woensdag 18 juli 2018

The race to save the Romanovs, Helen Rappaport

Er zijn honderden boeken en artikelen geschreven over de Russische Revolutie en het trieste lot van de Keizerlijke Familie van Rusland in 1918. Grote vragen daarbij zijn of de revolutie voorkomen had kunnen worden, of hadden Nicolaas en zijn gezin nog gered kunnen worden.

Het is knap als je een boek weet te schrijven waar daadwerkelijk nieuwe informatie naar voren komt en daarmee ook nieuwe inzichten worden gegeven.

Nicolaas II regeerde autocratisch, zoals zijn vader en de meesten van zijn voorouders dat ook hadden gedaan. Zijn grootvader, de hervormingsgezinde Alexander II , was door revolutionairen vermoord, en daarmee was ook elke kans op hervormingen vanuit de tsaar verkeken.

In Europa waren de meeste vorsten aan elkaar verwant, of door koningin Victoria of via het Deense koningshuis en veel koningen kenden elkaar.

De meeste vorsten hadden eind 19e en begin 20e eeuw echter wel begrepen dat je als koning je troon eigenlijk alleen kon behouden als je niet al te gek deed en luisterde naar je volk. Ruimte voor autocratie was er niet meer en dat dit in Rusland nog wel bestond, met bijbehorende censuur en onderdrukking van tegengeluiden, werd gezien als iets dat wel mis moest gaan. 

Koning Haakon van Noorwegen, die zelf alleen koning in Noorwegen wilde worden nadat het volk in een referendum voor was, gaf Nicolaas goed advies op dit gebied, maar dit werd niet opgevolgd.

Had Nicolaas een andere echtgenote gehad, dan was het misschien ook anders gelopen. Alexandra was echter snobistisch en hooghartig en wist het Russische volk niet voor zich te winnen. Bovendien hamerde zij er constant op dat Nicolaas niet moest vergeten dat hij Tsaar aller Russen was en dat men hem gewoon moest gehoorzamen. Als Nicolaas al een hervorming had gewild, had Alexandra hem dat meteen uit zijn hoofd gepraat.

Het feit dat zij van Duitse afkomst was, werd haar ook nagedragen, zeker toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, hoewel ze altijd heel duidelijk had aangegeven geen enkele sympathie voor keizer Wilhelm II te koesteren.

Tsaar Nicolaas II en Koning George V
Nadat de tsaar in februari 1917 afstand had gedaan van de troon, was er sprake van dat de Keizerlijke familie misschien in ballingschap naar Engeland zou kunnen gaan. Dit is echter nooit gebeurd. Hier lagen voornamelijk politieke problemen aan ten grondslag. 

De Engelse regering wilde niet dat de nieuwe Russische regering zich zou terugtrekken uit de oorlog en wilde niets doen om hun bondgenoot van zich te vervreemden. Koning George V was bovendien doodsbang dat de publieke opinie in Engeland, die fel anti-Russisch was, zich tegen hem en zijn eigen familie zou keren.

De enige vorst die echt probeerde om iets te doen voor Nicolaas en zijn familie was koning Alfonso XIII van Spanje. Hij was vanaf het begin bezorgd en informeerde naar hun welzijn en heeft onderhandeld met de Bolsjewieken om de vrijheid van de Romanovs. Hij betoonde zich hiermee een echte vriend van Nicolaas, terwijl zij slechts in de verte verwant waren en zij elkaar nooit hebben ontmoet.

Binnen Rusland lag het ook politiek gevoelig, zo had de Voorlopige regering bepaald geen controle over het hele land en probeerde bijvoorbeeld de Sovjet van Sint Petersburg de controle te krijgen, zo ook over de Romanovs. Ook in andere delen van het land waren er groepen Bolsjewieken en Sovjets uit verschillende steden die een stuk radicaler waren dan de Voorlopige regering, terwijl tegenstanders zich ook groepeerden. Rusland was in burgeroorlog en zat behoorlijk met de Romanovs in haar maag.

Er zijn heel veel mythes, roddels en sterke verhalen in omloop over de situatie toen de Romanovs gevangen zaten. Verslagen spreken elkaar tegen, veel betrokkenen zijn dood, maar er zijn inderdaad een aantal reddingspogingen bedacht, de een kansrijker dan de andere. Maar uiteindelijk speelden allerlei factoren een rol waarom het nooit geprobeerd is, en waarom de Keizerlijke Familie in die nacht van 17 juli haar gruwelijke lot tegemoet ging.
Tsaar Nicolaas II in gevangenschap
Helen Rappaport heeft verschillende boeken al geschreven over de Romanovs en is goed thuis in deze materie. Zij heeft voor dit boek nieuw materiaal ontdekt en weet zo obscure stukjes geschiedenis te verduidelijken of een nieuwe invalshoek te geven bij oude en bekende gegevens.

The race to save the Romanovs is ontzettend goed geschreven en bijzonder interessant, juist door die nieuwe informatie en de focus op de periode tussen de troonsafstand en de moord.
De rol van koning George V van Engeland wordt onder de loep genomen en de invloed die keizer Wilhelm II van Duitsland had op de loop van de geschiedenis.

De trieste conclusie is dat er eigenlijk maar één echt moment is geweest waarop de Romanovs hadden kunnen ontsnappen, namelijk net nadat tsaar Nicolaas afstand had gedaan van de troon. In die eerste chaotische dagen was de bewaking nog niet op orde en had de familie in veiligheid kunnen komen. Helaas waren op dat moment de kinderen doodziek met de mazelen, waardoor dit nooit is overwogen. 

En daarmee wordt heel duidelijk dat er een heleboel factoren zijn, sommige heel triviaal, die de loop van de geschiedenis en het lot van een familie volkomen kunnen veranderen.

Uitgegeven in 2018
Nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar

dinsdag 17 juli 2018

In memoriam: De Keizerlijke Familie

Vandaag is het 100 jaar geleden dat de Keizerlijke Familie van Rusland, Tsaar Nicolaas II en zijn gezin, werden vermoord in Jekatarinaburg door de Bolsjewieken.

vrijdag 13 juli 2018

Experimenteren met de nieuwe camera

Sinds enkele weken heb ik een nieuwe camera. Ik vind fotograferen steeds leuker worden en hoewel ik op zich heel tevreden was met mijn compactcamera (Canon SX600 HS) en hier mooie foto's mee heb gemaakt, merkte ik zo langzamerhand ook een beetje de beperkingen.

Na lang overdenken en vergelijken ben ik op een systeemcamera uitgekomen. Dat is een toestel dat tussen een compactcamera en een digitale spiegelreflex camera inzit. Je hebt wel meer mogelijkheden dan met een compactcamera en de mogelijkheid om lenzen te verwisselen, maar de camera is niet zo groot en zwaar als een spiegelreflex.

Het is handig om te bedenken waar je het toestel vooral voor gebruikt. Zo neem ik de camera mee op reis en dan ben ik voornamelijk in een stad of ik fotografeer landschappen, dus ik wil een licht, gemakkelijk te bedienen toestel. Voor mij is het bijvoorbeeld niet interessant of je er goed filmpjes mee kan maken.

Ik ben de camera gaan kopen met collega Y. die er heel veel verstand van heeft (nogmaals bedankt!!) en ben uitgekomen op een Olympus OM-D EM 10 mark III. Het is een leuke camera om te zien, een beetje als een ouderwets fototoestel en dat vind ik grappig. Tegelijkertijd ligt de camera prettig in de hand en is het relatief gemakkelijk om te bedienen.

Er zit een kitlens bij van 14-42mm. Dat is prima om mee te beginnen, ik kan dan later kijken welke andere lenzen ik er nog bij zou willen en daar eerst weer voor gaan sparen.

Zoals jullie begrijpen ben ik lekker aan het uitproberen om zoveel mogelijk functies te ontdekken. Ik begin met de automatische stand en probeer de verschillende mogelijkheden uit. Experimenteren, kijken wat werkt en wat niet werkt. En langzamerhand hoop ik ook de volkomen handmatige stand onder de knie te krijgen, waarin je zelf sluitertijd etc instelt. Maar zover ben ik nog (lang) niet.

Tot nu toe ben ik heel tevreden over de mogelijkheden van de camera en de kwaliteit van de foto's.

Hier een paar voorbeelden.
Heel erg scherp
Prachtige kleuren
 Geinige mogelijkheden
Silvia in zwart-wit

Silvia in water-colour

De schaapskudde van Almere in sepia

De schaapskudde in vintage, als een jaren '70 kiekje
Mislukt experiment, de schapen in watercolour zien er heel vreemd uit! :-) 

maandag 9 juli 2018

De eerste twee Ferrara-romans, Giorgio Bassani

Giorgio Bassani (1916-2000) was een Italiaanse schrijver die vooral bekend is geworden met de boeken die zich afspeelden in het stadje Ferrara, waar Bassani zelf ook opgroeide. Deze serie van zes boeken staan bekend als de Ferrara-romans. Het is geen serie in de zin dat het steeds over dezelfde personen gaat, maar de 'hoofdpersoon' is eigenlijk het stadje Ferrara én de mensen die er wonen in de jaren ’20 en ’30.  

Ik had jaren geleden al één van deze boeken gekregen, maar op de een of andere manier had ik de indruk dat de andere romans niet meer verkrijgbaar waren. Kort geleden zijn ze echter allemaal opnieuw uitgegeven en kon ik, eindelijk en gelukkig, de rest van de boeken ook lezen. (en in de kast zetten, zo ben ik ook wel weer). 

Giorgio Bassani was Joods en kreeg in 1938 te maken met de rassenwetten in Italie. Veel Italiaanse Joden waren niet bezig met hun Joodse afkomst en waren geassimileerd, velen waren zelfs lid van de Fascistische partij toen dat in de beginjaren nog kon.

Maar vanaf 1938 worden ook in Italië de Joden buitengesloten, mochten zij niet meer studeren, niet meer lid zijn van clubs en verenigingen en werd hun rol steeds meer gemarginaliseerd. Giorgio Bassani moest zijn eerste boek onder pseudoniem uitgeven, omdat het anders geweigerd zou zijn.

Deze thematiek van vervreemding en buitenstaander zijn, speelt in de boeken van Bassani een grote rol. 

Dit zijn de eerste twee boeken in de serie.

Binnen de muren
In deze verhalenbundel met 5 korte verhalen, zie je meteen een aantal dingen terugkomen die kenmerkend zijn voor de boeken van Giorgio Bassani.

Het zijn uiteenlopende verhalen over verschillende personen die zich allemaal in andere situaties bevinden. Het gaat bijvoorbeeld over een jonge vrouw die, nadat ze zwanger is geworden, door haar minnaar wordt verlaten en uiteindelijk maar trouwt met een ander, een verhaal gaat over een Joodse man die de Holocaust heeft overleeft en terugkomt, waar de bevolking niet zo heel blij mee is, en een ander verhaal gaat over iemand die een oorlogsmisdaad heeft gezien en eindelijk zijn mond opendoet.

Een scherp oog voor mensen en de manier waarop mensen zich gedragen wordt in alle verhalen duidelijk. De observaties zijn glashelder, de zinnen mooi en afgewogen en de stad Ferrara met alle mensen en de manier waarop zij met elkaar omgaan, komt voor je ogen tot leven.

Oorspronkelijke titel Dentro le mura (1937)
Deze Nederlanders uitgave 2018 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling Jan van der Haar
Bladzijdes: 207

De gouden bril
In Ferrara komt dokter Fadigati wonen. Hij is snel geliefd in het stadje, want hij is een goede arts. Hij trouwt niet, maar op een gegeven moment wordt duidelijk waarom, hij is homoseksueel. 

Dat is een bron van besmuikte opmerkingen en gelach, maar echt lastig wordt het de dokter niet gemaakt. Pas als hij betrokken raakt in het kringetje van studenten die elke dag met de trein naar Bologna gaan en als hij in de zomer een zichtbare verhouding krijgt met één van hen, loopt het helemaal mis.

Het verhaal wordt verteld door een Joodse jongeman, die steeds meer te maken krijgt met uitsluiting. Het gaat eigenlijk gelijk op, zowel de dokter als de jongeman komen steeds meer buiten de samenleving te staan, met alle gevolgen van dien.

Prachtig, subtiel en ontroerend, en opnieuw geschreven in een helder en mooi proza waarin ergens ook de weemoed doorklinkt naar de tijd van vroeger. Een kleine roman, maar een die bewijst dat je niet altijd honderden pagina’s vol hoeft te schrijven om indruk te maken. Een schitterend verhaal. 

Oorspronkelijke titel: Gli occhiali d’oro (1977)
Deze Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Jan van der Haar
Bladzijdes: 104

vrijdag 6 juli 2018

Klassieke schoonheid in de Hermitage

Vanaf 1735 werden er in Herculaneum opgravingen gedaan en vanaf 1748 in Pompei. Deze stadjes hadden de tand des tijds doorstaan door de uitbarsting van de Vesuvius in 79 en al hun schatten werden nu pas ontdekt.

Prachtige beelden en kunstvoorwerpen werden naar boven gehaald en de belangstelling van heel Europa was gewekt.

Kunstenaars vonden hun inspiratie in deze schitterende werken en probeerden deze na te maken, misschien zelfs nog wel mooier dan het klassieke origineel. Perfectie in steen, dat probeert men te bereiken.

De rijken konden natuurlijk niet achter blijven en het werd mode om een 'grand tour' te maken, waarbij men rondreisde in Italië om met eigen ogen de kunstwerken en opgravingen uit de oudheid te bekijken. Soms bleef men maandenlang weg om te genieten van alles wat Napels en Rome te bieden hadden.

En als echte toeristen wilden deze reizigers souvenirs mee naar huis nemen. Schilderijen en prenten van de opgravingen of oude monumenten, of een kleine kopie van een Klassiek beeld.

Onder de 18e eeuwse Italië gangers waren ook groothertog Paul, de latere Tsaar Paul I, en zijn vrouw Maria Fjodorovna. Zij reisden incognito als de graaf en gravin van het Noorden, maar hun belangstelling voor de klassieke oudheid was gewekt en in de jaren erna zou de kunstcollectie in Rusland worden uitgebreid met een aantal schilderijen en natuurlijk een groot aantal beelden. Vooral de beelden van Antonio Canova waren zeer geliefd.
De drie gratiën, Canova
In de Hermitage in Amsterdam is er op dit moment een tentoonstelling te zien die het overzicht geeft van het neoclassicisme in de 18e eeuw. Er zijn schilderijen en prenten te bewonderen van Romeinse bouwwerken en in de grote zaal zijn er een aantal ongelofelijk mooie beelden te zien.

Opvallend zijn de beelden van Canova, die er echt bovenuit springen uitvoering en ontwerp. Verschillende texturen, geplooide stof en absolute perfectie zijn in steen vastgelegd. Het is soms bijna niet te geloven dat het steen is, zo moeiteloos wordt de illusie van wapperende stof gegeven. De witte marmer versterkt het idee van de perfectie alleen maar.
Canova
Classic beauties is geen heel grote tentoonstelling en als ik eerlijk ben is de 18e eeuw bij mij beslist niet favoriet. Toch heb ik hier met plezier rondgelopen omdat het vakmanschap er vanaf spat, maar ook bijvoorbeeld de liefde voor de klassieke oudheid in het algemeen en Italië in het bijzonder. Ik heb uiteindelijk meer van de tentoonstelling genoten dan ik van te voren had gedacht, en dat is altijd leuk.

Classic beauties is nog tot 13 januari 2019 in Amsterdam te bewonderen.

maandag 2 juli 2018

De buitenjongen, Paolo Cognetti

De hoofdpersoon van dit boek, zijn naam leren we niet kennen, heeft een volwassen leven in de grote stad. In zijn jeugd zat hij echter altijd met zijn ouders in de bergen en hij verlangt terug naar deze simpelere manier van leven.

Hij besluit om een jaar lang Milaan vaarwel te zeggen en een hut te huren in de bergen, om hier te kunnen lezen en schrijven. De buitenjongen in hem kan dan even weer de aandacht krijgen die hij verdient, terwijl de stadsjongen even naar de achtergrond verdwijnt.

Hij heeft een eenvoudige hut en maakt lange wandelingen in het bos, terwijl hij ’s avonds leest in de boeken van mensen die de natuur beschreven en ook de eenzaamheid zochten.

Voor kluizenaar is hij echter niet zo heel erg in de wieg gelegd, hij geniet teveel van de herders die langskomen, helpt mee met het binnenhalen van het hooi en krijgt zelfs gezelschap.

Dit boek is een aantal jaren vóór De acht bergen geschreven en het lijkt in veel opzichten wel een soort vingeroefening voor die prachtige roman. De buitenjongen heeft misschien niet helemaal de diepgang die De acht bergen wel had, maar dat wil niet zeggen dat dit geen mooi boek is.

Het is opgezet als een verslag van een jaar in de bergen en daarmee zie je de cyclus van de seizoenen en de werking van de natuur van dichtbij. Zo worden de hazen die eerst gezelschap zijn, later in het jaar geschoten door de jager.

Mooie, stilmakende beschrijvingen van de natuur zijn hier te vinden, over de bossen en de dieren, maar ook over het leven dat verandert, zoals de vervallen berghutten maar al te goed laten zien. 
Hooguit nog een enkele toerist komt hier, maar leven zoals vroeger is niet meer te doen en de mensen zijn weggetrokken.

Het is overduidelijk dat Paolo Cognetti van de bergen houdt, en het knappe is dat hij mij daarin bijna kan overtuigen. Ik houd niet heel erg van bergen, ik wil graag overzicht en prefereer een open en wijds landschap boven een stel bergen. Maar ik betrapte me erop dat ik tijdens het lezen van dit boek af en toe wilde ruilen, ik wilde ook in de bergen zijn. Het is mooi als je zó kunt schrijven.

Originele Italiaanse titel: Il ragazzo selvatico (2013)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Yond Boeke en Patty Krone
Bladzijdes: 154

vrijdag 29 juni 2018

Caravaggio (2007)

Tijdens mijn bezoek aan Napels in mei kwam Caravaggio weer onder mijn aandacht en ik was dan ook erg blij om te ontdekken dat er een Italiaanse film over hem is gemaakt. Natuurlijk is zijn leven vaker verfilmd, maar ik had vooral belangstelling voor de Italiaanse versie uit 2007.

Hierin speelt Alessio Boni (Matteo in La meglio gioventu) de hoofdrol en hij weet Caravaggio heel erg goed te treffen. Niet alleen wat uiterlijk betreft lijkt hij er enorm veel op, ook zijn karakter wordt goed duidelijk.

Caravaggio, de man met het korte lontje die zich maar al te snel in zijn eer aangetast voelde, die kritiek op zijn werk niet kon verdragen en die zichzelf soms erg in de weg zat en mensen die hem steunden tegen zich in het harnas joeg.

Tegelijkertijd iemand die zijn vrienden trouw was, opkwam voor rechtvaardigheid en zich bijvoorbeeld heel erg druk maakte over de onrechtvaardige terechtstelling van Beatrice Cenci.

Iemand die trouw bleef aan zichzelf, tegen de heersende mening in zijn eigen stijl vond en behield. Zo werkte hij met modellen en schilderde hij wat hij zag, ondanks dat in die tijd veel mensen vonden dat kunst iets verhevens moest zijn en je de werkelijkheid mooier moest maken.

Het verhaal begint met een stervende Caravaggio die in 1610 terugkeert naar Rome vanaf Sicilië en flarden van zijn leven overdenkt.

We zien zijn aankomst in Rome en het eerste moeilijke begin daar, hoe hij vriendschap (en soms iets meer)) sloot met met onder andere Mario Minniti en Onorio Longhi, en de steun kreeg van Kardinaal del Monte. Belangrijke momenten zijn de terechtstellingen van Beatrice Cenci en Giordani Bruno, die diepe indruk op Caravaggio maakten.
Zelfportret. Alessio Boni als Caravaggio
Heel belangrijk zijn natuurlijk de verschillende meesterwerken die hij schilderde en hoe die tot stand kwamen. Dit hebben ze in de serie heel bijzonder gedaan doordat de mensen in de serie heel erg veel op de werkelijke schilderijen lijken. De casting is in dat opzicht onovertroffen! Ik vond het prachtig om te zien hoe Caravaggio zijn schilderijen opzette en begrijp nu nog beter wat hij met sommige werken wilde overbrengen.
Caravaggio schildert Jongen met een fruitmand (1593)
Alessio Boni als Caravaggio, Paolo Briguglia als Mario Minniti
Helaas moest Caravaggio Rome ontvluchtten nadat hij iemand had vermoord, kwam via Napels terecht op Malta waar hij een ridder in de Maltezer orde werd, omdat alleen zo het doodsvonnis opgeheven kon worden. Helaas was Caravaggio weinig rust gegund en moest hij verder vluchten naar Sicilië. Rome zou hij echter nooit meer zien, hij overleed op weg terug naar Rome, veel te jong.

Deze film heeft prachtige muziek, mooie kostuums en brengt de 15e eeuw tot leven. Het is echt een feest om naar te kijken. Ik begrijp dat de oorspronkelijke versie zes uur duurde, die teruggebracht zijn tot 130 minuten. Dat is jammer, want ik had met alle liefde zes uur naar deze film gekeken. Ik heb gehuild om het einde, ondanks dat ik wist dat hij natuurlijk dood zou gaan, maar ik zat er helemaal in.

Er is alleen een Italiaanse versie met Engelse ondertiteling verkrijgbaar, maar laat dat niemand tegenhouden. Caravaggio is een heerlijke besteding van je tijd.

maandag 25 juni 2018

A shout in the ruins, Kevin Powers

In 1956 voelt George Seldom zijn einde naderen, hij is drieennegentig, en hij wil terug naar de plaats waar hij is opgegroeid. Hij heeft zijn ouders nooit gekend, maar is opgevoed bij een oude vrouw, in de jaren net na de burgeroorlog. 

Toen hij een jaar of twintig was, trok hij de wereld in zonder afscheid te nemen en zonder om te kijken. Hij heeft tragedie gekend en geluk, verlies en liefde en allerlei narigheid en onrecht dat je als zwarte man in het zuiden kon ervaren. Nu wil hij echter kijken of hij nog iets terug kan vinden van vroeger.

Het andere verhaal in dit boek speelt zich af in de tweede helft van de 19e eeuw. Emily Reid groeit op op de plantage van haar vader en zal uiteindelijk trouwen met Levallois, de eigenaar van een plantage vlakbij. 

Levallois is een manipulatieve man die altijd de zwakke plek zoekt van mensen om hen op die manier te dwingen mee te werken. Als Emily’s vader als soldaat de oorlog ingaat en gewond terugkomt, blijkt dat Levallois in zijn afwezigheid ervoor heeft gezorgd dat hij voortaan in de streek aan de touwtjes trekt en dat de rol van Bob Reid is uitgespeeld.

Emily is niet gelukkig in haar huwelijk, en zal uiteindelijk verschrikkelijk wraak nemen. Maar tegelijkertijd is zij geen willoos slachtoffer, als kind gebruikte ze haar macht al zoals het haar uitkwam en later liet ze zich maar al te graag leiden door Levallois. Ze deinst er niet voor terug om anderen te gebruiken voor haar eigen doeleinden. Je zou kunnen zeggen dat Emily en Levallois elkaar verdienden.

Jammer genoeg blijven deze twee onaangename mensen nooit op zichzelf, maar beïnvloeden ze ook de mensen om zich heen. De slaven Rawls en Nurse hebben eerst weinig hoop om elkaar ooit nog terug te zien als Nurse door haar eigenaar wordt verkocht, maar als Levallois hen beiden heeft gekocht, kennen ze toch enkele gelukkige jaren. Ze dromen ervan om weg te trekken en als ze na de burgeroorlog eenmaal bevrijd zijn, lijkt niets hun vertrek en verdere leven in de weg te staan. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk nooit.

Dit boek speelt zich af in Virginia, in twee verschillende periodes en dit wordt elk hoofdstuk af gewisseld. Nu is dit iets dat schrijvers wel vaker doen, maar het knappe hier is dat elke verhaallijn een ander ritme en een andere snelheid heeft en daarom ook echt anders aanvoelt.

In het verhaal van George voel je de weemoed van een oude man die terugkijkt op zijn leven. Hij voelt verdriet en spijt over de mensen die hij heeft verloren en de foute keuzes die hij heeft gemaakt. 

Hij heeft de wereld zien veranderen, van de jongen die hij kende die de gebroeders Wright hun eerste vlucht zag maken tot de zwarte piloot die hij spreekt in de trein.

In het andere verhaal zit je echter midden in de actie. Je voelt de wanhoop van Rawls die snakt naar bewegingsvrijheid en die vooral zijn Nurse terug wil vinden.

De burgeroorlog en de verschrikkingen van de bezetting van het zuiden, de achteloze wreedheid van de slavernij, de machinaties van slechte mannen en de cyclus van geweld, wraak en vergelding grijpen allemaal in elkaar en vormen een wervelend geheel.

Kevin Powers is erin geslaagd om mensen te creëren die je in je hart raken en soms je hart breken. Niet Emily en Levallois, die elkaar verdienden wat mij betreft, maar George en Lottie en haar man, Spanish Jim en John Talbot en iedereen die niet alleen genoemd wordt, maar ook echt aandacht krijgt. Kevin Powers houdt van zijn personages, dat is duidelijk te merken.

Voor mij sprong ook Edgar Seldom eruit, die te midden van al dat geweld en bloed nog in staat is om een kind te redden en met die goede daad je een beetje vertrouwen in de mensheid teruggeeft.

Ondanks de twee lijnen en de verschillende sferen is er toch een eenheid in dit boek. Het noodlot weeft draden en smeedt mensen aaneen in ontmoetingen en handelingen, acties en reacties, zelfs al beseffen ze dat niet altijd.

Helemaal fijn is dat het einde niet keurig is rondgebreid en afgerond, er zijn losse eindjes en ontmoetingen die nooit hebben plaatsgevonden en vergeving die niet meer gevraagd kan worden. Het noodlot is soms wreed en willekeurig en niet iedereen krijgt wat hij of zij verdient. Maar dat maakt voor mij een boek levensechter en meer de moeite waard dan een boek waarin op het einde alles keurig is rondgebreid.

A shout in the ruins is een prachtig boek waarvan ik erg blij ben dat ik het op Schiphol heb meegenomen, al had ik er eigenlijk geen plek voor in de koffer! Ik was blij te lezen dat Kevin Powers nog een boek heeft geschreven The yellow birds, want van deze man wil ik meer lezen.

Uitgegeven in 2018
Nog geen Nederlandse vertaling

zondag 24 juni 2018

Onderwijs op zondag (8/18)

Onze examenzaal
In het hele land zijn de eindexamenresultaten bekend geworden. Sommige leerlingen zijn geslaagd, anderen gezakt. Sommigen hebben vorige week nog een herexamen gemaakt, om alsnog te slagen of om te her-profileren. Zij krijgen de uitslag eind deze week.

Afgelopen week werd bekend dat de eindexamens van 354 scholieren in Maastricht ongeldig zijn verklaard omdat het PTA niet in orde was en zij nooit examen hadden mogen doen.

Even voor de niet-onderwijs mensen onder ons, het PTA is het Programma van Toetsing en Afsluiting, zeg maar wat vroeger het schoolexamen was.

In de bovenbouw (3-4 VMBO, 4-5 HAVO en 4-5-6 VWO) maken de leerlingen verschillende toetsen, waarvan een aantal meetellen in dit PTA. Elke toets heeft een bepaalde weging en op het einde van je examenjaar heb je voor elk vak 100% PTA.
Het PTA gemiddelde en je cijfer voor het Centraal Schriftelijk Eindexamen vormen samen je eindcijfer.

PTA toetsen zijn officiële examentoetsen en moeten bewaard worden op school, zodat je als docent en als school altijd kunt laten zien waar de examencijfers op gebaseerd zijn.

Het PTA moet van te voren worden vastgelegd voor de jaren waarin de leerling in de bovenbouw zit.
Je mag niet halverwege de stof, het aantal toetsen of de weging aanpassen, zonder goede redenen en zonder dit weer vast te leggen. Vlak voor de eindexamens beginnen, tekenen de docenten voor de PTA-cijfers en de leerlingen moeten ook tekenen. Alles moet dan in orde zijn en daarna kan er niets meer veranderd worden.

Elke leerling krijgt, als het goed is, aan het begin van de bovenbouw een overzicht van alle PTA's van elk vak, zodat ze precies weten welke toets voor hoeveel procent meetelt en welke stof hierin getoetst wordt. Bij ons op school krijgen ze die in een boekje, maar het kan ook digitaal.

Iedereen weet dus in principe wat het PTA inhoudt en wat er getoetst had moeten worden. Dat wil niet zeggen dat leerlingen schuldig zijn aan het debacle in Maastricht. Van leerlingen van 16 of 17 jaar kun je niet verwachten dat zij alles in de gaten houden, zij hebben genoeg andere zaken om zich druk over te maken.

Bovendien is het gewoon niet hun werk om dit in de gaten te houden. Dat is het werk van de docenten en de directie. En daar is ongelofelijk gefaald. Het zal geen kwaadwillendheid zijn geweest, maar een combinatie van onmacht, onverschilligheid, gerommel aan alle kanten en daarom geen overzicht.

Er moet een oplossing komen.
Op dit moment zijn de CSE's afgekeurd, en ik vraag me af waarom. De leerlingen hebben die gemaakt en die zijn volgend de regels gecorrigeerd. Het cijfer dat daar behaald is, moet kloppen.

Het enige dat niet klopt, zijn de eindcijfers, omdat niet alle PTA toetsen gemaakt zijn. Het lijkt mij dus een logischere oplossing om de ontbrekende PTA-onderdelen alsnog te toetsen deze zomer, zodat de cijferlijsten kunnen worden aangepast en de leerlingen een valide diploma hebben en verder kunnen met hun vervolgopleiding.

Mochten de examens wel overnieuw gedaan moeten worden, dan is er in augustus het derde tijdvak, en daar moet ook een heleboel in mogelijk zijn.

Ik ben bijvoorbeeld volkomen bereid om in te springen en te helpen met het op orde brengen van het PTA, of het helpen voorbereiden op een examen in het derde tijdvak. En ik denk dat ik echt niet de enige collega ben.

Ik hoop dat we samen in staat zijn dit op orde te brengen voor die leerlingen, want zij mogen hier niet de dupe van worden.

vrijdag 22 juni 2018

Dit en dat, juni 2018

Drukke weken zo voor het einde van het schooljaar, en er is weer van alles gaande.

Balkon
Ik had een aantal weken terug een dipje en kwam er niet heel gemakkelijk uit. Ik heb zelfs nog overwogen of een 'lentedepressie' ook zou kunnen bestaan.

Om uit die dip te komen heb ik verschillende dingen gedaan en één ervan was wat nieuwe planten voor het balkon kopen. Ik had op Pinterest een afbeelding gezien van een balkon in Parijs met rode geraniums, en ik heb in een opwelling 12 rode geraniums gekocht.

Ik weet niet hoe 'Parijserig' mijn balkon er daardoor uitziet, maar het lijkt in ieder geval heel vrolijk en leuk. Ik werd er gelukkig ook weer wat vrolijker van. Ik vind het eigenlijk geen enkel probleem om achter de geraniums te zitten.

School en nieuwe vooruitzichten
Erg leuk vind ik dat ik afgelopen week definitief heb gehoord dat ik volgend schooljaar één dag op een andere locatie mag werken. Hier heb ik zelf om gevraagd omdat ik al bijna 20 jaar lesgeef en voor mijn gevoel een beetje vastgeroest zit. Op de andere locatie wordt het onderwijs volkomen anders aangepakt. Ik zal dus een heleboel dingen moeten loslaten, moeten leren om niet meteen te denken 'dat kan natuurlijk niet', en volkomen fris naar mijn eigen onderwijs te kijken.
Ik hoop dat dit jaar me de inspiratie geeft om nieuwe wegen in te slaan binnen mijn lessen, om weer inspiratie op te doen en er weer heel veel plezier in te krijgen.

Mocht het uiteindelijk toch niet bij me passen en wil ik daar niet doorgaan, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd en heb ik de moeite genomen om wat nieuws te leren en te doen. En zo'n ervaring is altijd waardevol, wat de uiteindelijke uitkomst ook zal zijn.

Parijs
Ik hoop aan het einde van dit jaar weer naar Parijs te kunnen en als ik ga, neem ik deze geweldige nieuwe reisgids mee. Ik geniet enorm van het blog van fotograaf Ferry van der Vliet (hiernaast in de blogrol te vinden) en de interessante stukken die hij schrijft over niet zo heel bekende stukken van Parijs, met natuurlijk de mooiste foto's erbij.

Ik ken Parijs ondertussen wel een beetje en ik hoef de Eiffeltoren echt niet meer te zien, ik wil de bijzondere straatjes, de onbekende pleintjes, de karakteristieke delen van Parijs waar niet al honderden toeristen rondhobbelen.

Ongewoon Parijs is daarvoor de perfecte gids. Dit boek laat alle bekende dingen links liggen en vertelt je over het onbekende en vooral het ongewone Parijs. Een absolute aanrader voor iedereen die van Parijs houdt of er weer naar toe wil. Dit boek gaat in ieder geval mee de volgende keer dat ik in de Thalys richting Gare du Nord zit!

maandag 18 juni 2018

Klein land, Gaël Faye

‘In Burundi is het net als in Rwanda, weet je. Er zijn drie groepen, etnische bevolkingsgroepen heet dat. De Hutu zijn de grootste groep, ze zijn klein met een dikke neus. […] Je hebt ook de Twa, de pygmeeën. Die slaan we over, ze zijn met zo weinig dat ze niet meetellen. En dan heb je de Tutsi, zoals jullie mama. Daarvan zijn er veel minder dan de Hutu, ze zijn lang en mager met een spitse neus en je weet nooit wat er in hun hoofd omgaat.’ […]

Dus vroeg ik: ‘Is er oorlog tussen de Tutsi en de Hutu omdat ze niet hetzelfde grondgebied hebben?’
‘Nee, dat is het niet, ze hebben hetzelfde land.’
‘Eh, omdat ze niet dezelfde taal hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze spreken dezelfde taal.’
‘Omdat ze niet dezelfde god hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze hebben dezelfde god.’
‘Maar… waarom voeren ze dan oorlog tegen elkaar?’
‘Omdat ze niet dezelfde neus hebben.’

De jonge Gabriel, Gaby woont met zijn familie in Burundi. Zijn vader Michel is een Fransman, zijn moeder Yvonne is een Tutsi uit Rwanda. Papa is een zakenman en de familie heeft het goed. Ze wonen in een goed deel van de stad, omringt door andere expats, met bedienden om voor hen te zorgen.

Gaby geniet van de uitstapjes die de familie maakt, om vrienden in Zaire op te zoeken, of het kattenkwaad dat hij met zijn vrienden uithaalt. Hij heeft een penvriendinnetje in Frankrijk, aan wie hij toevertrouwt dat hij later graag monteur wil worden zodat hij van alles kan maken.

Maar tegelijkertijd weet hij dat niet alles zo mooi is als het lijkt. Het huwelijk van zijn ouders wordt steeds slechter en Michel en Yvonne gaan uiteindelijk uit elkaar. Gaby en zijn zusje Ana blijven bij hun vader wonen.

De bevoorrechte positie waarin zijn familie verkeert terwijl de rest van het land in armoede leeft wordt soms maar al te duidelijk en ook de politieke situatie laat zijn sporen na. Zo heeft zijn moeder heeft haar land destijds moeten ontvluchten en kan ze niet terug.

In Burundi worden er verkiezingen gehouden, maar als de partij wint die niet gesteund wordt door het leger, weet Michel al dat dit waarschijnlijk mis zal gaan. Inderdaad wordt er vervolgens een staatsgreep gepleegd en vlammen zowel in Burundi als in Rwanda de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen op.

In Rwanda, maar ook in Burundi grijpt men de machete en worden oude rekeningen vereffend, terwijl de verschillende politieke partijen strijden om de macht en er alles aan doen om de bevolking op te hitsen.

Gaby weigert in de eerste instantie een kant te kiezen, maar zal uiteindelijk toch een keuze moeten maken waarbij hij dingen ziet die geen kind zou mogen zien en dingen doet die geen mens zou mogen doen.

Gelukkig heeft hij mevrouw Economopoulos die naast hem woont, die hem boeken leent en hem leert genieten van literatuur en hem daarmee een houvast biedt.

De stem van Gaby blijft nog lang naklinken als je dit boek uit hebt. Ik vind namelijk dat Gaël Faye hem bijzonder goed getroffen heeft. Aan de ene kant is Gaby een intelligente en nieuwgierige jongen die een heleboel begrijpt van wat er om hem heen gebeurt en aan de andere kant is hij wel nog maar een jongen van tien.

Hij doet stomme dingen met zijn vrienden en weet zich niet altijd goed te handhaven onder groepsdruk. Tegelijkertijd heeft hij humor in de manier waarop hij zijn omgeving observeert en beschrijft.

De gruwelijkheden die in deze tijd aan de orde van de dag zijn, worden sec verteld, niet met allerlei gruwelijke uitweidingen, maar genoeg om de omvang te beseffen van wat er in de jaren ’90 in Rwanda en Burundi gebeurde en de gevolgen die dit had voor de bevolking.

Ondanks de zwaarte van het onderwerp, is het een licht boek, en dat komt vooral door de hartverwarmende en authentieke hoofdpersoon, maar ook door de mooie zinnen en beschrijvingen.

Klein land is de debuutroman van Gaël Faye, die in Frankrijk en daarbuiten vooral bekend is als hip-hop artiest. Hij is zelf van Frans-Rwandese afkomst en is in de jaren ’90 naar Frankrijk gekomen. Hij heeft eerst economie gestudeerd, maar het werk bij in de financiële wereld beviel hem niet zo goed en toen heeft hij zich toegelegd op muziek maken. Hij woont nu in Kigali, de hoofdstad van Rwanda.

Ik vond Klein land een prachtig boek en ik hoop dat Gaël Faye nog meer gaat schrijven, want als je eerste roman al zo goed is, belooft dat veel voor de toekomst.

Originele Franse titel: Petit pays (2016)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Hollands Diep
Nederlandse vertaling: Liesbeth van Nes
Bladzijdes: 206

vrijdag 15 juni 2018

Santa Chiara in Napels

Santa Chiara met de losstaande klokkentoren,
gezien van het Piazza Gesú
Mooie kloosters en kerken zijn er meer dan genoeg in Napels, maar een heel bijzondere vond ik de Santa Chiara.

Dit kloostercomplex voor de Clarissen werd in de 14 eeuw gebouwd in opdracht van de heersers van Napels: Robert van Anjou en zijn vrouw Sancha van Mallorca. Ze begonnen met bouwen in 1314 en in 1340 was het gebouw voltooid.

De buitenkant ziet er groot en streng uit, maar de binnenkant van de kerk is heel eenvoudig en daardoor rustgevend. Geen twintig soorten marmer voor de arme volgelingen van Clara, maar onversierde muren en vloeren. De nonnen hadden geen eigen koor bij het altaar, maar konden vanachter een muur met uitsparingen erin de Mis volgen.

Natuurlijk zijn er in de loop van de eeuwen dingen veranderd. Het gotische interieur werd meer barok en na de brand van 1943 waarbij een groot deel werd verwoest, moest de kerk weer herbouwd worden.

Binnen in de kerk zijn er verschillende graven van de vorsten van Anjou en de held uit de Tweede Wereldoorlog Salvo d'Acquisto, een lid van de Carabiniere die zichzelf opgaf bij de Nazi's om op die manier te voorkomen dat tweeentwinig burgers als vergelding zouden worden doodgeschoten.
De echte verrassing ligt echter een stukje verder, achter de grote kerk. Hier is namelijk de kloostertuin. Die tuin is aangelegd zoals in de meeste kloosters, met een kloostergang rondom een vierkante tuin.


Wat de tuin van de Santa Chiara zo bijzonder maakt, zijn de verschillende versieringen zoals de fresco's, maar vooral de zuilen en de banken gemaakt van majolica tegels. De motieven zijn zowel bloemen als mooie abstracte decoraties, maar er zijn ook wereldlijke voorstellingen te zien. Deze majolica versieringen zijn in 1742 door de architect Domenico Antonio Vaccaro ontworpen.


De tegels zijn behoorlijk kwetsbaar en op sommige plekken zijn er pogingen gedaan om de tegels een beetje bij elkaar te houden. Maar het is begrijpelijk dat je niet op de majolicabanken mag zitten, nergens mag aankomen en in sommige stukken van de tuin gewoon niet mag komen.

Er is ook een klein museum waarin je de ontwikkelingen van het klooster kunt zien, en je kunt de opgraving bezoeken. Het klooster werd namelijk gebouwd op de restanten van een Romeins badhuis en men is bezig om dit op te graven en te reconstrueren.
De tuin is een oase in de drukke stad en waar op het voorplein de jongens voetballen en er uitbundig gespeeld wordt in het speeltuintje, laat de tuin je helemaal tot rust komen. Ik kan dan ook iedereen aanraden om de Santa Chiara te bezoeken als je naar Napels gaat, ik ben er zelfs gewoon twee keer geweest omdat ik het daar zo mooi vond.
Zicht op de achterkant van de kerk vanuit de tuin 
Toegang voor tuin, museum en opgraving: 6 euro (mei 2018). Toegang tot de kerk is gratis.

maandag 11 juni 2018

Leven met wijsheid, Jim Forest

Enige tijd geleden las ik de autobiografie van Thomas Merton, Louteringsberg (hier), die diepe indruk op me maakte. Thomas Merton vertelt hierin hoe hij er uiteindelijk toe kwam om in te treden in een Trappistenklooster.

Er zijn heel veel geschriften van en over Thomas Merton verschenen, maar tot nu toe was er geen goede Nederlandse vertaling van een biografie over hem. Maar dit is veranderd. 

Leven met wijsheid, een biografie van Thomas Merton is dit jaar eindelijk in het Nederlands vertaald, tien jaar na de oorspronkelijke Amerikaanse uitgave.

Zoals ik al zei was ik onder de indruk van Louteringsberg en ik wilde graag meer weten over de tweede periode in Mertons leven, die als monnik bij de Trappisten.

Twijfel
Ondanks zijn roeping en het vaste geloof dat dit de juiste weg voor hem was, was het leven in het klooster niet gemakkelijk voor Merton. De Trappisten geloofden in boete doen en toen Thomas Merton intrad in 1941, was het leven er zeer sober. 

Het eten was karig, nooit kwam er vlees, vis of eieren op tafel en een maaltijd bestond bijna altijd uit brood, aardappelen en fruit. Verder sliepen de monniken in een grote slaapzaal op stromatrassen en werden de dagen gevuld met zeker acht uur bidden in de kerk en verder met zware lichamelijke arbeid.

Mertons gezondheid was niet heel best en het kostte hem moeite aan dit zware regime te wennen. De stilte beviel hem wel, de Trappisten communiceerden bijna volledig in gebarentaal, maar het dicht op elkaar leven van de monniken vond hij minder prettig. 

De Abdij was namelijk veel te klein voor de hoeveelheid monniken die er woonden en het was woekeren met de ruimte. Bovendien probeerden de monniken met een boerderij de inkomsten van de Abdij aan te vullen, waardoor de dag vaak gevuld was met de herrie van tractoren en andere landbouwmachines.

Vaak dacht hij erover of hij wel op zijn plek zat en bijvoorbeeld niet moest overstappen naar de Kartuizers, waar je echt als kluizenaar kon leven.

Deze worsteling heeft hem jarenlang parten gespeeld en meerdere malen heeft hij op het punt gestaan om te vertrekken. Gelukkig had hij abten die dit begrepen en hem bijvoorbeeld toestemming gaven om op het terrein van de Abdij een ruimte in te richten waar hij zich terug kon trekken en uiteindelijk zelfs een permanente kluis, zodat hij als kluizenaar aan het klooster verbonden was.

De ergste twijfel ondervond Thomas Merton toen hij in 1966 een verpleegster ontmoette en verliefd op haar werd. Lang stond hij in tweestrijd om het klooster te verlaten en met haar te trouwen of trouw te blijven aan zijn geloften. Uiteindelijk koos hij toch voor het kloosterleven, maar hij bleef ervan overtuigd dat liefde het belangrijkste in het leven van een mens is.
 
Thomas Merton (1915-1968)
Verbinding
Ondanks de hang naar stilte, had Thomas Merton ook een publiek leven. Zijn boeken over allerlei geestelijke onderwerpen werden uitgegeven en brachten hem veel roem en lof. Merton was zeer belezen en beperkte zich niet tot religieuze onderwerpen. Hij was ervan overtuigd dat bewapening niet de juiste manier was om de vrede te bewaren, een standpunt dat hem in de Verenigde Staten aan het begin van de Koude Oorlog niet altijd vrienden opleverde.

Zijn boeken over de Vredesbeweging en andere maatschappelijke onderwerpen kwamen vaak niet door de censuur van de Orde. Thomas Merton wist dit te omzeilen door delen in tijdschriften te publiceren of als gestencilde boekjes bij een lokale uitgeverij te laten uitgeven.

Steeds meer kwam Thomas Merton tot de ontdekking dat mededogen het meest belangrijke is. Hij veroordeelde zijn eigen boeken die hij had geschreven toen hij jonger was, waaronder Louteringsberg, omdat hij achteraf vond dat hij te weinig mededogen had getoond.

Merton correspondeerde onder andere met Boris Pasternak, met verschillende filosofen, Islamitische Schriftgeleerden en Boeddhistische monniken.

Hij was een van de eersten in die tijd die een dialoog probeerde op te zetten met protestanten en voelde zich betrokken bij de Burgerrechtenbeweging. Zo had hij contact met Martin Luther King en waren er zelfs plannen voor een gezamenlijke retraite.

Laatste reis
In 1968 mocht Thomas Merton een grote reis naar Azië maken en bezocht hij onder andere India en Thailand. Hij ontmoette katholieke religieuzen en hield lezingen, maar sprak ook vol vriendschap met verschillende boeddhistische monniken. 

Zeer belangrijk voor hem was de ontmoeting met de Dalai Lama, drie dagen hielden zij lange gesprekken over de verschillen, maar vooral de overeenkomsten van Westerse en Oosterse religies in het algemeen en monniken in het bijzonder.

Thomas Mertons dood kwam onverwacht in Thailand en was het gevolg van stom ongeluk. Een heftige elektrische schok van een slechte stekker bezorgde hem een hartstilstand. Enkele uren later werd zijn lichaam in zijn hotelkamer gevonden.

Op 17 december 1968 kwam de kist met het lichaam van Thomas Merton aan bij de Adbij waar hij meer dan 20 jaar had geleefd en hij werd door zijn broeders begraven op het kerkhof van de monniken.

Tot op de dag van vandaag worden zijn vele geschriften over gebed, stilte, contemplatie en verbinding uitgegeven en gelezen door heel veel mensen.

Thomas Merton was geen heilige, niet iemand zonder fouten, maar wel iemand met een groot hart, een enorm gevoel voor humor, een brede belangstelling en een geloof in de dialoog met alle mensen. Voor hem was overal wijsheid  en liefde te vinden, bij alle soorten mensen en in alle religies. Iets dat zeker in deze tijd ook nog actueel is.

Originele Engelse titel: Living with wisdom, a life of Thomas Merton (2008)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Damon
Nederlandse vertaling: Willy Eurlings
Bladzijdes: 291

vrijdag 8 juni 2018

Avant-garde in Groningen, De ploeg 1918-1928

Schip met rood zeil, Jan Altink
Honderd jaar geleden in 1918 kwamen er in Groningen een aantal kunstenaars bij elkaar, zoals Jan Altink, Hendrik Werkman, George Martens, Alida Pott, Jan Wiegers en Ekke Kleima.

Zij wilden zich afzetten tegen de gevestigde orde, kijken naar wat er in het buitenland gebeurde en schilderen op een nieuwe manier.

De aanleiding hiervoor was een grote tentoonstelling in Groningen van Groninger kunstenaars, waar zij, de nieuwe generatie niet voor uitgenodigd waren. Dit was voor hun het sein dat ze hun eigen weg moesten zoeken.

Ze noemden zichzelf De Ploeg, omdat hun doel was het land om te ploegen om het vruchtbaar te maken voor al het nieuws dat er gebeurde.

Vincent van Gogh werd als voorbeeld gezien en De Ploeg zorgde er bijvoorbeeld voor dat er een grote Van Gogh tentoonstelling in Groningen georganiseerd werd. Bovendien schilderden zij vaak in zijn stijl of gebruikten ze als eerbetoon dezelfde onderwerpkeuze.

Maar vooral de Duitse expressionisten zouden van grote invloed zijn op de ontwikkeling van deze kunstenaars. Jan Wiegers moest voor een longziekte kuren in Davos in Zwitserland en kwam daar Ludwig Kirchner tegen en de twee mannen werden vrienden.
Ludwich Kirchner en Jan Wiegers
Je ziet dan ook in de jaren '20 de stijl van de meeste kunstenaars binnen De Ploeg veranderen door de invloed van de expressionisten, maar ook andere stromingen zoals het constructivisme kwamen terug in hun werken.

In het Groninger museum is nu de tentoonstelling Avant-garde in Groningen, De Ploeg 1918-1928 die gaat over die eerste jaren en die eerste onwikkelingen. Het is een grote tentoonstelling met tien zalen vol prachtige schilderijen.
Dorpsgezicht, Ekke Kleima
Je komt binnen bij een wand vol 19e eeuwse schilderijen, om duidelijk te maken dat dit is waar men zich tegen afzette en daarna maak je de ontwikkelingen mee die De Ploeg doormaakte. Van de eerste aarzelende schreden op het nieuwe moderne pad, naar steeds abstracter werk.
Compositie landschap, Jan van der Zee
Zij wilden niet alleen het stadsleven vastleggen, maar vooral ook het Groninger landschap. Ze trokken erop uit om de velden, de boerderijen en de dieren vast te leggen.
Veldezel van Jan Altink

De rode boerderij, Jan Altink
Helemaal goed waren ze in portretten en vooral, portretten van elkaar. Het lijkt erop dat De Ploeg een groep vrienden was die constant van elkaar leerden, elkaar beïnvloeden en elkaar schilderden.
Portret van Sonja, Jan Wiegers

Jan Wiegers en Johan Dijkstra schilderen elkaar

Voerman, Hendrik Werkman
Veelzijdig waren de mensen van De Ploeg absoluut, zij tekenden, schilderden, maakten affiches en drukwerk (Hendrik Werkman was een drukker). En bij alles wat ze deden zie je hun karakteristieke stijl weer terug, hoewel ze ook allemaal hun eigen stijl hebben.
Affiche van Hendrik Werkman
Hierin valt trouwens op dat de schilderijen van Jan Altink bij mij meestal favoriet zijn. In een hele zaal vol schitterende schilderijen vind ik die van Jan Altink nog altijd even iets mooier dan die van de rest.
Stadsgezicht met zon, bij de kade, Jan Altink
Avant-garde in Groningen, De Ploeg 1918-1928 is zeer de moeite waard, door de veelheid (meer dan 250 werken), diversiteit en de schoonheid van alles wat er hangt. De tentoonstelling is nog tot 4 november 2018 te zien.

Ik heb deze tentoonstelling bezocht met Anna (dank je wel, het was weer gezellig!) en we hebben ervan genoten.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...