maandag 14 augustus 2017

Voor wie de klok luidt, Ernest Hemingway

Het verhaal
Het verhaal van Voor wie de klok luidt is niet heel ingewikkeld. Het is een typische oorlogssituatie, bijna een die je herkent uit een oude oorlogsfilm waarin de held een bijna onmogelijke taak krijgt en de nodige moeilijkheden moet overwinnen om die taak tot een goed einde te brengen.

In dit geval is het de Amerikaanse vrijwilliger in de Spaanse burgeroorlog Robert Jordan die een brug moet opblazen als een bepaalde aanval van de Republikeinse kant gaat beginnen. Door het opblazen van de brug, zullen de tegenstanders niet in staat zijn hun manschappen naar de aanval te brengen en dus niet mee kunnen doen.

Robert Jordan wordt door de oude Anselmo de bergen in gebracht, naar de partizanen onder leiding van Pablo en Pilar. Hier ontmoet hij de mensen die hem zullen helpen met het aanbrengen van de dynamiet onder de zwaar bewaakte brug.

De nationalisten zitten niet stil en brengen al manschappen en materieel naar de andere kant van de bergen en leveren strijd met een andere partizanen groep. Ondertussen bemoeilijken de onderlinge verhoudingen in de groep, de onverwachte sneeuw en Robert Jordan’s liefde voor het getraumatiseerde meisje Maria de missie behoorlijk. Robert Jordan zal nog een aantal lastige keuzes moeten maken voor hij de brug kan opblazen.

Burgeroorlog
De Spaanse burgeroorlog begon in 1936, toen generaal Franco in opstand kwam tegen de linkse regering die in 1931 op democratische wijze aan de macht was gekomen nadat de koning afstand had gedaan van de troon.

De maatregelen van de regering, gericht tegen de grootgrondbezitters, de kerk en het leger, waren niet heel populair bij iedereen en daarom ontstond er een breuk in de Spaanse samenleving. Een deel van de bevolking steunde de linkse regering (de Republikeinen), een ander deel steunde de rechtse opstandelingen (Nationalisten). 

De internationale gemeenschap hield zich doelbewust buiten deze strijd, maar enkele landen deden wel mee. Duitsland en Italië steunden in het geheim de rechtse troepen en de Sovjet Unie stuurde adviseurs en wapens naar de Republikeinen. Bovendien waren er duizenden vrijwilligers die naar Spanje trokken om te vechten tegen generaal Franco, zij vormden de Internationale brigades.

De Republikeinen zouden de oorlog verliezen en generaal Franco zou nog tot zijn dood in 1973 aan de macht zijn.

Ernest Hemingway was naar Spanje gekomen om deze burgeroorlog te verslaan. Hij vond het verschrikkelijk dat dit door hem zo geliefde land zo verscheurd werd en te maken kreeg met geweld van alle kanten.

Hij schreef deze roman die uitkwam in 1940, om de wereld op de oorlog te wijzen en duidelijk te maken hoe vreselijk vooral de burgerbevolking onder het geweld leed. Hemingway kiest hierin partij voor de gewone burgers, en laat duidelijk zien dat beide kanten in het conflict het lijden veroorzaken. 
Ernest Hemingway
Schrijfstijl
Voor wie de klok luidt is in veel opzichten een typische Hemingway. Zijn held, Robert Jordan is een man van weinig woorden, die onder moeilijke omstandigheden (de oorlog), het juiste wil doen (zijn missie tot een goed einde brengen). Hij is eerlijk in zijn gevoelens en speelt geen toneel.

De mensen die hij ontmoet zijn de eenvoudige Spanjaarden, boeren en plattelanders, die behoorlijk wat wijsheid hebben zoals de oude Anselmo. Duidelijk wordt ook dat er van beide kanten verschrikkelijke dingen gebeuren en dat er eigenlijk weinig verschil is tussen de Republikeinen en de Nationalisten. 

Robert vecht weliswaar aan de kant van de communisten, maar dat is meer omdat zij volgens hem de morele opperhand hebben en niet omdat hij zelf een overtuigde communist is. Hij volgt vooral het voorbeeld van zijn grootvader die ook in een strijd verwikkeld was en probeerde om het juiste te doen, ook in moeilijke omstandigheden.

Bij een Hemingway gaat het om de cadans van de zinnen, de herhalingen, de soberheid. In een boek van Hemingway vind je geen uitgebreide filosofische verhandelingen of breed uitgesponnen rechtvaardigingen vol abstracte en complexe ideeën. De mensen laten door hun daden zien uit welk hout ze gesneden zijn, pas daarop kun je ze beoordelen.

Het taalgebruik in het Engels is bijzonder, het schijnt namelijk dat de roman leest alsof sommige dialogen rechtstreeks uit het Spaans vertaald zijn, er worden woorden en zinsconstructies gebruikt die in het Engels niet heel gangbaar zijn, maar die daardoor wel authentiek aandoen. Ik heb de Nederlandse vertaling gelezen, ook een heel goede trouwens, daar valt niets op af te dingen, maar alleen die eigenaardigheid is niet meer terug te vinden.

Kritiek
Er is natuurlijk allerlei kritiek geweest op dit boek. De personages zouden te simpel zijn en vooral feministen vonden het karakter van Maria, het meisje op wie Robert Jordan verliefd wordt, van bordkarton. 

Nu moet ik eerlijk bekennen dat een romantische insteek een oorlogsroman over het algemeen niet beter maakt naar mijn idee en ik moest ook even zuchten toen Maria op de proppen kwam. De relatie tussen haar en Robert Jordan gaat heel snel en in de eerste instantie vond ik dat ongeloofwaardig. 

Dit wordt echter door henzelf ook besproken, maar daarbij wordt duidelijk dat de gewone omgangsvormen in een oorlogssituatie niet gelden. Als elk moment je laatste kan zijn, pak je wat je pakken kunt en geniet je van het ogenblik. Je maakt grootste toekomstplannen, hoewel je niet weet hoe ver je zult komen in die toekomst.

En als je daarbij bedenkt dat de verschillende mensen in de partizanengroep voor de verschillende kranten in Spanje staan, en Maria misschien wel Spanje zelf vertegenwoordigt, dan besef je dat de kritiek niet terecht is.

Voor wie de klok luidt is een prachtige roman, met recht een klassieker te noemen en opnieuw het bewijs dat Ernest Hemingway een groot schrijver was. De verwijzingen naar de zelfmoord van Robert Jordan's vader en de manier waarop Hemingway zelf is gestorven, maakt het extra triest. 

Originele titel: For whom the bell tolls (1940)
Deze Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Atlas Contact
Nederlandse vertaling J. Van Dietsch
Bladzijdes: 573

zondag 13 augustus 2017

Boekentip op zondag (9)

Inspecteur Konrad Sejer heeft in zijn verhoorkamer een kleine vrouw zitten. Ragna Riegel kan door een ongeluk alleen maar fluisteren, verder is ze verlegen en weinig opzienbarend. Ragna zit in de verhoorkamer omdat ze een verschrikkelijke misdaad heeft begaan, en naarmate het verhoor vordert, begrijpen we hoe Ragna tot de verschrikkelijke daad is gekomen.

De Noorse schrijfster Karin Fossum heeft een aantal bijzonder goede literaire thrillers geschreven. Bij haar gaat het altijd om de psychologie van de mensen die ergens toe komen, wat zijn hun beweegredenen en onder welke omstandigheden kan iedereen een moordenaar worden?

Konrad Sejer is een fijne constante in haar boeken, sympathiek en begrijpend en iemand die daadwerkelijk probeert om tot de kern van mensen te komen.

De fluisteraar is opnieuw een bijzonder goed boek van Karin Fossum, waarin ik in ieder geval pas op het einde begon te begrijpen hoe het werkelijk zat en ik eerdere aanwijzingen opeens ook in een ander licht zag. (altijd fijn als dat gebeurt)
Aanrader voor iedereen die nog een goed boek voor de vakantie zoekt.

Noorse titel: Hviskeren (2016)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Marmer
Nederlandse vertaling: Lucy Pijttersen
Bladzijdes: 362

vrijdag 11 augustus 2017

Vijf op vrijdag: Parijs

Vorige week was ik een paar dagen met vriendin M. in Parijs. We vonden het leuk om samen weer even weg te gaan, maar niet te ver en niet te lang. Parijs was perfect.
Steile trappen in Montmartre
De Seine blijft mooi

Pere Lachaise

Jardin du Luxembourg, een van de chiqueste en best onderhouden
parken waar ik ooit ben geweest

Als afsluiter op de laatste ochtend nog even langs
het Canal St. Martin


woensdag 9 augustus 2017

Tentoonstelling Steve McQueen in Parijs

Soms krijg je een onverwacht cadeautje als je op reis gaat, en vorige week kreeg ik er een toen ik een paar dagen in Parijs was. Ik zag namelijk affiches van een tentoonstelling over Steve McQueen, in een galerie die mooi in het centrum lag en dus goed te bereiken was.

Dit was te leuk om voorbij te laten gaan, dus de volgende dag hebben wij deze tentoonstelling bezocht.

De tentoonstelling is behoorlijk groot en er is veel te zien. Er wordt aandacht geschonken aan Steve McQueen als een man van stijl, de filmster en zijn passie voor racen met motors en auto's.

Er zijn prachtige foto's te zien, zowel uit zijn privéleven als uit de films. Veel hiervan kende ik wel, maar er zaten zeker ook minder bekende foto's tussen.

Er waren ook wat extra bijzondere zaken, zoals kleding, de voorpagina van een Franse krant waar de dood van Steve McQueen werd verteld, de auto die gebruikt werd in Bullit en zijn motor. (dat waren niet altijd de originelen, maar dit vond ik niet erg).

Tenslotte draaide er nog een heel interessante documentaire over zijn leven en films, die echt de moeite waard was.

Door deze diversiteit is de tentoonstelling echt een eerbetoon aan de King of Cool, en geweldig om te bezoeken. Een echte fan (zoals ik) geniet hier, maar ook voor iemand die niet bekend is met Steve McQueen (zoals vriendin M.) is er veel te genieten.


De tentoonstelling Steve McQueen, style, is nog tot 30 augustus te zien in de Galerie Joseph, Rue de Turenne 116 in Parijs. De toegangsprijs is 8 euro.

maandag 7 augustus 2017

Cécile en Elsa, strijdbare freules, Elisabeth Leijnse

Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk werden in 1866 en 1868 geboren, als kinderen van de vooruitstrevende aristocraat Jan de Jong van Beek en Donk en zijn vrouw Anna.

Ze groeiden op als eigengereide jongedames, die hun mening niet onder stoelen of banken staken. Zo waren ze vóór Wagner, tegen katholieken, tegen burgerlijke mensen, vóór de verheffing van de arbeiders en lichtelijk antisemitisch. 

De freules stoorden zich over het algemeen niet aan normale conventies. Van hun ouders hadden ze meegekregen dat ze aan hun adellijke afkomst verplicht waren zich in te zetten voor de minder bedeelden.

De beide zusjes waren in hun jeugd aan elkaar verknocht, verenigd in de liefde van een toegefelijke vader en de zorg voor een aan morfine verslaafde moeder. Ze zouden beiden terechtkomen in een huwelijk dat niet geconsumeerd werd. 

Cécile trouwde met de schatrijke burgerlijke zakenman Adriaan Goekoop, die zij Paul noemde omdat ze Adriaan een lelijke naam vond. Voor Cécile was Paul vooral patiënt en niet zozeer echtgenoot en hoewel hij zijn best deed om haar bij te houden, werd uiteindelijk een scheiding uitgesproken.

Elsa trouwde met de katholieke componist Alphons Diepenbrock en zou zichzelf jarenlang op het tweede plan zetten omdat haar man als componist en kunstenaar steun nodig had. Pas nadat Diepenbrock na negen jaar huwelijk verliefd werd op een jonge leerlinge, kreeg hij het ook voor elkaar om bij zijn vrouw twee dochters te verwekken.
Het gezin Diepenbrock
Cécile was ondertussen het boegbeeld van de nieuwe beweging voor vrouwenemancipatie in Nederland geworden. Ze wist haar organisatievermogen en niet te onderschatten overredingskracht hiervoor in te zetten. Zo was ze de drijvende kracht achter de tentoonstelling voor vrouwenarbeid en schreef de feministische roman Hilda van Suylenburg, die destijds veel indruk maakte.

Maar de verhouding tussen de twee zusters begon toch minder te worden. Cécile nam het Elsa kwalijk dat ze tijdens de scheiding de kant van Paul had gekozen en Elsa nam Cécile kwalijk dat ze zich overal mee bemoeide.

Na haar scheiding ging Cécile naar Frankrijk waar ze opnieuw trouwde met de Pools-Joodse chemicus Michel Frenkel. Cécile was altijd nogal uitgesproken geweest in haar opvattingen en nu werd ze steeds fanatieker in haar liefde voor Frankrijk. 

Cécile op latere leeftijd
Ze werd zelfs lid van de reactionaire groepering Action Française en tijdens de Eerste Wereldoorlog bekeert ze zich tot het katholicisme, omdat volgens haar alleen een sterke kerk Frankrijks beschaving kon beschermen. Dit was ook de reden dat ze steeds antisemitischer werd, net zoals haar echtgenoot (nota bene zelf Joods). Voor hen was het Jodendom een bedreiging van de eenheid van Frankrijk.

Elsa zou in 1920 ook katholiek worden, om haar echtgenoot dichterbij te komen. Lang had ze zich verzet en had ze vol minachting het katholicisme van haar man beschouwd. Met moeite was ze akkoord gegaan met de eis om de kinderen Rooms op te voeden. Maar in 1920 volgde ze in het voetspoor van haar zuster en bekeerde ze zich.

Maar voor Elsa was het meer een persoonlijke en niet zozeer en politieke keuze, haar bekering maakte de laatste maanden van haar huwelijk een stuk beter dan de jaren ervoor en zorgde ervoor dat ze het uiteindelijke verlies van Diepenbrock beter kon dragen.

En waar Cécile steeds radicaler werd, kreeg Elsa juist meer inzicht in de situatie voor de Joden in de jaren ’30, nadat een jonge Joods-Duitse vluchteling een tijdlang bij haar thuis woonde. Met schaamte herinnerde ze zich hoe gemakkelijk ze zich vroeger schamper had uitgelaten over Joden.

Elsa zou in 1939 sterven, tot het laatst een trouwe beschermster van de erfenis van de componist met wie ze al die jaren getrouwd was.

Cécile stierf in 1944, naar verluidt net op tijd om een proces wegens collaboratie te voorkomen.

Elisabeth Leijnse
Cécile en Elsa, strijdbare freules is een ontzettend boeiende biografie. Soms heb je dat een biografie halverwege inzakt en als er twee mensen besproken worden is soms de één een stuk interessanter dan de ander. Daar is hier geen sprake van. Elisabeth Leijnse is erin geslaagd om de beide zussen evenveel tijd een aandacht te geven en ze zo te beschrijven dat je aandacht geen moment verslapt.

Bovendien is het bijzonder goed en prettig geschreven. Geen rare, kromme zinnen, maar helder en compact, met precies genoeg details om het interessant te maken en te weinig omwegen om het langdradig te laten worden.

Niet alleen de levens van de twee zussen komt naar voren, maar ook heel mooi wordt de tijd waarin zij leefden duidelijk. Dit vloeit heel gemakkelijk en natuurlijk in het verhaal, zonder dat het onderbroken wordt door langdradige details.

De verhoudingen tussen de socialisten en de feministen worden interessant neergezet en duidelijk wordt waarom ze niet samenwerkten, hoewel beide groeperingen hetzelfde doel hadden.

De haat en nijd tussen de verschillende vrouwen in de vrouwenbeweging, de problemen met het opzetten van de Tentoonstelling voor vrouwenarbeid, de ontwikkelingen binnen Nederlandse muziekwereld  en de invloed die Cécile en Elsa uitoefenen op wat bijvoorbeeld het begin van de Vogelbescherming zou worden, komen allemaal aan bod.

Cécile en Elsa, strijdbare freules heeft in 2016 niet alleen de Libris geschiedenisprijs, maar ook de Biografieprijs gekregen en deze prijzen zijn naar mijn idee volkomen verdiend, dit is een van de beste biografieën die ik ooit heb gelezen.

De roman Het grote zwijgen van Erik Menkveld gaat ook over Diepenbrock, zijn vrouw Elsa en hun huwelijk en de verhoudingen die ze hadden. Een prachtige roman die je moeiteloos naar het begin van de 20e eeuw transporteert en de mensen tot leven brengt. Ik heb het boek in ieder geval ademloos uitgelezen, want het taalgebruik is ook schitterend. En ik vond het leuk om de interpretatie van een romanschrijver te lezen, toen ik de feiten en de historische achtergrond al goed kende.
Ook dit boek raad ik ten zeerste aan, een mooie aanvulling. 

Uitgegeven in 2015 door uitgeverij De Geus
Bladzijdes: 507

zondag 6 augustus 2017

Gedicht op zondag (8)

Ik drink op mijn verwoeste huis,
Op 't leven boos en grauw,
De eenzaamheid ons beider kruis,
en ik drink ook op jou, -
En op de mond die mij beloog,
De wereld koud en wreed,
En op het doodlijk kille oog,
Op God die ons vergeet.

De laatste toast, Anna Achmatova (1934)
Uit Werken (Russische bibliotheek)
in de vertaling van Margriet Berg en Marja Wiebes

vrijdag 4 augustus 2017

Casa Romana in Leiden

Heb je altijd al willen weten hoe de Romeinen leefden? Dan is nu je kans. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is de tentoonstelling Casa Romana te zien, waarin we een kijkje nemen in een Romeins huis.

Niet het eerste de beste huis, maar een mooie villa. We komen 's ochtends binnen via de poort (eerst langs de hond) en zien het huisaltaar waar de Pater Familias elke ochtend de goden eert.

Vervolgens zien we de vrouw des huizes die zich klaarmaakt voor de dag, de kinderen die spelen en naar school moeten, de boekrollen in de bibliotheek, en gaan we via de eetkamer en de keuken naar de slaapkamer, waar de dag ten einde komt.

Op die manier krijgen we niet alleen een idee van de indeling van huizen in het oude Rome, maar ook hoe de Romeinen hun dag doorbrachten.

De tentoonstelling is ruim opgezet en heel leuk gedaan, de wandschilderingen en mozaïeken op de vloer geven nog een extra idee van een Romeins huis.
Romeinse sieraden
Zo mooi is het oude Romeinse glaswerk en de sieraden zou je zo nog kunnen dragen. Ik vind het altijd leuk om verhalen te bedenken bij dit soort voorwerpen en me te beseffen dat echte mensen deze voorwerpen hebben gemaakt, gekocht, gebruikt en gekoesterd.

Ik vond op de tentoonstelling vooral de combinatie van opgegraven voorwerpen uit de Romeinse tijd én de voorwerpen uit de 18e, 19e en 20e eeuw, die geënt waren op Romeinse kleding of voorwerpen, heel bijzonder en mooi.

Rome is altijd belangrijk gebleven, ook na de val van Rome. Maar nadat in de 18e eeuw de opgravingen in Pompei en Herculaneum begonnen en er steeds meer bekend werd over de culturele rijkdom van het oude Rome, zie je dat er in Europa steeds meer belangstelling kwam voor deze klassieke beschaving. Mensen wilden kleding dragen die leek op die van Romeinse beelden, bustes van bewonderde mensen op de schoorsteenmantel hebben staan of vazen met Romeinse taferelen in huis hebben.

Rome is meer dan 2000 jaar later nog altijd een bron van inspiratie en fascinatie en dat laat deze tentoonstelling ook heel mooi zien.

Casa Romana is nog tot 17 september 2017 te bewonderen in Leiden.

woensdag 2 augustus 2017

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...