zondag 31 augustus 2014

zaterdag 30 augustus 2014

donderdag 28 augustus 2014

Orakelnacht, Paul Auster

Een verhaal over verhalen, van een schrijver die niet meer schreef. Een verhaal dat speelt met heden, verleden en toekomst en waarin alle lijnen samenkomen. Kortom, een typische Auster.

Sidney Orr is een schrijver, maar door een ziekte heeft hij een tijd niet kunnen schrijven. Langzaam komt zijn gezondheid terug en kan hij steeds langere wandelingen maken. Tijdens een van de wandelingen komt hij bij een nieuwe kantoorboekhandel langs, en hier ziet hij een notitieboek dat hem aanspreekt. Blauw, van Portugese makelij. Hij neemt het mee naar huis en voor het eerst in lange tijd weet hij weer een begin te maken met een verhaal. Hij wordt er zo door gegrepen, dat hij achter elkaar door schrijft en daarbij alles vergeet.

Hij schrijft een verhaal naar een idee van Dashiel Hammett, over een man waar niets bijzonders mee is, tot hij bijna geraakt wordt door een vallende balk en daarna zijn leven helemaal omgooit. Sidney gebruikt dit gegeven om een verhaal te schrijven over een redacteur, die op een gegeven moment zijn leven helemaal omgooit nadat hij bijna door iets geraakt wordt op weg naar de brievenbus. Hij besluit niet meer terug te gaan naar huis, maar neemt het vliegtuig naar Kansas City, waar het avontuur een heel vreemde wending krijgt.

Hij probeert zijn verhaal af te maken, maar ondertussen maakt hij zich ook zorgen over zijn vrouw Claire en hun vriend, de schrijver John Trause die ernstig ziek is en tot slot wordt er ook nog ingebroken bij Claire en Sidney.

Verhalen, gewikkeld in verhalen, terwijl er een verhaal verteld wordt. Dat is een van de kenmerkende dingen in Orakelnacht van Paul Auster, die als geen ander verhaallijnen in elkaar over kan laten lopen zodat je je bij elk stukje afvraagt of er een aanwijzing inzit voor het volgende of het vorige stukje. 

De toekomst en het verleden lopen ook in elkaar over. Een van de verhalen gaat over een man die de toekomst kan zien en daar gek van wordt en Sidney schrijft op een gegeven moment een synopsis voor een verhaal gebaseerd op de tijdmachine van H.G. Wells. Bovendien wordt duidelijk dat Sidney Orakelnacht twintig jaar later opschrijft en het wordt nooit helemaal duidelijk hoeveel van wat hij denkt te weten en opmerkt inderdaad klopt, of dat hij met de kennis van later het verhaal invult.

Naast de verhalen die Sidney schrijft, heeft dit boek ook bijzondere voetnoten, die komen met extra uitleg en verklaringen bij de dingen die Sidney vertelt. Vaak lopen die voetnoten bladzijdes lang door, zodat je eigenlijk twee parallel lopende verhalen hebt. Een bijzondere leeservaring.

Al deze zaken bij elkaar maken van Orakelnacht weer een typische Auster, waarbij je constant op het verkeerde been wordt gezet en je je voortdurend afvraagt of iets een belangrijke aanwijzing is of niet. Heerlijk.

Originele titel: Oracle night
Uitgegeven in 2003
Nederlandse uitgave 2004 door uitgeverij De Arbeiderspers
Nederlandse vertaling: Ton Heuvelmans
Bladzijdes: 206

woensdag 27 augustus 2014

Wasgoed

Is het niet grappig hoe in het buitenland het gewone ongewoon wordt? Ik zou er niet over peinzen het wasgoed van de buurvrouw op de foto te zetten, maar in Italie is het pittoresque en leuk.
Wasgoed in Trastevere, foto genomen in Rome, 2013

Wasgoed in Venetie, foto genomen in 2011

maandag 25 augustus 2014

Een lied voor Achilles, Madeline Miller

Patroclus is een prins, maar zijn vader heeft geen hoge dunk van hem, hij is niet snel genoeg, niet slim genoeg, niet prinselijk genoeg om zijn vader tevreden te stellen. Door een ongeluk doodt Patroclus een andere jongen en de straf is dat hij wordt verbannen. Hij wordt opgenomen door de koning van Phthia, de vader van Achilles.

Achilles is een jongen die alles mee heeft, hij is knap, sterk, aardig en een geweldige vechter. Ondanks hun verschillen worden de jongens vrienden en er ontstaat een diepe liefde tussen hen.  

Paris van Troje ontvoert koningin Helena van Sparta en dat is het begin van de Trojaanse oorlog. De Griekse koningen vormen één groot leger om de belediging die hen is aangedaan te wreken.

Volgens de voorspelling zal Achilles in deze oorlog roem vergaren en zijn reputatie als de beste van alle Grieken waarmaken. Patroclus maakt zich zorgen zijn geliefde vriend en vergezelt Achilles naar Troje.

De oorlog gaat niet gemakkelijk, soms zijn de Grieken aan de winnende hand, soms de Trojanen. Uiteindelijk zal het tien jaar duren voor de strijd beslecht is. Tijdens deze tien jaar moeten er keuzes gemaakt worden en de gevolgen van die keuzes zijn soms niet te overzien.

Het verhaal van de Trojaanse oorlog kennen we uit de Ilias, dat over het algemeen wordt toegeschreven aan de Griekse schrijver Homerus. Hij heeft waarschijnlijk niet helemaal zelf bedacht, het verhaal bestond eerst al in een mondelinge traditie en tegenwoordig wordt er zelfs gedacht dat meerdere schrijvers hebben bijgedragen aan het uiteindelijke werk.

De nieuwe insteek van Madeline Miller past dan ook helemaal binnen deze traditie. Zij vertelt het verhaal uit het oogpunt van Patroclus en daarmee geeft ze een andere dimensie aan het oude verhaal, maar zeker ook aan Achilles, die nu een stuk menselijker en sympathieker overkomt dan wanneer hij alleen maar ‘de held’ is. Patroclus probeert het goede te doen, en moet door de voorspellingen van goden en de manipulaties van koningen door zien te laveren.

De groeiende band tussen Achilles en Patroclus wordt prachtig beschreven en daardoor is Een lied voor Achilles niet het verhaal over een held in een oorlog, maar een verhaal over de kracht van liefde.

Ik weet niet waarom het twee jaar heeft geduurd voor ik dit boek eindelijk heb gelezen, maar ik heb er van genoten. Ik heb zelfs gehuild op het einde. Prachtig.

Oorspronkelijke titel: The song of Achilles
Uitgegeven in 2012
Nederlandse uitgave 2012 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling: Robert Neugarten
Bladzijdes: 360

zaterdag 23 augustus 2014

In memoriam: Hennie Jansen-Grimmius

Een heel jonge Hennie
Op 25 mei 1924 werd mijn oma, Hennie Grimmius, geboren in Finsterwolde in Groningen. Haar vader was arbeider bij een boer en hij werkte elke dag hard voor weinig loon. Dankzij een grote moestuin en heel zuinig leven was er geen gebrek, maar geld voor extraatjes was er eigenlijk nooit.

Na de lagere school wilde Hennie graag doorleren, ze heeft wel eens verteld dat ze graag onderwijzeres zou zijn geworden. Helaas kon dat niet. Haar jongere broertje mocht wel doorleren, maar mijn oma moest ‘een dienstje’. Niet omdat mijn overgrootouders scholing voor een meisje niet belangrijk vonden, maar ze hadden geen geld om twee kinderen door te laten leren. En omdat een jongen later een gezin moest kunnen onderhouden, ging dat voor.

Hennie kwam als meisje van twaalf als dienstmeisje te werken bij een van de rijke boeren in de omgeving. Fijn heeft ze het hier niet gehad en meer dan zeventig jaar later kon ze nog boos worden over de slechte behandeling die ze kreeg en de vernederingen die ze soms moest ondergaan. Gelukkig kreeg ze later ook andere betrekkingen die een stuk beter bevielen.

Trouwdag Albert en Hennie
Op een gegeven moment kreeg ze kennis aan een jonge machinist van een marine- onderzeeër, Albert Jansen. In 1942 zijn ze getrouwd. Ze kregen twee dochters, mijn tante en mijn moeder.

Haar gebrek aan officiële scholing heeft Hennie nooit gehinderd, ze had een heel brede belangstelling en las veel. Ze heeft later nog de zogenaamde moedermavo gedaan en deed verschillende cursussen.

Ze was ook actief in openbare zaken, ze richtte bijvoorbeeld in het dorp waar ze woonden een afdeling van de vrouwenbond van het NVV op en was ze hier ook voorzitter van. Bovendien was ze secretaris van de plaatselijke PvdA afdeling en zat ze in de commissie van woningtoewijzing. Om dit allemaal goed te kunnen doen heeft ze verschillende cursussen gevolgd op het gebied van organisatie en bestuur. Later was ze ook vrijwilligster bij het Rode Kruis.

Al jong kreeg ze echter gezondheidsklachten en is ze veel ziek geweest. Ze heeft een paar zware operaties moeten ondergaan en ze is nooit meer echt gezond geworden. Ook had ze last van depressies en nadat ze op latere leeftijd een hersenbloeding kreeg, was het over met de cursussen en werkzaamheden. Vaak probeerde ze er nog iets van te maken of begon ze met iets nieuws, maar door de omstandigheden lukte dat nooit goed. Dat kwam ook voor een deel door haarzelf; ze legde de lat zo hoog dat het onmogelijk was om aan haar eigen eisen en standaard te voldoen.

Lezen bleef een grote liefhebberij en ze had veel belangstelling voor de gebeurtenissen in de wereld, vaak volgde ze het journaal met de atlas op tafel. Ze is altijd creatief geweest en handwerkte veel. Ook maakte ze het thuis voor Albert en zichzelf gezellig en als de familie op bezoek kwam, werd er heerlijk gekookt.

De laatste jaren zijn niet mooi meer geweest. In 2009 overleed Albert en moest Hennie na al die jaren alleen verder. Langzamerhand werd duidelijk dat zelfstandig wonen niet meer mogelijk was, zelfs niet met thuiszorg en andere hulp.

In december 2012 kwam mijn oma in een verzorgingstehuis hier in Almere te wonen. Eerst op een kamer, de laatste maanden op de gesloten afdeling voor demente bejaarden.
Haar vele angsten maakten haar echter zeer onrustig, waardoor ze ging lopen, met als gevolg dat ze vaak viel. Vorige week is ze voor de laatste keer gevallen en daarbij heeft ze waarschijnlijk haar heup gebroken. Maar als je 90 jaar oud bent en zeer dement, is daar weinig aan te doen, men kan alleen proberen de pijn te bestrijden. Mijn oma’s toestand verergerde en werd onhoudbaar en uiteindelijk is men begonnen met palliatieve sedatie.

Donderdag 21 augustus 2014 is mijn oma overleden. Mijn moeder en vader waren erbij, dus ze was niet alleen toen ze stierf. Ze is de laatste dagen niet meer bij bewustzijn geweest.
 
Hoewel we het allemaal aan zagen komen, zijn we natuurlijk wel verdrietig. Gelukkig hebben we onze herinneringen. Ik kan me bijvoorbeeld zo de mooie tuin voor de geest halen die mijn oma had toen ze in Veendam woonden, die was een lust voor het oog. Ook sprak ik met mijn oma vaak over boeken omdat ze, net als ik, zo van lezen hield. En ik weet dat ze erg trots op me was omdat ik lerares geworden ben, het beroep dat ze zo graag zelf had willen uitoefenen, maar dat door omstandigheden niet kon. 
Ik ga mijn oma missen.   
Albert en Hennie op hun 65e trouwdag

donderdag 21 augustus 2014

Gezinsleven, Akhil Sharma

Ajay, zijn oudere broer Birju en zijn ouders emigreren van India naar Amerika als Ajay acht jaar is. Een nieuwe wereld van overvloed en mogelijkheden en alle hoop van de familie is gevestigd op Birju, die zijn toelatingsexamen tot een prestigieuze technische school haalt. Helaas gaat het daarna helemaal mis. Birju duikt in de vakantie in een zwembad, stoot zijn hoofd en loopt onherstelbare hersenbeschadiging op. Vanaf dat moment draait het hele gezinsleven om Birju en zijn verzorging. Vader en moeder gaan elk anders om met hun verdriet en voor Ajay is weinig aandacht meer.

Hoewel dit boek gaat over een gezin dat emigreert, is dat niet het belangrijkste in dit verhaal. Gezinsleven gaat vooral over de manier waarop alle gezinsleden met de tragedie omgaan en hoe dit invloed heeft op iedereen.

Ik vond het een mooi verhaal, maar toch miste ik iets, ik vond het niet zo mooi als ik had gehoopt. Ik denk dat dit kwam omdat het hele verhaal uit de ogen van Ajay wordt verteld, die op zijn kinderlijke wijze naar de gebeurtenissen kijkt. Hij vertelt vooral wat hij voelt, zonder dat je daarbij je nu echt goed kunt inleven. Daarbij is het ook geen bijzonder sympathiek jongetje en dat maakte dat ik me niet heel betrokken voelde bij de personen in dit boek en wat hen overkwam.

Kortom, Gezinsleven vond ik (helaas) niet zo mooi als ik had gedacht en gehoopt.

Originele titel: Family life
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Otto Biersma
Bladzijdes: 234

dinsdag 19 augustus 2014

Nieuw schooljaar

Mijn schooltas voor het komende jaar.
(plattegrond St.Petersburg)
De zomervakantie is voor mij, en alle leerlingen en docenten in regio noord, weer afgelopen. Gisteren was de eerste dag met de collega's, vandaag weer de eerste dag met de leerlingen. Altijd spannend; welke leerlingen heb je in de klas en hoe verlopen de eerste lessen?
Vorige week is het voorbereiden al begonnen, het maken van planningen, het maken van de lijsten van alles wat je doen moet en alvast weer even kijken wat er ook alweer in de eerste paragraaf staat.

Ik wil altijd mijn spullen op orde hebben voor het jaar begint en één van dingen die belangrijk zijn is de juiste tas. Een tas moet groot genoeg zijn voor mijn mappen, gemakkelijk te dragen zijn en voldoende ruimte hebben voor alle zooi die er soms bij komt, zoals toetsen en werkstukken die meegesleept moeten worden. Een tas moet ook sterk zijn, want meestal sjouw je heel wat mee.

Ik heb van die canvasachtige tassen gehad, maar eerlijk gezegd zijn die niet zo heel goed, de meesten beginnen halverwege het jaar slijtplekken te vertonen en aan het einde van het jaar kun je de tas weg doen. Dat is behoorlijk zonde geld, zoals ik dat noem.

Ik heb echter de (bijna) perfecte oplossing gevonden: een shopper van de Hermitage in Amsterdam. Deze tas heeft het perfecte formaat, is sterk (houdt het het hele jaar vol zonder kapot te gaan), heeft voldoende ruimte en is goed te dragen door perfect afgestelde hengsels. De tas sluit met een rits en is bovendien waterafstotend. Er is slechts één klein nadeel, er zitten geen aparte vakken in, het is één groot vak. Maar goed, als dat alles is, is het geen probleem, daar kan ik wel iets op bedenken.

Ik ben weer erg blij met mijn Hermitage shopper, en voor nog geen vier euro vind ik helemaal een geweldige vondst.
Het nieuwe jaar kan beginnen, ik heb een tas en ik ben er klaar voor.

maandag 18 augustus 2014

Vondel, het verhaal van zijn leven, Piet Calis

Over Joost van den Vondel wist ik niet zoveel; alleen dat hij leefde in de 17e eeuw, katholiek was, toneelstukken schreef en er iets was met de Gijsbrecht van Amstel. Gelukkig heb ik onlangs de biografie van literatuurhistoricus Piet Calis gelezen, waarmee alle gaten in mijn kennis over Vondel werden opgevuld.

De familie van Joost van den Vondel was doopsgezind en deze protestantse stroming kon op weinig sympathie rekenen in de Nederlanden, zowel niet van Katholieke als van calvinistische zijde.

De familie woonde eerst in Antwerpen, maar vertrok naar Keulen, waar in 1587 de kleine Joost geboren werd. Uiteindelijk werd ook hier de sfeer tegenover de doopsgezinden te streng en de familie vertrok naar Amsterdam. Ze kwamen in de Warmoesstraat te wonen waar vader Joost zich vestigde als zijdekoopman.

Joost groeide op in een stad vol bedrijvigheid en begon gedichten en toneelstukken te schrijven, al waren de doopsgezinden niet erg dol op deze frivole vorm van kunst. Hij kreeg steeds meer bekendheid en zijn werk werd uitgegeven.

De Republiek was nog altijd in oorlog met Spanje, maar desondanks ging het economisch goed. De handel groeide en de rijkdom die dit opleverde was goed te zien in Amsterdam. Toch was het niet allemaal koek en ei in de Republiek. Er kwamen grote spanningen tussen verschillende stromingen binnen het calvinisme die samenliepen met verschillende politieke spanningen tussen de raadspensionaris en de stadhouder. Uiteindelijk zou stadhouder Maurits deze strijd winnen en raadspensionaris Johan van Oldebarnevelt werd in 1619 onthoofd.

Zijn dood was voor Vondel aanleiding om zich voor het eerst duidelijk uit te spreken over een actuele politieke zaak. Hij schreef een toneelstuk waarin hij de executie van Van Oldebarnevelt scherp veroordeelde. In latere jaren zou hij zich regelmatig mengen in het politieke debat, al bracht hem dat ook menigmaal in moeilijkheden met de calvinistische dominees en de machthebbers in de stad.

Zeker nadat Joost van den Vondel in 1641 rooms katholiek was geworden, werden zijn gedichten en toneelstukken regelmatig te ‘paaps’ gevonden om uitgegeven of uitgevoerd te worden.

Joost van den Vondel
Bij het overlijden van Joost van den Vondel in 1679, was hij de meest bekende en gezaghebbende dichter in de Republiek. Niet altijd onomstreden, maar bijna altijd kwaliteit leverend. Jammer genoeg worden zijn werken tegenwoordig bijna niet meer gelezen of opgevoerd.

Piet Calis besteedt in zijn biografie Vondel, het verhaal van zijn leven niet alleen veel aandacht aan het leven van Vondel en de geschiedenis van Amsterdam en de Republiek, maar ook aan zijn gedichten en toneelstukken. Hij laat zien hoe Vondel nieuwe ideeën en kennis over de Oudheid en de kunst van het toneelschrijven toepaste in zijn werk, hoe de actuele situaties werden verbeeld en hoe Vondel groeide als schrijver. Dit maakt deze biografie niet alleen heel volledig, maar ook nog eens bijzonder interessant en leesbaar. Kortom, een aanrader.

Uitgegeven in 2008 door uitgeverij Meulenhoff
Bladzijdes: 375
Dit was een van de boeken die ik heb mee mogen nemen na het boekbloggersevent op 14 juni 2014

zondag 17 augustus 2014

Citaat: Evelyn Waugh

Punctuality is the virtue of the bored.
Evelyn Waugh (Engelse schrijver 1903-1966)

zaterdag 16 augustus 2014

donderdag 14 augustus 2014

Twee broers, Jhumpa Lahiri

Waarop is verbondenheid gebaseerd? Op bloedverwantschap of op gedeelde ervaringen? Wat blijft er van verbondenheid over als je tot de ontdekking komt dat je iemand nooit goed hebt gekend?
Als traditie belangrijk is, hoe vind je de vrijheid om je eigen leven te creëren en wat is de prijs die daarvoor betaald moet worden?

Twee broers, zo verschillend, maar toch zo verbonden met elkaar. Subhash is de oudste, hij is de voorzichtige en de rustige, in tegenstelling tot de vijftien maanden jongere Udayan, die altijd de plannen bedenkt en risico’s neemt. 

De broers groeien op in Calcutta, als India net onafhankelijk is geworden. De jongens doen alles samen en vormen een twee-eenheid. Als de jongens in de jaren ’60 naar de universiteit gaan, broeit het in India. Er is grote ontevredenheid over de armoede in het land en de manier waarop grootgrondbezitters nog altijd de macht in handen hebben. Subhash houdt zich hier niet mee bezig, hij vertrekt naar Amerika om daar verder te studeren.

Udayan raakt echter betrokken bij een groep radicale communisten, die met allerlei aanslagen wil proberen om de maatschappij te veranderen. Tegen de wil van zijn ouders in trouwt Udayan met Gauri, een filosofie studente. Een daad van verzet tegen de traditie, waarin een gearrangeerd huwelijk de norm is. Hij leidt nu een dubbelleven, aan de ene kant is hij een getrouwd man en leraar, aan de andere kant is hij nog altijd betrokken bij de partij.

Subhash krijgt twee jaar later plotseling bericht dat hij naar huis moet komen, er is iets vreselijks gebeurd; Udayan is doodgeschoten door de politie. Subhash keert terug naar Calcutta en besluit om met de weduwe van zijn broer te trouwen en het kind dat zij draagt als de zijne groot te brengen. Een eerbare geste, maar erg gelukkig loopt het niet af; Gauri is teveel bezig met de dood van Udayan om Suhdash en hun dochter een kans te geven.

Bijna niemand is gelukkig in Twee broers, een diepe melancholie is voelbaar op elke bladzijde. Iedereen worstelt met verlangens, met verwachtingen en vooral zichzelf. Niet dat het daarmee een depressief boek is geworden, gelukkig niet.
Ik vond het mooi hoe het perspectief regelmatig wisselde, zodat je de motieven van de verschillende hoofdpersonen leert kennen. Ook vond ik de manier waarop de sfeer in Calcutta en het verschil met het leven in Rhodes Island heel duidelijk en voelbaar wordt gemaakt mooi en fijngevoelig gedaan.

Twee broers is de tweede roman van Jhumpa Lahiri, die eerder De naamgenoot en twee bundels met korte verhalen schreef. Ze is zelf van Bengaalse afkomst, maar is opgegroeid in Amerika, en woont nu met haar man in Rome. Twee broers stond vorig jaar op de shortlist voor de Man Booker prize, maar heeft toen verloren van The luminaries.
Ik vond Twee broers in ieder geval bijzonder mooi en kon het dus ook niet laten om haar eerste boek ook aan te schaffen, zodat ik die binnenkort kan lezen.

Oorspronkelijke titel: The lowland
Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave: 2013 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling: Ko Kooman
Bladzijdes: 429

woensdag 13 augustus 2014

Shadows in the sun (2007)

Als je niet naar Italië op vakantie gaat, moet je Italië gewoon in je eigen huis halen. Een film die zich afspeelt in Italië is daarvoor een heel goede manier.

Jeremy werkt bij een uitgever in Londen en wordt naar Toscane gestuurd om de schrijver Weldon Parish over te halen een nieuw boek te schrijven. Weldon heeft sinds de dood van zijn vrouw niets meer geschreven en hij zit niet op de gladde Jeremy te wachten. Jeremy wil de handdoek al in de ring gooien en terug gaan naar Londen, maar dan wordt hij verliefd op de dochter van Weldon en hij besluit voorlopig te blijven.
Langzaam groeit er een vriendschap tussen Weldon en Jeremy, met natuurlijk een goed einde in alle opzichten.

Bij sommige films maakt het niet uit dat je vanaf het begin al weet hoe het afloopt, ze zijn gewoon zo fijn om naar te kijken. Je weet vanaf de eerste minuten dat Jeremy in Toscane snel zijn gladde maniertjes zal afleren en het meisje krijgt en je weet dat de schrijver weer zal gaan schrijven. De voorspelbaarheid is niet erg, want Shadows in the sun is een hartverwarmende, heerlijke romantische komedie. Het prachtige Toscaanse landschap en het pittoreske dorp vol excentrieke figuren voegen daar nog een dimensie aan toe.

Isabella en Jeremy op het dorpsfeest
Niet de minste acteurs doen mee, Harvey Keitel speelt Weldon Parish en de prachtige Claire Forlani speelt zijn dochter. Jeremy wordt gespeeld door Joshua Jackson, die dat heel aardig doet.
Harvey Keitel als Weldon Parish
Dus als je in de stemming bent voor een luchthartige film, vol Italiaanse sfeer, dan kun je met Shadows in the sun een heerlijke middag doorbrengen.  

maandag 11 augustus 2014

Het Mussolinikanaal, Antonio Pennacchi

Dit is het verhaal van de familie Peruzzi. Pachtboeren in het noorden van Italië. Een hok vol kinderen, elke dag sappelen om iedereen te kunnen voeden en altijd afhankelijk van de landeigenaar.

Opa Peruzzi helpt op een gegeven moment de socialist Edmondo Rossoni tijdens een opstootje en komt zelfs samen met hem in de gevangenis terecht, dat schept een band en vanaf dat moment zijn opa en Rossoni vrienden. Rossoni komt regelmatig op bezoek en neemt een andere vriend van hem mee, een socialistische onderwijzer,die luistert naar de naam Benito Mussolini.

De Peruzzi’s zijn niet echt heel politiek begaan, maar door hun vriendschap met Rossoni en Mussolini raken ze tegen wil en dank betrokken bij het socialisme. Tenslotte komt het socialisme voor mensen zoals zij op, dus dat is zo gek nog niet.

De jongens Peruzzi vechten mee in de Eerste Wereldoorlog en maken ook mee dat na de oorlog er weinig waardering is voor de soldaten. Als Mussolini de fascistische beweging opzet, doen de jongens Peruzzi mee. Tenslotte komt Mussolini op voor mensen zoals zij en hij heeft tenminste waardering voor wat ze in de oorlog gedaan hebben.
De Mars op Rome, vechten tegen de socialisten; bij alles zijn de jongens van Peruzzi erbij en verdienen zij hun sporen.

Als de familie door de hervormingen in de landbouw in de problemen komt, is er dan ook voor hen, als oud-strijders en goede fascisten, een boerderij beschikbaar in de Agro Pontino. Deze moerassen onder Rome waren net in opdracht van Mussolini drooggelegd en de kavels werden verdeeld onder de boeren van Noord-Italie, de pioniers. De familie trekt naar kavel 517 bij het Mussolinikanaal.

Het is hard werken, alles moet nog uit de grond gestampt worden en malariamuggen zijn er volop aanwezig. Toch is er hoop dat er een nieuwe, mooie toekomst in het vooruitzicht ligt.
Maar ondertussen begint de Italiaanse invasie in Ethiopië en kort daarna breekt de Tweede Wereldoorlog uit. De Peruzzi’s spelen ook hier hun rol, met alle gevolgen van dien.

De familie Peruzzi bestaat uit allerlei excentrieke en opvliegende types en het is duidelijk dat de verteller een Peruzzi is, die op geheel eigen wijze het verhaal vertelt. Regelmatig wast hij de lezer de oren als die misschien een tegenwerping kan maken bij een anekdote of een verhaal. Hij vertelt het zoals hij het heeft gehoord van zijn ooms en tantes en hij vertelt het zoals hij het wil, basta.
Uitwijdingen, anekdotes en familiedrama’s vormen niet alleen de geschiedenis van de familie Peruzzi, maar ook van Italië in de eerste helft van de 20e eeuw.

Antonio Pennacchi kende ik van zijn boek Il fasciocommunista, dat helaas niet in het Nederlands vertaald is, maar wel in het Engels. Hier is de film Mio fratello è figlio unico op gebaseerd.
Zijn familie is zelf ook een van de pioniers in de Agro Pontino geweest en ongetwijfeld zijn de ervaringen van zijn familie in dit boek verwerkt. Het Mussolinikanaal heeft in 2010 de Premio Strega gewonnen, de hoogste Italiaanse literaire onderscheiding.
Het is dan ook een overweldigend, meeslepend en kleurrijk verhaal en het is bijna onmogelijk om Het Mussolinikanaal neer te leggen.

Absolute aanrader voor iedereen die houdt van familiegeschiedenissen, de geschiedenis van Italie en natuurlijk grootste literatuur.

Oorspronkelijke Italiaanse titel: Canale Mussolini
Uitgegeven in 2010
Nederlandse uitgave: 2011 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Mieke Geuzenbroek en Pietha de Voogd
Bladzijdes: 503

zondag 10 augustus 2014

Citaat: Dalai Lama

Wees vriendelijk wanneer het mogelijk is.
En het is altijd mogelijk.
Dalai Lama

donderdag 7 augustus 2014

Death in August, Marco Vichi

De warmte ligt als een deken over de stad en de meeste inwoners zijn op vakantie naar de kust. Het is augustus in Florence en er is bijna niemand meer in de stad aanwezig. Commissario Bordelli moet het fort bewaken en wordt geroepen bij een oude dame die gestorven is. In de eerste instantie lijkt het een natuurlijke dood te zijn veroorzaakt door een astma aanval, maar al snel blijkt dat het moord was. De verdenking valt op de twee neven van de oude dame, maar bewijzen dat zij het gedaan hebben is nog niet zo gemakkelijk.

Gelukkig krijgt Bordelli bij deze zaak de hulp van de intelligente jonge agent Piras, de zoon van zijn oude kameraad uit de tijd dat Bordelli bij de partizanen tegen de fascisten en de nazi’s vocht.

Death in August is het eerste deel in een serie over commissario Bordelli. De serie is niet in het Nederlands vertaald, maar gelukkig wel in het Engels. De serie speelt zich af in de jaren zestig, in dit eerste boek is het 1961. De oorlog is vijftien jaar geleden, maar de herinnering aan wat er is gebeurd in Italië en wat hij heeft meegemaakt, komt nog regelmatig bij Bordelli naar boven. Hij is nooit getrouwd, maar hoopt eens nog de ware tegen te komen.

Commissario Bordelli heeft een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, zo heeft hij bijvoorbeeld niet het gevoel dat het zijn taak is om mensen die stelen uit honger achter de tralies te zetten.
Als hij bijvoorbeeld een inbreker betrapt in het huis van een prostituee voor wie hij de bloemen water zou geven tijdens haar vakantie, herkent Bordelli de inbreker en weet hij dat het een zielige man is die nooit geluk heeft. Bordelli’s oplossing is de man de sleutel te geven en de taak voortaan voor de bloemen te zorgen.

Hij rekent onder zijn vrienden mensen uit alle rangen en standen en een hoogtepunt in het verhaal is een dinertje bij Bordelli thuis, waar onder andere een psychiater en de patholoog aanwezig zijn, waar een dief kookt en alle gasten met elkaar praten over de oorlog en het leven.

Death in August van Marco Vichi moet het niet hebben van snelle actie of zinderende spanning.
Dit is wat je een cosy-mysterie noemt. Het is een verhaal dat in een rustig tempo verloopt, zowel omdat het gewoon te warm is in Florence om je te haasten, maar ook omdat het 1961 is. Het is een verhaal waar een eigenzinnige commissario met een eigen moraal de hoofdrol speelt en waar de sfeer van Italië goed terugkomt, zowel in het eten als in de overdenkingen. Als dat dingen zijn die je kunt waarderen in een verhaal, dan is dit een boek voor jou. Ik heb er in ieder geval van genoten.
De volgende boeken in de serie zijn: Death and the Olive grove, Death in Sardinia en Death in Florence.

Originele Italiaanse titel: Il commissario Bordelli
Uitgegeven in 2002
Engelse uitgave in 2011
In het Engels vertaald door: Stephen Sarterelli
Geen Nederlandse vertaling

woensdag 6 augustus 2014

Moderne kunst in Zwolle

Is het heel erg als ik zeg dat ik eigenlijk helemaal niet houd van moderne kunst? En met modern bedoel ik het meeste van na 1950. Des te meer ik ervan zie, des te meer ik alleen maar denk; ‘en hier krijgen ze subsidie voor? Leer punniken en doe iets nuttigs.’

Dit gevoel bekroop me ook weer in De Fundatie in Zwolle, waar ik vorige week was. Ik vind Zwolle een enig stadje, en De Fundatie is een grappig gebouw met dat ei op het dak en die gouden kip ervoor.

Er was een tentoonstelling over Russische avant-gardisten, wiens werk ik zich best mooi vind, maar bij wie het optimisme me op een gegeven moment gaat irriteren. Zo gezellig waren die revolutie en de burgeroorlog daarna niet, dus houd maar op met dat blije gedoe. 

Daarna ging het wat mij betreft bergafwaarts met de extra tentoonstelling ‘Meer macht’. Hierin werden kunstwerken tentoongesteld van kunstenaars die blijkbaar invloed wilden uitoefenen op de maatschappij en hoe men naar dingen kijkt. Waarom staat daar een melkbus bij? Of twee poppen die griezelig veel op echte dode mensen lijken en ergens op de grond liggen? En waarom hangen er foto’s in een museum van de een of andere Chinees die het nodig vindt om foto’s van zichzelf te maken als hij zijn middelvinger ergens opsteekt, bijvoorbeeld midden in de Sint Pieter? Onbeschoft en respectloos gedrag kun je afdoen met het excuus dat het ‘kunst’ is, maar het is nog altijd onbeschoft en respectloos.

Gelukkig kwam ik daarna in een betere stemming in het gedeelte waar hoogtepunten uit de eigen collectie te zien waren. Prachtige schilderijen gezien van Mondriaan, van Gogh, Paul Citroen, Bart van der Lek en Turner, plus een paar beelden van Zadkine. Dat is wat mij betreft kunst, en als ik die idiote Chinees ooit ergens tegen kom, dan kan hij van mij een dreun krijgen.

maandag 4 augustus 2014

Reizen met Charley en zonder John, John Steinbeck en Geert Mak

In 1960 ging schrijver John Steinbeck op pad om een reis door de Verenigde Staten te maken. Hij had een omgebouwde oude camper en zijn hond Charley bij zich en schreef uiteindelijk een boek over zijn reis: Reizen met Charley.

In 2000 ging Geert Mak op reis om grotendeels dezelfde route af te leggen als John Steinbeck had gedaan. Hij nam verschillende naslagwerken met beschrijvingen over de VS mee, kaarten uit de jaren ’60 en natuurlijk de werken van John Steinbeck.

John Steinbeck had zelf de crisis in de jaren ’30 nog meegemaakt en hij zag hoe Amerika vanaf de jaren ’50 veranderde. Hoe de economie groeide en veranderde in een consumptiemaatschappij, hoe de industrialisatie toenam, hoe er snelwegen werden aangelegd en welke gevolgen dat had voor het land.
Maar bestond het echte Amerika nog dat John Steinbeck zich kon herinneren en zo ja, waar bevond zich dat? Reizen met Charley was daamee een soort queeste geworden, een zoektocht naar het ‘echte Amerika’.

Poëtische beschrijvingen van het landschap werden afgewisseld met overpeinzingen over het Amerika dat hij zich herinnerde en dat hij nu voor zich zag. Steinbeck reed over de wegen, praatte met heel veel mensen die hij ontmoette (waarbij Charley vaak een onmisbare bondgenoot was om het ijs te breken) en kon op die manier een beeld schetsen van Amerika in 1960.

Tegenwoordig is de situatie weer veranderd. Door de economische crisis heeft de Amerikaanse economie grote klappen opgelopen, met alle gevolgen van dien. Veel mensen zijn hun werk kwijt en de kans op een nieuwe baan is klein. Een stad als Detroit, die helemaal afhankelijk was van de auto-industrie, is bijna weggevaagd. De mensen hebben nog nooit zoveel geconsumeerd als nu, maar de publieke sectoren hebben er nog nooit zo slecht voorgestaan.

Geert Mak verhaalt over het begin van de Verenigde Staten, de veranderingen die het land heeft meegemaakt. Hij laat zien hoe de immigranten het land hebben opgebouwd en hebben vormgegeven en wat daar nu nog van over is. Hij laat zien welke rol religie speelde in Amerika toen de eerste immigranten vanuit Europa naar Amerika kwamen en hoe dit tot op de dag van vandaag doorwerkt. Hij laat ook zien hoe de politiek georganiseerd is en hoe de diepe scheiding tussen de verschillende politieke groeperingen, soms zelfs binnen één partij, de situaties die opgelost zouden moeten worden juist erger maken.

Waarom stemmen veel Amerikanen op politici met ideeën waar ze zelf schade van ondervinden?
Wat is er over van het idee dat Amerika door God is gecreëerd op overal democratie en vrijheid en Amerikaanse normen en waarden te brengen en hoe beïnvloedt dit de buitenlandse politiek al decennia lang?
Wat is er over van de Amerikaanse droom?

Grote steden, kleine dorpen en suburbs, verlaten hoofdstraten en typische Amerikaanse diners, overal komt Geert Mak om te zien wat er over is van het Amerika dat John Steinbeck heeft ervaren en om verschillen en overeenkomsten te duiden.

Daarbij komt Geert Mak erachter dat John Steinbeck waarschijnlijk een groot gedeelte van zijn eigen reisverslag bij elkaar heeft verzonnen.
Steinbeck had last van heimwee en heeft daarom grote delen van de tocht in sneltreinvaart afgelegd. Veel van de gesprekken die hij voert in het boek zijn uit zijn duim gezogen. Reizen met Charley is daarmee meer een verslag van de reis die Steinbeck had willen maken in plaats van de reis die hij werkelijk heeft gemaakt. Dit doet echter aan de leesbaarheid niets af en het blijft een interessant, bij vlagen ontzettend grappig en soms zelfs indrukwekkend boek.

Geert Mak reist rond, grotendeels via dezelfde route als John Steinbeck deed en doet verslag van wat hij ziet, op zijn eigen manier. Voor hem is het boek een middel om het verhaal van Amerika te vertellen. Hij heeft altijd oog voor de mensen, voor de kleine geschiedenissen en de anekdotes, om aan de hand daarvan de grote lijnen duidelijk te maken. En dat doet hij met het grootste gemak. Geert Mak weet net zo interessant te schrijven als te vertellen en vult zonder moeite de meer dan 500 pagina’s, zonder dat je aandacht verslapt en zonder één moment de vaart te verliezen.

Ik had eerst Reizen zonder John van Geert Mak gekocht en die vond ik ontzettend interessant en prettig om te lezen. Ik heb daarna ook Reizen met Charley van John Steinbeck gekocht, omdat ik het leuk vind om ze te kunnen vergelijken, maar ook omdat het ene boek het gevolg is van het andere boek en ze daarom bij elkaar horen.

Reizen zonder John, Geert Mak
Uitgegeven in 2012 door uitgeverij Atlas Contact
Bladzijdes: 534

Reizen met Charley, John Steinbeck
Originele titel: Travels with Charley, in search of America
Uitgegeven in 1962
Deze Nederlandse uitgave: 2011 door uitgeverij Atlas Contact
Nederlandse vertaling: Tineke Funhoff
Bladzijdes: 253

zondag 3 augustus 2014

Citaat; Marcus Aurelius

Elke dag komt met haar eigen geschenken.
Marcus Aurelius (121-180, Romeins keizer en filosoof)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...