maandag 28 mei 2018

De lange weg naar Rome, Francesca Melandri

Soms heb je een boek dat zoveel indruk maakt, dat je prompt alle boeken van die auteur wil lezen. 

Dat gebeurde mij toen ik vorige week De lange weg naar Rome van Francesca Melandri las. Ten eerste kon ik het bijna niet wegleggen en ten tweede wist ik meteen dat de andere twee romans van haar die vertaald zijn, ook wil lezen.

Het is 2010, Berlusconi zit ferm in het zadel in Italië en heeft net een deal met kolonel Khadaffi gesloten over de vluchtelingen die vanuit Afrika komen.

Ilaria Profeti woont in Rome, in een appartement op de Esquilijn die haar vader ooit voor haar gekocht heeft. Na een lange werkdag krijgt ze echter bezoek, voor de deur staat een zwarte jongeman die zegt haar neef te zijn. Ilaria’s vader is zijn grootvader, die in Ethiopië een zoon verwekt heeft toen hij daar was tijdens de Italiaanse inval en bezetting. 

Ilaria en haar broer Atillo geloven de jongeman niet meteen, ze hebben nog nooit gehoord dat hun vader in Ethiopië was, hij was juist een partizaan die vocht tegen de fascisten.

Lastig is het vooral dat vader ondertussen behoorlijk dement is geworden en uitleg van zijn kant niet meer mogelijk is.

Het verhaal springt heen en weer tussen de gebeurtenissen in Rome in 2010 en de jaren ervoor, toen de jongeman werd opgepakt door het Ethiopische regime en probeerde via Libië te vluchten naar Europa.  

Maar we gaan ook verder terug, naar de jaren ’20 en ’30 toen Mussolini vastbesloten was om van Italië weer een groot rijk te maken, met koloniën. In 1935 viel Italië Ethiopië (toen Abessinië genoemd) binnen en werd met harde hand de macht overgenomen.

Nadat in 1938 ook Italië rassenwetten aannam, werden de verhoudingen tussen de Italianen en de Afrikanen moeilijker, huwelijken tussen de beiden groepen werden niet langer toegestaan en de kinderen die uit een verhouding met een Afrikaanse vrouw werden geboren werden niet erkend.

Het blijkt dat de jonge Atillo Profeti inderdaad in Abessinie was en wel als vrijwilliger bij de zwarthemden. Hij kreeg een positie als assistent van de antropoloog Lidio Cipriani die de taak had om de verschillende volkeren in Afrika te beschrijven en in kaart te brengen om op die manier het bewijs te leveren dat Afrikanen geen echte mensen waren.

De lange weg naar Rome is een bijzonder gelaagde roman, waarin heel veel naar voren komt. De situatie van vluchtelingen en de schrijnende omstandigheden in de asielzoekerscentra, de corruptie in de politiek en het bedrijfsleven, het huidige regime in Ethiopië en het moorddadige bewind van Megistu en de DERG in de jaren ’70 en ’80, de gruwelijke bezetting van Abessinië in de jaren ’30 en het fascisme in Italië. Het knappe is dat Francesca Melandri al deze gegevens moeiteloos weet te verwerken en te verweven in het verhaal.

Tegelijkertijd is het ook een roman over goed en fout en waar de grens daartussen ligt. Iemand die je in het begin van het verhaal nog als ‘fout’ zou bestempelen omdat hij altijd fascist is gebleven, blijkt aan het einde van de roman een stuk eervoller te zijn dan iemand die zogenaamd aan de goede kant stond maar in werkelijkheid op tijd heeft gewisseld.  

Atillo Profeti is vooral een opportunist, iemand die altijd wil overleven en de gemakkelijke weg kiest. Tegelijkertijd probeert hij op zijn manier voor zijn kinderen te zorgen. Voor de zonen en de dochter uit zijn eerste en zijn tweede gezin, die hij trouwens jarenlang met kunstig gegoochel uit elkaar weet te houden en zelfs voor zijn Ethiopische zoon doet hij moeite als blijkt dat die in de gevangenis van het regime zit.

Het is deze nuance die dit boek zo mooi maakt, niemand is zwart-wit en geen situatie heeft maar één kant. Het is een boek vol lagen en vol informatie, maar het leest niet als een volgepropt boek waar van alles met de haren bij is gesleept. Alles hoort bij elkaar en grijpt in elkaar en naarmate je verder leest en dieper in het verhaal komt, begrijp je pas hoe ontzettend goed dit boek is.

De Italiaanse titel Sangue iusto (Het juiste bloed), dekt de lading trouwens een stuk beter dan de Nederlandse titel, want in dit boek draait het om de verhoudingen tussen Europeanen en Afrikanen, tussen onderdrukkers en onderdrukten, tussen kolonisator en gekoloniseerden en alle implicaties die dat tot op de dag van vandaag heeft.

Er zijn tegenwoordig geen rassenwetten meer, maar racisme en discriminatie zijn er nog altijd wel en voor sommige mensen zijn de vluchtelingen uit Afrika amper menselijk en hoeven zij geen humane behandeling te krijgen.

Voor de jongeman die op de drempel van Ilaria staat is het hebben van het juiste bloed van levensbelang, als blijkt dat hij voor een deel Italiaans bloed heeft, heeft hij een grotere kans op een verblijfsvergunning.

De lange weg naar Rome is een prachtige en onovertroffen roman en zoals ik al zei, ik wil nu meteen de andere romans van Francesca Melandri lezen, ik denk namelijk dat die net zoveel indruk zullen maken.

Originele Italiaanse titel: Sangue giusto (2017)
Nederlandse uitgave: 2018 door uitgeverij Cossee
Nederlandse vertaling: Etta Maris
Bladzijdes: 521

vrijdag 25 mei 2018

Engrenages (2005-2017)

Laatst heb ik een nieuwe Franse serie ontdekt en sindsdien heb ik bijna niets anders gedaan dan aflevering na aflevering kijken.

Het gaat om de serie Engrenages, een misdaadserie die zich afspeelt in Parijs. De Engelse titel is Spiral, maar de Franse titel die je kunt vertalen als tandwielen of radarwerk, drukt het eigenlijk veel beter uit.

In de serie gaat het namelijk om het samenspel tussen de politie, de officier van justitie, de advocaten en de onderzoeksrechter. In Frankrijk zit het rechtssysteem een tikje anders in elkaar, de functie van onderzoeksrechter kennen wij bijvoorbeeld in Nederland niet.

Het politieteam wordt geleid door commissaris Laure Berthaud, die zo haar eigen demonen en problemen heeft. Ze houdt zich niet altijd aan de regels, maar gaat voor haar mannen door het vuur. Ze heeft verschillende medewerkers, maar de stabiele factoren zijn Escoffier en Fromentin. Hoewel het misschien iets te ver gaat om Escoffier stabiel te noemen. daarvoor lapt hij net te vaak de regels aan zijn laars.

Bij de rechterlijke macht zijn twee mannen belangrijk, officier van Justitie Pierre Clément en onderzoeksrechter Francois Roban. Voeg daarbij nog advocaat van kwade zaken Joséphine Karlsson en je hebt de belangrijkste spelers van de serie.

Er zijn nu zes seizoenen van de serie, waarbij in elk seizoen één grote zaak opgelost moet worden en er elke aflevering ook kleine zaken zijn die op zichzelf staan. De serie is vrij rauw en laat goed zien welke problemen er in een wereldstad als Parijs allemaal kunnen spelen. Vrouwenhandel, drugs, prostitutie, moord, chantage, mishandeling en misbruik komen allemaal langs.

Knap ook hoe duidelijk wordt hoe corruptie en politieke spelletjes een rol spelen en hoe de hogere kringen elkaar de hand boven het hoofd houden. Het zijn met recht radarwerken die ontmanteld moeten worden om een zaak op te lossen.

Het mooie van zo'n Franse serie is dat, anders dan in de meeste Amerikaanse series, er niet altijd een goede afloop is. Er worden fouten gemaakt, soms is er gewoon niet genoeg bewijs en kan iemand die schuldig is gewoon weer naar huis. De personages lopen er ook niet allemaal perfect bij, de smerigheid van de zaken die opgelost en onderzocht moeten worden, laten sporen na bij de politieagenten en de anderen.

Ik ben in het gelukkige bezit van de eerste vijf seizoenen en ben nog niet klaar met kijken, ik heb dus nog heel wat om me op te verheugen. Want Engrenages is echt een heel goede serie.

maandag 21 mei 2018

Het orakel van Napels, Mark Blaisse

In 1668 werd in een smalle straat midden in het oude centrum van Napels, te midden van de boeken een jongen geboren. Zijn vader Antonio was boekhandelaar en zijn moeder Dida moest met weinig middelen het gezin draaiende houden.

De jonge Antonio was een slimme jongen, maar hij had een slechte gezondheid. Er was zelfs even de angst dat hij vroeg zou sterven na een ernstige val waarbij hij zijn hoofd beschadigde, maar gelukkig bleef hij leven en zijn intelligentie bleek niet aangetast.

Door de boekhandel wist het gezin net het hoofd boven water te houden, maar genoeg geld voor scholing was er niet. Gelukkig had Antonio door de winkel wat contacten opgebouwd en zij lieten de jongen een opleiding volgen. Gimabattista ging rechten studeren en werd aangenomen om privéles te geven aan de kinderen van markies Rocca.

Ver buiten alle stof en dampen van Napels, was dit verblijf goed voor zijn gezondheid en de bibliotheek van de markies én dat van het nabijgelegen klooster waren van onschatbare waarde voor Giambattista. 

Helaas kon hij hier niet altijd blijven en na enkele jaren kwam hij weer naar Napels. Hij trouwde en stichtte een gezin en wist een kleine leerstoel aan de universiteit te bemachtigen. Maar zijn grote wens was om zijn ideeën uit te werken en laten uitgeven.

Filosofie
Giambattista Vico’s belangstelling lag al vroeg bij de filosofie en hij las verschillende werken van de grote filosofen uit zijn eigen tijd en de eeuwen ervoor. Hij nam onder andere kennis van Plato, Thomas van Aquino, Descartes, Hugo de Groot en John Locke. Hij bewonderde zelfstandig denken en originele geesten en vanaf het allereerste begin was hij van plan zijn jonge leerlingen en later zijn studenten te leren nadenken.

Voor Giambattista was het verleden ook belangrijk en hij vond dat je de geschiedenis en de mensen in hun geheel moest bekijken. Niet alleen je beperken tot het nieuwe, of alleen de wetenschap, maar mensen zijn meer dan feiten en de maatschappij kun je daarom niet doorgronden zonder ook naar de ontwikkeling van taal te kijken en de verhalen die mensen vertellen.

Hij toonde aan dat heel veel zaken in de geschiedenis zich herhalen en dat mensen altijd hebben geworsteld met armoede, geloof en de vraag hoe er het beste bestuurd kan worden, precies waar men in Napels ook over nadacht. Je kunt het verleden dus gebruiken om het heden duidelijker te maken.

Napels in een nieuwe tijd
Dit alles speelt zich af tegen de achtergrond van Napels in de 17e en 18e eeuw. Een stad waar achtereenvolgens de Spanjaarden, de Oostenrijkers en de Bourbons de teugels in handen hadden, maar zij hadden weinig aandacht voor de arme bevolking van Napels. Een stad waar rijke Engelsen kwamen op hun Grand tour en waar de armen amper te eten hadden. Een stad waar grotendeels op straat werd geleefd, de Vesuvius een eeuwige dreiging vormde en de verschillen tussen de klassen soms onoverbrugbaar waren.

Maar tegelijkertijd leefde Giambattista Vico in een nieuwe tijd. Nieuwe ideeën kwamen op over de rol van de mensen en de maatschappij, over het bestuur en de plaats van geloof. De Inquisitie had niet meer zoveel macht als in de eeuwen daarvoor en veel

Giambattista Vico las de boeken van de filosofen en vormde hieruit zijn eigen originele filosofie. Hij nam niets klakkeloos aan, maar probeerde bij iedereen die punten eruit te halen die hem zouden helpen om zijn eigen ideeën aan te scherpen en dichter bij de essentie te komen van wat nu precies waarheid was.

Het probleem van Giambattista Vico is dat hij uit een arme familie kwam. Hij had mensen die hem hielpen en steunden, maar hij verdiende erg weinig. Het is hem dan ook nooit gelukt om zijn boek in een grote oplage uit te geven, daarvoor had hij gewoon het geld niet. Af en toe beloofde een hooggeplaatste persoon om hem te financieren, maar na kritiek op het werk trok die zich vaak weer terug. Met allerlei subversieve ideeën, of denkwijzen die volkomen uit de pas liepen bij de heersende stroom, wilde men niet geassocieerd worden. 

In zijn eigen tijd werd Giambattista Vico door zijn vrienden en studenten gewaardeerd, maar is hij nooit heel bekend geworden en zijn werk is nooit wijd verspreid geweest.

Maar het mooie is dat deze originele denker wel heel veel wetenschappers, historici en filosofen in de 19e en 20e eeuw heeft geïnspireerd. Zijn boeken zijn hertaald en opnieuw uitgegeven en zijn ideeën kregen navolgers. Men weet wat we aan hem te danken hebben.

Naadloos geheel
Mark Blaisse weet het levensverhaal van Giambattista Vico, zijn filosofische ideeën en de geschiedenis van Napels zonder enige moeite met elkaar te verweven tot een schitterend en boeiend geheel. Dit boek leest ontzettend prettig door de mooie zinnen en de soms rake observaties, maar vooral omdat die filosofie en de geschiedenis een integraal onderdeel van het verhaal vormen. Je kunt Giambattista niet begrijpen als je zijn stad en tijd niet begrijpt en Mark Blaisse beschrijft dit allemaal meesterlijk.

Ik weet niet helemaal of ik met deze bespreking genoeg recht doe aan zowel Giambattista Vico als aan dit boek, dus laat ik alleen nog zeggen dat Het orakel van Napels een prachtige roman is over een zeer bijzondere en originele man. Een boek dat ik met bijzonder veel plezier gelezen heb.

Volledige titel: Het orakel van Napels. De alternatieve waarheid van Giambattista Vico (1668-1744) (2018)
Bladzijdes: 238

vrijdag 18 mei 2018

Caravaggio in Napels, drie meesterwerken

Michelangelo Merisi da Caravaggio is één van de grootste schilders die ooit heeft geleefd. Zijn prachtige schilderijen waarin licht en donker een dramatisch effect bereiken, weten ook de moderne toeschouwer nog te raken zoals veel schilderijen van zijn tijdgenoten dat niet meer weten te doen.

Ik houd bijzonder veel van Caravaggio en toen ik in Napels was, besloot ik alle drie de schilderijen van Caravaggio die zich in Napels bevonden, te bezoeken.

Ik heb De zeven werken van barmhartigheid eerst gezien en diezelfde dag nog De geseling van Christus. De dag erna ging ik op zoek naar Het martelaarschap van Sint Ursula.  

De zeven werken van barmhartigheid (1606-1607)
Caravaggio kwam in 1606 naar Napels, nadat hij uit Rome moest vluchten omdat hij iemand had vermoord. Hij kreeg verschillende opdrachten in Napels, en ook de liefdadigheidsinstelling Pio Monte della Misericordia bestelde een werk bij hem. Zij wilden de Zeven werken van barmhartigheid graag vastgelegd hebben. Eigenlijk zouden er zeven verschillende schilderijen gemaakt worden, maar Caravaggio heeft alle werken samengevoegd in één schilderij.

Het schilderij is groots en er gebeurt heel erg veel, maar als je goed kijkt zie je op de voorgrond Martinus van Tours zijn mantel doorsnijden om een naakte man te kleden, en hij geeft ook aandacht aan de bedelaar (de naakten kleden en de zieken verzorgen), daarboven geeft een man (Samson) water aan iemand (de dorstigen laven) en vraagt iemand om onderdak (de vreemdelingen herbergen). Aan de rechterkant  wordt een dode weggedragen (de doden begraven) en geeft een vrouw een man de borst (de gevangenen bezoeken en de hongerigen eten geven).

Deze laatste scene kan misschien een beetje vreemd lijken, maar het schijnt gebaseerd te zijn op het verhaal van een vrouw die net een kind had gekregen die op deze manier haar vader redde van de hongerdood in de gevangenis.

De engel die boven dit alles zweeft, is de inspirator van al deze barmhartigheid.
Het schilderij is nog altijd te zien in de kapel van de stichting en het is adembenemend mooi. Het museum dat er ook bij hoort is heel aardig om te zien, maar het leukste is het doorkijkje dat je vanaf het balkon hebt op het schilderij in de kapel beneden. En dat is waar het allemaal om draait.

Pio Monte della Misericordia, Via dei Tribunali 253Toegang 7 euro (mei 2018)

De geseling van Christus (1607)

Na het eerste mooie schilderij had ik de smaak te pakken en ging ik op zoek naar nummer twee. Dit doek is sinds 1972 te vinden in het museum Capodimonte. Daarvoor hing het in de San Domenico Maggiore, en het was besteld door de familie di Franco, die in deze kerk een kapel had.

We zien het moment dat Christus gemarteld wordt. De aandacht wordt door het licht getrokken naar Christus die in de touwen hangt, terwijl de mannen om hem heen hem pijnigen. De een heeft hem bij zijn haar vast en de ander schopt hem in de knie

Dit doek hangt op de tweede verdieping en heeft een zaal voor zich alleen. Heel mooi is dat je het werk al ziet hangen vanuit de zalen ervoor, het hangt als het ware aan het einde van de gang. En het treft je meteen, zelfs al van een afstand. Toen ik er uiteindelijk voor stond, had ik tranen in mijn ogen, vanwege de kracht van het schilderij. De voorstelling raakt je meteen in je hart. En het is gewoon ongelofelijk mooi.

Museo Capodimonte, toegang 12 euro (mei 2018)

Het martelaarschap van Sint Ursula (1610)
Het laatste schilderij dat ik opzocht is ook tevens het laatste schilderij dat Caravaggio zou schilderen. Nog geen maand na het voltooien van het doek, overleed hij door onbekende oorzaken op de terugweg naar Rome.

Dit doek gaat over Sint Ursula, die met elfduizend maagden op weg zou zijn geweest naar Keulen voor een pelgrimstocht en gevangen werd genomen door de Hunnen. Alle maagden werden afgeslacht, behalve Ursusla, met wie de koning der Hunnen wel wilde trouwen. Zij weigerde dit echter, waarna hij haar neerschoot met een pijl.

Caravaggio laat het moment zien dat zij net doorboord is, ze lijkt het zelf bijna niet te geloven en ook de toeschouwers kijken geschokt toe. Caravaggio zelf staat als toeschouwer achter Ursula, als één van de soldaten.
Caravaggio staat zelf afgebeeld op dit schilderij
Het doek werd besteld door de edelman Marcantonio Doria en kwam na wat omzwervingen in handen van de hertog Zevallos terecht, een Spaanse edelman met banden in Napels. Zijn paleis met kunstcollectie werd overgenomen door de Vlaamse handelaar Jan Vandereynden. In de 19e eeuw kwam er een bank in dit gebouw, maar de kunstcollectie is nog altijd te bezichtigen.

En hoewel het doek een beetje is toegetakeld omdat er wat dingen mis zijn gegaan met een restauratiepoging of misschien zelfs al eerder bij het vernissen, is het een indrukwekkend werk. Vooral als je beseft dat Caravaggio kort hierna is overleden. Zijn geschokte zelfportret op dit doek is daarvan een kleine voorbode.

Palazzo Zavallos Stigliano, Via Toledo 185, toegang 5 euro (mei 2018)

Deze drie schilderijen hebben me opnieuw laten zien hoe groots en geweldig Caravaggio is, er komt eigenlijk niemand bij in de buurt. Ik ben dan ook van plan om als ik weer in Rome ben, te kijken of ik zoveel mogelijk van zijn schilderijen te zien die dáár in verschillende musea en kerken hangen.

maandag 14 mei 2018

Ik kom terug, Adriaan van Dis

Een zoon en zijn moeder. Een ouder wordende zoon en een moeder die aan het einde van haar leven is. Hun relatie is altijd moeizaam geweest, getekend door verwijten en wrok, ruzie en schaamte, oorlog en trauma’s. Heel veel contact is er eigenlijk niet; af en toe een telefoontje en sporadisch een bezoek.

Maar dan begint moeder toenadering te zoeken en wil ze herinneringen ophalen. Aan haar jeugd in Brabant, haar tijd in Indië. De zoon moet luisteren en haar vooral niet onderbreken of vragen stellen. En in ruil voor haar verhaal wil de moeder dat haar zoon haar helpt met sterven, want ze heeft er nu wel genoeg van.

Adriaan van Dis heeft geen gemakkelijke relatie met zijn ouders, in Indische Duinen heeft hij hier bijvoorbeeld ook over geschreven. In dat boek lag de nadruk op de jaren dat de familie terug was uit Indie en woonde in een klein dorp aan zee. 

Moeder met haar drie Indische dochters uit haar eerste huwelijk, een tweede man met wie ze niet kon trouwen en een zoontje dat daarom een bastaard was. Een zoon die door zijn vader voorbereid werd op een eventuele nieuwe oorlog, desnoods met harde hand. 

De andere leden van het gezin hadden ook zo hun oorlogstrauma’s van het Jappenkamp en alles wat ze hadden meegemaakt, maar hier werd bijna niet over gesproken. Veel werd genegeerd of gebagatelliseerd, met alle gevolgen van dien.

In Ik kom terug gaat het verhaal verder, maar het is een heel ander boek. Ja, het is een soort vervolg, maar dan wel van een heel andere kant benaderd. In Indische duinen de zoektocht van een jongen naar het verleden van zijn vader, in Ik kom terug een volwassen man die zijn relatie met zijn moeder onderzoekt. Je merkt ook dat de hoofdpersoon meer afstand kan nemen en meer medeogen heeft, hoewel de bitterheid over sommige dingen in het verleden nog altijd schrijnt.

Ik vind het bijzonder knap hoe Adriaan van Dis in staat is om zowel de ergernis als het mededogen, het schuldgevoel en het gevoel van tederheid dat hem ondanks alles soms bekruipt, te beschrijven. Het wordt nooit bitter, nooit sentimenteel, nooit grof, nooit spottend om het spotten. Hij spaart zijn moeder en de rest van zijn familie niet, maar zichzelf ook niet.

Aan het begin van het boek is er bijna sprake van een licht geïrriteerde onverschilligheid, maar langzamerhand komen moeder en zoon elkaar nader. Ze vinden elkaar in hun afspraak, hij zal haar verhaal schrijven (en komt terug om te controleren of hij het goed doet!), en hij zal haar helpen in deze laatste fase.

We maakten een lijstje. Telefoongesprekken. Brieven. (‘Die selecteer ik zelf’) Oké, oké. Ik voegde er ook een punt aan toe: Eerlijk zijn.
‘Geen exhibitionisme’.’ Ze klonk streng.
Mocht ik naar haar liefdesleven vragen?
‘Joh, ik heb al vijfenvijftig jaar niet meer gezoend, daar weet ik niks meer van.’
‘Of naar geld? Hoeveel is er nog in kas?’
‘Gaat je niks aan’.
‘En hard aanpakken?’
‘Maar niet over het kamp, dat gezeur’.
‘Een beetje.’ Zei ik
We kibbelden.
Onze woorden vielen samen, dezelfde woorden, dezelfde toon soms, pauzes, ritme. We vulden elkaars zinnen aan. ‘Hoor je’, zei ik ‘jij praat in mij en ik in jou.’
‘Samen één stem.’ Een zin die haar beviel, die kwam ook in het contract.

En naarmate hij vaker bij zijn moeder langs komt en haar situatie slechter wordt, wordt haar verhaal duidelijker. Want gemakkelijk heeft ze het niet gehad, als jonge vrouw in Indië van een Indische man en later in het Jappenkamp met drie jonge meisjes om in leven te houden.

Het lijkt ook wel of het verval en het begrip hand in hand gaan, als moeder brozer en slechter wordt, komen ook de herinneringen terug aan de momenten dat zijn moeder geweldig en leuk was en hij zelfs trots op haar was. Herinneringen waarin zijn moeder voor hem opkwam en de bijzondere momenten die ze deelden en niet alleen de herinneringen hoe zijn moeder hem in de steek liet bij het geweld van zijn vader.

Er komt ook het besef van wat hij zelf van haar heeft overgenomen, waarin hij gewoon tegen wil en dank op zijn moeder lijkt.

Het proces is niet gelijkmatig, want moeder is natuurlijk niet veranderd in een mak en gezeglijk lammetje en blijft haar kuren houden. Op een gegeven moment moet de zoon zelfs samenspannen met de directrice van het verzorgingstehuis om bijvoorbeeld het slot van de voordeur te verwijderen.

De dood komt uiteindelijk niet zo gemakkelijk als moeder had gehoopt, en de zoon is er uiteindelijk ook niet bij. Na al die weken daar gelogeerd te hebben, moest hij er even tussen uit en dat is het moment dat moeder de geest geeft.

Is er eindelijk een kans om het verleden af te sluiten? Voor zover dat ooit kan misschien wel, hoewel het wel weer tekenend is dat de grote kist vol geheimen na de dood van moeder leeg blijkt. Een mens kan nooit de ander volkomen doorgronden en er blijven stukken die je voor jezelf moet houden.

Ik kom terug is ontroerend, onweerstaanbaar grappig, vol tederheid en hoewel het geen licht onderwerp is, is het beslist geen zwaar boek. Ik heb het gevoel dat ik met al deze beschrijvingen het boek nog altijd geen recht doe, het geeft namelijk nog altijd niet weer hoe weergaloos mooi het is. Ik kan alleen nog maar toevoegen dat Adriaan van Dis wat mij betreft met dit boek laat zien dat hij één van de beste schrijvers van Nederland is.

Uitgegeven in 2014 door uitgeverij Atlas Contact
Bladzijdes: 284

Lees HIER wat Joke en HIER wat Sandra over dit boek schreven.

vrijdag 11 mei 2018

Vijf op vrijdag, 5x Napels

De afgelopen dagen was ik in Napels en wat heb ik hier mooie dagen doorgebracht! Napels is levendig, bruisend, knettergek en ongelofelijk mooi. Het eten is er heerlijk, de mensen vriendelijk, het verkeer chaos in het kwadraat en verder zijn er kerken vol marmer, musea vol kunstschatten en overal opgravingen. Lagen en lagen geschiedenis kun je hier vinden. Ik heb genoten van elke minuut (zelfs toen het regende) en ik kom hier zeker nog eens terug.

Hier alvast als klein voorproefje vijf mooie foto's van Napels en sommige onderwerpen komen in de komende weken uitgebreider aan bod!
De Vesuvius. Iedereen houdt er rekening mee dat die elk moment kan uitbarsten,
al kan het ook nog honderd jaar duren.
Eén ding is zeker, als de vulkaan uitbarst, is Napels gedoemd. 

Devotie

De prachtige kloostertuin van Santa Chiara met de Majolicaversieringen. 

Deze rode 'pepers' zie je overal in het straatbeeld.
Ze weren het boze oog af en bevorderen vruchtbaarheid. 

Napels. 

maandag 7 mei 2018

Waarom het zo aantrekkelijk is om gelukkig te zijn, Lorenzo Marone

Als bejaarde hoef je je niet meer zo heel druk te maken om conventies en maatschappelijke normen, vind de oude Cesare Annunziata.

Hij gaat dan ook voornamelijk zijn eigen gang en probeert zich zo min mogelijk te bemoeien met de mensen om hem heen. Om bijvoorbeeld te voorkomen dat hij met buren moet praten, steekt hij zelfs de straat over en vragen van zijn gekke kattenbuurvrouw weert hij zo goed mogelijk af.

Zijn vrouw is enkele jaren geleden overleden en hun huwelijk was niet heel best, de liefde was al vele jaren eerder verdwenen.

De relatie met zijn twee kinderen, zoon Dante en dochter Sveva is niet heel goed, op de een of andere manier kan Cesare de woorden niet vinden om te zeggen dat hij ze best waardeert en is hij alleen maar bot en afwijzend.

Dat bevalt hem aan de ene kant best, des te minder mensen van hem verwachten, des te minder ze van hem vragen en des te minder kans hij heeft om ze teleur te stellen. 

Aan de andere kant weet hij heel goed dat hij niet zo los staat van de mensen om hem heen als hij voorgeeft te zijn. Hij zou willen dat zijn dochter gelukkiger was en dat zijn zoon eindelijk eens aan zijn vader zou durven toegeven dat hij homo was. En hij wil zijn nieuwe buurvrouw helpen die door haar man wordt geslagen en vormt daarom een klein actiecomité met een paar anderen in het flatgebouw.

En waar sommige dingen warempel gemakkelijker worden en beter gaan, zijn het Cesare’s bemoeienissen met zijn buren die grote gevolgen zullen hebben.

Lorenzo Marone is geboren in Napels en voor hij begon met schrijven was hij eerst jarenlang advocaat. Hij heeft een aantal literaire prijzen gewonnen voor zijn korte verhalen, en dit boek is een groot succes in Italie zelf en is al in twaalf talen vertaald.

Waarom het zo aantrekkelijk is om gelukkig te zijn is een prachtig boek om te lezen. Langzamerhand kom je er namelijk achter wat er achter dat cynische Cesare eigenlijk een goed hart heeft (veel beter dan hij zelf wil weten) en leer je zijn achtergrond kennen en die van de mensen om hem heen.

Geweldig zijn de scenes waarin Cesare met zijn vriendin gaat eten bij zijn zoon en diens nieuwe vriend, of de vriendschap tussen Cesare en zijn oude buurman Marino, de kat Beelzebub die af en toe ontsnapt aan het oude kattenvrouwtje en bij Cesare zich tegoed komt doen aan kaas en ham.

Cesare is degene die het hele verhaal vanuit zijn perspectief vertelt en doet dit op een heerlijke manier met droog en raak commentaar. Tegelijkertijd is er weemoed om de zaken uit het verleden die niet meer recht te zetten zijn.
Sommige momenten zijn hilarisch en grappig, andere zijn pijnlijk of ronduit heel verdrietig.  

Cesare is iemand met goede en slechte eigenschappen en hij is zelf de eerste om toe te geven dat hij voor zijn vrouw niet de beste echtgenoot is geweest. Dit alles maakt niet alleen hem, maar ook de andere personages af en levensecht. Mooi daarbij is ook dat niet alles goed afloopt en niet alles perfect is, er zijn losse eindjes, foute beslissingen en ellendige gevolgen, maar er is ook begrip, vriendschap en liefde.

Mooi vond ik ook dat Napels weliswaar de stad is waar het afspeelt en sommige typische Napolitaanse zaken heel mooi langskomen, maar dat staat niet op de voorgrond. Het is geen roman over Napels, maar een die zich in Napels afspeelt. Tegelijkertijd zie je de liefde van Lorenzo Marone voor zijn stad tussen de regels door komen. 

Ik heb echt genoten van Waarom het aantrekkelijk is om gelukkig te zijn en ik ben blij dat ik Cesare Annunziata heb leren kennen, al zou hij daar zelf een zure opmerking over maken.

Originele Italiaanse titel: La tentazione di essere felici (2015)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Prometheus
Nederlandse vertaling: Hilda Schraa en Manon Smits
Bladzijdes: 251

zondag 6 mei 2018

Boekentip op zondag (6/18)

Hebben kloosters nog een toekomst? Die vraag is niet onlogisch om te stellen. Voor de meesten van ons in de 21 eeuw lijkt een kloosterleven iets uit de Middeleeuwen, iets dat totaal niet meer bij onze manier van leven past.

Maar hoewel de kloosters sinds 1965 behoorlijk zijn teruggelopen, is er de laatste jaren juist weer sprake van groei. Jonge mensen melden zich aan om in te treden en zorgen ervoor dat de kloostergemeenschappen een nieuwe toekomst hebben.

Veel is er natuurlijk veranderd in de maatschappij en de manier waarop mensen nu in het leven staan en dit zorgt voor nieuwe afwegingen in het klooster. Welke tradities moet je behouden en waar moet je soepel mee omgaan om ook de nieuwelingen in het klooster te behouden.

Leo Fijen heeft verschillende kloosterlingen geïnterviewd over hun leven in het klooster en dit geeft een breed beeld van het kloosterleven op dit moment in Nederland. In het boek Kloostermensen komen postulanten aan het woord, mensen die al verschillende keren een poging hebben gewaagd en nu eindelijk thuis zijn, abten en abdissen die soms al decennia lang aan het hoofd van hun klooster staan.

Sommige kloosters zijn klein en zijn blij met de enkele nieuwe aanmelding, andere kloosters maken zelfs een nieuwe bloeiperiode door. Er zijn kloosters die proberen vast te houden aan de tradities die zo belangrijk zijn, andere kloosters gaan radicaal een nieuwe kant op.

Mooi is niet alleen deze dwarsdoorsnede, maar ook heel interessant is te zien hoe de verschillende soorten congregaties in elkaar zitten en elk een eigen sfeer hebben. Waar de ene Benedictijn is omdat het idee van Stabilitas hem zo aanspreekt, is de ander juist Franciscaan omdat het in beweging zijn is wat hij nodig heeft.

Ik vind dit een heerlijk boek waarin heel veel interessants verteld wordt en waarin ook heel veel wijsheid zit. Gek genoeg kon ik alleen helemaal niks met de interviews met de twee Amerikaanse nonnen die in Limburg in een klooster zitten, op de een of andere manier beleven die alles toch net een beetje anders dan voor mij aansprekend is (Amerikanen zijn zo weinig nuchter, misschien). Maar verder vond ik dit een geweldig boek, aanrader!

Uitgegeven in 2018 door uitgeverij Adveniat
Bladzijdes: 202

vrijdag 4 mei 2018

Tentoonstelling: Van Gogh en Japan

Courtisane (naar Eisen)
1887
Halverwege de 19e eeuw gingen de deuren van Japan voor het westen open en dit zorgde voor een Japanse rage in Europa. Vooral Japanse kleinoden en kunst waren razend populair, niet zo heel erg in Nederland, maar natuurlijk wel in Parijs. Toen Vincent van Gogh in Parijs kwam, raakte hij in de ban van deze mode en langzamerhand begon hij de Japanse kunst als een groot voorbeeld te zien.

Hij kocht meer dan 600 Japanse prenten en probeerde de Japanse principes toe te passen in zijn eigen werk. Hij zoomde in op details, gebruikte grote kleurvlakken, sneed een onderwerp soms op een ongebruikelijke manier af en speelde met het perspectief, net zoals hij in zijn geliefde Japanse prenten zag.

Voor van Gogh waren de Japanse kunstenaars een voorbeeld. Niet alleen in hun techniek, maar ook hoe ze bezig waren met hun kunst. Hij had het idee dat Japanse kunstenaars als een soort monniken samen leefden en werkten en van elkaar leerden. De kunstenaarsgemeenschap die hij in 1888 in Arles op wilde zetten, was zijn versie van dit Japanse voorbeeld. Helaas is dit nooit van de grond gekomen.

In het Van Gogh museum is er nu een tentoonstelling waarin heel duidelijk wordt wat de invloed van de Japanse kunst op de kunst van Vincent was. En als je de Japanse prenten naast de werken van Van Gogh ziet, dan zie je die inspiratie heel duidelijk in de verschillende elementen van zijn schilderijen. Maar het is ook heel duidelijk dat Van Gogh absoluut niet Japans was in zijn werken, er is geen sprake van gestileerde verstildheid en van Zen is helemaal geen sprake.
Amandelbloesem, 1890
Als ik eerlijk ben, houd ik zelf niet van Japanse kunst. De prenten vind ik flets, de figuren in het beste geval lelijk, in het ergste geval afzichtelijk. Maar ik houd wél van Van Gogh en toen ik de twee vormen naast elkaar zag, bevestigde dit voor mij weer dat Van Gogh zo zijn eigen stijl heeft, dat hij die zelfs in zijn manische geobsedeerdheid niet kan verbergen. Aan alle kanten blijft Van Gogh er zelf doorheen schemeren en dat is maar goed ook.

Als hij de Japanners alleen maar had gekopieerd, waren zijn schilderijen lang zo mooi niet geweest, maar het gebruik van de Japanse principes maken zijn schilderijen ontzettend mooi. Ik vond het vooral heel bijzonder om de bekende werken in een nieuw perspectief te zien.

Heel triest dat Van Gogh door zijn ziekte niet meer geloofde in zijn ideaal om andere kunstenaars te helpen zich te ontwikkelen. Toen hij eenmaal in de inrichting zat, had hij het hier bijna niet meer over. De Japanse droom was nu een pijnlijke herinnering geworden.

De tentoonstelling Van Gogh en Japan is nog tot 24 juni 2018 in het Van Gogh museum te zien.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...