heeft veroorzaakt, heeft Suzanne vrij weinig bereikt. Ze is geen groot kunstenares geworden en is haar hele leven een vluchtige voorbijganger gebleven die nauwelijks indruk heeft gemaakt. Dat ze enige tijd betrokken was bij de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten weegt hier niet echt tegenop, wat mij betreft.

Hoewel ik dus bereid was om aan te nemen dat iemand een goede reden kan hebben om weg te lopen en iedereen in de steek te laten, kwam ik tot de conclusie dat voor mij de reden van Suzanne niet goed genoeg was.

Dat neemt niet weg dat De vrouw die vluchtte een fascinerend verhaal is, dat bijvoorbeeld ook een interessant beeld schetst van de situatie in Canada, waar ik weinig vanaf weet. En ik vind het altijd fijn als een boek me aan het denken zet, zodat ik niet vastroest in een idee, maar die kan toetsen en kan aanscherpen. En daar is dit boek goed in geslaagd.

Originele Frans-Canadese titel: La femme qui fuit (2017)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Querido
Nederlandse vertaling Katelijne de Vuyst
Bladzijdes: 326

zondag 26 augustus 2018

Boekentip op zondag (11/18)

Zondagen in augustus, Patrick Modiano

Dit boek kan natuurlijk alleen maar besproken worden op een zondag in augustus, vandaar dat ik daarvoor deze laatste zondag neem.

Het verhaal begint met Jean, een fotograaf die nu in Nice woont, die opeens op de markt een man herkent, iemand die hij had verwacht nooit terug te zien.

Ze gaan wat drinken en halen herinneringen op aan vroeger, toen ze elkaar een paar keer hadden ontmoet, maar vooral praten ze over Sylvia. Aan de ene kant is Jean blij deze man weer te zien en eindelijk de kans te hebben hem te confronteren, maar aan de andere kant wil hij ook zo min mogelijk met hem te maken hebben.

Daarna krijgen we de herinneringen van Jean, die terugdenkt aan de tijd dat hij met Sylvia in Nice woonde. Ze waren overduidelijk voor iemand op de loop en hielden zich schuil in een klein pension. Ze leerden een Amerikaans echtpaar kennen, maar waren die wel te vertrouwen, waren zij wel wie ze zeiden te zijn? En wat had de grote diamant van Sylvia met alles te maken?

In het laatste deel komen we erachter hoe de personen met elkaar verbonden zijn en hoe de gebeurtenissen in Nice al in gang gezet zijn langs de oevers van de Marne.

Dit klinkt wat vaag, maar ik wil niet teveel van het plot weggeven, dat zou zonde zijn. Want Zondagen in augustus is opnieuw een schitterend boek, met alle kenmerken van een Modiano. Het heeft de karakteristieke opbouw waarin iemand terugdenkt aan vroeger en er langzaam allerlei details naar voren komen. Namen, straten, gebeurtenissen, personen, ze spelen allemaal een rol, maar pas op het laatst wordt duidelijk hoe het zit.

Ik houd van de boeken van Patrick Modiano, al moet ik wel de rust hebben om ervan te kunnen genieten. Het werkt niet om zijn boeken even snel tussendoor te lezen, je moet er de tijd voor nemen om het tempo van de herinneringen over je te laten komen en je langzaam onder te dompelen in de sfeer die wordt opgeroepen.

Hoewel dat meestal in Parijs is, is het ditmaal in Nice, maar dat maakt niet uit voor de manier waarop de stad tot leven wordt gebracht en je met de hoofdpersoon meeloopt langs de straten en de pleinen en de plekken van het verleden.

Prachtig, weemoedig en intrigerend: en niet alle vragen worden beantwoord en niet alle losse eindjes worden weggewerkt. We weten nog altijd niet wat er nu precies is gebeurd en wie er te vertrouwen was of niet.
Maar mooi, heel mooi.

Oorspronkelijke Franse titel: Dimanches d'août (1986)
Deze Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij Querido
Nederlandse vertaling Edu Borger
Bladzijdes: 173

vrijdag 24 augustus 2018

Tentoonstelling: Escher op reis

In het Fries museum in Leeuwarden is er een prachtige tentoonstelling te zien over de bijzondere kunstenaar M.C. Escher.

Hij werd geboren in Leeuwarden in 1898, maar de familie verhuisde al snel naar Arnhem. De kleine Maurits blonk niet bepaald uit op school, alleen in tekenen was hij erg goed. Na een korte tijd op de TU in Delft, stapte hij in 1919 over naar de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten in Haarlem.

Voor bouwkunde had hij niet zoveel belangstelling, voor de Sierende Kunsten des te meer. Vooral zijn docent Samuel Jessurun de Mesquita was van grote invloed op hem. Van de Mesquita leerde Escher om houtsnedes te maken en ook andere technieken, die hij zijn hele leven heeft toegepast.

Reizen zat Escher al van jongs af aan in het bloed en hij ging steeds vaker naar Italië, waar hij in 1924 trouwde met de Zwiterse Jetta en waar hun drie kinderen geboren werden. Ze hebben tot 1935 in Italië gewoond.

Escher vond het heerlijk om rond te wandelen op het platteland, om de landschappen en de kleine stadjes op de bergen te tekenen. In Rome was het vooral de nacht die hem inspireerde, met een zaklampje aan zijn knoopsgat tekende hij in de stille, donkere stad de kerken, de poorten en de pleinen.

Langzamerhand zie je dat Escher het interessant begon te vinden om elementen uit zijn tekeningen samen te voegen tot een nieuw landschap. Daarna kwam het spelen met perspectief en na een bezoek aan het Alhambra waar hij de herhalende patronen schitterend vond, zie je steeds meer de prenten waarin hij landschappen en gebouwen maakt die niet kunnen bestaan, waarin het perspectief een suggestie is en waarin vreemde wezentjes voorkomen.
Maar heel mooi zie je nog altijd de Italiaanse stadjes terug, tegen een heuvel aan, met de poorten en de kerktorens.

M.C. Escher was een begenadigd tekenaar, en de vele prenten (zo'n 150) die er in het Fries museum te zien zijn, geven zijn ontwikkeling ontzettend mooi weer. Ik kende vooral zijn tekeningen uit de latere fase, maar ik werd volkomen omver geblazen door zijn prenten en tekeningen van de Italiaanse landschappen of van Rome. Ik zou ze zo aan de muur willen hebben en het was jammer dat juist van deze prenten bijna geen ansichtkaarten waren.

Ik vond de tentoonstelling zeer de moeite waard en ik heb nog meer waardering gekregen voor deze productieve en getalenteerde kunstenaar. Heel erg mooi.
Het is een tentoonstelling waar veel belangstelling voor is en het kan dus ook vrij druk worden. Gelukkig hebben ze de oplossing gevonden dat je een ticket koopt voor een tijdslot. Op die manier worden de bezoekers gespreid en kun je de prenten nog vrij goed zien.
Twee minpunten bij deze tentoonstelling: ten eerste is de toeslag bij de Museumjaarkaart 5 euro, wat ik eerlijk gezegd een groot bedrag vind om bij te betalen en ten tweede zijn de medewerkers in het museum niet altijd even vriendelijk. Ik wil best mijn tas in een kluisje doen (hoewel ik me afvraag waarom als ik mensen met een grotere tas even later wel gewoon op de tentoonstelling zie struinen), maar het kan ook gewoon gevraagd worden. Die mevrouw had misschien haar dag niet, maar ik vond het wel vervelend.

De tentoonstelling Escher op reis is tot 28 oktober 2018 te zien, en koop dus van tevoren je tickets online!
Er mogen op de tentoonstelling geen foto's gemaakt worden, en deze afbeeldingen zijn foto's van ansichtkaarten.

maandag 20 augustus 2018

De verdrinking, Roger Martin du Gard

Sergeant de Balcourt komt aan met zijn garnizoen in het kleine dorpje Auney-sur- Marne. Ze zijn daar voor een paar dagen op oefening en de soldaten worden ingekwartierd in het dorp. 

De Balcourt besluit echter niet om naar de comfortabele kamer in de pastorie te gaan die voor hem is gereserveerd, maar genoegen te nemen met een klein rotkamertje in de bakkerij. De ontvangst is niet bepaald vriendelijk en comfort is hier niet te vinden.

De reden dat hij toch liever hier is, is dat hij op slag smoorverliefd is geworden en hij dichter bij zijn geliefde wil zijn. Het probleem is echter dat de liefde onmogelijk en verboden is; het is 1888 en De Balcourt is verliefd geworden op Yves, de bakkersknecht.

In zijn dagboek beschrijft hij elke dag hoe hij zijn Yves bespiedt en hoe hij probeert hem nader te komen, zo maakt hij regelmatig een praatje en nodigt hij Yves uit voor een bezoek aan het circus. 

En langzaam probeert hij wat meer lichamelijk contact te krijgen, een streling, een hand op een schouder en misschien zelfs een keer een zoen.

Heel veel succes heeft hij niet, ten eerste moet hij natuurlijk heel voorzichtig doen om ontdekking te voorkomen en jammer genoeg is er ook nog een oudere knecht die het allemaal niet zo vertrouwt en er alles aan doet om meer contact tussen Yves en De Balcourt te dwarsbomen.

Op de laatste avond voor het vertrek, lukt het De Balcourt eindelijk om een afspraakje te maken met Yves, maar dan loopt het volkomen mis.

De verdrinking is een novelle die eigenlijk deel uitmaakt van een groter werk: Luitenant-kolonel de Maumort. De Maumort zou het dagboek van De Balcourt hebben gevonden na diens dood en het hebben opgenomen in zijn verzameling herinneringen, verhalen en verslagen.

Net zoals in Het oude Frankrijk, het andere boek van Roger Martin du Gard dat ik heb gelezen kan ik na De verdrinking zeggen: wat schrijft die man mooi! Niet opgesmukt of vol bijvoeglijke naamwoorden, maar helder en zonder poespas. Tegelijkertijd is het heel beeldend, je ziet het dorp voor je en de bakkerij waar De Balcourt zijn tot mislukken gedoemde verliefdheid beleeft.

Hoe Yves over de hele situatie denkt weten we niet, aan de ene kant lijkt hij wel genegen om af te spreken met De Balcourt, aan de andere kant is de kans heel groot dat hij geen idee heeft wat die eigenlijk van hem wil. En wat De Balcourt wil is ook niet helemaal duidelijk, hij heeft wel wat visoenen om die jongen weg te halen uit het dorp, maar hoe hij hun leven daarna voor zich ziet, blijft in het ongewisse.

Op het einde kun je de lafheid van De Balcourt begrijpen en medeleven hebben met deze man, die door de omstandigheden in de tijd gedwongen wordt om zich zo te gedragen als hij doet, maar zich altijd schuldig zal blijven voelen.

Een prachtig verhaal vol bittere weemoed dat smaakt naar meer.

Oorspronkelijke Franse titel: La noyade (1983)
Nederlandse uitgave 2008 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling Anneke Alderlieste
Bladzijdes 118

vrijdag 17 augustus 2018

Caravaggio in Rome, deel I

Dit jaar lijkt een beetje het jaar van Caravaggio voor mij te worden. Niet alleen zag ik zijn schilderijen in Napels (hier), maar ik bekeek ook de film over zijn leven (hier)en in december komt er een Caravaggio tentoonstelling in Utrecht (daarover later meer). Ik houd bijzonder veel van zijn werk en er zijn weinig schilders die mij zo tot tranen kunnen roeren als Caravaggio kan.

Toen ik een paar weken geleden in Rome was, was het duidelijk dat Caravaggio het thema zou worden. In geen enkele stad is er zo'n grote concentratie aan werken van Caravaggio als in Rome. Hij heeft hier een groot deel van zijn leven gewoond en heeft hier prachtige schilderijen gemaakt.

Ik besloot dan ook tijdens mijn verblijf in Rome om te proberen een groot aantal van zijn schilderijen te zien. Ik heb ze niet allemaal kunnen bekijken, (er moet wat overblijven voor een volgende keer), maar ik heb er uiteindelijk vijftien gezien.

Ik bespreek ze in twee gedeeltes, en ik begin bij de schilderijen in de kerken van Rome. Ik vind het namelijk heel bijzonder dat je hier de schilderijen kunt zien in de kapellen waar ze voor bedoeld waren. Groot voordeel is ook dat de toegang tot de kerken gratis is, al moet je in sommige gevallen wel twee euro betalen om het licht in de kapel aan te laten gaan. Maar dat maakt het alleen maar leuk!

San Luigi dei Francesi
Dit is de kerk voor de Franse gemeenschap in Rome. De Franse Matthieu Cointrel, beter bekend als kardinaal Matteo Contarelli, had een deel van de financiering op zich genomen en wilde na zijn dood in 1585 begraven worden in deze kerk.

In de eerste instantie had een andere schilder de versieringen op zich moeten nemen, maar die had eigenlijk geen tijd en uiteindelijk kreeg Caravaggio dankzij de bemiddeling van zijn beschermheer de kardinaal Francesco Maria Del Monte de opdracht voor de drie altaarstukken.
De Contarelli kapel
Kardinaal Contarelli had aangegeven dat hij graag afbeeldingen wilde uit het leven van de Heilige Mattheus, naar wie hij tenslotte vernoemd was. Hij had behoorlijk gedetailleerde instructies achter gelaten over wat en hoe er geschilderd moest worden, maar Caravaggio zou Caravaggio niet zijn als hij niet probeerde om hier een eigen draai aan te geven.

De roeping van Mattheus (1600)
Caravaggio begon met het verhaal dat de belastinginner Mattheus, die dus werkte voor de Romeinen, geroepen werd door Christus. In dit schilderij zie je Mattheus aan tafel zitten om het binnengehaalde geld te tellen, maar aan de rechterkant komen Jezus en Petrus om Mattheus het licht te laten zien. Dit kun je letterlijk zo zien, omdat het licht via de hand van Christus naar Mattheus wordt geleid.

Mattheus lijkt een beetje verbaasd dat juist hij gevraagd wordt, maar hij lijkt bereid om Jezus te volgen. De twee figuren helemaal links hebben die bereidheid niet, hun interesseert het bitter weinig wat er verder in de kamer gebeurt, hun aandacht is bij het geld. 

De roeping van Mattheus
Het martelaarschap van Mattheus (1600)
Volgens de overlevering is Mattheus vermoord door de koning van Ethiopië, die achter zijn eigen nichtje aanzat. Mattheus tikte hem hiervoor op de vingers omdat het meisje een christelijke non was, en de koning liet daarom Mattheus vermoorden terwijl hij de Mis opdroeg.
Het martelaarschap van Mattheus
Door röntgenonderzoek is te zien dat Caravaggio zijn oorspronkelijke ontwerp heeft aangepast. Hij heeft het aantal mensen verminderd en heeft de klassieke architectuur (die de kardinaal graag erin wilde hebben), gewoon geschrapt. Dit komt het ontwerp beslist te goede omdat de nadruk nu ligt op de dramatische handeling, de gevallen heilige en de verschrikte omstanders.

Bijzonder is dat hij zelf ook tussen de toeschouwers staat die kijken naar de moord om op die manier aan te geven dat alle toeschouwers net zo schuldig zijn als de werkelijke daders.

De inspiratie van Mattheus (1602)
In dit werk zie je de goddelijke inspiratie die Mattheus ontvangt om zijn evangelie op te schrijven. In de eerste versie van dit schilderij was Mattheus een wat boerse kerel die door de Engel geleid werd om te schrijven, maar dit stond te ver af van wat hoe een heilige afgebeeld moest worden en Caravaggio moest een nieuwe versie maken. (de oude versie bestaat trouwens niet meer, die is aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bij een brand in Berlijn verwoest).
De inspiratie van Mattheus
In de nieuwe versie die wel werd goed gekeurd, is Mattheus een stuk minder boers en kan hij zelf schrijven, hoewel de Engel er wel goedkeurend op toe ziet.

Santa Maria del Popolo
In 1600 gaf kardinaal Tiberio Cerasi de opdracht aan Caravaggio voor twee schilderijen die in zijn kapel zouden komen te hangen in de Santa Maria del Popolo. Caravaggio schilderde de twee belangrijkste figuren uit de vroege kerk, Petrus en Paulus. De eerste versies werden afgekeurd, maar deze twee werden goedgekeurd en zijn nog altijd te bezichtigen in de Cerasi-kapel.

De kruisiging van Petrus (1601)
Toen Petrus gevangen werd genomen en ter dood werd veroordeeld, vroeg hij om omgekeerd gekruisigd te worden, hij wilde niet op exact dezelfde wijze als Christus sterven. In dit schilderij zien we dat de drie beulen bezig zijn het kruis omhoog te trekken, wat aardig wat moeite lijkt te kosten, net alsof ze weten dat ze iets verschrikkelijks hebben gedaan en de last zwaar op hun drukt.
De kruisiging van Petrus
De bekering van Paulus (1601)
Het andere schilderij is de Bekering van Paulus op de weg naar Damascus. Paulus, die op dat moment nog Saulus heette, was iemand die Christenen vervolgde. Maar op de weg naar Damascus hoorde hij de stem van God, waarna hij zich bekeerde.
De bekering van Paulus
In het schilderij zie je het moment dat Paulus van zijn paard valt, bevangen door de goddelijke stem die hem de waarheid toont.

We zien geen engel, of een symbool voor God, maar alle aandacht gaat uit naar de man die overduidelijk iets bijzonders meemaakt en aangeraakt wordt door God, een moment dat zijn hele leven zou veranderen.

San Agostino
Madonna di Loreto (1604-1606)
Dit schilderij baarde heel wat opzien toen het werd onthuld. De markies van Cavalletti wilde graag een familiekapel en een jaar nadat hij was gestorven in 1602, wist de familie een kapel te bemachtigen in de San Agostino en zij droegen dit op aan de Madonna van Loreto.

Toen de Turken in de 13e eeuw Nazaret veroverden, brachten engelen het huis van Maria over naar het plaatsje Loreto in Italie. Rondom dit huis werd een kerk gebouwd en er kwamen veel pelgrims naar de kerk toe. Het was de bedoeling dat je als pelgrim op je knieën drie keer rond het Heilige Huis ging.
De Madonna di Loreto kapel, met iemand die het prachtige schilderij bewondert.
In dit schilderij zien we Maria als een gewone vrouw, op blote voeten, die in de deuropening van haar huis staat. Een huis dat behoorlijk veel lijkt op een willekeurig Romeins huis. De twee pelgrims knielen voor haar neer, hun blote en vuile voeten naar de toeschouwer gericht. Elke arme Romein kon zichzelf hierin herkennen, en kon hier ook hoop uitputten. Ook voor hun was het mogelijk om Maria te ontmoeten, om deel te nemen aan het Goddelijke.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het schilderij vanaf het begin populair was bij de arme mensen van Rome, hoewel veel rijken, hoge geestelijken en Caravaggio's collega's er schande van spraken.
De Madonna di Loreto
Ik vond het een mooi en ontroerend schilderij, waarbij ik me heel goed kan voorstellen dat de armen van Rome zich door deze schilder gezien voelden.

maandag 13 augustus 2018

Michelangelo and the pope's ceiling, Ross King

Aan het begin van de 16e eeuw was Rome een puinhoop en van de voormalige glorie was weinig over. Geiten renden rond op het Capitool en koeien graasden op het Forum.

Ook de Katholieke Kerk genoot weinig aanzien, zeker sinds paus Alexander Borgia niet eens meer de schijn ophield en zijn kinderen benoemde in hoge posities.

Dit veranderde toen paus Julius II in 1503 verkozen werd tot de nieuwe paus. Hij was vastbesloten om de Kerk in ere te herstellen en de stad Rome erbij. Hij liet rioleren repareren, paleizen bouwen en kwam met allerlei nieuwe bouwprojecten om Rome te verbeteren en te verfraaien.

Het is ook deze paus die de aanzet heeft gegeven voor het begin van de Vaticaanse musea. In 1506 werd een klassiek beeldhouwwerk, de Laocoöngroep, ontdekt. Julius zag het belang ervan in, kocht het en stelde het tentoon voor het Romeinse publiek.

Om de Kerk nieuw aanzien te geven wilde hij de belangrijkste kerk in het Christendom, de Sint Pieter opnieuw laten bouwen en trok daarvoor de bekende architect Bramante aan. De oude kerk boven het graf van Sint Pieter werd neergehaald en er kwam een compleet nieuwe kerk. Julius zou de voltooiing echter nooit meemaken, hij overleed in 1513 en de Sint Pieter kwam pas in 1626 af.

Wat paus Julius wel voltooid heeft gezien, zijn de versieringen van de Sixtijnse kapel. In deze kapel kwam de pauselijke hofhouding bijeen voor de Mis en de kapel werd gebruikt voor het conclaaf om een nieuwe paus te kiezen.

In 1508 gaf paus Julius de opdracht om de kapel met fresco's te versieren aan de kunstenaar Michelangelo Buonarotti. Hij stond vooral bekend als beeldhouwer en had de schitterende Pièta gemaakt die veel bewondering had geoogst. In de eerste instantie wilde paus Julius dat Michelangelo zijn tombe zou beeldhouwen, maar hoewel Michelangelo het marmer hiervoor al had uitgezocht, veranderde de paus van mening en wilde hij dus fresco's van Michelangelo.

Michelangelo was hiervoor niet bepaald de eerste keuze, hij zag zichzelf eerder als beeldhouwer dan als schilder en bovendien beheerste hij de fresco techniek niet of nauwelijks.

Het maken van fresco's was tijdrovend en lastig. Eerst moest er een lag pleister worden aangebracht op het oppervlakte en vervolgens moest het ontwerp hierop worden aangebracht. Daarna moest de afbeelding geschilderd worden, in de korte tijd dat het pleister nog nat was. Was het pleisterwerk droog, dan waren de pigmenten verzegeld en kon er niets meer aan veranderd worden. Als de schilder een fout had gemaakt, moest alles worden afgebikt en kon de kunstenaar opnieuw beginnen.

Een fresco schilder kon niet de hele muur pleisteren en beginnen, want het pleisterwerk bleef maar een beperkt aantal uren geschikt om ter werken. Een afbeelding werd verdeeld in kleinere oppervlaktes, giornata's genoemd, oftewel wat er op één dag gedaan kon worden.

Bovendien moest een kunstenaar in een verkort perspectief werken, om de indruk te wekken dat figuren aan het plafond in de juiste verhoudingen waren.

Michelangelo zat niet te wachten op deze opdracht, en vluchtte zelfs naar Florence om aan de paus te ontkomen, maar uiteindelijk moest hij wel toegeven. Michelangelo had vervolgens de lastige opdracht om assistenten te verzamelen die meer kennis van fresco's hadden dan hijzelf bezat, de constructie van een steiger bedenken en bouwen en de ontwerpen maken. En daarna moest er nog geschilderd worden.

Dik vier jaar zou Michelangelo werken aan de Sixtijnse kapel, en toen het af was, was duidelijk wat voor formidabele prestatie Michelangelo hier had neergezet.

Ross King heeft andere boeken geschreven die ik met veel plezier heb gelezen, over Brunelleschi, over Manet en de waterlelies van Monet. Hij schrijft prettig en weet de wereld van vroeger volledig tot leven te brengen.

Ook Michelangelo and the pope's ceiling is hierin geen uitzondering. We weten wel wat over Michelangelo's leven, maar het lastige is dat deze biografieën bijna hagiografieën zijn, geschreven door zijn vrienden en bewonderaars. Bovendien zijn er in de loop van de jaren heel wat mythes en legendes ontstaan over de manier waarop Michelangelo de Sixtijnse kapel schilderde. Dat hij alleen werkte, en liggend op zijn rug schilderde bijvoorbeeld. Terwijl hij in werkelijkheid een team van assistenten had zonder wiens kennis hij het niet had gered en hij achterover gebogen stond, maar niet lag.

Ross King is erin geslaagd om Michelangelo voor een groot deel uit de mythes en de verwarringen te halen en een levensecht verhaal neer te zetten.

Ross King vertelt over het moeilijke karakter van Michelangelo, zeker afgezet tegen de charmante Rafael. Waar Rafael gemakkelijk vrienden maakte, werkte Michelangelo het liefst alleen en vertrouwde hij eigenlijk niemand.
Maar als het om moeilijke karakters ging, kon paus Julius er ook wat van. Hij stond bekend als il papa terribile, om zijn woede-uitbarstingen en de gewoonte om mensen te slaan met een stok.

Het Rome uit die tijd, de oorlogsuitstapjes van paus Julius, de politieke bondgenootschappen met Venetië en Frankrijk (in wisselende samenstellingen), de techniek van de fresco's, de manier van werken, alles komt aan bod en Ross King weet dit meesterlijk te verbinden.

Michelangelo and the pope's ceiling is geen moment saai of vervelend, maar blijft boeien door de interessante mix van details en bijzondere informatie. Kortom, een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in Italiaanse geschiedenis of de kunst van de Renaissance.

Uitgegeven in 2006
bladzijdes: 296
Vertaald in het Nederlands als: De hemel van de paus

vrijdag 10 augustus 2018

Vijf op vrijdag: 5x Rome (zomer 2018)

Vorige week was ik weer eens in de mooiste stad ter wereld: Rome. Ik heb vijf dagen genoten van alles wat ik heb gezien en natuurlijk doe ik hier in de komende weken regelmatig verslag van. Zo leuk om toch weer nieuwe dingen te hebben gezien, ondanks dat ik al heel vaak hier geweest ben. Maar dat is één van de mooie dingen van Rome; hoe vaak je er ook bent geweest, je hebt nooit alles al gezien of gedaan.

Hier vijf impressies van de Eeuwige Stad.





maandag 6 augustus 2018

Drie korte besprekingen

In de afgelopen tijd las ik een aantal boeken die ik mooi vond, maar waar ik geen hele bespreking aan kan wijden, vandaar dat ik ze hier gezellig combineer. 

Witte huizen, Amy Bloom
President Franklin Delano Roosevelt en zijn vrouw Eleanor vormden een geducht duo. Hij is de enige president die drie termijnen diende en zijn land uit de crisis hielp, zij zette zich op allerlei manieren in om de armen en misdeelden te helpen.

Maar hun huwelijk was niet heel gelukkig, hij had langdurige affaires onder andere met zijn secretaresse en ook Eleanor had haar geheime passies. Zij had een verhouding met de journaliste Lorena Hickok, die zich als arm meisje uit South Dakota had opgewerkt. Eleanor en Hicks leerden elkaar in 1932 kennen en dat was het begin van een jarenlange affaire, waarbij Hicks zelf in het Witte Huis woonde, als de beste vriendin van Eleanor. Iedereen die bij het Witte Huis betrokken was, kende de situatie, maar er werd nooit publiekelijk iets over gezegd.

Witte huizen is een mooie roman over een stukje geschiedenis dat niet zo bekend is (ik wist wel iets over hem, niets over haar), maar dat wel interessant is. Juist omdat Amy Bloom in staat is om het niet sensationeel te brengen of zoetsappig. Hicks ziet Eleanor terug als in 1945 Franklin is overleden en kijkt terug op wat geweest is. Want een gelukkig einde zit er voor hen beiden helaas niet in. Mooi geschreven en de moeite waard.

Originele titel: White houses (2018), Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Nederlandse vertaling: Paul Syrier, bladzijdes: 237

In de tuin van het beest, Leïla Slimani
Adèle is getrouwd en heeft een lief zoontje en ze wonen in een mooi appartement in Parijs. Zij is journaliste en hij is arts. Maar waar haar man denkt dat ze heel gelukkig zijn, is Adèle dat niet. Ze snakt naar seks, ruige seks, met mannen die ze net kent, of niet kent. Ze neemt enorme risico’s en geniet hiervan, heeft het ook nodig om te kunnen functioneren.

Als haar man er eindelijk achter komt, verhuizen ze naar het platteland, waar er minder mannen en vooral minder kansen zijn. Maar de vraag is of Adèle echt veranderd is of dat ze de eerste de beste kans weer zal aangrijpen om los te gaan. Want de tuin van het beest blijft lokken.

Knap is dat Laila Slimani in staat is om deze gebeurtenissen te beschrijven op een soort klinische manier zodat het nooit ranzig wordt, hoe ranzig de situatie misschien ook is. Ook geeft ze geen verklaring en dat vind ik ook bijzonder. Meestal begin je bij zo’n onderwerp te bedenken hoe Adèle zo heeft kunnen worden (alsof een vrouw geen buitensporig gedrag kan vertonen zonder dat er een oorzaak voor is). Maar in dit geval is er geen oorzaak, geen reden, of in ieder geval geen een die wij te weten komen. Ook voor het gedrag van de echtgenoot komt geen verklaring en ergens is dat wel heel bevrijdend.

Ik las eerder van Laïla Slimani Een zachte hand, een thriller die je bijna laat vergeten dat er ook heel wat maatschappijkritiek in zit, net zoals dit boek ook meerdere lagen heeft.

Originele Franse titel: Dans le jardin de l‘ogre (2014), Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Nieuw Amsterdam,Nederlandse vertaling Gertrud Maes, bladzijdes: 174

Rivieren keren nooit terug, Joke J. Hermsen
Ella Theisseling heeft een wat moeizame verhouding met haar ouders, maar nu haar vader is overleden en haar moeder weigert om over bepaalde zaken te praten, merkt ze dat ze ronddobbert. 

Daarom besluit ze naar Frankrijk te gaan, naar het zuiden, waar ze vroeger altijd de zomervakantie doorbrachten, in de hoop hier iets terug te vinden wat haar houvast biedt. Ze reist via Parijs en rijdt zo naar het zuiden, terwijl ze onderweg plaatsen aandoet waar mooie dingen te zien zijn. Ella is kunsthistorica en kunst is voor haar balsem en noodzaak, de enige houvast die er nog is.

Langzaam vallen reis, kunst, reflecties en herinneringen samen en hoewel je nooit terug kunt naar het verleden omdat de tijd nu eenmaal niet stilstaat, kun je wel leren om dingen onder ogen te zien. En van daaruit verder te gaan.  

Ik kwam erachter dat ik heel lang Joke Hermsen heb verward met een andere Joke die een boek heeft geschreven waar ik niet zo van onder de indruk was, terwijl een ander boek dat ik wel van haar heb gelezen en dat ik mooi vond (Tweeduister), in mijn hoofd niet meer bij deze Joke hoorde. (is dit nog duidelijk?)

Enfin, Rivieren keren nooit terug is een prachtig boek. Ik houd ervan als een schrijver in staat is om op een mooie manier kunst en filosofische overwegingen in een verhaal te verwerken zonder dat het pedant wordt. Joke Hermsen schrijft met prachtige zinnen en mooie beelden en weet in een paar woorden een scene of een sfeer te vatten. Erg mooi. En ik wil nu meer van haar lezen, zeker nu ik de juiste Joke voor me heb.

Uitgegeven in 2018 door uitgeverij De Arbeiderspers, bladzijdes: 262

vrijdag 3 augustus 2018

Twee musea in Napels

Napels heeft prachtige musea en ik heb er tijdens mijn verblijf in mei een paar bezocht. Hieronder de twee mooiste die je eigenlijk niet mag missen als je naar Napels gaat.

Museo Capodimonte
Dit museum ligt aan de noordkant van Napels op een heuvel. Er is niet heel gemakkelijk te komen, hoewel er wel een bus schijnt te gaan, maar ik heb een taxi heen genomen en ben terug gelopen. (dat leek me een goede volgorde vanwege die heuvel!).

Het museum is gevestigd in een voormalig paleis, dat gebouwd werd door koning Karel VII van Napels en Sicilië. Hij bracht hier zijn grote kunstcollectie onder, die hij had geërfd van zijn moeder Elizabeth Farnese. Deze collectie was één van de grootste in Italië en in de jaren erna werden hier nog meer schilderijen aan toegevoegd. Het paleis had zelfs een eigen restauratieatelier.

De hele collectie werd tijdens de Franse overheersing door Napoleon overgebracht naar het in de stad gelegen Nationale Archeologie museum, maar in 1950 werd het paleis Capodimonte een museum en kwam het kunstgedeelte van de Farnese collectie daar terug (het archeologische deel bleef samengevoegd met de collectie in het archeologiemuseum museum).

De collectie is bijzonder mooi en uitgebreid, het is dan ook één van de grootste musea in Italië. Er hangt voornamelijk kunst uit de Middeleeuwen en de Renaissance, maar er is ook een gedeelte met moderne kunst, erg leuk.

Er zijn onder andere werken van Titiaan, Bellini, Vasari, El Greco en nog veel meer Italiaanse kunstenaars te zien. Heel bijzonder is natuurlijk De geseling van Christus van Caravaggio, maar er hangt ook De onthoofding van Holofernus door Artemisia Gentileschi, een bijzonder mooi werk dat heel veel indruk maakt.
Artemisia Gentileschi, Onthoofding van Holofernes
Via Miano 2, Toegang 12 euro (mei 2018)

Museo Argeologico Nazionale 
Het Archeologisch museum van Napels is gevestigd in de voormalige kazerne van de koninklijke cavalerie en deze locatie geeft door de hoge plafonds en grote zalen nog iets extra's aan de collectie oudheden.

De oorsprong van dit museum ligt opnieuw bij koning Karel VII van Napels en Sicilië die de aanzet gaf voor de eerste opgravingen in Pompei (1748)  en Herculaneum (1738). De gevonden voorwerpen vormen de basis voor één van de grootste archeologische musea in de wereld.

Eerst was het nog samengevoegd met andere collecties, maar uiteindelijk bleven sinds 1957 alleen de zuiver archeologische onderdelen over. Hieronder vallen dus de opgravingen uit Pompei en Herculaneum, het archeologische deel van de Farnese collectie en natuurlijk zijn er in de loop van de jaren nog meer opgravingen gedaan in en rond Napels. Sinds 1860 is het een nationaal museum.

Op de begane grond zijn er voornamelijk beelden te zien, maar op de eerste verdieping vind je de fresco's uit Pompei en Herculaneum, waaronder ook een paar die ik heel goed ken, maar die ik nog nooit in werkelijkheid had gezien. Heel bijzonder en mooi. Dat dit zolang bewaard is gebleven en vooral, over is gebleven na die vulkaanuitbarsting.

Het gebouw zelf is ook al heel mooi, met hoge plafonds, hoge deuren, grote zalen en twee leuke binnentuinen.
Een museum waar de indeling misschien niet heel duidelijk is en er niet heel veel staat aangegeven, maar juist daarom des te fijner om rond te struinen en van de ene verbazing in de andere te vallen. Prachtig en zeer de moeite waard!

Piazza Museo 19, toegang 12 euro (mei 2018)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...