Bakhita, Véronique Olmi

In de tweede helft van de 19e eeuw was slavernij door de meeste West Europese landen afgeschaft en besefte men dat het een gruwel was. In de Arabische wereld, dat voor het grootste deel onderdeel was van het Turkse rijk, was slavernij echter nog heel gewoon.

In Soedan, bij Darfoer, woonde een klein meisje dat geroofd werd door slavenhandelaren toen ze nog maar zeven jaar oud was. Ze zou haar ouders of haar tweelingzusje nooit terug zien en zou ook de taal van haar kindertijd vergeten en zelfs haar eigen naam. De slavenhandelaren noemden haar Bakhita, geluksvogeltje, maar veel geluk zou ze in de jaren erna niet kennen.

Ze werd verschillende keren gekocht en weer verkocht en leefde al die jaren in angst. Angst voor de willekeur van de meesters, voor het feit dat een slaaf nergens recht op heeft, niet op eigen tijd, niet op kleding, niet op zijn of haar eigen lichaam. 

Er is zelfs geen vriendschap of liefde mogelijk, want als je niks hebt, kun je niks meer geven en je hechten aan een ander als die ander van het ene op het andere moment kan verdwijnen omdat je meester een speelschuld heeft, zorgt alleen maar voor verdriet. Het lot van een slaaf is vol eenzaamheid en bitterheid, wreedheid en wanhoop.

Toen ze dertien was, verkochten de Turkse generaal en zijn wrede echtgenote al hun slaven, want vanuit de Soedan kwam een leger onder leiding van de Madhi en ze moesten vluchten. Bakhita werd gekocht door de Italiaanse consul en hij nam haar mee naar Italie. Hier kwam ze in dienst bij een echtpaar en maakte ze zich onmisbaar als kindermeisje.

Het is hier dat haar leven een volkomen andere wending nam. Ze kwam door bemiddeling van een ander echtpaar in een klooster terecht, eerst alleen om opgeleid te worden, maar uiteindelijk nam ze de beslissing om hier te willen blijven, als religieuze.

Het religieuze leven was ook niet altijd gemakkelijk, ook hier was angst voor het vreemde te vinden, en moest ze mensen achter zich laten waar ze van hield. Maar ze vond ook vriendschap hier, en de liefde van de kinderen waar ze voor zorgde en haar medezusters die haar leerden vertrouwen. En bovenal voelde ze zich geaccepteerd en geliefd door degene die ze haar hele verdere leven aangesproken heeft als El Padron, De Meester, wiens zoon gestorven is als een slaaf.

Bakhita heeft echt bestaan en is in 1947 gestorven als zuster Josephina Bakhita. Haar levensverhaal werd opgeschreven en werd een bestseller in Italië. Ze zou zowel Mussolini als de paus ontmoeten en reisde rond om haar verhaal te vertellen. Veel liever was ze in het klooster gebleven om voor de weeskinderen te zorgen, maar ze ging waar ze naar toe moest.

De mensen in het stadje waar het klooster stond, waren er van overtuigd dat haar aanwezigheid hen beschermde, er zou tijdens de Tweede Wereldoorlog niemand omkomen door de bombardementen.

Deze roman is een prachtige nieuwe levensbeschrijving. De stukken over de slavernij zijn niet gemakkelijk te lezen en het is geen boek dat je mee moet nemen vlak voordat je gaat slapen. Ik heb bij sommige gedeeltes gehuild. Maar ik was ook ontroerd toen Bakhita eindelijk haar eigen stem vond en durfde uit te spreken wat ze wilde. Nee, ze wilde het klooster niet verlaten, ja, ze wilde intreden.

Dat zij, na alles wat ze heeft meegemaakt nog in staat was om vol te houden en lief te hebben, zonder volkomen door te draaien mag een wonder heten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zuster Josephine Bakhita in 2000 heilig is verklaard. Ze is daarmee de eerste heilige van Soedan.

Véronique Olmi heeft een roman geschreven die ontroert, die je pakt en die je achterlaat met een diepe bewondering voor de vrouw die zoveel heeft meegemaakt, maar nooit bitter en haatdragend is geworden en die nog altijd in staat was om liefde te voelen. Het is geen roman die draait om het heilig worden en ook als je niet religieus bent, zul je dit een interessant en boeiend verhaal vinden. 

Bakhita is een bijzonder verhaal over een heel bijzondere vrouw.

Originele Franse titel: Bakhita (2017)
Nederlandse uitgave 2019 door uitgever De Geus
Nederlandse vertaling: Marianne Kaas
Bladzijdes: 390

Reacties