maandag 31 oktober 2016

Herinneringen aan Sonia Gaskell, Rudi van Dantzig

De Nederlandse balletgezelschappen staan op dit moment hoog aangeschreven in de internationale balletwereld, maar net na de Tweede Wereldoorlog had niemand dat ooit kunnen bedenken. 

Het Nederlandse ballet bestond toen eigenlijk niet. Er waren een aantal balletgezelschappen en in de grote steden enkele goede balletscholen, maar een academische opleiding was er niet en geen enkele danspedagoog in die tijd beschikte over de nodige kennis van het echte, klassieke ballet.

Behalve één dame die een balletopleiding had in Amsterdam, mevrouw Sonia Gaskell. Zij kwam oorspronkelijk uit Litouwen en had gedeeltelijk een opleiding in Rusland gehad. Ze was te laat begonnen en door allerlei omstandigheden was haar opleiding te versplinterd geweest om een werkelijk grote danseres te worden, maar ze had wel de kennis en de visie om dit aan anderen door te willen geven.

In Amsterdam begon ze met lesgeven en richtte ze een balletgezelschap op. Dit gezelschap zou uiteindelijk Het Nederlandse ballet worden en na fusie in 1961 met Het Amsterdams ballet ontstond Het nationale ballet, dat nu nog steeds bestaat.

Het was voor een groot deel aan de kennis van Sonia Gaskell te danken dat de Nederlanse danswereld op de kaart kwam te staan. Zij had internationale connecties en wist docenten naar Nederland te krijgen, studeerde de klassieke balletten in, maar gaf ook ruimte voor nieuwe choreografieën op Nederlandse muziek.

Rudi van Dantzig begon relatief laat met dansen en werd uiteindelijk naar Sonia Gaskell gestuurd omdat zij waarschijnlijk de enige was die nog wat kon beginnen met moeilijke dansers. Hij leerde Mevrouw, zoals ze door haar leerlingen genoemd werd, goed kennen en danste mee in haar balletgezelschap, terwijl ze hem ook stimuleerde om zelf balletten te maken. Uiteindelijk zou hij naast Mevrouw assistent worden in Het nationale ballet en in 1971 zou hij het stokje zelfs van haar overnemen.

Sonia Gaskell
Sonia Gaskell was geen gemakkelijke vrouw, aan de ene kant kon ze aardig en belangstellend zijn, maar als ze het ergens niet mee eens was, negeerde ze die persoon volledig, om een keer daarop weer poeslief te zijn.

Voor haar was alleen de dans belangrijk en ze voelde dat dansers alleen daarvoor moesten leven. Dat dansers zich druk maakten om, in haar ogen, triviale zaken als salarissen en werkroosters, vond ze belachelijk. Haar weigering om hier in toe te geven, zorgde ervoor dat in 1959 een aantal dansers weggingen bij Het Nederlandse ballet en het Nederlandse Dans theater oprichtte. 

Rudi van Dantzig hoorde hier in de eerste instantie ook bij, al vond hij hier ook niet helemaal wat hij zocht. Hij ging dus weer terug naar Mevrouw en zou tot haar dood met haar samenwerken.

Rudi van Dantzig heeft zijn boek over Sonia Gaskell niet af kunnen maken, hij was ernstig ziek en heeft geen tijd meer gehad om de tekst te redigeren of bepaalde hoofdstukken over bijvoorbeeld Olga de Haas toe te voegen. Hij overleed in 2012 en liet een onaf manuscript na. Maria Vlaar heeft vervolgens de moeilijke taak op zich moeten nemen om de tekst in een lopend te maken en bijvoorbeeld herhalingen en inconsequenties te verwijderen. 

Het resultaat is een bijzonder mooi en interessant boek. Ik vind ballet erg mooi, maar  wist eigenlijk weinig van de ontwikkeling van het ballet in Nederland, terwijl dit zoals blijkt ontzettend interessant is. 

Rudi van Dantzig was natuurlijk zelf aanwezig bij een groot deel van de gebeurtenissen en kan hierdoor uitstekend verslag doen. Mooi vind ik dat hij probeert zo evenwichtig mogelijk te zijn, hij is er niet op uit om mensen onderuit te halen en hij spaart zichzelf ook niet in sommige zaken, zoals het ‘verraad’ in 1959.

Hij geeft eerlijk toe dat hij Mevrouw niet altijd begreep en zij tot het einde toe een raadsel bleef. Maar wel wordt duidelijk dat het Nederlandse ballet er anders had uitgezien en waarschijnlijk niet dezelfde kwaliteiten zou hebben zonder de inspanningen van Sonia Gaskell.

Herinneringen aan Sonia Gakell is geen echte biografie, maar is eerder een memoires. En in die zin is het een intrigerend stukje balletgeschiedenis over een bijzondere vrouw, maar ook door een bijzondere schrijver.

Uitgegeven in 2013 door uitgeverij De Arbeiderspers
Bladzijdes: 415

vrijdag 28 oktober 2016

Tentoonstelling: Russische realisten in Assen

Ilja Repin, zelfportret 1878
In de 19e eeuw waren de kunstacademies oppermachtig. Zij bepaalden wat er gemaakt moest worden en hoe het geschilderd moest worden. In Frankrijk had je de Salon, in Rusland de Keizerlijke Academie.

De regels in Rusland waren bijna nog strikter dan in West-Europa. Kunstenaars moesten jarenland studeren en aan een vastgesteld examen meedoen voor ze konden exposeren.

Aan het einde van de 19e eeuw kwam een groep kunstenaars hiertegen in opstand. Zij wilden zelf kunnen bepalen wat ze schilderden en richtten in 1870 een groep op. Zij wilden ook met een reizende tentoonstelling door Rusland trekken, zodat ook de gewone mensen kennis konden maken met de kunst. Daarom werd deze groep de Peredvizhniki genoemd, de zwervers of de rondtrekkers.

De schilders in deze groep waren beïnvloed door het realistische werk van de Franse schilder Courbet. Dit is wat zij ook wilden doen; de echte mensen laten zien, het Russische leven en het Russische landschap.

Ze schilderden boeren en tafereeltjes uit de dorpen en lieten de sociale misstanden zien, ze toonden de soldaten die huis en haard moesten verlaten om dienst te nemen, de weeskinderen en de volksfeesten. 
Abram Arkhipov, Wasvrouwen, 1898
Ook waren zij de eersten die het majestueuze Russische landschap vastlegden, de uitgestrekte bossen en de velden vol sneeuw. 

Hun portretten van beroemde Russen als Tolstoj en andere helden werden beroemd, net zoals hun aandacht voor de Russische legendes en verhalen.
Abram Arkhipov, Op de Wolga 1889
De bekendste schilder van dit gezelschap was Ilja Repin en zijn bekendste werk is waarschijnlijk De wolgaslepers. In dit werk zie je de haveloze mannen die kromgebogen in de banden een boot over de Wolga voorttrekken. Dit magnifieke schilderij is net zo belangrijk voor Rusland als De nachtwacht voor Nederland is en weet je wat; dit schilderij hangt op dit moment gewoon in Assen.
Ilja Repin, De Wolgaslepers 1870-1873
Het Drents museum in Assen heeft namelijk zichzelf overtroffen met de tentoonstelling die ze nu hebben. Peredvizhniki, Russische realisten rond Repin 1870-1900 heeft niet alleen De Wolgaslepers, maar ook heel veel andere werken van Repin, en schilderijen van onder andere Vladimir Makovsky, Valentin Serov, Nikolay Bogdanov-Belsky, Ivan Yendogurov en vele, vele anderen.

Ik ben hier vorige week geweest en ik vond het een absoluut prachtige tentoonstelling. Zo veel mooie werken, zo verschillend en allemaal zo bijzonder, ik was diep onder de indruk.

Ik denk dat deze schilderijen alleen maar in Rusland gemaakt konden worden, uit elke penseelstreek spreekt de Russische geschiedenis. De details zijn prachtig uitgewerkt, van het lichtelijk versleten pluche op de stoelen tot de realistische uitdrukking in de ogen. 
Nikolay Bogdanov-Belsky.
Bij de schooldeur, 1897
Sommige van deze schilderijen maken je helemaal stil, andere raken je diep in je hart en van andere krijg je tranen in je ogen vanwege het verhaal dat eruit spreekt.

De Peredvizhniki slagen erin om bijna honderdvijftig jaar na hun oprichting je nog altijd te raken en te ontroeren.

Isaac Levitan, Maannacht. Platteland 1897
De tentoonstelling is nog tot en met 2 april 2017 te zien in het Drents museum in Assen, en ik kan alleen maar zeggen dat je er gewoon heen móet gaan. Deze tentoonstelling mag je niet missen. 

woensdag 26 oktober 2016

Tekenen van de herfst




Van spinnen zelf houd ik absoluut niet (ik ben er doodsbang voor), maar hun mooie webben bewonder ik wel. Zeker zo met druppels dauw in een heerlijk herfstzonnetje.

maandag 24 oktober 2016

De bekeerlinge, Stefan Hertmans

Een onmogelijke liefde
Een meisje in Rouen, halverwege de 11e eeuw. Haar vader is een afstammeling van de Noormannen die Normandië hebben ingenomen en uiteindelijk als leen hebben gekregen en haar moeder komt uit een rijke familie uit Arras. 

Het meisje woont in een mooi huis in de stad en leeft een beschermd en misschien ook verwend leventje. Ze draagt fijne kleding en leert lezen en schrijven om later een goede echtgenoot te krijgen.

Maar dan gebeurt het ondenkbare, tijdens haar wandelingen door de stad valt haar een jonge man met donkere krullen en vrolijke ogen op. Hij op zijn beurt wordt meteen getroffen door haar blonde schoonheid. Vigdis en David worden verliefd, maar van een huwelijk zal nooit sprake kunnen zijn: zij is Christelijk en hij is Joods.

Vigdis en David besluiten samen weg te lopen en nadat Vigdis zich bekeert heeft tot het Joodse geloof, kunnen ze trouwen. Hun vlucht is niet zonder gevaren, de weg naar het zuiden is gevaarlijk door rovers en wilde dieren en de vader van Vigdis zal ridders achter hen aansturen om zijn ongehoorzame dochter terug te brengen.

David en Vigdis reizen naar Narbonne, waar de vader van David een hoge positie in de Joodse gemeenschap heeft. Hier kan Vigdis haar nieuwe geloof aannemen en de vanaf nu is zij Sarah, de vrouw van David. In Narbonne zijn ze echter nog niet veilig en ze vluchten verder. Zij komen terecht in het dorpje Moniou en het lijkt erop dat zij hier een nieuw leven op kunnen bouwen, samen met hun drie kinderen die geboren worden.

Wanhoop en waanzin
Eind 11e eeuw is de wereld echter in beweging en keren de zaken zich niet ten goede. De broze vrede is bijna overal in Europa tussen Christenen en Joden heerst wordt op scherp gezet door de kruistocht die wordt aangekondigd.

In Jeruzalem is de Heilige Grafkerk vernield en wordt het de Christelijke pelgrims steeds moeilijker gemaakt om er naar toe te reizen om de heilige plekken te bezoeken. Paus 
Urbanus II doet een oproep om het Heilige land te bevrijden en hier wordt massaal gehoor aan gegeven door de ridders, maar ook het gewone volk. 

Een naar bijproduct van dit enthousiasme is de oplaaiende haat voor iedereen die niet Christelijk is en dus een vijand. De Joodse gemeenschappen in heel Europa krijgen het moeilijk en geweld wordt langzamerhand eerder regel dan uitzondering.

Ook Sarah en David krijgen ermee te maken als het Kruisvaardersleger bij Moniou aankomt en onderdak en voedsel eist. Het dorp kan dit bijna niet opbrengen, het zou alle voorraden voor de komende winter opslokken, maar de ridders kennen geen genade en eisen zelfs de synagoge op als slaapplaats. 

In de schermutseling die ontstaat, gebeurt er iets verschrikkelijks. Sarah moet proberen om daarna de resten van haar leven weer bij elkaar te rapen en reist hiervoor zelfs naar Egypte.

Het lot spaart haar ook hier niet en hoewel ze uiteindelijk terugkeert naar Moniou, is ze slechts een schim van zichzelf. Waanzin heeft haar geest overgenomen en niets zal meer hetzelfde voor haar zijn.

Een put in Egypte
Documenten waar de naam van God opstaat, mogen in de Joodse traditie niet vernietigd worden, maar moeten worden teruggegeven aan God. In Egypte was een van de oudste Joodse gemeenschappen en de synagoge in wat nu Cairo is, bestaat nog altijd. 

De put (de geniza) daar waarin de documenten worden gegooid die niet vernietigd mochten worden, bleek een onbedoelde schatkamer van de geschiedenis te zijn.
Solomon Slechter in Cambridge temidden van alle documenten uit de Geniza van Cairo 
In 1888 kreeg de geleerde Solomon Slechter toestemming om de documenten te bestuderen en hij heeft meer dan tweehonderdduizend documenten meegenomen naar Cambridge. Hieronder waren huwelijkscontracten, testamenten, boetes, brieven, literaire teksten, onderhandelingen met de Moslimgemeenschap en alles wat een gemeenschap mee kan maken in bijna tweeduizend jaar.

In één van de documenten wordt gesproken over een bekeerlinge die vanuit een dorpje in Europa naar Egypte was gekomen en wat er met haar was gebeurd. Er is nog een document, een brief van dezelfde schrijver als de eerste brief, die een klein deel vertelt over wat Vigdis meemaakt als zij terugkeert naar Europa.

Verschrikkingen
Deze twee documenten én het jarenlange gerucht dat er ergens in de bergen rond Moniou een schat is begraven, vormen de basis voor de bijzondere roman die Stefan Hertmans heeft geschreven.

Noodgedwongen moet hij zelf veel invullen. Hij weet de basis van het verhaal, de namen en de plaatsen, maar voor de rest is hij aangewezen op de vrijheid die een romanschrijver heeft om gevoelens en conversaties toe te schrijven aan de personen die in het verhaal meespelen. Hier is ook wel iets op af te dingen, maar daar kom ik zo op terug.  

Het verhaal van Vigdis/Sarah is in deze lezing verschrikkelijk, het is geen wonder dat zij uiteindelijk waanzinnig wordt. De angst, de gruwelen, het geweld, het verlies en het verdriet dat zij meemaakt is niet incidenteel, maar eigenlijk vanaf het moment dat zij en David uit Rouen wegvluchten, heeft ze het moeilijk gehad, zonder enige respijt. 

Voor David lag dit iets anders, hij hoefde niet zijn geloof, zijn hele leven en zijn gemeenschap op te geven. Maar voor Vigdis is er geen enkele basis meer nu zij haar oude leven heeft af moeten zweren en er eigenlijk alleen maar ellende voor in de plaats krijgt.

Misschien als ze in een rustigere tijd of wereld hadden geleefd, hadden ze het gelukkige leven kunnen hebben waarop ze beiden hadden gehoopt, maar nu zijn ze eigenlijk vanaf het begin gedoemd.

Stefan Hertmans weet heel inzichtelijk te maken hoe de Vigdis/Sarah probeert om elke keer opnieuw weer vaste grond onder de voeten te krijgen, maar dit lukt haar niet. Het is teveel en de trauma’s zijn te groot. Een nieuw geloof dat nog niet heeft kunnen beklijven kan geen troost bieden, een oud geloof mag geen troost meer bieden, terwijl dit misschien het enige was dat Vigdis had kunnen redden. 

Ik vroeg me tijdens het lezen dan ook af wat het haar eigenlijk had gebracht om alles wat ze kende te verlaten voor een spannende nieuwe liefde en het antwoord was: bitter weinig.

Stefan Hertmans
Zoektocht
De bekeerlinge is niet alleen het verhaal van Vigdis die Sarah werd en de vrouw van David, maar dus ook van een zoektocht naar haar. 

Stefan Hertmans probeert te zien waar hij nog sporen terug kan vinden, waar heden en verleden elkaar even raken. Hij brengt tijd door in Moniou en reist David en Vigdis achterna, helemaal naar Cairo. 

Door deze reizen krijg je het idee dat er een tastbaardere historische basis aanwezig is dan er werkelijk is en dit gaat soms behoorlijk ver. Hij reconstrueert de route die ze gelopen zouden kunnen hebben en dicht gebeurtenissen toe aan bepaalde plekken, terwijl hij die gebeurtenissen echter zelf heeft bedacht. Hiermee wordt Stefan Hertmans een soort personage in zijn eigen historische roman.

Toch is de connectie tussen het heden en het verleden zo gek nog niet. Natuurlijk is er op sommige plekken niets of weinig meer te merken van het verleden en is de wereld volkomen veranderd.

Tegelijkertijd besefte ik me, toen ik het boek uithad, dat er ook weer niet zo heel veel veranderd is. Vandaag de dag zijn er ook mensen op de vlucht, mensen die buitensporig geweld meemaken, families en geliefden kwijtraken en geen veilige plek kunnen vinden, te maken krijgen met haat en afkeer. Vigdis is een vrouw die je waarschijnlijk in elk vluchtelingenkamp kunt tegenkomen.

Je kunt wat afdingen op het verhaal dat Stefan Hertmans om de kale gegevens die er zijn heen heeft bedacht, zoals de wat gezochte legitimering van het verhaal en de clichés die soms naar voren komen.  
De kracht voor mij zit echter in de manier waarop duidelijk wordt wat het kan betekenen voor iemand om een leven en een geloof op te geven voor een ander leven en een nieuw geloof en hoe dit soms ook kan bepalen wat er vervolgens gebeurt en hoe je hier mee om kunt gaan.

De bekeerlinge is ondanks de paar minpunten een mooie roman die nog specialer wordt omdat je beseft dat het (ondanks de soms gekunstelde zoektocht) toch over echte mensen gaat. Mensen die meer dan 1000 jaar geleden hebben geleefd, maar die in dit boek even heel dicht bij komen en onze levens raken.

Uitgegeven in 2016 door uitgeverij De bezige bij
Bladzijdes 314

zaterdag 22 oktober 2016

Tsjechov over Venetie

Canal Grande, Venetie zomer 2016
Samengevat: wie niet naar Venetie gaat, is een dwaas.
Anton Tjechov (1860-1904)

donderdag 20 oktober 2016

Huis van volmaakte eenzaamheid, Edna O'Brien

Ierland is een verdeeld land. Het noorden hoort bij het Verenigd Koninkrijk en het zuiden is een zelfstandige republiek. 

De strijd in het noorden tussen de katholieken en de protestanten, tussen de republikeinen en de unionisten heeft het land verscheurd, al sinds 1916. Niet alleen in het noorden heeft men er last van, ook het zuiden ziet de gevolgen van de strijd, als delen ervan worden uitgevochten aan beide kanten van de grens.

In een groot huis in Ierland woont Josie O’Meara. Ze was getrouwd met een drankzuchtige man die haar mishandelde, terwijl de man op wie ze verliefd was om allerlei redenen niet beschikbaar was. Nu is ze oud en eenzaam, en wacht ze op de dood. In plaats daarvan komt er een man in haar huis, iemand die op de vlucht is voor de politie.

McGreevy ziet zichzelf als een soldaat in een rechtvaardige oorlog. Hij wil een ongedeeld Ierland en een einde aan de Engelse bezetting van het noorden. En voor dit nobele doel zijn alle middelen geheiligd. 

Elke keer opnieuw weet hij aan de politie te ontsnappen en tijdens zijn laatste ontsnappingspoging gaat hij bewust naar het huis toe waar hij van een kameraad over heeft gehoord om een schuilplaats te vinden en om een nieuwe aanslag voor te bereiden.

Eenzaamheid
Huis van volmaakte eenzaamheid gaat over een vreemde verstandhouding die ontstaat tussen gijzelaar en gijzelnemer. Eerst is er angst en onzekerheid over het lot dat haar wacht en stelt Josie zich voor dat de moordenaar in haar huis allerlei vreselijke plannen heeft. Maar langzaam ontstaat er ook begrip. De moordenaar blijkt niet het monster te zijn zoals hij wordt afgeschilderd, en als ze zijn voorgeschiedenis een beetje leert kennen, krijgen ze het bijna gezellig samen.

Is het Stockholmsyndroom? Misschien. In de eerste instantie is het misschien alleen een poging om een band te creëren om te voorkomen dat ze in haar bed vermoord wordt. 

Maar het kan ook zijn dat Josie eindelijk in haar eenzaamheid iemand heeft gevonden die net zo buiten de maatschappij staat als zijzelf altijd heeft gedaan. Bovendien heeft ze wel enigszins sympathie voor de goede zaak, een van haar familieleden heeft in de begindagen ook meegevochten voor een vrij Ierland.

Uiteindelijk zal een missie van McGreevy finaal verkeerd lopen en als Josie zich ermee gaat bemoeien richt de aandacht van de Garda zich op haar, met alle gevolgen van dien.

Het verhaal is fragmentarisch opgebouwd; we gaan van het oogpunt van politieman Rory naar McGreevy, naar Josie en weer naar anderen, zonder dat dit altijd goed wordt aangegeven en je er halverwege de pagina achter komt dat het nu om iemand anders draait. Daar moet je even aan wennen.

Sympathie
Interessant zijn de beweegredenen van de verschillende partijen in dit verhaal. De Republikeinen uit het noorden beroepen zich op een gemeenschappelijke cultuur en geschiedenis, die de Ieren niet per se erkennen, zeker niet als ze geconfronteerd worden met het geweld dat de Republikeinen meenemen. 

Iers spreken, de Ierse legendes doorvertellen en de oude Ierse helden in ere houden is één ding, een moordenaar onderdak bieden is een ander verhaal.

Tegelijkertijd is de geschiedenis van het land, met alles wat er is gebeurd nog vers voor de mensen die er dagelijks mee te maken hebben en daarom blijft die geschiedenis van belang.

Voor McGreevy zit er niet alleen een nationalistisch aspect aan zijn strijd, ook zijn persoonlijke geschiedenis is ermee verbonden. En terwijl hij een moordenaar is, is hij zeker geen gevoelloos monster. Zijn daden en zorgzaamheid naar Josie toe maken dit duidelijk.

Het is deze nuance die Edna O’Brien met deze roman een beetje in de moeilijkheden bracht, zij kreeg namelijk het verwijt dat zij een terrorist sympathiek maakte. Dit verwijt is begrijpelijk als je kijkt naar de tijd waarin het is geschreven. Het boek is uitgekomen in 1995 toen het Goede Vrijdagaccoord, dat een einde maakte aan de burgeroorlog, nog drie jaar in de toekomst lag en de dreiging van de aanslagen nog reëel was.

Maar een goede romanschrijver heeft de plicht om niet te vervallen in gemakkelijke cliche’s, maar moet juist de nuance zoeken. Het is maar al te gemakkelijk om van een terrorist een verschrikkelijk mens te maken, zodat we ons niet met hem verbonden hoeven te voelen. 

De kunst zit erin om ook van een moordenaar iemand te maken die je in bepaalde opzichten kunt begrijpen, die op ons lijkt en die daarmee naast ons komt te staan en niet tegenover ons. Edna O’Brien doet dat bijzonder goed en in dat opzicht kun je Huis van volmaakte eenzaamheid best een dapper boek noemen.

Zwalken
Tegelijkertijd is het wel een verhaal dat een beetje zwalkt, een beetje rommelig is. De fragmentarische opzet daargelaten (daar valt nog wel overheen te komen) is er wel heel veel aandacht voor het nare huwelijk van Josie en de liefde die zij voelde voor een andere man en de ellende die daaruit voort kwam.

Ik denk dat deze nadruk werd gelegd om aan te geven wat Josie voor vrouw was. Voor haar was het leven een aaneenschakeling van frustratie, verbittering en verdriet geweest. Ze kon zich altijd staande houden door te doen alsof ze overal boven stond, zich nergens iets van aantrok en boven iedereen verheven was. Veel sympathie heeft ze daarmee niet gekregen, en in de buurt vindt men haar een ‘kakmadam’.

Het is deze fundamentele eenzaamheid die haar ontvankelijk maakt voor de bezoeker die op het einde van haar leven in haar huis komt, maar eerlijk gezegd vond ik deze stukken niet altijd even interessant. Persoonlijk had ik graag meer van McGreevy geweten en de verhouding die zich ontplooit tussen McGreevy en Josie. Hun dialogen blijven namelijk wel een beetje steken aan de oppervlakte en dat is jammer.

Huis van volmaakte eenzaamheid vond ik een interessant en mooi boek, maar niet alle gedeeltes waren even sterk.

Met dank aan Joke die er echt niet in kon komen en zo lief was mij het boek toe te sturen: Dank je wel!!

Originele titel: House of splendid isolation
Oorspronkelijke uitgave 1995
Nederlandse uitgave 1995 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Anneke van Huisseling
Bladzijdes: 232

woensdag 19 oktober 2016

Buizen in zwart-wit

Bij het Centre Pompidou, Parijs mei 2016
Ik vind ze ontzettend leuk, maar als ik eerlijk ben, heb ik geen idee waar ze voor dienen...

maandag 17 oktober 2016

Morgenvroeg in New York, Adrien Bosc

Een groep heel verschillende mensen stond samen op het vliegveld Orly in de avond van 27 oktober 1949. 

Onder hen waren de boxer Marcel Cerdan, die terugging naar Amerika om zijn titel terug te veroveren van Jack LaMotta én om zijn minnares Edith Piaf te ontmoeten, verder de beroemde Franse violiste Ginette Neveu en haar broer, vijf herders uit het Baskenland op weg naar nieuwe levens, een jonge vrouw die net tot erfgename van haar tante was benoemd en een man die hoopte zich te verzoenen met zijn ex-vrouw.

Al deze verschillende mensen, al deze levens, raakten met elkaar verweven toen zij die avond samen aan boord gingen van de Constellation die hen van Parijs naar New York zou brengen, waar zij de volgende ochtend aan zouden komen.

Sommigen waren op weg naar huis, anderen naar een nieuw leven. Sommigen hadden net een nalatenschap moeten afwikkelen, anderen moesten onderhandelen over handelscontracten, terwijl een jonge vrouw net hersteld was van een zwaar ongeluk en op weg was naar familie. Er was zelfs een schilder die de dag ervoor al had moeten vertrekken, maar hoffelijk zijn plaats had afgestaan aan een actrice met teveel koffers.

De piloten hadden ervaring opgedaan als vechtpiloten tijdens de Tweede Wereldoorlog en verstonden hun vak. Verder waren er monteurs en stewardessen aan boord.

Het vliegtuig moest een tussenlanding maken op de Azoren, om bij te tanken, en net voor de landing stopte de communicatie met de Constellation, er werd niets meer van het vliegtuig gehoord.

Al snel werd er gevreesd voor het ergste, dat het vliegtuig was neergestort en zo snel als het kan stegen er andere vliegtuigen op om te zoeken. Aan de noordkant van een van de eilanden zagen ze dat Constellation tegen een berg was gevlogen. Er waren geen overlevenden.

Adrien Bosc heeft met Morgenvroeg in New York een heel mooie debuutroman geschreven. Hij reconstrueert wat er die nacht gebeurt is en hoe het onderzoek na de ramp verliep. Dat kwam snel op gang, maar werd bemoeilijkt door de plunderaars die al bij het wrak waren geweest, en het feit dat er nog niet zoiets bestond als een zwarte doos. Uiteindelijk werd er zelfs een schaduwvlucht uitgevoerd door een ander vliegtuig van hetzelfde type de vlucht te laten nabootsen.

Adrien Bosc stopt daar niet, maar weet ook de verschillende passagiers tot leven te wekken die allemaal met verschillende hopen en dromen in het vliegtuig stapten om de volgende ochtend in New York aan te komen, maar enkele uren later gezamenlijk de dood vonden. De meeste aandacht ging toen natuurlijk uit naar Marcel Cerdan en Ginette Neveu, maar er waren achtenveertig mensen aan boord, passagiers en bemanningsleden en dank zij deze roman worden ook zij niet helemaal vergeten.

Ontroerend zijn de inkijkjes in de verschillende levens, schrijnend de fouten die gemaakt werden bij de identificatie van sommige slachtoffers en bijzonder de toevalligheden en overeenkomsten die je soms kunt zien tussen ogenschijnlijk verschillende gebeurtenissen. Vooral dat laatste is knap gedaan en doet je beseffen dat het lot soms van toeval aan elkaar hangt en een klein verschil soms een grote uitkomst kan hebben. 

Morgenvroeg in New York is mooi om te lezen en wisselt af tussen nasleep van de ramp en de levens van de mensen die erbij omkwamen en de schrijver nu. Niet voor niets heeft deze roman in Frankrijk de Grand Prix du roman de l’Académie Française gewonnen. 
Adrien Bosc is een nieuwe schrijver om in de gaten te houden!

Originele Franse titel: Constellation
Uitgegeven in 2014
Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Cossee
Nederlandse vertaling: Carlijn Brouwer
Bladzijdes: 215

vrijdag 14 oktober 2016

Museé de l'Orangerie

Het glazen dak van de Orangerie
De orangerie
Aan het einde van de Tuilerieën, vlak bij de Place de la Concorde, werd in 1852 een Orangerie neergezet.

Hier werden in de winter de sinaasappel boompjes van de tuinen van de Tuilerieën in bewaard, zodat ze de kou konden overleven.

Na de val van het Keizerrijk en de Commune van Parijs van 1871 waarbij het paleis van de Tuilerieën in vlammen opging, bleef de Orangerie bestaan. Nog altijd werd het gebouw gebruikt om de sinaasappelboompjes te laten overwinteren, maar er werden ook concerten en  evenementen gehouden.

Na 1920 ontstond het idee om er een museum van te maken, dat hedendaagse kunstenaars zou laten zien.

Claude Monet had in na de Eerste Wereldoorlog een aantal grote panelen, beschilderd met waterlelies, aan de staat geschonken. President Georges Clemenceau was degene die voorstelde om deze panelen in het nieuwe museum van de Orangerie tentoon te stellen.
Detail waterlelies, Claude Monet
Het duurde even voordat dit gerealiseerd zou worden en helaas stierf Claude Monet een paar maanden voor de opening van het museum in 1927.
Detail Waterlelies, Claude Monet
De waterlelies
Vele malen schilderde Monet de waterlelies in zijn tuin in Giverney, maar nooit zo groots als tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Gedurende de oorlog schilderde hij aan enorme panelen, die hij op de dag van de wapenstilstand in 1918 aanbood aan de staat, als tastbaar symbool van vrede. Zijn vriend Georges Clemenceau was hierin behulpzaam.

Claude Monet was niet altijd tevreden over zijn eigen werk en bleef schaven en opnieuw schilderen. Ook vernietigde hij regelmatig een stuk. Over de plaatsing van de schilderijen dacht hij ook goed na, op welke manier zouden zijn panelen het best tot hun recht komen? Het duurde dan ook tot 1926 voor alles compleet en klaar was in het museum. 
Een van de panelen (een deel) met Waterlelies.
In totaal hangen er nu acht panelen, met een hoogte van 1 meter 97 en van verschillende lengte, samen bijna honderd meter lang.
Ze hangen in twee ovale zalen, die samen het symbool voor eeuwigheid vormen, met een gefilterd, natuurlijk licht.
Een ander deel van een van de panelen. 
De Waterlelies zijn ongelofelijk mooi en stilmakend. Prachtige kleuren, en zoveel details, terwijl je tegelijkertijd een groot gevoel van rust krijgt.
Als je houdt van de Impressionisten, moet je de Waterlelies een keer gezien hebben. Het is niet voor niets dat André Masson in 1952 deze werken ‘de Sixtijnse kapel van het Impressionisme’ noemde.

Andere collecties
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het museum nog een andere collectie erbij, geschonken door Domenica Walter, de weduwe van Paul Guillame en later van Jean Walter. Haar beide echtgenoten waren verzamelaars van kunst geweest, vooral haar eerste echtgenoot die kunsthandelaar was. Zij wilde de wens van Paul Guillame inwilligen en de collectie aan de staat geven, die de Orangerie een geschikte locatie vond.
Cézanne. Peer en groene appels 1873
Het museum werd verbouwd en in 1977, na de dood van Domenica, werden de bijna 150 schilderijen permanent toegevoegd aan het Museé de l’Orangerie.

Prachtige werken van onder andere Renoir, Cézanne, Monet, Picasso, Modigliano, Marie Laurencin en Maurice Utrillo vormen een bijzonder mooie collectie van 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse kunst.

Ik kan bijna niet zeggen hoezeer ik heb genoten van dit mooie museum en de bijzondere schilderijen die hier hangen. De Waterlelies benamen me bijna de adem, zo mooi vond ik die, en de andere schilderijen vormden een waardevolle aanvulling. Ik was verbaasd en verrukt over de diversiteit van de collectie en hoeveel moois daartussen te zien was. Zo heb ik nu Marie Laurencin ontdekt, waar ik graag meer over wil weten.
Marie Laurencin.
Spaanse danseressen, 1920
Fijn ook dat dit museum niet superdruk is, hoewel de hoeveelheid filmende toeristen bij de Waterlelies soms een beetje irritant was. Ik was in ieder geval blij dat ik de Waterlelies eindelijk eens heb gezien.

Boek
Een paar weken geleden zag ik in de boekhandel dit prachtige boek liggen: Mad enchantment van Ross King. Ik ken hem van boeken over de Duomo in Florence en het prachtige; The judgement of Paris over Manet. (hier)

Mad enchantment gaat over Monet en de totstandkoming van de Waterlelies. Het is, zoals al zijn boeken, zeer prettig geschreven en staat boordevol details over het leven van Monet, Giverny, de situatie in Frankrijk en de uiteindelijke plaatsing van de Waterlelies in het museum.

De uitvoering is ongelofelijk mooi. Het is een gebonden boek en de cover is bedrukt met de waterlelies.

Zeer de moeite waard voor iedereen die meer over Monet en de Waterlelies wil weten.

Uitgegeven in 2016
Nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar.

maandag 10 oktober 2016

Onvoltooide geschiedenis, Boualem Sansal

Erfenis
Twee jongens, twee broers. Rachel en Malrich Schiller zijn opgegroeid bij hun oom en tante in een voorstad van Parijs, hun ouders (moeder Algerijnse, vader Duits) zijn in Algerije gebleven. 

Rachel doet het goed, hij heeft een opleiding, een baan, een vrouw en een huis. 

Malrich aan de andere kant gooit zijn kont tegen de krib en doet en wil niets. Naar school gaat hij niet, werken doet hij niet, maar hij hangt rond met zijn vrienden en zorgt voor problemen.

Ons leven, dat is de wijk: verveling, uitzichtloosheid, burenruzies, strijd tussen bendes, commandoacties van islamisten, politie-invallen, vechtpartijen, het heen en weer lopen van dealers, pesterijen van grote broers, demonstraties, rouwbijeenkomsten. De familiefeestjes zijn leuk, maar vooral voor de vrouwen, de mannen blijven beneden voor de flat wachten zolang ze duren. Wie langskomt, doet dat om te kunnen zeggen dat hij is geweest.

In de wijk gaan er echter dingen veranderen, er komen mannen met baarden die de jongeren aan zich binden en met allerlei regels komen waar de jongens en meisjes zich aan moeten houden.

Ondertussen komen in Algerije de fundamentalisten aan de macht (het is 1994) en horen de broers op het journaal dat het dorp waar ze vandaan komen voor een groot deel is afgeslacht. Hun ouders zijn ook vermoord.

Rachel gaat naar Algerije en neemt de spullen van zijn ouders mee naar huis en komt er dan achter dat zijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi was die vol overtuiging mee heeft gedaan aan de Holocaust.

Rachel probeert dit te rijmen met het beeld dat hij van zijn vader heeft; de veteraan van de Algerijnse vrijheidsstrijd die daarom veel respect genoot in het dorp en die getrouwd was met de dochter van de plaatselijke sjeik en daarom nog meer respect genoot. Rachel probeert de wortels van zijn vader te traceren, zijn reis te begrijpen en ondertussen ontglipt hem alles wat hij had opgebouwd.

Anderhalf jaar later komt Malrich erachter waar Rachel mee worstelde. Het is nu aan hem om niet alleen in het reine te komen met de erfenis van hun vader, maar ook de dood van zijn broer en de fundamentalisten die meer en meer de dienst in de wijk uitmaken.

Hoe ga je om met nieuws dat je vader iets verschrikkelijks heeft gedaan. En niet alleen iets verschrikkelijks, maar deel heeft uitgemaakt van het grootste kwaad dat er ooit heeft bestaan? Wat doe je? Ben je zelf ook schuldig en moet je proberen de schuld goed te maken? Of moet je proberen het grotere geheel te zien en het een plaats te geven, zonder jezelf te verliezen? Een wat doe je, als je om je heen de opmaat ziet naar eenzelfde soort verschrikking?

Daar sta ik dan voor de vraag die zo oud is als de wereld: ‘Zijn wij verantwoordelijk voor de misdaden van onze vaders, de misdaden van onze broers en onze kinderen? Het drama is dat wij in rechte lijn van elkaar afstammen, je kunt er niet vanaf zonder haar te verbreken en te verdwijnen.’

Boualem Sansal
Kritiek
Boualem Sansal is geboren in 1949 en woont in Algerije, waar hij vroeger werkte als ambtenaar tot hij begon met schrijven. Hij wordt door het regime gepest; zijn vrouw moest haar baan in het onderwijs opgeven, zijn boeken zijn verboden en een Arabische literaire prijs is hem afgenomen omdat hij kort daarvoor in Israël bij een literair festival was.

Dit komt doordat Boualem Sansal niet bepaald kritiekloos is als het gaat om het fundamentalisme, de regering en de situatie in Algerije. In dit boek is dat zeer duidelijk, Sansal trekt paralellen tussen de ideologie van de nazi’s en de vernietiging die daarop volgde en de ideologie van het fundamentalistische deel van de islam en de vernietiging waar zij van dromen. Knap brengt hij dit over, eerst door de termen te verwisselen, maar al snel door de vergelijkingen duidelijk uit te spreken.

Boualem Sansal stuitte op het verhaal van een Duitse oorlogsmisdadiger die naar Algerije ging en meevocht tegen de Fransen en er bleef wonen. In de roman heeft hij de twee broers verzonnen om aan te geven op welke manieren je met zo’n erfenis om kunt gaan en hij doet dit weergaloos. De twee broers hebben elk hun verslag van de gebeurtenissen, met hun eigen stem. Waar de één gebukt gaat onder de last van de waarheid, neemt de ander het lot in eigen hand en stelt zich teweer.

Toen hij Dachau verliet, nam Rachel zich voor om op een dag naar Jeruzalem te gaan om stil te bidden in het Holocaust Memorial Yad Vashem. Hij schreef: […] ‘Maar daarginds, in Yad Vashem, zal ik elk slachtoffer een naam kunnen geven, het is belangrijk om hardop de naam te zeggen van de mensen die voor mijn vader nooit iets anders zijn geweest dan dragers van een gele ster en een in hun vlees getatoeëerd registratienummer.’

Hij ging niet naar Jeruzalem, naar Yad Vashem. Als het geld het ooit toelaat, zal ik in zijn plaats gaan. Ook voor mezelf. En ik zal alle namen hardop lezen en ieder namens mijn vader om vergeving vragen.

Actuele geschiedenis
Onvoltooide geschiedenis heeft in 2011 de Duitse vredesprijs gewonnen, welverdiend denk ik door de manier waarop geschiedenis actueel wordt gemaakt en mooie vergelijkingen worden gemaakt. Voor de meesten van ons zal de geschiedenis van de Holocaust bekend zijn, maar dit boek geeft wel nieuwe invalshoeken en laat je ook weer de urgentie van de geschiedenis zien. Juist omdat er op zoveel plekken vergelijkbare dingen gebeuren.

Voor de landen waar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog niet tot het standaard curriculum behoort, zoals Algerije, maar die wel te maken hebben met een terreur tegenover mensen die niet aan het ideaalbeeld van de regering voldoen zou ik zelfs zeggen dat dit een noodzakelijk boek is. Omdat het kwaad nooit alleen staat en we het moeten herkennen en ons niet stil moeten houden.

Mooi hierin is de scene waarin Malrich zijn vrienden uitleg geeft over de gebeurtenissen in Duitsland en zij voor het eerst beseffen dat er in de geschiedenis grote en verschrikkelijke dingen zijn gebeurd. Malrich doet dit trouwens meesterlijk, door woorden te gebruiken die de jongens zullen begrijpen door het over Hitler en zijn trawanten als de hoofdimam en zijn emirs te hebben en de fundamentalistische imam en zijn regels als islamistische gestapo te betitelen.

Onvoltooide geschiedenis is een prachtig geschreven en mooi opgebouwd boek over familie, schuld en vergeving, dat ook de actuele geschiedenis van toen en nu bij elkaar brengt.

Ik vind het heerlijk om nieuwe schrijvers te ontdekken, vooral als ze ook nog goed en interessant schrijven! Ik ben dan ook heel blij dat ik nu dit boek van Boualem Sansal heb gelezen en het zal zeker niet het laatste boek zijn dat ik van hem bespreek, zijn andere boeken staan hier al in de kast (het zal ook niet).  

Originele Franse titel: Le village de l’Allemand ou Le journal des frères Schiller
Oorspronkelijk uitgegeven in 2008
Nederlandse uitgave 2011 door uitgeverij De Geus
Nederlandse vertaling: Jan Versteeg
Bladzijdes: 249

vrijdag 7 oktober 2016

Kunstzinnig glas

Op Murano zijn er niet alleen heel veel glaswinkels te vinden, maar ook heel veel kunstwerken van glas, of gewoon grappige dingen in glas.
Glas is een fascinerend iets, en het is bijna onbegrensd aan wat je met glas kunt doen.





woensdag 5 oktober 2016

Dromen van Parijs

Parijs, oktober 2015
Oh, je zou toch een appartementje hebben, hier op de hoek.
Daar kan ik alleen maar van dromen.

maandag 3 oktober 2016

Van Goghs oor, Bernadette Murphy

Over Vincent van Gogh zijn honderden boeken en duizenden artikelen verschenen, die elk aspect van zijn leven onder de loep nemen. Zijn er dan nog nieuwe dingen te ontdekken? Je zou bijna zeggen van niet, maar het boek Van Goghs oor van Bernadette Murphy laat iets anders zien.

Bernadette Murphy is geboren in Ierland en is op een gegeven moment naar de Provence verhuisd, 
zo’n tachtig kilometer naast Arles. Als je in of bij Arles woont, kun je niet om Vincent van Gogh heen en ook zij raakte gefascineerd. 

Het beeld van Vincent is voor veel mensen gekleurd door het boek uit 1935 van Irving Stone en de film met Kirk Douglas die daar vervolgens van gemaakt is. Veel van wat er in het boek of de film wordt verteld, wordt voor waar aangenomen, hoewel er ook nog veel onduidelijk blijft.

Onderzoek
Tijdens een periode waarin ze thuis zat om te herstellen van een ziekte, had ze tijd genoeg en besloot ze om wat meer in het leven van Vincent van Gogh te duiken. Ze begon met haar eigen kunstboeken en het internet, en al snel kwam ze bij de situatie met het oor van Van Gogh.

Op 23 december 1888 sneed Vincent zijn oor af en gaf dit vervolgens, volgens de overlevering, ingepakt aan een prostituee van een bordeel vlak bij zijn huis. Maar waarom deed hij dit en welk deel sneed hij eigenlijk af? Een lelletje, de bovenkant, een heel oor? Als tijdverdrijf besloot Bernadette om hier verder mee te gaan en erachter te komen wat er nu precies gebeurd was. Ze had geen idee waar haar zoektocht uiteindelijk toe zou leiden en de ontdekkingen die ze zou doen.

De zoektocht werd bemoeilijkt door het feit dat Arles in de oorlog gebombardeerd is door de Amerikanen en een groot deel van de stad zoals Vincent van Gogh die kende, niet meer bestaat. 

Bovendien zijn veel van de papieren uit die tijd verloren gegaan of verspreid geraakt over verschillende mappen in het archief of zelfs verschillende archieven.

Gelukkig was Bernadette Murphy niet voor één gat te vangen en wist ze dat ze informatie van veel verschillende plekken met elkaar moest combineren. Daarom begon ze bijna alle documenten uit die tijd te bestuderen, huwelijksaktes, testamenten, verzoekschriften, arrestatierapporten, inventarissen, volkstellingen etc. om op die manier een zo volledig mogelijk beeld te krijgen.

Tijdens haar onderzoek heeft ze een database aangelegd voor alle inwoners, zodat alle gegevens bij elkaar stonden en ze binnen de kortste keren iemand terug kon vinden, met alle bijzonderheden, adressen en familiebanden. Vaak leek het erop dat een bepaalde lijn van het onderzoek niet verder zou komen, maar soms kwam er later via een andere weg toch weer schot in de zaak. En langzamerhand begon haar harde werk vrucht af te werpen.

Stilleven met uien. 1889
Kleine ontdekkingen
Bernadette Murphy heeft een aantal bijzondere ontdekkingen gedaan. Ze is achter de identiteit gekomen van het meisje ‘Rachel’ aan wie Vincent zijn oor gaf nadat hij het had afgesneden en geeft een behoorlijk overtuigende mogelijke verklaring voor zijn gedrag.

Ze heeft ontdekt dat absint waarschijnlijk geen grote rol speelde in de gekte van Vincent, want de inventarislijsten van de cafe’s uit die tijd (ze heeft ze allemaal onderzocht) vermelden slechts één keer één fles absint. Het blijkt dus dat dit modieuze Parijse drankje nog niet echt was doorgedrongen tot de provincie.

Ook heeft ze een nieuwe invalshoek op het gedrag van Paul Gaugain laten zien (al moet ik eerlijk bekennen dat hij me er nog altijd nog niet sympathiek op is geworden).

Grote ontdekkingen
Naast alle kleine ontdekkingen heeft ze een paar significante nieuwe ontdekkingen gedaan.

Nadat Vincent was opgenomen, kwam er een verzoekschrift van zijn buren, waarin zij vroegen of hem de toegang tot het huis kon worden ontzegd omdat hij gevaarlijk was. Dit heeft Vincent veel verdriet gedaan, en het heeft de reputatie van de bewoners van Arles geen goed gedaan. Door alle handtekeningen op het verzoekschrift te vergelijken met handtekeningen op andere documenten, is 
Bernadette Murphy erin geslaagd om achter de identiteit van alle ondergetekenden te komen, maar toen werd ook duidelijk dat een aantal van de handtekeningen vals waren en dat de situatie heel anders in elkaar zat dan men altijd had gedacht.

Dank zij Bernadette Murphy weten we nu zeker wat er met het oor van Van Gogh is gebeurd, want dankzij haar naspeuringen is de tekening boven water gekomen die de arts van Vincent op een receptenbriefje had gemaakt om aan te geven hoeveel hij van zijn oor had weggesneden.

Van Goghs oor staat vol interessante details over het Arles in 1888 en de mensen die daar toen woonden, de maanden dat Vincent daar heeft gewoond, de behandeling die Vincent kreeg voor zijn afgesneden oor, de mensen die hij leerde kennen, de organisatie van de prostitutie, de situatie in het ziekenhuis en het gesticht en nog veel meer. 

Bovendien is het een fascinerend verslag van het onderzoek, waarbij je ziet hoe je met gedegen onderzoek, vasthoudendheid, creatief denken én een portie geluk zelfs bij een bekend onderwerp nog nieuwe dingen kan ontdekken, of in ieder geval nieuwe invalshoeken.
Een geweldig boek.

Originele titel: Van Gogh’s ear. The true story.
Uitgegeven in 2016
Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Hollands Diep
Nederlandse vertaling Catalien van Paassen, Willem van Paassen, Nicole Seegers
Bladzijdes: 277
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...