maandag 27 februari 2017

De kunst van de rivaliteit, Sebastian Smee

Een kunstenaar staat nooit alleen, hij heeft te maken met zijn voorgangers en tijdgenoten. Het belang van vriendschappen voor een kunstenaar moet niet onderschat worden. 

Zonder andere kunstenaars kan een kunstenaar stil blijven staan, maar in het contact met anderen doet een kunstenaar inspiratie op om vervolgens verder te komen.

Tegelijkertijd is er altijd een zekere rivaliteit te bemerkten, want wat als de ander meer succes heeft dan jij, of sprongen maakt in een richting waar jij nog maar een paar aarzelende stappen hebt gedaan? Helemaal zonder argwaan kunnen kunstenaars ook niet.

Sebastian Smee heeft als journalist bij vooraanstaande kranten in Australië, Groot- Brittannië en de Verenigde Staten gewerkt. Sinds 2008 is hij kunstcriticus bij de Boston Globe.

In De kunst van de rivaliteit beschrijft hij vier vriendschappen tussen kunstenaars, die precies deze elementen bevatten.

De kunstenaars die beschreven worden zijn Lucian Freud en Francis Bacon, Edgar Degas en Édouard Manet, Henri Matisse en Pablo Picasso en Jackson Pollock en Willem de Kooning.

Zonder Francis Bacon en zijn losse onconventionele levensstijl zou Lucian Freud niet in staat zijn geweest om zijn conventionele lijntekeningen los te laten, zonder de moderne ideeën van Manet zou Degas de oude meester zijn blijven kopieren, zonder de expressieve kleuren en de bijna kinderlijke manier van schilderen van Matisse, zou Picasso zijn Les demoiselles d’Avignon niet hebben geschilderd en Willem de Kooning was een briljante tekenaar, maar hij zat wel vast in wat hij wilde doen, tot Jackson Pollock het voorbeeld gaf in hoe je ook kon schilderen.

Als de vriendschap goed is, zie je bijna een gemeenschappelijk doel ontstaan, om zo goed mogelijke kunst te maken en te zien hoe ver ze elkaar kunnen stimuleren in het vorm geven van ideeën.

Maar als het mis gaat, gaat het goed mis. Tegelijkertijd is er dan een besef van verlies en gemis. Degas heeft nog meer dan dertig jaar eenzaam geleefd nadat Manet was overleden en Degas er eigenlijk al geen zin meer in had en na de dood van Pollock die zichzelf het graf in had gezopen kon Willem de Kooning ook niet echt meer vaste grond meer vinden.  

De rivaliteit tussen kunstenaars werd soms ook behoorlijk opgeklopt door de anderen die om de kunstenaars heen stonden. Jackson Pollock en Willem de Kooning waren zelf niet echt bezig met wie nu de grootste schilder van Amerika was, dit was meer iets voor de pers en de kunstcritici. 

Henri Matisse bewonderde de nieuwe gedurfde stijl van Pablo Picasso en was niet de verbitterde achtergebleven kunstenaar die de aanhangers van Picasso van hem wilden maken. Matisse was zelfs zo groot om op zijn beurt weer dingen van Picasso over te nemen.

Met De kunst van de rivaliteit heeft Sebastian Smee een ontzettend interessant boek geschreven dat erg prettig leest.

Hij vertelt niet echt het hele leven van de kunstenaars, dat zou een veel dikker boek hebben opgeleverd, maar concentreert zich op de periode van de vriendschappen, waarbij hij even kort de achtergronden van elke kunstenaar schetst. En passant leer je ook meer over de tijd waarin deze kunstenaars leefden en hoe bijvoorbeeld de opvattingen over kunst veranderden.

De rivaliteit van de kunst is vooral ook heel erg amusant en staat vol details over de levens van de kunstenaars. Ook anekdotes en verhalen die je niet snel in een serieus kunstboek zou verwachten maar juist daarom heel grappig en interessant zijn en een goed beeld geven van de complexe relaties die deze vriendschappen vaak waren.

Het enige minpunt dat ik kan bedenken is dat me niet helemaal duidelijk wordt waarom Sebastian Smee juist voor deze acht kunstenaars heeft gekozen en niet voor andere, maar dat is dan ook alles. 

En eerlijk gezegd vergeef ik hem dit graag, want hij heeft wel een boek geschreven dat me uitnodigt om meer te willen weten over deze kunstenaars. En dat is zeker een verdienste.

Originele titel: The art of rivalry
Uitgegeven in 2016
Nederlandse uitgave in 2016 door uitgeverij Spectrum
Nederlandse vertaling: Joost van der Meer en Bill Oostendorp
Bladzijdes: 354

vrijdag 24 februari 2017

Tentoonstelling: Aert Schouman, koninklijk paradijs

In 1710 werd in Dordrecht de kleine Aart Schouman geboren. Zijn vader was schipper, maar Aert liet al snel zien dat hij talent had voor tekenen en schilderen en op zijn vijftiende mocht hij hiervoor in de leer.

Hij ontwikkelde zich tot een allround kunstenaar die schilderde, tekende en etsen en gravures maakte, maar hij specialiseerde zich vooral in het schilderen van de natuur. En dan niet de gewone natuur die buiten te zien was op het platteland, maar de exotische dieren die te vinden waren in de buitens van rijke mensen. 
Pauw en eenden opgejaagd door hond.
1766
Hij schilderde landschappen met allerlei dieren die gewoonlijk niet in het Nederlandse landschap te vinden zijn, zoals flamingo’s, apen en zelfs een olifant, en dat alles met een zeer Hollands molentje erbij. 

Hij maakte deze grote schilderingen voor de huizen van de rijken, die graag in een kamer op alle wanden en zelfs op het plafond schilderingen wilden laten zien, het liefst van hun eigen menagerie.

Een van de meest prestigieuze opdrachten die hij kreeg, was het schilderen van behang voor de eetkamer van stadhouder Willem V. Nadat de stadhouder en zijn gezin in 1795 het land ontvluchtten, werd het behang opgerold op zolder gelegd, waar het pas in 1975 weer werd gevonden. Het is gerestaureerd en na deze tentoonstelling gaat het naar de eetkamer van Huis ten Bosch.
De nagebouwde eetkamer, zoals die er moet hebben uitgezien

Detail van groot paneel

Hertjes in de hoek
Aert Schouman was een meester in het schilderen van vogels, zoals je kunt zien in de mooie tentoonstelling die er op dit moment in het Dordrechts museum te zien is. Je ziet hier namelijk niet alleen de schilderijen, maar ook de opgezette vogels die afgebeeld zijn, zodat je meteen kunt zien hoe mooi Aart Schouman dit deed. 
Er is een behoorlijke collectie bijeengebracht uit verschillende musea en verzamelingen, waardoor je een goed beeld krijgt van de veelzijdigheid en de vaardigheid van Aert Schouman. De leuke extra’s zijn voorbeeld een nagebouwd kabinet met allerlei geweldige verzamelingen, of de voorbeelden van zijn navolgers.
Boerenzwaluw met aardbeienplant
Een aimabele man en een groot kunstenaar, die best meer bekendheid mag krijgen.

De tentoonstelling Aert Schouman, koninklijk paradijs is net vorige week door koningin Máxima geopend en zal nog tot 17 september 2017 te zien zijn in het Dordrechts museum. De moeite waard om voor naar Dordrecht te gaan!

maandag 20 februari 2017

Plotseling, alleen, Isabelle Autissier

Twee jonge mensen uit Parijs laten hun goede banen en hun flat achter zich en maken zich op voor een lange wereldreis. Ze hebben een zeilboot gekocht en zijn klaar voor het grote avontuur. Ze willen vrij zijn, vrij van familie en de knellende banden van de routine.

Louise is een ervaren bergbeklimster en Ludovic weet als van kinds af aan hoe hij moet een zeilboot moet omgaan. Helemaal onervaren zijn ze dus niet en vooral Louise weet wel iets af van doorzetten in moeilijke omstandigheden.

Het eerste deel van de reis gaat goed, tot ze besluiten om aan te leggen bij een klein eilandje in Antartica. Hier was in de 19e eeuw een fabriekje voor walvistraan en nu is er een weerstation gevestigd, waar in de zomer wetenschappers aanwezig zijn. De rest van het eiland is beschermd gebied en eigenlijk mogen ze er niet aanleggen.

De beslissing om toch naar het eiland te gaan, is hun eerste vergissing. De tweede vergissing was om niet snel genoeg om te keren toen het weer betrok en de storm opstak. Ze moeten de storm afwachten op het eiland in de beschutting van de oude verlaten traanfabriek en als de lucht opklaart en de storm voorbij is, is de baai leeg en is hun schip verdwenen.

Louise en Ludovic zitten vast op het eiland. Niemand weet waar ze zijn en zij kunnen niemand bereiken. Ze habben geen gps op hun schip (want ze wilden helemaal vrij zijn), en dit alles breekt hen nu op. Ze moeten zien te overleven tot de wetenschappers in de zomer terugkomen, in de barre winter, te midden van de pinguïns en zeerobben met verder bijna niets.

Hoe overleef je zo’n situatie? Hoe maak je uit de resten die er zijn achtergebleven een verblijf dat de winter kan doorstaan? Hoe kom je aan voedsel en wat is de beste manier om dit goed te houden? Hoe overleef je het dagelijkse gevecht om te bestaan zonder elkaar in de haren te vliegen en elkaar de schuld te geven van de ramp die zich heeft voltrokken?

Louise en Ludovic hebben geen overlevingstechnieken geleerd en hoewel ze niet dom zijn en veel dingen zelf kunnen uitvogelen na enkele flinke miskleunen, kost dit alles hun wel veel tijd en energie. 
En precies die energie kun je niet missen als er zo weinig voedsel voorradig is.

Ze hebben bepaald geen gouden handjes. Gewoonlijk wordt wat kapot is weggegooid. Ludovics ervaring beperkt zich tot een of twee boomhutten en het onderhoud van zijn fiets, die van Louise is zo goed als nul. […] Ze kunnen er niet goed mee omgaan, slaan mis, glijden uit, verbuigen, splijten. Dat ze onbeholpen zijn, slaat hen uit het veld.

Langzamerhand dringt het tot Louise en Ludovic door dat ze dit misschien niet zullen overleven, tenzij er moeilijke keuzes gemaakt worden.

Plotseling, alleen is een beklemmend boek, bijna claustrofobisch. Isabelle Autissier is zelf zeilster (ze was de eerste vrouw die solo de wereld rondzeilde) en is gewend aan moeilijke omstandigheden en eenzaamheid. Ze weet deze dan ook heel mooi te verwoorden in dit boek.

Knap ook is de psychologie tussen Louise en Ludovic. Ze zijn op elkaar aangewezen en kunnen dus geen ruzie maken, maar hun relatie staat wel onder druk. Met allerlei nieuw uitgevonden rituelen proberen ze de dagen door te komen en nog enige zingeving te vinden.

Langzaam maar zeker grenzen hun rituelen steeds meer aan bijgeloof, door hun verplichtingen niet na te komen zouden ze zichzelf in hun eigen ogen verlagen, de stilzwijgende overeenkomst verbreken en wie weet het noodlot over zichzelf afroepen. Jezelf dwingen, verplichten, controleren en goede en slechte cijfers uitdelen maakt del uit het hun leerproces van deze nieuwe wereld. Het lot, dat zielen en daden weegt, zal alleen goedertieren zijn voor wie het verdienen.

Als één van beide ten slotte terugkeert in de bewoonde wereld, barst er een enorm mediacircus los. Het is moeilijk om na al die maanden eenzaamheid weer te wennen aan normale zaken als een tandenborstel of de keuze welk soort broodje je voor het ontbijt wilt. Maar de keuzes uit welke talkshow je wilt verschijnen en welke journalisten je te woord wilt staan zijn helemaal onoverzichtelijk en onmogelijk.

Naast dit alles moet diegene vooral in het reine zien te komen met het feit dat de ander het niet heeft overleefd. Misschien door de keuzes die de overlevende gemaakt heeft, maar de vraag is natuurlijk ook of er wel een keuze is als het gaat tussen misschien overleven of waarschijnlijk dood gaan.

Beide gedeeltes van het boek, op het eiland en de periode erna, zijn mooi beschreven en op het einde is de cirkel rond. De verschrikkingen zijn een louterende ervaring geworden. Niet dat het daarmee vergeten is of helemaal in orde, maar de overlevende kan wel verder. 

Wat ik vooral mooi vind is dat dit niet als een cliché beschreven wordt, het is geen plotseling inzicht dat zomaar even op komt, maar je kunt je helemaal voor stellen hoe dit in zijn werk is gegaan. Het is een proces van rouwen, consequenties aanvaarden en verantwoordelijkheid nemen en uiteindelijk verder gaan.

Ik vond Plotseling, alleen een bijzonder mooi boek dat niet voor niets op de shortlist stond voor de Prix Goncourt in 2015. Ik hoop dat de andere romans van Isabelle Autissier ook in het Nederlands vertaald worden, ik zou ze graag willen lezen als ze net zo goed zijn als dit boek.

Originele Franse titel: Soudain, seuls
Uitgegeven in 2015
Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Floor Borsboom
Bladzijdes: 224

vrijdag 17 februari 2017

Dit en dat februari 2017

Yoga
Sinds een jaar of drie heb ik geen yogalessen meer gevolgd. Vanwege allerlei goede redenen ben ik destijds gestopt, maar ik dacht dat ik het zelf wel bij zou houden. En nu sta ik heus wel een keer op die mat in mijn woonkamer, maar als ik eerlijk ben, vind ik het supermoeilijk om dat zelf te doen.

Ik probeer dan wel een serie uit een boek of een tijdschrift te volgen, maar het constant in het boek kijken om te zien welke volgende houding ik moet doen, schiet ook niet op om een goede flow te bereiken. Dus heel vaak stond ik op de mat, om er binnen tien minuten weer vanaf te stappen.

Op dit moment merk ik echter dat ik weer wat balans nodig heb en ik weet dat yoga me daar altijd bij helpt. Ik ben dus op zoek gegaan naar een nieuwe yogadocent. Niet omdat ik mijn oude yogadocente niet goed vond, absoluut niet, maar ik had ook behoefte aan een nieuwe aanpak, zodat ik zeker weet dat ik al mijn aandacht bij de les moet hebben.

Gelukkig is er nog altijd veel keuze en is er voor iedereen wel een geschikt soort yoga of docente te vinden. Het beste wat je kunt doen is bij de yogales van je keuze een proefles aanvragen, dan merk je snel genoeg of het wat voor je is en dat is dan ook precies wat ik heb gedaan.

Sinds die proefles sta ik dus weer één avond in de week op de mat en doe ik asana's onder leiding van een docente. En wat is het heerlijk om te doen. Ik merk wel dat ik heel stijf ben en sommige asana's die me altijd goed afgingen nu opeens lastig blijken, maar ik ben zo blij dat ik weer begonnen ben. Ik kijk al de hele dag uit naar de les 's avonds en kan op de mat alles loslaten, alleen de houding en de ademhaling is belangrijk.

Deze laatste les had ik opeens weer een momentje waarop alles 'klikte' en alles even helemaal goed zat; ademhaling en houding en geest in harmonie.
Ik had dit gewoon veel eerder moeten doen.

Nieuwe film over Virginia Woolf
Dit jaar zal als het goed is een nieuwe film uitkomen over Virginia Woolf, één die haar relatie met Vita Sackville-West belicht: Vita and Virginia.

In 1922 ontmoeten de twee elkaar voor het eerst en een jarenlange verhouding was het resultaat, eerst als vriendinnen, toen als geliefden en toen de affaire was afgelopen, bleef hun vriendschap.

Ze schreven elkaar brieven en Virginia Woolf schreef het boek Orlando waarin de hoofdpersoon op Vita was gemodelleerd.

Het is een bijzondere relatie en ik hoop dat de film recht zal doen aan het menselijke aspect en zich niet zal focussen op seks, zoals bij de serie Living in squares over de Bloomsbury groep  die daarom niet om aan te zien was.

Het script van Vita and Virginia is van Eileen Atkins die ook The House of Eliott heeft bedacht, en de nieuwe versie van Upstairs Downstairs. Dus dat geeft wel goede hoop. Ook de twee actrices die de hoofdrollen op zich zullen nemen, geven goede hoop dat dit een heel mooie film zal kunnen worden. Eva Green zal Virginia Woolf spelen en Gemma Atterton zal de rol van Vita Sackville-West op zich nemen.

De informatie over de film las ik als eerste HIER
Meer informatie over de verhouding tussen Vita en Virginia is HIER te vinden.

Meivakantie
Het is nog vroeg in het jaar, maar de kou en de duisternis deden mij zó verlangen naar warmte en naar Italie, dat ik alvast mijn vakantie voor mei heb geboekt. Ik ga voor het eerst naar Bologna. Ik heb er bijzonder veel zin in, ten eerste omdat het een oude en mooie stad moet zijn (oudste universiteit van Europa) maar ook omdat ik er nog nooit ben geweest.

Naast een gewoon reisgidsje heb ik ook dit boek gekocht: Bologna relflections van Mary Tolaro Noyes, die lange tijd in Bologna heeft gewoond.
Ik vind het leuk om me alvast in te lezen en te bedenken waar ik allemaal naar toe wil. Ik heb voor mezelf al een heel lijstje gemaakt en geniet dus al maanden van te voren van dit tripje.
Maar ja, voorpret is het halve werk nietwaar?

maandag 13 februari 2017

De kalligrafieles, Michaïl Sjisjkin

In deze bundel staan acht verhalen, die Michaïl Sjisjkin in de afgelopen twintig jaar heeft geschreven. Het is een mengeling van echte korte verhalen en een soort essays, die gaan over schrijven en de herinneringen aan Rusland en zijn jeugd.

Michaïl Sjisjkin is een Russische schrijver die al jarenlang in Zwitserland woont en werkt. Ik heb van hem eerder Venushaar en Onvoltooide liefdesbrieven gelezen, die ik beide erg mooi vond, hoewel Venushaar niet een heel gemakkelijk boek is.

Russische traditie
Michaïl Sjisjkin staat in een grote literaire traditie en is zich hiervan bewust. Niet voor niets komen in het titelverhaal De kalligrafieles verschillende heldinnen uit de Russische literatuur voor.
Tegelijkertijd woont hij niet langer in Rusland, maar moet hij wel proberen om zich duidelijk te blijven uitdrukken. 

Hoe kun je dat doen als de taal waarin je bent opgegroeid verder gaat zonder dat je erbij bent? Wat betekent het om in het Russische te schrijven, met alle veranderingen die de taal in Rusland in de tijd heeft ondergaan? Er is een verschil tussen het Russisch tijdens de tsaren en dat van de revolutie, tussen de taal van onderdrukten en onderdrukkers en tussen de uitdrukkingen van vervolgden en vervolgers.

De Russische literatuur is de bestaansvorm van het niet-totalitaire bewustzijn in Rusland. Het totalitaire bewustzijn is dubbel en dwars aan zijn trekken gekomen met decreten en gebeden. Decreten van boven en gebeden van beneden. Laatstgenoemde zijn in de regel origineler dan eerstgenoemde. Vloeken is het primaire gebed van een bajesland.

Mededogen
Een kenmerk van Russische verhalen is het mededogen dat er uitspreekt voor de personages. Als ik kijk naar Tsjechov (met wiens werk ik het meest bekend ben), dan zie je in elk verhaal een groot begrip voor de mensen die hij beschrijft.

In mijn teksten wilde ik de westerse literatuur en haar literaire technieken koppelen aan de menselijkheid van Russische schrijvers. [James] Joyce houdt niet van zijn helden, maar Russische schrijvers doen dat wél.

Dat mededogen is ook heel duidelijk zichtbaar in de verhalen van Michaïl Sjisjkin, zoals in Deksel en vallende sterren, waarin hij herinneringen ophaalt aan zijn altijd dronken vader. Toen die stierf, was de kist waarin hij werd begraven te klein en een spijker van de deksel was in zijn hoofd gedrongen.

In het crematorium, toen het deksel op de kist moest worden gedaan, boog ik de spijker zo goed en zo kwaad als het ging om, zodat vader geen pijn zou hebben.

Het knappe is dat dit soort zinnen nergens sentimenteel worden of dat hij zo’n scene uitmelkt, zoals een mindere schrijver misschien wel zou hebben gedaan. Michaïl Sjisjkin is een beheerste schrijver, hoewel dat niet wil zeggen dat hij een sobere schrijver is. Maar ook daarin vind ik hem heel erg Russisch.

Systeem
Opgroeien in een totalitaire staat laat bij iedereen sporen na, en ook Michaïl Sjisjkin heeft meer dan genoeg herinneringen aan die tijd.

In Jas met halve ceintuur vertelt hij over zijn moeder die directrice was van een school en moest zien te laveren tussen het systeem en wat goed was voor haar studenten. Een strijd die haar zoon toentertijd niet altijd goed begreep.

Als directrice vertegenwoordigde mama op school dat gevangenissysteem en daar had ze veel moeite mee. Ik weet dat ze heel wat mensen heeft gered en beschermd. Ze deed wat erin haar vermogen lag: gaf de keizer wat des keizers was, en Poesjkin aan de kinderen.

In Nabokovs inktpot vertelt hij over zijn tijd in Zwitserland en hoe moeilijk het was om rond te komen. Omdat hij geen baantje kan vinden, wordt hij noodgedwongen assistent voor rijke Russen die Zwitserland bezoeken. 

Zijn nieuwe cliënt is een jongen die hij kent van vroeger, en die toen mee heulde met het systeem. Aan zijn rijkdom te zien, is hij nu een opportunist die mee heult met het nieuwe systeem, maar tegelijkertijd veracht hij veracht zichzelf dat hij geld aanneemt van deze patser.

In dat misselijke leven, toen je de keus had tussen een kleine laagheid (zwijgen) en een grote (publiek optreden), koos hij vrijwillig voor het grote. In elk land heb je ten allen tijde een minimum aan laagheid nodig om te overleven. Maar verder dan dat hoef je niet te gaan.
Michaïl Sjisjkin

Bijzonder
Heel erg mooi vond ik het verhaal De campanile van Venetië, over de Russische Lidija Kotsjetkova en de Zwitserse Fritz Brupbacher, die echt bestaan hebben. Het is jammer dat het maar een kort verhaal was, ik zou hier eigenlijk wel een hele roman van kunnen lezen.

Lidija en Fritz waren beiden medische studenten toen zij elkaar in 1897 ontmoetten en verliefd werden. Klein probleem, zij wilde terug naar Rusland om de revolutie voor te bereiden en hij wilde in Zwitserland een praktijk opbouwen. Ze besloten om een lange afstands relatie te hebben, en houden contact via brieven (die trouwens liggen in het IISG in Amsterdam).

Lidija gaat naar Rusland en komt in allerlei dorpen te werken, eindelijk kan ze iets doen voor het volk. De kennismaking met het volk valt haar echter tegen; ze zijn hardleers, niet geïnteresseerd in de revolutie en eigenlijk vindt ze er weinig aan.

De Zurichse studente die ervan droomde haar volk te dienen, kwam voor het eerst in aanraking met dit volk, en haar brieven vloeien over van teleurstelling.

Ook de relatie met Fritz loopt niet zoals ze hadden gedacht. Ze zijn weliswaar getrouwd (toch maar), maar langzamerhand is hun relatie alleen goed als ze elkaar schrijven. Als ze bij elkaar zijn, hebben ze elkaar niets te zeggen. Fritz zou het liefst een gewoon huwelijk hebben, en ook Lidija heeft haar twijfels bij wat ze aan het doen is, maar het ideaal van de revolutie gaat voor alles.

Ze eindigt gedesillusioneerd: We hebben het volk verafgood, maar het is een weerwolf. Waarom zouden we ervan houden? […] Ik geloof helemaal nergens meer in, laat staan in de revolutie. Integendeel, de angst slaat me om het hart bij het idee dat de revolutie werkelijk zal komen.

De kalligrafieles is een bijzondere bundel, waarvan ik in de eerste instantie niet helemaal door had waarom juist deze acht verhalen bij elkaar gekozen zijn. Pas bij het laatste verhaal/essay, waar het gaat om taal en hoe moeilijk het is om taal te gebruiken om duidelijk te maken wat je voelt, besefte ik me wat de gemeenschappelijke deler in al deze verhalen is en wat een goede schrijver Michaïl Sjisjkin is.

Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave in 2016 door uitgeverij Querido
Vertaald uit het Russisch door Gerard Cruys
Bladzijdes: 213
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...