maandag 24 april 2017

Over mannen, Laurent Mauvignier

De jongens die opgeroepen worden om dienst te nemen als soldaat en te vechten in een vreemd land, komen onherroepelijk veranderd terug. 

Wat ze hebben gezien, wat ze hebben gedaan en wat hen is aangedaan maakt dat ze niet langer dezelfden zijn die eens scheep gingen, op weg naar warme, exotische landen. De naïeve jongens die alleen hun eigen dorp kenden, weinig wisten van de wereld en nog minder van het conflict waarin ze een rol zouden spelen.

Algerije was een belangrijke Franse kolonie en werd door de meeste Fransen niet gezien als kolonie, maar als een onlosmakelijk deel van Frankrijk. In 1954 brak echter de onafhankelijkheidsoorlog uit, die zou duren tot 1962. 

Deze oorlog werd bemoeilijkt door de verschillende groepen die er een rol speelden, er woonden zowel geëmigreerde Fransen (pied-noirs) die er soms al generaties verbleven, kolonisten van Spaanse afkomst, aan de Franse staat loyale Algerijnen en Algerijnen die streden voor onafhankelijkheid.

Het werd een verschrikkelijke oorlog met guerrilla en contraguerrilla en alle gruwelijkheden van beide partijen die daarbij hoorden.

Over mannen begint op een verjaardagsfeest. Een man komt op de verjaardag van zijn zuster Solange en geeft haar een mooi cadeau, een kostbare broche.

De man is Bernard en zijn familieleden zijn eraan gewend dat hij dronken is, op hun zak teert en over het algemeen niet toerekeningsvatbaar is. Dat hij nu komt met een dure broche brengt alle tongen in beweging, want hier moet iets fout zitten.

Er ontstaat een vervelende scene en Bernard gaat door het lint, hij verlaat het feest, maar koelt zijn woede op een familie uit Noord Afrika die in het dorp is komen wonen.
Het zijn Bernards vrienden, maar vooral zijn neef Rabut, die weet wat er gebeurt is en waarom Bernard geworden is wie hij nu is.

Over mannen is een bijzonder boek, het duurt namelijk even voor je weet welke kant het opgaat. Het boek is verdeeld in vier delen; middag, avond, nacht en ochtend. Pas in het derde gedeelte, over de nacht, hoor je wat Bernard en zijn generatiegenoten hebben meegemaakt.

De angst die ze dagelijks voelden en de wetenschap dat ze in een vijandig land waren dat hen niet wilde. De vreselijke dingen die er gebeurden met een Franse soldaat die in handen viel van de opstandelingen, en de represailles van het leger op onschuldige burgers die daardoor werden uitgelokt en de nieuwe acties die daar weer van kwamen.

Het verschil voor deze soldaten was dat het een verloren oorlog was. Toen zij terugkwamen waren ze geen helden, zoals hun opa’s die gevochten hadden bij Verdun, of hun vaders die zich verzet hadden tegen de nazi’s. Toen de jongens uit Algerije terugkwamen, was er schaamte en men wilde deze oorlog het liefst zo snel mogelijk vergeten. Nazorg, counseling of aandacht was er absoluut niet, ze moesten zichzelf maar redden. 

Sommigen wisten een bestaan op te bouwen met een familie en een baan ondanks hun ervaringen. Anderen waren niet zo gelukkig en konden eigenlijk nooit meer echt aarden in de burgermaatschappij waar voor hun herinneringen geen plaats was. De herinneringen die hen bijna elke nacht uit de slaap houden, die opeens toe kunnen slaan en alles over kunnen nemen.

Knap is hoe Laurent Mauvignier een niet heel aansprekend of sympathiek persoon als Bernard aan het einde nog altijd niet sympathiek maakt, maar wel ervoor zorgt dat je nu begrip voor hem hebt.

Over mannen is een boek dat je doet nadenken over de oorlogen die gevoerd werden en worden en de mensen die hierin vechten. En je krijgt begrip voor de manier waarop oorlog mensen verandert. Die heengaan om te vechten zijn nog geen mannen, maar jonge jongens, en je kunt je afvragen of ze terugkomen als mannen. Ja, ze hebben meer gezien en weten nu waar mensen toe in staat zijn om elkaar aan te doen, maar je kunt niet zeggen dat ze gezonde, volwassen mensen zijn geworden in deze hel.

Over mannen is geen gezellig boek en ik kan ook niet zeggen dat ik het met plezier of vol genoegen heb gelezen, maar wel dat ik het met heel veel aandacht heb gelezen. En ik was er van onder de indruk. 

Originele Franse titel: Des hommes
Uitgegeven in: 2009
Nederlandse uitgave: 2013 door uitgeverij De Geus
Nederlandse vertaling: Manik Sarkar en Pauline Sarkar
Bladzijdes: 281

vrijdag 21 april 2017

Tentoonstelling: Prints in Paris 1900

Affiche tournee Le chat noir
Theophile Alexandre Steinlen 1896
Aan het einde van de 19e eeuw richten de kunstenaars in Parijs zich niet alleen op de traditionele technieken om te schilderijen, zij gebruikten ook houtsneden, lithografie en etsen om aan de nieuwste rage te voldoen: prenten.

Beroemde verzamelaars kochten prenten om ze in alle rust van hun studeerkamer te kunnen bekijken. Deze prenten werden bewaard in mooie mappen die er speciaal voor gemaakt werden. Bijzonder was het om een hele serie prenten aan te schaffen die bij elkaar hoorden omdat ze in de goede volgorde een verhaal vertelden of een thema verbeelden. Een beetje verzamelaar was bereid om tientallen francs te betalen voor een exclusieve print waar er maar een paar van bestonden of die door de kunstenaar met de hand was ingekleurd.

Maar ook als je arm was, kon je in Parijs genieten van deze nieuwe kunstvorm. In de straten waren prenten en affiches in overvloed te zien. Elke muur in Parijs was behangen met reclames voor allerlei artikelen, van wasmiddelen, tot fietsen tot voorstellingen in de Moulin Rouge. Om op te vallen moesten de makers van de prenten er dus voor zorgen dat ze meteen herkenbaar en kleurrijk werk leverden.

Bovendien waren er honderden tijdschriften en kranten in Parijs in die tijd (bijna 2700) die allemaal op wilden vallen in de kiosk.
Deze prenten werden zo geliefd dat ze zelfs van de muren afgehaald werden, maar al snel werd ook hier een gat in de markt gevonden: de affiches werden uitgebracht in speciale edities voor de verzamelaars.
Affiche voor café concert Le Divan Japonais
1893, Henri de Toulouse-Lautrec
In het van Gogh museum is nu een tentoonstelling gewijd aan deze kunstvorm, die ons niet alleen iets vertelt over de kunst van rond 1900, maar ook over het bruisende Parijs van die tijd. Het museum heeft zo’n 1800 prenten in het depot, maar ze worden zelden tentoongesteld vanwege de kwetsbare natuur van de prenten.

De tentoonstelling bestaat uit drie gedeeltes. Op de eerste verdieping zie je de prenten voor de rijken, de verzamelaars en de kunstkenners. Je ziet de bijzondere reeksen, de mooie edities en de parafernalia die horen bij deze hobby. Op de tweede verdieping zie je juist de affiches die het straatbeeld van Parijs kleurden.
De vertinner, Louis Robert Carrier-Belleuse 1882
(stel bekijkt de affiches aan de muur)
Mooi is de aandacht voor details in beide zalen en de sfeer die men heeft geprobeerd te recreëren. Beneden voelt het bijna als een rijke studeerkamer, met pluche bankjes waar je plaats kunt nemen om op je gemak wat prenten te bestuderen. Boven heb je houten bankjes en heb je muren vol kleurrijke affiches, die vaak bekend voorkomen omdat je die al heel vaak hebt gezien.

Op de laatste verdieping kun je zien hoe lithografieën, etsen en houtsneden worden gemaakt en ik kon alleen maar vol bewondering vaststellen hoeveel werk er in elke prent zit, welke techniek er ook gebruik werd.

De tentoonstelling Paris in prints 1900, van elitair tot populair is nog tot 11 juni 2017 te zien in het van Gogh museum in Amsterdam en het is opnieuw een tentoonstelling die heel erg de moeite waard is. 

maandag 17 april 2017

Femme fatale, Pat Shipman

Het belangrijkste dat men over Margaretha Zelle moet weten, is dat ze van mannen hield. Het meest cruciale dat men over haar moet weten, is dat ze niet van de waarheid hield. [..] Voor haar scheen de gewenste waarheid altijd belangrijker dan de feitelijke waarheid.

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de beroemde exotische danseres Mata Hari vanwege spionage voor de Duitsers in Frankrijk ter dood werd veroordeeld. Genoeg reden om flink veel aandacht te besteden aan deze Nederlandse. Zo zal er in oktober 2017  in het Fries museum in Leeuwarden een grote tentoonstelling over Mata Hari te zien zijn en nu is deze biografie in vertaling uitgekomen.

Mata Hari werd in 1876 in Leeuwarden geboren als Margaretha Zelle. Haar vader verafgoodde haar en verwende haar tot op het bot, ze was zijn kleine prinses en niets was te gek.

Helaas duurde het sprookje niet zo lang, vader Zelle raakte failliet, zou uiteindelijk opnieuw trouwen en in Amsterdam gaan wonen. En toen liet hij niet zijn geliefde dochter bij zich wonen, maar haar jongere broertjes. Deze afwijzing zal Margaretha diep hebben gekwetst.

Ze woonde bij familieleden in, maar hier was ze beslist niet tevreden, ze wilde aandacht, avontuur en rijkdom en ze had al door dat ze met haar exotische donkere uiterlijk en charmante manier van doen mannen het hoofd op hol kon brengen.

Slecht huwelijk
Ze trouwde met de vele jaren oudere officier Rudolf MacLeod die diende in het Nederlands-Indische leger. Ze zag in hem een mogelijkheid om weg te komen uit het bekrompen Nederland en bovendien had MacLeod een hoge rang, zodat Margaretha in Indie in de Nederlandse gemeenschap een belangrijke rol zou vervullen. Helaas viel de werkelijkheid tegen. Het donkere uiterlijk van Margaretha riep juist vraagtekens op over haar afkomst en of ze niet van gemengd bloed was. Bovendien stierf haar zoontje in Indie.

Het huwelijk ging snel bergafwaarts, waarbij Margaretha zich niet om de huwelijkse trouw bekommerde en Rudolf zijn verbittering vol geweld uitte. Ook terug in Nederland viel er niets meer te redden en er zou een scheiding volgen.

Margaretha ging naar Parijs en zou zich uiteindelijk hier vestigen. Ze had opnieuw een kans om in de belangstelling te komen en vond zichzelf uit als exotische danseres die gehuld in sluiers een soort strip-tease uitvoerde, waarbij ze de nadruk legde op het feit dat ze niet zomaar erotische dansen uitvoerde, maar heilige tempeldansen uit India. Ze raakte bekend en kreeg minnaars uit de hoogste kringen bij de vleet, niet alleen in Parijs, maar in bijna alle grote steden in Europa.

Toen de oorlog uitbrak, waren het deze internationale contacten die haar de das om deden. De Duitsers vroegen haar te spioneren, de Britten wantrouwden haar en de Fransen hebben haar uiteindelijk opgepakt en ter dood veroordeeld. Op 15 oktober 1917 werd ze in Parijs gefusilleerd.

Pat Shipman heeft naar mijn idee een redelijk goede biografie geschreven. Een goede biografie moet in de eerste plaats interessant om te lezen zijn en moet daarnaast nieuws bevatten of een nieuw licht laten schijnen op al bekende feiten.

Interessant geschreven is het zeker, met af en toe heerlijk commentaar in de zijlijn en grappige opmerkingen.

Pat Shipman heeft ook veel aandacht gegeven aan de jeugd en de Indische tijd van Margaretha en laat interessante dingen zien. Hoe de Atjeh oorlog bijvoorbeeld invloed zal hebben gehad op het karakter van Rudolf en hoe de sociale en raciale scheidslijnen in Indië een belangrijke rol speelden in hoe Margaretha ontvangen werd. Ook komt ze met aannemelijke theorieën over de syfilis die Rudolf op Margaretha heeft overgedragen en het effect dat dit zal hebben gehad op hun kinderen.

Mata Hari
Schuldig of niet?
De grote vraag is natuurlijk al jarenlang of Mata Hari schuldig was aan spionage of niet. De militaire rechtbank in Frankrijk was ervan overtuigd dat ze schuldig was en had er geen enkel probleem mee om haar te veroordelen. Nu was het wel zo dat in die tijd al veel gezien werd als spionage, praten over de het leger, soldaten of de vijand kon al genoeg zijn.

Pat Shipman is ervan overtuigd dat Mata Hari absoluut niet schuldig was en ziet haar als een onschuldig slachtoffer. Een sterke vrouw die veroordeeld werd voor haar vrije levenswandel, door mannen die daar niet tegen konden en desnoods het bewijs fabriceerden.

Deze subjectiviteit in dit gedeelte van het boek is dan ook meteen het zwakke punt. Ik wil best geloven dat Mata Hari geen grote of goede spionne was, daarvoor was ze absoluut niet subtiel genoeg of bereid op de achtergrond te opereren.

Maar gezien haar karakter lijkt het mij uiterst onwaarschijnlijk dat ze zich de kans heeft laten ontglippen om een in haar ogen gevaarlijke en dramatische rol te spelen. Mata Hari, te midden van de actie en de spil van wat mannen wisten en wilden weten. Als ze zich belangrijk kon maken, dan deed ze dat, en ze zal zich niet hebben laten weerhouden door voorzichtigheid.

Margaretha Zelle was een ijdele en in veel opzichten ook een domme vrouw die dacht dat ze altijd uit elke situatie kon komen door haar charmes te gebruiken en de mannen om haar vinger te winden. Een leugentje hier of daar om zichzelf beter uit te laten komen of interessanter te laten lijken, leken haar onschuldig.

Ze besefte zich totaal niet dat de situatie in een oorlogstijd altijd anders ligt en dat je dan een stuk voorzichtiger moet zijn. Flirten met de vijand is dan niet langer onschuldig tijdverdrijf, maar een daad van verraad.  

Het is naar mijn idee deze domheid en dit gebrek aan inzicht dat ze met de dood heeft moeten bekopen.

Maar zeker weten doen we het niet. Dit jaar zullen als het goed is de gerechtelijke archieven opengaan over deze zaak en dan weten we eindelijk meer.

Kortom, Femme fatale is zeker een fijn boek om te lezen en de schrijfster heeft veel nieuwe dingen naar boven gehaald, het enige minpunt is het niet heel realistische standpunt dat Mata Hari een volkomen onschuldig slachtoffer was.

Originele titel: Femme fatale. Love, lies and the unknown life of Mata Hari
Uitgegeven in 2007
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij De arbeiderspers
Nederlandse vertaling: Robert Junius
Bladzijdes: 363

vrijdag 14 april 2017

Serralves museum in Porto

Vanuit Porto leidt een grote boulevard richting de zee, de Avenida de Boavista. De buurt hier staat vol grote villa's, omringd door indrukwekkende parken. Hier kocht de familie Cabral eind 19e eeuw een groot stuk grond, met een mooi huis. In de jaren die kwamen, werd het huis uitgebreid volgens de nieuwste ideeën in de architectuur en landschapsontwerp.
Het oude woonhuis, een villa in art-deco stijl. 


In 1953 kwam het landgoed in handen van een andere industrieel, die echter wel beloofde dat huis en park intact gehouden zouden worden. In 1987 kreeg de Portugese staat de villa en het park, en besloot hier een museum voor moderne kunst te laten bouwen.

In 1991 ging de architect Álvaro Siza (die uit Porto zelf kwam) aan het werk om een museum te bouwen dat volledig één was met het omringende park en waar de kunst volledig gecomplementeerd werd door de omgeving.

In dit museum zijn er wisselende tentoonstellingen te zien van moderne, hedendaagse kunstenaars.

Op dit moment is er de tentoonstelling  A time coloured space te zien van de Franse kunstenaar Philippe Parreno. Hij heeft in alle zalen van het museum zijn bijzondere werk staan, of liever gezegd, hangen.

In elke ruimte hangen er ballonnen aan het plafond die lijken op insecten, alsof we in een grote bijenkorf staan. In elke ruimte is de sfeer echter anders, door de kleur van de ballonnen, maar ook door de muziek die klinkt. De kamer met de zwarte ballonnen was beklemmend, terwijl we van de goudkleurige of de zilveren of de blauwe ballonnen juist heel vrolijk werden.




In de oude familie-villa worden ook exposities gehouden, zo is daar nu de tentoonstelling over Joan Miró te zien. Meer over deze tentoonstelling is  HIER te vinden.

Het park is schitterend en ik kan een bezoek aan het museum Serralves dan ook zeer aanbevelen, als je eens een keer in Porto bent.

Het park is altijd mooi om te zien en de moderne kunst hier is permanent, maar de tentoonstellingen binnen wisselen natuurlijk.
de tentoonstelling van Philippe Parenno is tot 7 mei 2017 te zien en de tentoonstelling van Miró tot 4 juni 2017.

maandag 10 april 2017

Het oude Frankrijk, Roger Martin du Gard

Een klein dorpje in de jaren ’20, ergens in Frankrijk. Er wonen een pastoor en zijn zuster, een paar vrome weduwes, een linkse cafébaas en een rechtse kapper, een communistische onderwijzer, een Duitser die is blijven hangen na de oorlog, verschillende opgeschoten jongeren die alles willen doen om het ellendige dorp maar uit te komen, een stationschef die met angst en beven zijn pensioen tegemoet ziet en een postbode die fungeert als de spin in dit veelomvattende web.

De postbode is Joigneau, die zijn vrouw zorgvuldig heeft getraind niet teveel te verwachten van hun huwelijk. Hij doet dagelijks zijn ronde langs alle huizen in het dorp.

Als hij geen post te bezorgen heeft, heeft hij wel een circulaire die hij moet afgeven, zodat hij toch een excuus heeft om binnen te dringen. Ook zorgt hij ervoor dat hij post niet meteen afgeeft, in ieder geval niet zonder dat hij de brieven eerst heeft open gestoomd en heeft gelezen.

Pastoor Verne licht beleefd zijn strooien tuinhoed en pakt de post zijn. Meestal zijn de brieven één dag te laat. Joigneau bekijkt en bewaakt met meer dan gewone ijver de correspondentie van de zwartrok. Die vermoedt dat overigens wel, maar hij neemt het en vergeeft het ook, eerder uit desinteresse dan uit naastenliefde.

Door zijn kennis van de geheimen van mensen, wie een huwelijksadvertentie heeft gezet, wie dreigbrieven stuurt of wie ergens anders solliciteert, kan Joigneau de situaties manipuleren. Hij is degene die met een woordje hier of daar iets in gang kan zetten of ervoor kan zorgen dat alles helemaal anders loopt.

We volgen Joigneau op zijn tocht door het dorp tijdens één dag, en we leren de verschillende mensen een beetje kennen. Heel knap weet Roger Martin du Gard het beeld op te roepen van de verschillende mensen en hun geschiedenissen, terwijl we elk toch maar heel kort meemaken. Het dorpsleven met de geheimen die mensen hebben, de angsten en dromen en de verschillende politieke stromingen komt ons in deze bladzijdes snel dichtbij.

Is de kroeg annex tabakswinkel het erkende trefpunt van de antiklerikale linksen, met Bosse als enige caféhouder ter plaatse; ‘rechts’ heeft de kapperszaak als plaats van samenkomst gekozen. Maar omdat iedereen zich zaterdags laat scheren en zondags gaat drinken, ontmoeten links en rechts elkander beurtelings in het café van Bosse en in de kapsalon.

Roger Martin du Gard (1881-1958)  won in 1937 de Nobelprijs voor de literatuur. Hij had paleografie gestudeerd, maar besloot toch boeken te gaan schrijven in plaats van oude handschriften te ontcijferen. Hij schreef een aantal dikke pillen, zoals de tweedelige reeks over de familie Thibault.

Ik vind het knap hoe hij in staat is om het dorpje voor ons te laten verschijnen, met de tragische en trieste figuren aan de ene kant die soms in schrijnende situaties verkeren, maar tegelijkertijd is er ook humor en vooral mededogen met de mensen die hij beschrijft.

Het dorpsleven in de jaren ’20 is voor veel mensen niet erg prettig; er is armoede, de ouderdom is een groot probleem als je niemand hebt om voor je te zorgen en veel dromen worden niet vervuld.

Joigneau is geen aardige man, die vooral uit is op meer kennis vanwege de macht op mensen die dit met zich meebrengt. Maar soms weet hij wel dingen voor elkaar te krijgen. Al is het daarbij niet helemaal duidelijk of hij dit doet uit de goedheid van zijn hart, of vanwege het plezier dat hij heeft in manipulatie.

Het oude Frankrijk is een mooie roman en een fijne eerste kennismaking voor mij met Roger Martin du Gard. Zijn andere boeken staan op mijn lijstje, want ik wil graag meer van hem lezen.

Originele Franse titel: Vieille France
Uitgegeven in 1933
Nederlandse uitgave: 2014 door uitgeverij Meulenhoff Boekerij
Nederlandse vertaling: Jan Keppler
Bladzijdes: 143
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...