maandag 24 juli 2017

Alles voor het moederland, Michel Krielaars

Voor Joden was er in het Rusland van de 19e eeuw weinig plek. Ze mochten maar in bepaalde steden wonen, bepaalde beroepen uitoefenen en toegang tot de universiteit was gelimiteerd. Regelmatig waren er pogroms waarbij in een stad de Joodse bevolking het zwaar te verduren kreeg en vaak overleefde een groot deel van de Joodse gemeenschap zo’n pogrom niet.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de revolutionaire beweging veel Joden actief waren. In een nieuw Rusland zouden de oude grenzen weggevaagd worden, alleen mensen zouden gelijk zijn en er zou een einde komen aan discriminatie.

Isaak Babel (1894-1940) en Vasili Grossman (1905-1964) waren twee schrijvers die ervan overtuigd waren dat de revolutie een betere maatschappij zou brengen. Zij conformeerden zich in de eerste instantie aan de nieuwe regels voor literatuur, maar al snel bleek dat ze alleen maar propaganda mochten schrijven.

Isaak Babel schreef uiteindelijk niets meer, maar was verdacht door zijn reizen naar het buitenland. Hij werd in 1939 gevangen genomen en werd in 1940 roemloos door de geheime dienst doodgeschoten. Zijn lichaam is in een massagraf terechtgekomen en zijn boeken werden in beslag genomen. De aanwezigheid van Isaak Babel moest zoveel mogelijk worden uitgewist. Pas na de dood van Stalin kwam er een uitgave in de Sovjet Unie uit met zijn verzamelde verhalen.

Vasili Grossmann bleek lange tijd onaantastbaar. Waar anderen werden opgepakt tijdens de grote terreur van Stalin eind jaren ’30, wist hij de dans te ontspringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Russische leiding volkomen overrompeld werd door de Duitse inval, werd Vasili Grossman oorlogscorrespondent. 

Zijn manier van schrijven liet de verschikkingen van de oorlog spreken en maakte duidelijk wat soldaten en burgers te lijden hadden. Tegelijkertijd was het regime blij met zijn artikelen omdat ze de heldendaden van het Russische volk onderstreepten.

Na de oorlog nam Stalin steeds meer maatregelen tegen de Joodse bevolking, een nieuwe vervolging was begonnen. Grossman verzette zich hiertegen, maar dat had tot gevolg dat hij bijna geen opdrachten meer kreeg en zijn werk niet meer gepubliceerd werd.

In zijn laatste grote roman Leven en lot vergelijkt hij de dictaturen van Stalin en Hitler met elkaar en komt hij tot de conclusie dat er in de uitvoering weinig verschil zat en ook niet voor de mensen die het moesten ondergaan. Deze roman mocht niet uitgegeven worden in de Sovjet Unie. Grossman had in het buitenland kunnen publiceren, maar hij had gezien hoe dit voor Boris Pasternak was afgelopen en bovendien was hij nog altijd te trouw aan het regime.

Pas aan het einde van zijn leven zag hij definitief in dat het communisme zeker geen heilstaat had gebracht en gaf hij toestemming zijn werk in het buitenland uit te geven. Hijzelf heeft dat niet meer meegemaakt. Hij stierf in 1964 en pas in 1980 kwam zijn werk in Zwitserland uit. In Rusland duurde het tot 1989 tot Leven en lot gepubliceerd werd.

Voor zowel Babel als Grossman speelde hun Joods zijn in de eerste instantie niet zo’n grote rol. Ze wilden zich er juist van losmaken en hoopten op een eerlijke behandeling in de nieuwe Sovjet Unie. 

Langzamerhand bleek dat ook in de Sovjet Unie de Joden een groep te zijn die er niet bij hoorde en die naar believen gebruikt kon worden als zondebok. Isaak Babel heeft de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, maar Vasili Grossman wel. Zijn moeder was door de nazi’s vermoord en op het einde van zijn leven werden zijn Joodse wortels steeds belangrijker. Op het einde wilde hij zelfs begraven worden op een Joodse begraafplaats, maar dat is niet gelukt omdat zijn echtgenote die niet chique genoeg vond.

Van Michel Krielaars heb ik eerder Het brilletje van Tsjechov gelezen, het boek waarmee mijn liefde voor Tsjechov begonnen is. Ik had dus hoge verwachtingen van Alles voor het moederland en ik ben blij dat die verwachtingen zijn waargemaakt.

In dit nieuwe boek weet Michel Krielaars de levens van Grossman en Babel te vermengen met de geschiedenis van Rusland in het algemeen, en dat van de Joden in Rusland in het bijzonder. Hij probeert inzichtelijk te maken waarom schrijvers als Babel en Grossman zo positief over de Revolutie waren en dat zo lang bleven, terwijl de verschrikkingen bekend werden, en hij slaagt hier goed in.

Daartussen door vlecht hij de observaties van nu en wat er vandaag de dag nog van de geschiedenis te merken is. In sommige opzichten is dat beschamend weinig, maar soms zijn er prettige verrassingen. De herdenkingen van de Stalin-terreur worden door het huidige regime vaak verboden, maar aan de andere kant zijn steeds meer Russen zich bewust dat de herinneringen belangrijk zijn.

Alles voor het moederland is bijzonder goed geschreven, interessant en weet  nieuwe situaties en gebeurtenissen voor het voetlicht te brengen, ondanks dat ik best wel wat heb gelezen over de (schrijvers tijdens de) Stalintijd.
Opnieuw een zeer goed boek.

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Atlas Contact
Bladzijdes: 334

zondag 23 juli 2017

Kunst op zondag (7)

Vincent van Gogh, Bospad 1887
In het Van Gogh museum is er op dit moment een kleine tentoonstelling te zien: Van Gogh, Rousseau, Corot: in het bos. 

Voor de 19e eeuw was het voor schilders bijna niet mogelijk om de buitenlucht te schilderen, omdat er geen verf in tubes was. Er werden buiten schetsen gemaakt die later in het atelier werden uitgewerkt.

Maar in de 19e eeuw werd er verf in tubes geproduceerd en konden de schilders naar buiten trekken. Bekende landschapsschilders waren Theodore Rousseau en Camil Corot, die in de bossen van Fontainebleau geinspireerd raakten door het spel van licht door de takken heen en de schaduw op de grond.

Voor Vincent van Gogh was de natuur altijd al belangrijk geweest, ook als jongen zwierf hij het liefst over de hei en door de bossen en als kunstenaar had hij bewondering voor het pionierswerk van Rousseau en Corot, die probeerden om de werkelijkheid op hun doeken te vangen. Ook voor hem werd dit steeds belangrijker.

In het Van Gogh museum hangen er nu een aantal werken bij elkaar om het verband tussen deze schilders aan te geven. Het is geen grote tentoonstelling, het is één zaal met ongeveer 30 werken. Ik moet eerlijk bekennen dat de landschappen en bosgezichten van Rousseau en Corot mij niet zo heel erg aanspraken. Ik kreeg de indruk dat ze zich vooral arm kochten aan donkerbruine en donkergroene verf.
De schilderijen van Vincent van Gogh die hierbij hangen zijn wel prachtig. Bij hem zie je daadwerkelijk dat licht tussen de bladeren en zijn kleurgebruik is ontzettend mooi. De schilderijen van Vincent van Gogh maken deze tentoonstelling, ondanks de kleinheid, toch de moeite waard.

Van Gogh, Rousseau, Corot: in het bos is nog tot 10 september 2017 in het Van Gogh museum in Amsterdam te zien.

vrijdag 21 juli 2017

Zomervakantie

Het is weer zomervakantie (eindelijk!). En wie beter dan Marilyn Monroe  aan het strand om dat ultieme gevoel van vrijheid weer te geven?

maandag 17 juli 2017

De lessen, Michela Murgia

Eleonora is een actrice. In haar vak geeft ze alles en is ze bereid om risico’s te nemen en daarom is ze gevierd op de podia in Italië en het buitenland.

Daarnaast neemt ze soms een leerling aan. Niet om te leren acteren, maar om die voor te bereiden op het leven in de grote wereld. 

Ze leert hen om kwaliteit te herkennen, mensen in te schatten, kunst te waarderen. 

Ze leert hen tafelmanieren als het nodig is, en hoe je je moet kleden. 

Bovendien leert ze hen zich te bewegen in grote gezelschappen en conversaties te voeren met iedereen daar aanwezig. 
Haar opleiding is een soort privé -finishing school.

Eleonora heeft haar leven goed voor elkaar. Ze is succesvol en heeft goede vrienden en een mooi appartement. Ze laat op deze paar zeer selecte vrienden na, niemand al te dicht bij komen. Zeker haar leerlingen niet, die goed moeten beseffen dat hun leertijd een zakelijke overeenkomst is en niks anders. 

Dit zijn lessen die Eleonora zichzelf heeft moeten leren, na haar jeugd met een tirannieke vader en een zwakke moeder en een broer die haar, als het hem uitkwam, kon verraden.

Als er een nieuwe leerling komt, moet Eleonora die lessen opnieuw tegen het licht houden. 

Chirú is een jonge violist die aan Eleonora vraagt hem onder haar hoede te nemen. Ondanks haar eigen twijfels en de twijfels van de mensen die haar na staan, neemt zij hem inderdaad als leerling aan. Maar waar ze bij de eerste lessen nog degene is die weet in welke richting het gaat, blijkt al snel dat Chirú zich ontwikkelt in een richting die Eleonora niet had voorzien.

Michela Murgia (1972)
Michela Murgia is niet de eerste de beste. Zij heeft een boekenprogramma op de Italiaanse televisie en is theoloog, schrijfster en criticus. 

Ik vond De lessen een prachtige roman. Het eerste dat opvalt is het ontzettend mooie en beheerste taalgebruik. Michela Murgia is in staat om filosofische ideeën en bijzondere gedachtewisselingen in een bijna moeiteloos proza te beschrijven, dat het bijna poëtisch wordt.

De herinneringen aan Eleonora’s kindertijd, een belangrijke factor in de vrouw die ze is geworden, zijn schrijnend, zonder dat ze dik aangezet worden. In een paar scene’s, in een aantal beschrijvingen komt de gezinsleden naar voren, ieder in de eigen rol die ze gespeeld hebben.

De lessen gaat over volwassen worden, wat je meeneemt uit je kindertijd, keuzes maken en loslaten. En gaat vooral over transformatie. Je kunt een bepaalde richting kiezen en jezelf vertellen dat dit is wat je wilde, maar dat wil niet zeggen dat je daaraan vast moet blijven houden.

Mooi vond ik ook dat het verhaal nergens ontspoorde in een cliché en niet de richting op gaat die je misschien in het begin denkt. Heel knap laat De lessen zien hoe Eleonora de waarheden die ze zelf heeft geleerd los moet laten en het leven opnieuw moet leren bekijken.

Een schitterend boek.

Originele Italiaanse uitgave: Chirú (2015)
Nederlandse uitgave: 2017 door uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling: Manon Smits
Bladzijdes: 220

vrijdag 14 juli 2017

Santo Stefano in Bologna

De Santo Stefano vanaf het plein.
Links zie je de ronde 'Heilige graf kerk'
Een van de meest bijzondere kerken die ik ooit heb bezocht, is de Santo Stefano in Bologna. Dit is namelijk een complex van zeven kerken, waarvan de oudste al in de 4e eeuw is gebouwd.

Oudste kerk
De oudste kerk zou gebouwd zijn op het amfitheater waar twee van de eerste Bolgonese martelaren, Vitale en Agricola, rond het jaar 304 zijn gestorven omwille van hun geloof.

Oorspronkelijk heette deze kerk de Sint Pieter, omdat er een inscriptie was gevonden met de naam Symon, de naam van de latere apostel Petrus. Men dacht op dat moment dat Petrus in Bologna begraven was en niet in Rome. 

De bisschop van Rome kon dat natuurlijk niet over zijn kant laten gaan, want er kon tenslotte maar één echt graf van Sint Pieter zijn! Hij liet het dak van de kerk in Bologna halen en vulde de kerk met aarde, tot ze in Bologna toegaven en de kerk de naam van de Heilige Vitale en Agricola gaven. 
Het kerkje van Vitale en Agricola
Jeruzalem
Bisschop Petronius van Bologna (later ook de beschermheilige van de stad) liet een eeuw later naast de kerk van Vitale en Agricola een nieuwe kerk bouwen, boven op een tempel van Isis. Deze kerk heeft een kenmerkende hoekige ronde vorm, een verwijzing naar de Heilige Grafkerk in Jeruzalem.

In de eeuwen erna kwamen er nog een aantal kerken bij, verbonden aan elkaar met binnenpleintjes. Tegenwoordig zijn er trouwens nog maar vier kerken over, maar het staat nog altijd bekend als ‘le sette chiese’.
Mooie fresco's
De zeven kerken stonden ook symbool voor de verschillende momenten uit het leven en de dood van Jezus Christus. Zo is er dus een kerk die verwijst naar zijn dood, maar er is ook de San Stefano van het Kruis, het binnenplein van Pilatus en de Kapel van de rouwsluier van Maria. 
Dit haantje in de binnenplaats van Pilatus verwijst naar de haan van Petrus.

Dante, Maria en monniken
Het schijnt dat Dante hier lange tijd heeft verbleven en geïnspireerd raakte door de beeldhouwwerken op het binnenplein en hier een paar kwellingen uit de hel op heeft gebaseerd.

Tot 2000 lag in dit complex het lichaam van de Heilige Petronius, maar dat is daarna verhuisd naar de San Petronio, de grote kathedraal van Bologna.

Het complex van Santo Stefano huist ook een Benedictijns klooster en een klein museum waar voorwerpen uit de rijke geschiedenis te zien zijn.

Hier wordt ook een doek bewaard die aan Maria zou hebben toebehoord en een keer per jaar wordt deze doek rondgedragen in een processie door de wijk. Volgens de traditie moeten de prostituees van Bologna dan wel uit de buurt blijven.

In dit bijzondere gebouw heb je tientallen eeuwen geschiedenis bij elkaar. Voeg daarbij dat het driehoekige plein voor de kerken ontzettend gezellig is, en dan begrijp je dat wanneer je Bologna bezoekt, je de Santo Stefano zeker niet mag overslaan!
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...