Tropenmuseum

Een tijdje geleden was ik na vele jaren weer eens in het Tropenmuseum in Amsterdam. Ik was bij een studiemiddag die georganiseerd werd door een bekende uitgever van schoolboeken, over het cultureel Imperialisme. De locatie, het Koninklijk Instituut voor de Tropen, was prachtig, zelfs de wc’s waren ontzettend mooi, met van die gebloemde tegels. Ik ben er voor mijn plezier nog eens naar toe gegaan.

Ik heb twee zeer interessante lezingen gehoord en daarna kregen we een rondleiding door het museum. Ik had me daar nogal op verheugd, in mijn herinnering is het altijd één van de leukste musea van Nederland. Nu hadden ze blijkbaar dingen veranderd en sommige zaken, zoals de winkeltjes van de mensen in India of Afrika waren er niet meer (niet politiek correct meer oid). We mochten eens denken dat die mensen daar arm zijn.
De stukken waren nog wel heel erg mooi en ik had veel zin om heerlijk rond te lopen en te genieten.

Klein probleem; we mochten niet zelf lopen, we kregen een rondleiding.
Nu heb ik eigenlijk een hekel aan rondleidingen, als een rondleiding verplicht is dan sla ik het museum zelfs over. Ik ben arrogant genoeg om te denken dat ik er zelf wel uitkom en ik maak liever zelf de keuze wat ik zie en hoeveel tijd ik daaraan besteed.

Maar goed, dat plezier was ons niet gegund. Het meisje deed haar best en eerlijk gezegd begon het vrij aardig. Ze gaf wat informatie over hoe het museum tot stand was gekomen en dat vond ik interessant. Ik mag graag horen hoe iets begonnen is (goh, zou ik soms geschiedenis geven?) daarna echter ging het snel bergafwaarts. Ik geloof namelijk niet dat dat meisje enig idee had wie ze voor zich had, aangezien ze ons allerlei dingen begon uit te leggen die een brugklasser nog weet, laat staan een groep geschiedenisdocenten. ‘Dit is een yurt, die wordt gebruikt door nomaden, jullie weten allemaal wat nomaden zijn?’ Ik kan me toch niet voorstellen dat één van ons op dat moment dacht ‘gut, nee, nooit van gehoord, vertel eens.’

Toen ze daarna ook nog eens begon uit te leggen wat Marrons zijn, of hoe in Mexico de dag van de doden gevierd wordt had ik het helemaal gehad. Het liefst was ik gedeserteerd om op eigen houtje de wonderen van de Tropen te ontdekken en te zien of ik dingen uit mijn herinneringen nog terug kon vinden, maar dat hadden ze weten te voorkomen door ons met een kruip-door-sluip-door-binnen-door route van het Instituut naar het museum te brengen. Als ik mijn jas en tas terug wilde, dan moest ik wel bij dat juffie in de buurt blijven.

Een prachtig museum en ik kom er snel weer eens terug (deze keer wacht ik niet vijftien jaar) om de collectie goed te bekijken, maar dan wel zonder rondleiding.

Reacties