vrijdag 19 oktober 2018

Carnivàle (2003-2005)

Ik ben soms een beetje laat met het ontdekken van boeken, series of films. Zo kwam ik pas een paar weken geleden achter het bestaan van de serie Carnivàle, dat alweer vijftien jaar geleden gemaakt is. Maar wat een ontdekking!

Het verhaal is niet heel gemakkelijk uit te leggen. Het speelt zich af in 1934, toen de economische crisis er al een aantal jaren voor zorgde dat mensen of alles waren kwijt geraakt, of de grootste moeite hadden om rond te komen.

We zitten in de Dustbowl; de staten zoals Oklahoma waar in de jaren '30 de grond door intensieve landbouw volkomen was geërodeerd. Stofstormen bliezen de grond weg, en bliezen het tot in steden als Chicago of zelfs New York aan toe.

Mensen stierven aan longontsteking door het stof, en de grond was niet meer te bewerken. Tussen de 300.000 en 400.00 mensen vertrokken in de hoop ergens anders een nieuw bestaan op te bouwen. Een hoop die door de economische crisis volkomen zinloos was, want er was nergens werk.

Carnivàle begint met een jongeman, Ben Hawkins, die na de dood van zijn moeder wordt opgevangen door een rondtrekkende kermis.
Ben Hawkins (Nick Stahl)
Op de kermis heb je attracties als een reuzenrad en een draaimolen, maar ook een dame die slangen bezweert, een dame met een baard, een waarzegster, een hagedissenman, een striptease met eventueel wat extra's en nog een aantal zaken. Ze trekken rond via een vast circuit langs de dorpen en stadjes, om de mensen een aantal dagen te vermaken (en geld uit de zak te kloppen) voor ze verder trekken.

De kermis wordt gerund door Samson, die zijn bevelen krijgt van de geheimzinnige Management, die nooit zijn trailer uitkomt en blijkbaar kennis heeft die niemand anders heeft. Want er is nog een tweede verhaallijn, dat van de predikant broeder Justin die in Californië de vele immigranten uit Oklahoma probeert te helpen, iets dat hem door zijn nette gemeente niet in dank wordt afgenomen.

Langzaam blijkt dat Ben en Broeder Justin met elkaar verbonden zijn en elk een rol te spelen in de strijd tussen Licht en Duisternis, Goed en Kwaad, die elke generatie moet worden uitgevochten. En langzaam komt de Kermis in de buurt van broeder Justin en zullen Ben en Justin tegenover elkaar staan.
Het Kermisterrein
Carnivàle is geen gemakkelijke serie om in te komen, je moet je echt even door de eerste aflevering heen worstelen, omdat de gebeurtenissen daar en de flashbacks naar een eerdere strijd tussen Goed en Kwaad je nog heel weinig zeggen.
Maar als je dat even voor lief neemt en accepteert dat je sommige dingen later wel duidelijk(er) zullen worden, heb je een prachtige serie die je helemaal meeneemt en niet meer loslaat!

Wat zo mooi is dat namelijk niet bepaald helemaal zwart-zit is wie van de twee (Ben en Justin) bij het Goede en wie bij het Kwaad hoort. Pas langzamerhand vallen bepaalde zaken op en zie je duidelijk wie aan welke kant staat.

De aankleding van de jaren '30 is absoluut perfect, alles klopt en de sfeer van bijvoorbeeld de kermis wordt fantastisch goed neergezet.
Alle gekke kostgangers van de Kermis bij elkaar.
De mythologie is rijk en complex en origineel. Je krijgt het gevoel dat overal wel een aanwijzing in verwerkt kan zitten en opeens zie je verbanden en lijntjes die je eerst niet zag.
Wat dat betreft lijkt het een beetje op Twin Peaks, dat ook allerlei extra dimensies toevoegde en je regelmatig op het verkeerde been zette. Ik heb dan ook ergens de kwalificatie gelezen dat Carnivàle voor mensen is die Twin Peaks iets te simpel vonden!

Ondertussen zijn er ook nog meer dan genoeg andere verhaallijnen, om het afwisselend en interessant en vooral heel erg leuk te houden!

Geweldige acteurs doen mee, zo speelt Michael J. Anderson Samson en ik ben van hem gaan houden! Hij is de perfecte bode tussen de aardse kermis en Management.

Maar Nick Stahl als Ben en Clancy Brown als Justin zijn ook bijzonder goed en verder spelen mensen mee als John Savage, Patrick Bauchau, Amy Madigan, Adrienne Barbeau en Debra Christofferson. Niet bepaald de minsten!
Michael J. Anderson als Samson
Heel jammer is dat er maar twee seizoenen zijn van elk twaalf afleveringen. De makers hadden het plan voor zes seizoenen met drie verhalen die elk over twee seizoenen zouden worden verteld. Het eerste 'hoofdstuk' is dus wel afgerond, maar omdat men dacht dat er nog seizoenen achteraan zouden komen, zijn er ook losse eindjes en nieuwe vragen die een mooie opmaat voor een nieuw seizoen hadden moeten vormen.

Laat dit je echter niet weerhouden, Carnivàle is voor mij één van de beste series ooit gemaakt en ik vind het alleen jammer dat ik pas zo laat achter ben gekomen. Maar gelukkig heb ik de serie nu en kan ik zo vaak terugkijken als ik wil.

maandag 15 oktober 2018

Foon, Marente de Moor

Nadja en Lev wonen in de Russische bossen. Sinds de fabriek dicht is, is het dorp verlaten en zij zijn de enigen die over zijn gebleven. Ze zijn zoologen en toen ze bij elkaar kwamen was Lev professor en Nadja zijn studente, er is dan ook sprake van een flink leeftijdsverschil. Ze hadden een onderzoeksstation in de bossen en op een gegeven moment met Europese subsidie zelfs een opvang voor verweesde beertjes.

Maar die tijden zijn voorbij. Nu zijn ze beiden oud en Lev lijdt een beginnende dementie. Hun kinderen zijn weggetrokken en alles wat overblijft zijn de dieren en de eindeloze bossen en het verlaten dorp. De elektriciteit doet het nog net, maar de waterdruk wordt alsmaar minder en volgens de officiële statistieken is het aantal inwoners nul, dus hoop op verbetering van de situatie is er niet.

Met moeite komen Lev en Nadja rond, hun zoon komt voorraad uit de stad brengen, maar verder is er bijna geen contact met de buitenwereld. De enige die soms langskomt is de Pope die niet helemaal is wie hij zegt te zijn en op een gegeven moment twee politieagenten. De enige die Nadja niet in de steek laat is de machinist van de voorbijrijdende trein, die ze elke avond hoort en waarmee ze de dag afsluit.

En dan is daar natuurlijk het verschrikkelijke, knarsende geluid dat ze regelmatig horen. Is de regering met een geheim project bezig, is het de aankondiging van het Einde der Tijden of is het een natuurlijk verschijnsel?

Het geluid is er en omlijst hun leven, maar maakt er geen deel van uit. Net zoals Nadja en Lev eigenlijk geen deel meer uitmaken van het gewone leven. Ze staan buiten de maatschappij en hebben bijna geen menselijke contacten meer. Je zou kunnen zeggen dat ze dichter bij de dieren staan, dan bij hun medemensen. Als zoologen vonden ze in ieder geval de dieren altijd al interessanter dan de andere mensen.

Het enige dat ze nu nog hebben is een soort overlevingsinstinct om door te gaan met leven en natuurlijk hebben ze hun herinneringen. Maar het probleem is dat herinneringen tweeledig zijn. Je kunt de fijne dingen herinneren, maar af en toe glipt er ook iets tussendoor dat je liever wilde vergeten en probeer dat dan maar weer weg te stoppen.
Nadja doet haar best om niet te denken aan dat ene jaar waarin alles mis ging, maar de herinneringen zijn hardnekkig en blijven komen.

Ik had eerder van Marente de Moor twee andere boeken gelezen, één vond ik niet leuk genoeg om uit te lezen, de andere was wel mooi, maar dit nieuwe boek overtrof mijn verwachtingen.

Maar wat maakt Foon zo mooi? Ten eerste is daar voor mij de setting. Als het zich afspeelt in Rusland, vind ik het al snel interessant! Marente de Moor heeft acht jaar in Rusland gewoond en weet met allerlei veelzeggende maar subtiele details een zeer Russisch beeld te geven.

Ten tweede is het taalgebruik heel mooi. De natuurbeschrijvingen, maar ook de vergelijking zijn origineel en vaak poëtisch te noemen.

Ik ben niet bang van deze bomen, ik ken ze goed. Sommige staan hier al sinds ik hier woon zonder een centimeter gegroeid te zijn. Wat weten wij nu helemaal van deze wezens? Onder hun voeten wemelt duizenden malen meer leven dan erboven. Hun solitaire gelijkmoedigheid is maar schijn, onder die bast worden wilde plannen gesmeed.

Prachtig vind ik ook de subtiele manieren waarop de verbanden worden gelegd tussen eenzaamheid, het contact tussen mensen onderling en tussen mensen en dieren. Een mens heeft andere mensen nodig om te kunnen bestaan en als dat contact wegvalt, heeft dat gevolgen. Want wat blijft er nog van je over als al het menselijke wegvalt?

En tot slot vind ik het heel mooi hoe het nooit helemaal duidelijk is wat er aan de hand is, als lezer mag je heel veel zelf invullen.

Je hebt de neiging als lezer om de verteller te vertrouwen en dat deed ik in het begin hier ook. We zien de gebeurtenissen van nu en vroeger door de ogen van Nadja en wat ze vertelt klinkt allemaal heel plausibel. Maar langzamerhand ga je twijfelen, wat is er werkelijk waar, klopt het wat zij zegt en wat is er nu gebeurd in dat ene jaar dat Nadja het liefst zou vergeten?

Veel wordt duidelijk, maar zeker niet alles en dat is knap opgezet en uitgewerkt. Ik vond dit een verrassend en mooi boek.

Uitgegeven in 2018 door uitgeverij Querido
Bladzijdes: 319

vrijdag 12 oktober 2018

NDSM-eiland

Vroeger was het NDSM eiland (Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij) de grootste scheepswerf ter wereld. Helaas gingen de scheepsbouwers in de jaren '80 failliet. Tegenwoordig is de industriele achtergrond een geweldige plek voor festivals, culturele initiatieven en horeca. Er gebeurt van alles op het NDSM eiland en dat is de zien.

Slechts tien minuten met het pontje vanaf Amsterdam Centraal en dan sta je op deze hot-spot.

Ik moest hier vorige week zijn en keek mijn ogen uit. Helaas had ik een afspraak en kon ik niet naar hartelust rondkijken, want veel liever dan een bijscholing waar ik naar toe moest, wilde ik hier rondzwerven met mijn fototoestel.  Ik moest me tevreden stellen met wat snelle foto's op de telefoon, maar ik weet dat ik hier binnenkort terugkom om in alle rust rond te lopen en te genieten van dit unieke stukje Amsterdam.





woensdag 10 oktober 2018

Anna Karenina, Lev Tolstoi deel IV

Deel IV is één van de kortste delen in Anna Karenina en het leest bijzonder vlot. Dat komt omdat er veel gebeurt in beide relaties, die tussen Ljovin en Kitty en tussen Anna en Vronski, en er  eindelijk schot in komt.

Prachtig wordt het diner bij Stiva en Dolly voor ons tot leven geroepen, waarbij Ljovin is uitgenodigd en waar hij Kitty weer ontmoet. Beiden beseffen dat ze nog altijd van elkaar houden en na wat ingewikkelde onderonsjes worden ze het eens.

Tolstoi heeft de vreugde tussen hen beiden bijzonder goed weergegeven. Ik voelde mee in de gespannen verwachting van Ljovin die veel te vroeg aankomt bij het huis van de Sjerbatski's om om Kitty's hand te vragen omdat hij zijn ongeduld niet kan bedwingen en nog twee keer terug moet komen voordat iedereen wakker is.

Wat me ook deed glimlachen was de algehele roze bril waarmee Ljovin de wereld weer bekijkt. Kennissen, winkeliers en mensen die hij daarvoor niet erg sympathiek vond, komen hem nu allemaal geweldig vriendelijk en leuk over. Hij is bereid om iedereen aardig te vinden, charmant en met de beste bedoelingen, alleen omdat Kitty van hem houdt.

De verhouding tussen Vronski en Anna blijft vreemd. Vronski is en blijft een oppervlakkige jongeman en ik zie werkelijk niet in wat Anna in hem ziet. Aan de andere kant kan ze ook niet echt terug en de verhouding met Vronski verbreken, want ze heeft al teveel op het spel gezet. Dan zou ze moeten toegeven dat het allemaal niets om het lijf heeft.

Dat Karenin haar na de dramatische bijna sterfbed-scene heeft vergeven, valt niet in goede aarde, want dit past niet in Anna's beeld van Karenin. Ze wil een hekel aan hem hebben en daarom moet hij zich vreselijk gedragen. Dat hij haar vergeeft en met haar door wil gaan en zelfs liefdevol is naar het pasgeboren dochtertje, stuit haar tegen de borst en daarom krijgt ze een steeds grotere hekel aan hem.

Een breuk is onvermijdelijk en hoewel de officiële scheiding niet komt, vertrekken Vronski en Anna samen naar het buitenland. Anna laat hiermee wel haar reputatie en haar zoontje achter in Rusland en het is maar de vraag of ze daar op de lange termijn mee om kan gaan. En of de liefde van Vronski daar tegenop gewassen zal zijn.

Er zijn geen grootste natuurbeschrijvingen of lofzangen op het platteland deze keer, alle actie speelt zich af in de stad. Er gebeurt veel en de relaties komen in een stroomversnelling. Het leest dan ook heel prettig en je vraagt je constant af hoe het verder zal gaan. Geen lange, filosofische verhandelingen ook, het geklets op het diner is meer komisch dan langdradig en dat is ook wel even een fijne afwisseling.

Ik ben nu iets over de helft en heb iets minder dan 500 pagina's nog te gaan, maar doorlezen is beslist geen straf!

Ik sla 20 oktober over, maar zal mijn gecombineerde bespreking van deel V en VI op 30 oktober plaatsen.

Mijn besprekingen van de vorige delen zijn hier te vinden:
Deel I HIER
Deel II en Deel III HIER

maandag 8 oktober 2018

De paradox van geluk, Aminatta Forna

Op het eerste oog lijken ze niet bij elkaar te passen, maar in de grote stad Londen komen ze elkaar een aantal keren bij toeval tegen. 

Atilla, een psychiater uit Ghana en gespecialiseerd in oorlogstrauma’s en Jean, een Amerikaanse die in Londen is om de stadsvossen te onderzoeken.

Atilla heeft een druk programma in Londen; een conferentie, zorgen voor een oude liefde, en passant een zaak als getuige deskundige aannemen en zoeken naar het zoontje van zijn nicht. 

Hij houdt van eten en muziek en danst in zijn hotelkamer de rumba en de samba en al met al denk je dat hij zijn zaken goed voor elkaar heeft. Maar ook Atilla heeft zijn verdriet en verlies en moet hiermee in het reine zien te komen.

Jean heeft haar huwelijk en volwassen zoon in Amerika achtergelaten en moet accepteren dat zij allang niet meer de belangrijkste persoon voor haar zoon is. Maar als Jean eerlijk is, geeft ze toe dat voor haar de coyotes thuis en nu de vossen eigenlijk altijd een groot deel van haar aandacht hebben gekregen. 

Nu woont ze in Londen waar ze daktuinen ontwerpt om rond te komen en ondertussen probeert ze de vossen in kaart te brengen die Londen als hun leefgebied hebben.

Jean en Atilla botsen tegen elkaar op op de Waterloo bridge, en in de ontmoetingen daarna helpt Jean met zoeken naar het kleine jongetje dat familie is van Atilla. Een voorzichtige vriendschap bloeit op en dan blijkt dat ze toch een aantal zaken gemeenschappelijk hebben. 

Beiden zijn zwervers die niet gehecht zijn aan een thuisbasis, en beiden hebben het vermogen om over hun eigen hekje heen te kijken. De mening van andere mensen is voor hen niet zo belangrijk en daarom conformeren ze zich niet zo snel aan de meute, de grote massa waar de meeste mensen maar al te graag bij willen horen.

Tegelijkertijd is de eenheid en de gemeenschapszin van alle mensen die van ver komen hartverwarmend in de vanzelfsprekendheid waarin de immigranten uit Ghana, Sierra Leone, Nigeria en Kenia Atilla en Jean te hulp schieten. Iedereen is los van zijn wortels, maar wat hen bindt is vriendelijkheid, medeleven en menselijkheid.

Aminatta Forna is een formidabele schrijfster van wie ik al eerder onder andere Fantoomliefde las, dat diepe indruk op me maakte. Dat speelde zich af in het door burgeroorlog getroffen Sierra Leone en ging over de gevolgen voor de gewone burgerbevolking en dat komt hier ook hier weer een beetje terug.  

In onze huidige maatschappij doen we alsof geluk de maat van alles is en alsof we ook allemaal recht hebben op dat geluk. Verdriet, woede, rouw en verlies zijn zaken die zo snel mogelijk moeten worden weggewerkt.

Net zoals mensen niet willen accepteren dat we niet heer en meester zijn in ons leefgebied en dat wilde dieren hier ook hun plek hebben gevonden. We begrijpen ze niet en zijn er bang voor en vinden dat die dieren maar weg moeten, waarbij we niet willen begrijpen dat als de coyotes en de vossen zich zo hebben aangepast dat ze in de stad kunnen overleven, zij hier ook thuis horen. 

Het is angstwekkend om te zien hoe de publieke opinie zich kan richten op iets en al snel een paar kreten overneemt omdat het toevallig goed in ons straatje past. Gelukkig is het ook zo dat de meute snel wordt afgeleid en zich binnen een paar dagen alweer met iets anders bezig houdt.

Maar net zoals de vossen opduiken in onze voortuinen of de parkeerplaatsen, worden we af en toe ook geconfronteerd met de emoties die we niet altijd meer begrijpen. Normale gevoelens als woede en verdriet na een trauma of verlies zijn nu een psychiatrische categorie geworden en niet meer een normaal onderdeel van de verwerking zoals vroeger.

De paradox van geluk is opnieuw een bijzondere roman van een geweldige schrijfster. Ik vind het prachtig hoe zij lagen door elkaar weeft en je door flashbacks in het leven van Jean en Atilla laat zien hoe zij de mensen zijn geworden die ze nu zijn.

De paradox van geluk is goed geschreven en zit uitstekend in elkaar. Het is diepzinnig zonder pretentieus te zijn, een liefdesverhaal zonder zoetsappig te zijn, grappig zonder kluchtig te zijn en vooral een verhaal over het leven, menselijk contact, onze relatie met onze omgeving, wilde dieren bovenal vriendschap en liefde.

Want in grote delen van de wereld weet men dat je verlies en ongeluk moet accepteren en dat dit de enige manier is om gelukkig te zijn. Zoals Atilla in zijn speech zegt, trauma is lijden en dat leidt tot verandering, maar dat is niet altijd gelijk aan beschadiging. De paradox van geluk is dat je eerst verdriet moet kennen en accepteren voordat je gelukkig kunt zijn.  

Originele titel: Happiness (2018)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Nieuw Amsterdam
Nederlandse vertaling Aleid van Eekelen-Benders en Mariella Duindam
Bladzijdes: 411

vrijdag 5 oktober 2018

Laatste Impressionisten in het Singer museum

René-Xavier Prinet, Aan de kust van het Kanaal 
In het Singer museum in Laren is op dit moment de mooie tentoonstelling Laatste Impressionisten te zien.

Na de successen van Manet, Monet, Degas en Renoir was het duidelijk, het Impressionisme was een kunststroming om rekening mee te houden.

De nieuwe generatie kunstenaars keek vol bewondering naar deze helden en wilden in hun voetstappen volgen. Zij wilden ook getrouw naar de werkelijkheid schilderen en niet de eisen van de Salon volgen.

Drie kunststudenten, Edmond Aman-Jean, Ernest Laurent en Georges Seurat waren vrienden op de academie, maar wilden losbreken uit de traditie.

Samen met een aantal andere kunstenaars werd na 1889 een nieuwe Salon opgericht, waarbij de leden bij toebeurt in de jury zaten. Deze Salon de la Société Nationale des Beaux-arts zou de komende decennia belangrijk blijven.
Er waren niet alleen schilders, maar ook beeldhouwers (oa Rodin) en schrijvers lid en de leden vormden een vrij hechte groep.

De schilders hadden verschillende technieken en waren niet alleen beïnvloed door het Impressionisme, maar ook door het symbolisme dat een grote stroming werd in Parijs. Er werden portretten geschilderd, huiselijke tafereeltjes en 'kleine' scenes. Daarom werden ze ook vaak Intimisten genoemd.
Ernest Laurent, De familie Paul Jamot aan de thee in Bièvres 1911
Pas in de jaren '20, toen de Avant Garde steeds meer voet aan de grond kreeg, viel het doek voor de Intimisten. Hun werk was opeens niet baanbrekend meer, maar romantisch en zoetsappig. Pas de laatste jaren zie je weer de waardering voor deze groep toenemen.

Anna en William Singer hebben een aantal werken uit deze stroming gekocht, want William Singer kende verscheidene schilders goed en was met hen bevriend.
Henri Le Sidaner, Place de la Concorde 1909
In deze tentoonstelling zijn de schilderijen te zien die afkomstig zijn uit de eigen collectie van het Singer musem, maar er zijn ook werken in bruikleen van verschillende Franse musea.
René-Xavier Prinet, Het strand bij Couburg 1910
Het Singer museum is echt één van mijn favoriete musea in Nederland en elke keer als ik hier ben, word ik bijzonder blij van de prachtige tentoonstellingen die ze weten te organiseren. Laatste Impressionisten is geen uitzondering, ik heb genoten.

maandag 1 oktober 2018

Summertime, all the cats are bored, Philippe Georget

Perpignan in Zuid Frankrijk, dicht bij de Spaanse grens. Hier woont en werkt inspecteur Gilles Sebag. Zijn carrière als politieman heeft even op een laag pitje gestaan omdat hij vaderschapsverlof opnam na de geboorte van zijn dochter, en dat werd hem door de hogere regionen niet in dank afgenomen. 

Dit geeft ook meteen aan wat voor soort politieman Sebag is, hij is goed en heeft veel inzicht, maar hij heeft ook een normaal functionerend leven naast zijn baan. 

Hoewel, het lijkt erop dat zijn vrouw Claire na 20 jaar huwelijk een affaire heeft en hier maakt hij zich zorgen over. Wil hij het zeker weten of niet, en kan hij het zijn vrouw kwalijk nemen als het wel zo is?

Ondertussen is er een verschrikkelijke zaak die de volle aandacht van het team vraagt, een jonge Nederlandse toeriste is vermist, waarschijnlijk ontvoert. De kranten leggen al snel de link met de moord op een Nederlandse een stuk verderop én met een mislukte poging tot ontvoering, ook van een Nederlandse toeriste.

Is er iemand die het gemunt heeft op jonge Nederlandse vrouwen? De losgeldbrieven met verwijzingen naar het Nederlandse koloniale verleden lijken daarop te wijzen, maar al snel blijkt dat er iemand een spel speelt met de politie en dat die Gilles Sebag heeft uitgekozen als contactpersoon. 

Een race tegen de klok begint om alle draden te ontwarren en het spel uit te spelen, want er is een leven mee gemoeid.

Ik zag dit boek staan en viel meteen voor de titel, zoals jullie waarschijnlijk wel begrijpen. Er is een vervolg dat in het Engels is vertaald als; Autumn all the cats come home, en die ligt hier natuurlijk ook al. Het derde boek in de serie, Winter crimes, heeft helaas geen kat in de titel (zou misschien ook te gek worden), maar houdt wel de seizoenen aan. Ik vermoed dat er minstens vier boeken in de serie verschijnen!

Deze boeken zijn uitgegeven door Europa Editions in de World noir series. Een serie met misdaadboeken uit heel Europa en zeker een serie om in de gaten te houden.

Ik ben erg gecharmeerd van Summertime, all the cats are bored. De luie sfeer aan de Middellandse zee in Augustus wordt goed getroffen, waar iedereen op vakantie is en de warmte een lome deken over alles heen legt.

Het politieteam wordt ook goed neergezet, met de onderlinge sfeer, de opschepper uit Parijs die wel even zal laten zien hoe het moet en de samenwerking tussen de vrienden Sebag en Molina. Ik vond op de een of andere manier ook Maigret een beetje terug komen in de manier van werken, maar dat kan ook gewoon komen omdat het beide over de Franse politie gaat.

Tegelijkertijd snap ik ook dat het in de serie Noir wordt uitgegeven, ergens zijn er ook vage vlagen van Philip Marlowe te herkennen en is er een zekere tijdloosheid in het verhaal. In heel veel opzichten is het een modern verhaal met mobiele telefoons en modern gedrag, aan de andere kant heeft het een beetje een ouderwetse sfeer. Dan komt toch die hint naar Maigret weer terug.

Er is een goede balans in het verhaal tussen politiewerk en de thuissituatie van Giles Sebag met zijn vrouw en puberende kinderen. Hij is geen politieman die niet in staat is om een normaal leven te leiden, maar het is ook niet zo dat het huiselijke gebeuren de overhand neemt en vervelend gezeur wordt.

De zaak was interessant genoeg om te blijven lezen en gelukkig waren er geen gruwelijke beschrijvingen of veel geweld, maar er waren voldoende twists om de spanning erin te houden.

Enige minpunt; ik vond dat het Nederlandse gedeelte iets minder goed uit de verf kwam, iets meer aandacht voor details had dit sterker gemaakt. De Nederlandse achternamen klopten niet goed (Braun en Verbrucke) en het ontvoerde meisje denkt bijvoorbeeld heel algemeen terug aan haar woonplaats, zonder dat genoemd werd welke stad dit is. En dat alle drie Nederlandse vrouwen zonder bh lopen en zonder problemen hun kleren uittrekken is misschien ook iets teveel van het goede! (maar misschien is dit een verwijzing naar de femme fatales die we kennen uit andere noir-boeken en films :-) )

Dat terzijde, is er dus heel veel te genieten en ik kijk nu al uit naar deel 2 in deze serie. Ik wil meer lezen over de zaken van inspecteur Gilles Sebag en ik wil weten hoe het verder gaat met hem en Claire. Ik hoop tenminste dat hier in de komende delen meer duidelijkheid in komt. 

Kortom, Summertime, all the cats are bored is een heerlijke thriller en een geweldig boek voor de vakantie, met een paar uur gegarandeerd leesplezier.

Originele Franse title: L’été tous les chats s’ennuient (2009)
Helaas geen Nederlandse vertaling beschikbaar

zondag 30 september 2018

Anna Karenina, Lev Tolstoj, deel II en III

Ik heb 20 oktober even overgeslagen en daarom bespreek ik hier mijn indrukken van deel II en III samen. Let op, ik heb misschien spoilers voor de mensen die het verhaal niet kennen (zijn die er? Vast wel).

De drie verhaallijnen worden verder uitgewerkt. We leren Anna kennen in het wereldje van Sint Petersburg, en de verschillende coterieën waar ze toe behoort.

Als je de boeken van Louis Couperus kent, is deze wereld van verschillende groepjes waar je visites aflegt en contacten onderhoudt, je niet vreemd. Al is Den Haag natuurlijk een provinciestad vergeleken met Sint Petersburg!

Anna en Vronski
Vronski is ook naar Sint Petersburg gekomen en slaat zelfs promoties af om maar bij Anna in de buurt te kunnen blijven.

In de kringen waar zij verkeren is er met een buitenechtelijke verhouding niks mis, zolang alle betrokkenen beseffen dat het om een pleziertje gaat en er verder niets mee gemoeid is. De verhouding tussen Vronski en Anna gaat echter heel wat verder en er is sprake van een grote passie. En dan wordt het pijnlijk en gênant gevonden door de beau monde.

De vraag komt bij mij boven waarom Anna en Vronski zoveel van elkaar houden, ze lijken weinig gemeenschappelijks te hebben. Is het alleen gebaseerd op uiterlijkheden? Anna is heel mooi en Vronsi is knap en charmant, maar is er nog méér tussen hen? Vronski lijkt vooral vrij oppervlakkig te zijn en heeft weinig innerlijke diepgang. Anna heeft dat misschien meer, maar begrijpen zij elkaar wel en houdt een liefde stand die alleen gestoeld lijkt te zijn op aantrekkingskracht en lust?

Anna’s echtgenoot, Karenin, is een stijve man, die zijn jongere vrouw niet goed begrijpt. Hij weet dat er gesproken wordt over haar en Vronski en keurt dit af, maar zolang er niets in de openbaarheid komt, wil hij haar niets verwijten.

Na de spannende steeplechase waarbij Vronski een ernstige val maakt, is er echter niets meer te verbergen. Anna’s geschokte reactie laat duidelijk merken hoe diep haar gevoelens gaan voor de man die niet haar echtgenoot is, en Karenin kan nu niets anders dan haar de wacht aanzeggen. Maar de verhouding kan niet zomaar worden stop gezet, zoals zal blijken.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik wel begrijp dat Anna niet zo heel dol is op haar echtgenoot die wat stijf en ouwelijk is, maar de grote afkeer die ze lijkt te voelen, is ook overdreven. Ja, Karenin is pedant en heeft afgepaste gewoontes en reacties en is daarmee heel anders dan de flamboyante Vronski met zijn romantische waas van avontuur en militaire uniformen, maar Karenin is geen slechte man en hij heeft Anna nooit slecht behandeld. Op dit moment in het verhaal voel ik begrip voor Karenin.

Kitty en Ljovin
Ondertussen gaat Kitty naar het buitenland om te kuren en te genezen van de teleurstelling die ze heeft moeten verwerken. Ze leert in het Duitse kuuroord andere Russen kennen en leert ook dat het leven misschien om meer draait dan alleen bals en schone schijn. Ze ziet van dichtbij hoe zorgen voor een ander met een opgewekt gemoed veel voldoening kan schenken. Dit is een ervaring die het jonge fladderaartje wat serieuzer kan maken. Dat gedweep tussen de meisjes onderling is dan wel weer heel 19e eeuws!

Ljovin likt zijn wonden op zijn landgoed, waar hij geniet van het werken tussen de boeren. Zijn oudere broer de schrijver komt bij hem logeren en samen voeren ze lange gesprekken over het leven en de Russische maatschappij. Ljovin is heel praktisch en ziet met eigen ogen hoe het leven op het platteland is, terwijl zijn broer verheven idealen koestert en weinig oogt heeft voor de werkelijkheid.

Je ziet steeds weer de tegenstelling tussen stad en platteland, tussen onecht en echt. Als Ljovin op bezoek gaat bij Dolly en ziet hoe zij geforceerd met haar kinderen omgaat en ze verplicht om Frans tegen haar te spreken, bedenkt hij dat dit een goede verhouding tussen ouders en kinderen niet ten goede komt. Hij neemt zich voor om dat zelf anders te doen met zijn eigen kinderen.

Heel menselijk vond ik ook dat Ljovin blij is als hij hoort dat Kitty ziek is geworden nadat Vronski haar heeft laten zitten. Een soort lekker puh, dat we ons allemaal goed kunnen voorstellen. Later beseft Ljovin dat hij zijn verbitterdheid moet laten gaan omdat hij gewoon nog van Kitty houdt, maar het is logisch dat dit niet van het één op het andere moment gaat.

Ik merk dat ik sommige stukken heel mooi vind, zoals de natuurbeschrijvingen, die ik heel Russisch vindt. De meeste Russische schrijvers lijken enorm veel van hun land te houden en bezitten de gave om het zo te beschrijven dat je de berkenbossen vóór je ziet en de zachte lentewind op je gezicht voelt.

Er zijn ook stukken waar ik wat minder geduld mee heb, zoals met het gezever tussen Vronski en zijn vriend die generaal is, en de ontmoetingen die Ljovin heeft met verschillende boeren en ik geef eerlijk toe dat ik die stukken wat sneller lees.

Hoe gaat het verder? Kan Ljovin zijn landgoed hervormen ondanks de stupiditeit van de meeste van zijn boeren? En welke beslissing nemen Vronski en Anna? We lezen verder met deel IV.

Mijn volgende stukje komt op 10 oktober.

Mijn bespreking van deel I HIER

vrijdag 28 september 2018

Vijf op vrijdag: 5x Romeinse trappen

Als je op reis gaat en foto's neemt, zie je thuis als je de foto's bekijkt opeens een thema opduiken. Dan blijkt dat je heel veel deurkloppers hebt gefotografeerd, of wasgoed aan de lijn, of vissersboten. In mijn geval kwam ik terug uit Rome en kwam ik tot de ontdekking dat ik blijkbaar trappen interessant vond.

Daarom vandaag vijf trappen in Rome. (en slechts één is van de Spaanse trappen!)




maandag 24 september 2018

Eva slaapt, Francesca Melandri

De geschiedenis van Zuid-Tirol zal bij de meeste mensen niet zo heel bekend zijn, niet in de laatste plaats bij de Italianen zelf. 

Na de Eerste Wereldoorlog werd Zuid-Tirol van Oostenrijk afgenomen en werd het deel van Italië. Aan de inwoners werd niets gevraagd, zij hadden het maar te accepteren, zoals op dat moment ook in andere gebieden in Europa opeens een andere nationaliteit gold.

Toen Mussolini aan de macht kwam, moest Zuid Tirol verplicht veritaliaansen. Voortaan was Duits spreken verboden en de plaatsnamen werden omgedoopt; de hoofdstad Bozen werd Bolzano en de streek werd voortaan Alto Aldige genoemd.

Na het bondgenootschap met Hitler, kregen de bergbewoners de kans om te vertrekken naar het Duitse rijk, of in Italië te blijven. Sommige vertrokken uit overtuiging, anderen gingen uit angst en voor de achterblijvers waren de motieven ook niet altijd eenduidig. Na de oorlog kwamen de wegtrekkers weer terug en nooit werd er uitgesproken waarom iemand was weggegaan of wat er tijdens de oorlog was gebeurd.

Ondertussen was de verhouding met Italië steeds slechter geworden. Alto Adige had het recht gekregen om weer Duits te spreken en te onderwijzen, maar het gevolg was dat veel inwoners geen woord Italiaans spraken en zich tegenover de overheid niet verstaanbaar konden maken.        

De inwoners van de dalen waren niet in staat om over de rand van de berg heen te kijken en hielden zich krampachtig vast aan oude gewoontes en gebruiken. Ze weigerden in te zien dat de Italiaanse staat iedereen met dezelfde onverschilligheid behandelde en bleven zich achtergesteld en gediscrimineerd voelen.

In de periode van de jaren zestig en vroege jaren zeventig mondde dit zelfs uit in terreur, er werden bommen geplaatst en aanslagen gepleegd. De Italiaanse staat reageerde fel en stuurde soldaten en carabinieri naar Alto Adige om het geweld te onderdrukken, wat alleen maar meer geweld opleverde.

Het is tegen deze achtergrond dat Francesca Melandri haar debuutroman Eva slaapt situeert.

Eva komt uit een familie die flinke wortels in Zuid Tirol heeft. Haar grootvader Herman liep achter de nazi’s aan en haar oom Peter is betrokken bij de terreurgroepen. Haar moeder Gerda is een bijzondere vrouw, die het presteert om zich op te werken als chef-kok in het hotel waar ze als zestienjarige is komen te werken en die het redt ondanks het feit dat ze een ongehuwde moeder is.

Gerda ontmoet Vito, een Carabinieri uit Calabrië, iemand die haar gelukkig maakt en die een vader kan en wil zijn voor de kleine Eva. Maar de situatie op dat moment zorgt ervoor dat ze niet samen verder kunnen. Zijn familie weigert het te accepteren en volgens de regels zou hij niet langer bij de Carabinieri kunnen blijven.

Gerda en Vito gaan uit elkaar, en Eva ziet Vito pas jaren later terug. Dat is namelijk de andere verhaallijn, de treinreis die Eva maakt van Alto Adige naar Calabrië om Vito op te zoeken. Er is een reden dat schrijvers twee verhaallijnen afwisselen, als het goed gedaan wordt, werkt het namelijk uitstekend. En dat is hier ook het geval.

Altijd met nuance, altijd met mededogen en begrip wekt Francesca Melandri haar hoofdpersonen tot leven. En tegelijkertijd weet ze een bijzonder stuk (politieke) geschiedenis in haar verhaal te verwerken en laat ze zien dat beslissingen die door politici aan de schrijftafels worden genomen invloed hebben op de gewone mensen.

Mooi wordt ook duidelijk dat mensen zich nu eenmaal verbonden voelen met hun geschiedenis en hun taal en dat dit heel sterk kan leven in een regio, zoals we overal in Europa zien. Dat gezegd hebbende, heb ik niet zo heel veel sympathie gekregen voor deze bekrompen bergbewoners die net zo afgesloten lijken te zijn als hun dalen.  

Mijn enige bezwaar tegen dit boek is dat het einde wat minder goed uitgewerkt is, ik had hier graag iets meer uitdieping gezien. Maar dat is een klein punt in een verder uitstekend geschreven en zeer interessant boek over een niet zo heel bekend stukje geschiedenis van Italië.

Originele Italiaanse titel: Eva dorme (2009)
Nederlandse uitgave 2011 door uitgeverij Cossee
Nederlandse vertaling A. Habers
Bladzijdes: 373

vrijdag 21 september 2018

Caravaggio in Rome, deel II

Naast de Caravaggio's die in Rome in de kerken hangen, zijn er verschillende werken te bewonderen in een aantal musea in Rome. Ik heb deze keer de Vaticaanse musea en de Galleria Borghese niet gezien, maar wel de vier andere musea waarin in totaal negen schilderijen van Caravaggio te vinden zijn.

Hieronder mijn (verre van volledige) overzicht.

Capitolijnse musea
De Capitolijnse musea hebben een schitterende collectie, maar in dit geval ging ik eigenlijk alleen maar voor deze twee schilderijen. Ook de moeite waard!

De waarzegster (1594)
Dit is een van de vroege schilderijen van Caravaggio, maar hierin laat hij al een paar dingen zien die hem zo anders maakten dan de andere schilders. Hij schilderde echte mensen en gebruikte modellen van de straat, en maakte geen verheven idealistisch tafereel. Hier zie je een jongeman wiens hand wordt gelezen door een zigeunerin. Maar terwijl hij helemaal in haar ban is, rolt zij zijn ring.
Er is nog een tweede versie van dit schilderij in het Louvre.

Johannes de Doper (1602)
Johannes de Doper was een belangrijke figuur in de Bijbel. Hij was degene die in de woestijn zat en zich voedde met sprinkhanen en wilde honing, en hij is degene die Jezus, zijn neef, heeft gedoopt. In de kunst wordt hij meestal afgeschilderd als een baby die met baby Jezus speelt (terwijl Maria en Elizabeth toekijken), of als als volwassene terwijl hij Jezus doopt.

In dit geval heeft Caravaggio ervoor gekozen om Johannes af te beelden als een jongeman, zonder de gebruikelijke parafernalia die Johannes de Doper meestal bij zich heeft.
Het bleek een populair thema te zijn, want er zijn meerdere kopieën gemaakt, door andere schilders, maar ook door Caravaggio zelf. Toch bleek de manier van afbeelden niet helemaal overeen te komen met de ideeen die de kerk had over hoe Johannes de Doper gezien moest worden en het leverde Caravaggio dan ook geen kerkelijke opdrachten op.

Deze versie van Johannes de Doper werd gemaakt in opdracht van een goede vriend van Caravaggio, de edelman Ciriaco Mattei, die bekend stond als een kunstverzamelaar.

Galleria Doria Pamphilj
Dit is een schitterend museum, maar ik zal binnenkort een bespreking geven over het museum zelf.  Nu dus alleen de drie Caravaggio's van de collectie.

Boetvaardige Maria Magdalena (1597)
Maria Magdalena was een geliefd onderwerp in de kunst en ook Caravaggio heeft haar geschilderd, waarschijnlijk in opdracht van Pietro Vittrice, de kamerheer van paus Gregorius XIII. Later is het in de handen gekomen van de familie Doria Pamphilj.

Bijzonder is dat Caravaggio Maria Magdalena hier heeft afgebeeld in moderne kleding, als een hedendaagse Romeinse courtisane. Ze zit in een houding die doet denken aan een Pièta, als Maria haar dode zoon in haar armen houdt en naast haar staat het flesje olie waarmee Jezus is gezalfd en liggen de juwelen neergeworpen alsof ze geen waarde meer hebben.

Caravaggio's Maria Magdalena brengt haar nadrukkelijk naar zijn hedendaagse tijd om de toeschouwer te laten invoelen dat er een directe verbinding is tussen heden en verleden.

Rustpauze op de weg naar Egypte (1597)
Caravaggio gebruikte wel onderwerpen en thema's die bekend en populair waren, maar hij gaf er altijd een eigen draai aan en schilderde ze altijd op een originele manier. Ook bij dit onderwerp kiest hij een nieuwe invalshoek. De vlucht van Maria en Jozef naar Egypte werd vaak afgebeeld, maar in dit geval voegt Caravaggio er een engel aan toe die hen verpoost met vioolspel. De oude Jozef kijkt in stille verwondering naar de Engel, terwijl hij de bladmuziek voor hem ophoudt.

Caravaggio heeft hier geen muziek bedacht, maar heeft hier een bestaand muziekstuk van de Vlaamse componist Noel Bauldeweyn, weergegeven, een motet Quam pulchra es, (hoe mooi ben jij), dat is opgedragen aan Maria. Er worden in het Palazzo Doria Pamphilj soms concerten georganiseerd waarop dit muziekstuk gespeeld wordt.

Waarschijnlijk is dit schilderij gemaakt in opdracht van kardinaal Francesco Maria del Monte, die lange tijd als Caravaggio's beschermheer heeft gefungeerd.
Leuk en pikant is dat het heel waarschijnlijk is, hoewel dus beslist niet zeker, dat het model voor Maria hetzelfde meisje is dat in het vorige schilderij Maria Magdalena uitbeeldde.

Johannes de Doper (1602)
Dit is een kopie, gemaakt door Caravaggio van zijn eerdere schilderij van Johannes de Doper.

Palazzo Barberini
Het Palazzo Barberini is één van mijn favoriete musea en ik verwijs jullie graag naar een bespreking van dit museum en het Palazzo Corsini die ik al eerder eens heb geschreven (HIER te vinden).

In dit artikel dus alleen de Caravaggio's die in deze twee musea hangen. In het Palazzo Barberini hangen er drie, in het Palazzo Corsini hangt er één.

Judith onthooft Holofernus ( 1598)
Het boek Judith maakt deel uit van de Deutercanonieke boeken. Hierin staat het verhaal van het jonge Joodse meisje Judith, die haar volk redde door de Syrische generaal Holofernus te verleiden en daarna te onthoofden. Het is door meerdere kunstenaars gebruikt, want het is een heel dramatisch verhaal en daarmee bij uitstek geschikt om door Caravaggio geschilderd te worden.

Hij heeft waarschijnlijk zijn eigen getuigenis van de onthoofding van Beatrice Cenci enkele jaren eerder gebruikt om het zo realistisch mogelijk te maken.

Het model dat Judith uitbeeldt, is vaker te zien op de schilderijen van Caravaggio, zij was de courtisane Fillide Melandroni en zij moet absoluut beeldschoon geweest zijn.
Je ziet heel goed op haar gezicht de afschuw die Judith gevoeld moet hebben bij haar verschrikkelijke taak, iets dat dit schilderij bijzonder indrukwekkend en huiveringwekkend maakt.

Dit werk is blijkbaar enkele jaren verdwenen geweest, maar maakt sinds 1950 deel uit van de collectie in het Palazzo Barberini.

Narcissus (1599)
Het schijnt dat Caravaggio maar enkele keren een thema gebruikte uit de klassieke oudheid, en dit is er één van. Hij schildert hier Narcissus, die verliefd op zijn eigen spiegelbeeld, zichzelf niet los kan rukken van de vijver waarin hij zichzelf weerspiegeld ziet.

Sint Franciscus in gebed (1602?)
Franciscus was één van de populairste heiligen van de Middeleeuwen en ook in de eeuwen erna bleef hij overminderd in de belangstelling staan. Caravaggio schildert de heilige hier in alle soberheid en armoede. Geen stigmata om de heiligheid aan te geven, wel een gescheurde en kapotte pij.

De exacte datum van dit werk kan bijna niet vastgesteld worden, aangezien er ook andere versies zijn die misschien wel of niet van Caravaggio zijn. In een rechtszaak uit 1603 verklaart de schilder Orazio Gentileschi echter dat hij Caravaggio een pij heeft uitgeleend als accessoire en het lijkt om deze pij te gaan. Daarmee is het schilderij mogelijk iets eerder gemaakt dan 1603.

Het schilderij hing in de San Pietro kerk in Carpineto Romano in Rome, maar hangt nu in het Palazzo Barberini.

Palazzo Corsini
Johannes de Doper (1604)
Opnieuw een versie van Johannes de Doper, opnieuw zonder alle parafernalia die Johannes de Doper altijd bij zich heeft. Bijzonder is dat het geen afbeelding is van een geïdealiseerde jongeman, maar iemand die overduidelijk de bruine handen en armen en de bleke torso heeft van iemand die veel buiten werkt. Een levensecht figuur dus, iemand waarmee de gewone mensen zich konden identificeren, zoals dat bij Caravaggio eigenlijk altijd het geval is.

Ik denk dat deze schilderijen laten zien dat Caravaggio één van de grootste schilders ooit was. Hij gebruikte weliswaar populaire en bekende onderwerpen, maar gaf hier altijd zijn eigen originele draai aan en schilderde op zijn eigen manier die je tot op de dag van vandaag, vierhonderd jaar na dato, nog altijd raakt.

Ikzelf heb een voorkeur voor zijn religieuze onderwerpen en mijn favorieten zijn de schilderijen van Sint Franciscus, Judith die Holofernus onthoofdt en Maria Magdalena. Caravaggio maakt dat ik helemaal stil en ontroerd voor een schilderij kan staan. En in een zaal vol werken, vallen die van hem altijd op door hun kracht.

Heel bijzonder vind ik het om zoveel mooie werken in werkelijkheid gezien te mogen hebben en wat een heerlijk idee dat er nog een aantal musea over zijn waar ik nog niet ben geweest!

maandag 17 september 2018

Archipel van de hond, Philippe Claudel

In de Middellandse zee ligt een archipel van kleine, bijna onherbergzame eilanden. Van bovenaf lijkt het op een hond, vandaar de naam.

Het leven op de eilanden is hard, net zoals het vulkanische gesteente waar ze uit bestaan. De huizen in de vulkanische rots zijn tot werelderfgoed verklaard, waardoor het niet mogelijk is om ze aan te passen en geriefelijker te maken, om van moderne gemakken als antennes voor televisie en computers maar te zwijgen.

Er woont een handjevol vissers, en verder is er een Burgemeester, een Dokter, een Pastoor en een Onderwijzer en daarmee zijn de gezagsdragers vertegenwoordigd.

De Pastoor is grotendeels van zijn geloof gevallen en bekommert zich vooral om zijn bijen. Zijn preek tijdens de Mis is een combinatie van mededelingen, herinneringen aan zijn tijd op het seminarie en verhalen over zijn bijenkasten.

De Dokter heeft ook niet zoveel te doen. De meeste vissers zijn gewend om kleine dingen gewoon zelf op te lossen en voor de grote zaken heeft de Dokter maar heel beperkte behandelmogelijkheden.

De Burgemeester maakt zich vooral druk om een groot bedrijf dat op het eiland een Thermen wil bouwen, voor mensen die baat hebben (of menen te hebben) bij de geneeskrachtige dampen van de vulkaan. Dit project zou werkgelegenheid naar het eiland brengen en een nieuwe toekomst. Want iedereen weet eigenlijk wel dat het een aflopende zaak is op het eiland en dat men zich wanhopig aan de rotsen vastklampt om niet te verdrinken.

En dan is er nog de Onderwijzer, die het handjevol kinderen les geeft. Zijn grote probleem is dat hij niet van het eiland komt, en dus altijd de buitenstaander is. Iemand die je nooit helemaal kunt vertrouwen.

Op een ochtend wordt er een verschrikkelijke ontdekking gedaan. Aan het strand zijn drie lijken aangespoeld. Geen vissers van het eiland, geen bekenden waar je om moet rouwen en waar je medelijden met de familie moet hebben.

Drie onbekenden zijn aangespoeld, drie zwarte mannen uit Afrika, die de overtocht hebben gewaagd in wrakke boten en daarvoor met hun leven hebben betaald.

Om het Consortium dat de Thermen wil bouwen niet af te schrikken en daarmee de toekomst van het eiland in gevaar te brengen, wordt het besluit genomen om de drie lichamen te laten verdwijnen in één van de diepe putten in de bergen. Op die manier weet niemand iets en kan iedere betrokkene doen alsof er niets gebeurd is.

Maar de Onderwijzer kan het niet loslaten. Hij wil weten waar de mannen in het water terecht zijn gekomen en met welke stroming ze daar aan land zijn gekomen. Precies het gedrag dat je van een stomme buitenstaander kunt verwachten. Iemand die geen loyaliteit kent en niet weet wat er nu wel en niet belangrijk is. De andere samenzweerders zien het met lede ogen aan en wachten gespannen af hoe ver de Onderwijzer zal gaan.

De bevindingen van de Onderwijzer en de komst van een Commissaris zetten gebeurtenissen in gang die niemand meer kan stoppen, maar waarbij duidelijk is dat het eiland verdoemd is.

Het is geen wonder dat Philippe Claudel één van mijn favoriete schrijvers is. De manier waarop hij mensen en hun motieven weet neer te zetten is zo ontzettend mooi. Ook in dit boek laat hij de situaties zien en hoe de mensen erop reageren. En hoewel ze zichzelf vertellen dat ze handelen uit nobele motieven, weten wij dat er lafheid en angst onder zit. En dat weten ze natuurlijk zelf ook.

Maar het slechtste weten van de mensen wil nog niet zeggen dat je hen veroordeelt, want ergens begrijp je het ook wel weer. Het is menselijk gedrag. Weliswaar gedrag op zijn slechtst, maar menselijk desalniettemin.

Om in zo'n kleine gemeenschap te kunnen overleven, waar het leven hard en ongewis is, moeten de rangen gesloten zijn en zijn er sociale mores waar je je aan moet houden. Dan is loyaliteit aan de eigen groep het belangrijkste. Het is gemakkelijker iets slechts te geloven van mensen die er toch al niet bij hoorden, dan toe te geven dat iemand uit je eigen gelederen een misdadiger is. Het is beter je af te keren van de vreemde, dan van je naaste die op jou lijkt.

Vreemdelingen die inbreuk maken op het gewone leven spelen een belangrijke rol. Het zijn aangespoelde vreemdelingen waar toch niemand om geeft en waar het dus niet nodig is om ze als mensen te zien.

Maar het is ook de vreemdeling die er niet bij hoort en als enige het aandurft om vragen te stellen en op eigen houtje iets te ondernemen. En dan krijg je de meute die wordt opgehitst en daarna de onvoorziene gevolgen die niet onverwacht waren. Philippe Claudel legt het allemaal bloot en laat zien hoe de gebeurtenissen in elkaar grijpen en hoe het een volgt op het andere.

Archipel van de hond is opnieuw een prachtige roman van Philippe Claudel, die de mens genadeloos weergeeft en je vragen laat stellen bij je eigen motieven. Daarbij legt hij het er niet dicht bovenop, maar blijft er veel onbenoemd. Dat de personen in dit geheel vooral bij hun bijnamen genoemd worden, maakt hen bijna tot archetypen die op ons allemaal kunnen slaan.
Een bijzonder boek.

Originele Franse titel: L'Archipel du Chien (2018)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij de Bezige Bij
Nederlandse vertaling door Manik Sarkar
Bladzijdes: 237

vrijdag 14 september 2018

Vooruitblik tentoonstellingen herfst en winter 2018-2019

De herfst en de winter komen er weer aan en daarmee de regen, de wind en de kou. Maar niemand hoeft te treuren want de musea in Nederland hebben hun best gedaan om in de komende maanden een ongelofelijke hoeveelheid diverse tentoonstellingen samen te stellen. Voor elk wat wils en je hoeft geen moment te vervelen!

De laatste Impressionisten in het Singer museum in Laren
Met de laatste Impressionisten wordt in Frankrijk de laatste grote stroming bedoeld die haar inspiratie uit de natuur haalde. Het zijn de zogenaamde Intimisten die een tafereel schilderden met een beetje een roze bril. Mooi, maar met de hint dat er nog iets achter zit.

Een aantal van de kunstenaars die bij deze groep hoorden, kwamen bijeen in de kunstenaarsvereniging Société Nouvelle de Peintres et de Sculpteurs, die van 1900 tot 1915 bestond. Een keer per jaar werd er een tentoonstelling gehouden, die over het algemeen goede kritieken ontving. In Laren zijn de komende maanden de werken te zien van deze laatste Impressionisten, waaronder Gastn la Touche, Emile Claus en Henri Martin.
René-Xavier Pinet
4 september 2018- 2 december 2018
Meer informatie HIER

Pure Rubens in het Boymans van Beuningen museum in Rotterdam
Peter Paul Rubens maakte voorstudies voor zijn schilderijen door het maken van schetsen in olieverf. Dit is een ongebruikelijke keuze, maar de waardering voor deze schetsen werd steeds groter, ze worden beschouwd als kunstwerken op zich. 

Het Prado in Madrid en het Boymans van Beuningen hebben elk een grote en unieke collectie van olieverf schetsen van Rubens en voor deze tentoonstelling zijn die samengebracht, samen met werken uit andere musea uit de wereld. In de tentoonstelling zijn zo’n 65 schetsen te zien, die een schitterend overzicht geven van het oeuvre van Rubens.
Rubens
8 september 2018-13 januari 2019
Meer informatie HIER

Giacometti-Chadwick, facing fear in De fundatie in Zwolle
Alberto Giacometti en Lynn Chadwick zijn twee van de belangrijkste beeldhouwers van de 20e eeuw. Waar Giacometti de mens terugbrengt tot de uiterste essentie, is het kenmerk van Lynn Chadwick’s sculpturen hoekigheid. Beiden geven uiting aan de nieuwe manier van kijken naar de mens en de maatschappij in de jaren ’50, die gekenmerkt werden door de angst voor de atoomoorlog.

In deze tentoonstelling wordt met 150 werken de verbindingen getoond die tussen het werk van deze twee kunstenaars bestaat.
Lynn Chadwick
21 september 2018- 6 januari 2019
Meer informatie HIER

Gaugain en Laval op Martinique in het van Gogh museum in Amsterdam
Gaugain en Laval trokken samen naar Martinique, in de hoop op dit eiland iets te vinden wat ze in Parijs niet konden vinden. In deze tropische omgeving schilderden ze bijzondere schilderijen vol warmte en kleur. In deze tentoonstelling zijn voor het eerst niet alleen hun werken samengebracht, maar zijn ook de voorstudies te zien.
Paul Gaugain
5 oktober 2018-13 januari 2019
Meer informatie

Leonardo da Vinci in het Teylers museum in Haarlem
Het Teylers museum heeft al eerder grote Renaissancekunstenaars in het zonnetje gezet, maar nu komt dan eindelijk de meest veelzijdige aan de beurt: Leonardo da Vinci. Zo’n twee jaar is men bezig geweest om verschillende musea in instellingen in de wereld over te halen om werken in bruikleen te geven en nu is het dan eindelijk gelukt. 

Niet alleen 30 tekeningen van Leonardo da Vinci zelf komen naar Haarlem, maar ook nog 30 van zijn tijdgenoten. Een prachtige tentoonstelling die als eerste aandacht geeft aan het feit dat het in 2019 500 jaar geleden is dat Leonardo da Vinci is overleden.

5 oktober 2018- 6 januari 2019
Meer informatie HIER

Relieken in het Catharijneconvent in Utrecht
Relieken zijn overblijfselen waar bijzondere krachten aan toegekend worden. Relieken kunnen religieus zijn, vooral binnen de Katholieke kerk zijn relieken bekend, maar ook in andere religies zoals de Islam of het Boeddhisme komen relieken voor. Tegelijkertijd kunnen overblijfselen van popidolen of andere grootheden verheven worden tot relieken.

In deze tentoonstelling zijn verschillende relieken te zien, maar wordt ook gekeken naar de mensen die erin geloofden, welke ideeën erachter zitten en wat het belang van relieken is. Kortom, alle aspecten van relieken komen aan bod.

12 oktober 2018-3 februari 2019
Meer informatie HIER

Jan Sluijters de wilde jaren in het Noordbrabants museum in Den Bosch
De in Brabant geboren Jan Sluijters zat in zijn jonge jaren in Parijs (welke kunstenaar niet?), waar hij interesse had voor alle kunststromingen die daar toen ontstonden of bezig waren. Deze invloeden zorgden ervoor dat hij een veelzijdig en invloedrijk kunstenaar werd, die veel heeft betekend voor de kunst in Nederland.

In deze tentoonstelling wordt niet alleen beeld gegeven van Jan Sluijters zelf, maar wordt hij ook geplaatst in de context van zijn tijdgenoten zoals Leo van Gestel of Kees van Dongen.


17 november 2018- 7 april 2019
Meer informatie HIER

Rembrandt en Saskia in het Fries museum in Leeuwarden
Deze tentoonstelling gaat over Rembrandt van Rijn die in 1634 met de Friese Saskia trouwt. Niet alleen wordt er aandacht besteed aan Rembrandt zelf en de tekeningen waarvoor Saskia poseerde, maar het huwelijk wordt ook in het grotere geheel van de Gouden Eeuw gezet. Er is aandacht voor de bezoeken van het echtpaar aan Friesland en het trieste leven dat Saskia had, van haar vier kinderen overleefde er maar één en zelf overleed ze toen ze pas dertig jaar oud was.

24 november 2018-17 maart 2019
Meer informatie HIER

David Lynch in het Bonnefantenmuseum in Maastricht
David Lynch kennen de meesten van ons waarschijnlijk vooral als filmmaker, vooral Twin Peaks is dan het eerste waar je aan denkt. Maar David Lynch is ook een kunstenaar en was zelfs beeldend kunstenaar voor hij aan filmen begon.

In Maastricht is er een zeer diverse overzichtstentoonstelling te zien met zowel schilderijen, sculpturen, installaties en vroege films van deze bijzondere Amerikaanse kunstenaar.
David Lynch aan het werk
30 november 2018-24 april 2019
Meer informatie HIER

En plein air, 100 jaar buiten schilderen in het Singer museum in Laren
Eeuwenlang konden schilders niet buiten schilderen, maar in de 19e eeuw veranderde dit, vooral door de komst van verf in tubes. Schilders trokken massaal naar buiten om de landschappen te schilderen waar ze op dat moment waren.

De  School van Barbizon was de eerste stroming hierin, met schilders als Daubigny en Millet, maar ook de Nederlandse schilders trokken naar buiten, zoals Anton Mauve en Jozef Israels.
De tentoonstelling die al deze prachtige landschappen laat zien is samengesteld met werken uit de eigen collectie van het Singer museum.
Claude Monet
11 december 2018-14 april 2019
Meer informatie: HIER

Nubie, het land van de zwarte farao’s in het Drents museum in Assen
Een bijzondere samenwerking in Drenthe, namelijk met het Museum of Fine arts in Boston dat zo’n 300 objecten van hun Nubische collectie uitleent aan het Drents museum voor deze tentoonstelling. De tentoonstelling gaat over de Nubische heersers die zelfs Egypte hebben geregeerd.

De collectie bestaat uit voorwerpen uit de periode 2400 voor Christus tot 350 na Christus, uit het gebied van Zuid Egypte en het huidige Soedan. Bijzonder vooral zijn de vondsten uit het graf van koning Taharqo en het geeft een mooi beeld van deze niet zo heel bekende beschaving.

16 december 2018-5 mei 2019
Meer informatie HIER

Utrecht, Caravaggio en Europa in het Centraal museum in Utrecht
Het zal niemand verbazen dat dit de tentoonstelling is waar ik het meest naar uitkijk! Niet alleen komen er allerlei tijdgenoten en volgelingen van Caravaggio aan bod, de Vaticaanse musea lenen zelfs een topstuk uit aan het Centraal museum. De graflegging van Caravaggio komt voor de eerste vier weken van de tentoonstelling naar Utrecht, heel bijzonder aangezien dit de eerste keer is dat dit werk in Nederland te zien is.

Verder zullen er werken te zien zijn van de vele schilders die naar Rome gingen om te schilderen in de stijl van Caravaggio, zoals bijvoorbeeld Gerard van Honthorst, zodat we goed kunnen zien in hoeverre Caravaggio hen beinvloedde of hoe ze juist hun eigen achtergrond erin brachten. Zo’n zestig werken uit verschillende musea en kerken uit de hele wereld zijn hier bijeengebracht.
Caravaggio
16 december 2018-24 maart 2019                      
Meer informatie HIER
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...