woensdag 30 november 2016

Twee zonsondergangen


Twee zonsondergangen van de afgelopen week, zoals ik ze zie vanuit mijn woonkamer.

maandag 28 november 2016

Hold still, Sally Mann

Je zou zeggen dat een foto een herinnering perfect bewaart, maar de paradox is dat een foto een herinnering juist aantast. Elke keer als je de foto bekijkt, verlies je een stukje van de oorspronkelijke herinnering, en komt er herinnering bij van alle keren dat je de foto hebt bekeken.

Sally Mann is één van de bekendste contemporaine fotografen in Amerika. Ze is als Sally Munger in 1951 in Virginia geboren. Haar ouders waren onconventioneel en trokken zich vrij weinig aan van het feit dat ze drie kinderen hadden. Sally groeide nogal wild op en tot ze naar kostschool werd gestuurd kon ze vrijwel haar eigen gang gaan.

Op haar 20e trouwde ze met Larry Mann, die een totaal andere opvoeding had gekregen; zijn ouders vonden conventie en opklimmen op de sociale ladder het allerbelangrijkste wat er was.
Ondanks hun verschillen zijn ze tot op de dag van vandaag gelukkig getrouwd en wonen ze op hun boerderij in Virginia.

Sally was op school geïnteresseerd geraakt in fotografie en nam overal foto’s van, in de eerste instantie van haar familie, maar later ook van het landschap in het Zuiden.

De familiekiekjes waren heel vaak spontane foto’s, waarbij haar kinderen aan het spelen waren en zij ze vroeg om even te pauzeren terwijl ze een foto maakte, waarna de kinderen verder gingen. Soms was ze echter lang bezig om een bepaalde compositie goed te krijgen, (verhoudingen en licht enzo) en waren haar kinderen zo lief om gewoon mee te doen.

In de jaren ’90 ontstond er een flinke controverse over haar fotoboek waarin foto’s van haar kinderen stonden, omdat die kinderen vaak bloot waren. In het puriteinse Amerika van de jaren ’90 waarin iedereen opeens overal kindermisbruik zag, werd ze er bijna van beschuldigd kinderporno te maken. 
Tot een aanklacht kwam het niet, maar de ophef liet wel flinke sporen achter in het gezin.

In dit boek, Hold still, vertelt ze over deze periode. Ze vertelt ook over haar familie en de schandalen waarin haar voorouders betrokken waren, dit leest bijna als een ‘Southern gothic novel’, zoveel vreemde mensen en vreemde gebeurtenissen en nog vreemdere verhoudingen.

Sally Mann gaat ook in op het landschap in het Zuiden, haar geliefde Virginia, en daarbij de verhoudingen tussen de mensen. Ze is opgegroeid in de jaren ’50 en ’60, toen de raciale verhoudingen nog duidelijk verdeeld waren. Zij had, zoals zoveel blanke kinderen in die tijd, een zwart kindermeisje waar ze meer liefde en aandacht van kreeg dan van haar ouders. Maar ook over de ongelijkheid tussen blank en zwart en haar eigen rol hierin is ze eerlijk en kritisch.

Als fotograaf kijk je denk ik anders naar de wereld. Een fotograaf ziet de dingen scherper, maar ook van een zekere afstand, waardoor je beter kunt analyseren. Je maakt momentopnames van het heden, die vanaf dat moment gestolde stukjes verleden zijn, maar die ook niet meer zijn dan dat. Een foto van een persoon is niet de persoon zelf en het is belangrijk deze distantie te maken. 

Een foto kan spontaan zijn, maar ook het resultaat van tientallen pogingen om de compositie en het licht precies goed te vatten. Is het kunst, is het een ambacht of is de grens hiertussen heel vaag?

Hold still is beslist geen chronologisch verhaal, maar is bijna thematisch ingedeeld. Sally Mann kijkt de waarheid bijna onwrikbaar in de ogen en schrikt niet terug voor wat ze door haar lens ziet, ook niet als ze naar het verleden kijkt.

Het is een fascinerend en bijzonder interessant verhaal van een fascinerende en interessante vrouw en fotografe.

Volledige titel: Hold Still. A memoir with photographs
Uitgegeven in 2015
Nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar

vrijdag 25 november 2016

Tentoonstelling: Daubigny, Monet en van Gogh

Daubigny (ansichtkaart)
De Franse schilder Charles-François Daubigny (1817-1878) was één van de bekendste schilders in de 19e eeuw. Hij stond vooral bekend om zijn bijzondere landschappen. Hij was namelijk een van de eerste schilders die werkte in de buitenlucht, hij had zelfs een atelier-boot waarmee hij op de rivieren voer en rechtstreeks het landschap vanuit een bijzonder perspectief kon schilderen.

Zijn landschappen laten vooral het leven op het platteland zien, verwijzingen naar de moderne wereld zijn er bijna niet. Op zijn schilderijen geen rokende fabrieken of stoomtreinen, het is het oude Frankrijk dat hij schildert.

De Impressionisten namen op verschillende manieren een voorbeeld aan Daubigny. Ook zij wilden schilderen in de buitenlucht en waren duidelijk geïnspireerd door de landschappen en onderwerpen van Daubigny. Claude Monet kocht op een gegeven moment ook een atelierboot, waarmee hij vanaf de rivier kon schilderen.
Atelierboot van Monet (ansichtkaart)
Ook de losse stijl van schilderen van Daubigny werd door de Impressionisten gezien als een voorbode van hun eigen stijl, waarin de penseelstreken soms duidelijk zichtbaar waren en het grote geheel belangrijker was dan de details.

Bijzonder is dat Daubigny op zijn beurt de nieuwe generatie schilders leuk vond en dingen van hen overnam. Er ontstond een wisselwerking van wederzijdse inspiratie die iedereen voordeel en nieuwe gezichtspunten bracht.

Vincent van Gogh zag Daubigny als een groot voorbeeld, voor hem was het echte (landschap)schilderen begonnen met Daubigny.

In het Van Gogh museum is op dit moment de tentoonstelling: Daubigny, Monet, Van Gogh: Impressies van het landschap te zien.

Hierin zijn heel veel werken van Daubigny te bewonderen, en het wordt mooi duidelijk hoe zijn werk veranderde en steeds ‘moderner’ werd. De vergelijking met schilderijen van Monet is heel bijzonder, je ziet heel goed de overeenkomsten en de inspiratie die Daubigny vormde.

Helemaal leuk wordt het als enkele keren een onderwerp door alle drie de schilders is geschilderd, zoals bij de boomgaard of het veld met klaprozen. Dan zie je hoe ver de invloed van Daubigny reikte en hoeveel de andere schilders aan hem hebben gehad. Bovendien zie je hoe goed Vincent naar andere schilders keek en van hen wilde leren, nooit denkend dat zijn eigen techniek en vaardigheden genoeg waren. Terwijl ik zijn versies eigenlijk altijd de mooiste vind!
Veld met klaprozen, Daubigny (boek)

Veld met klaprozen, Monet (uit boek)

Veld met klaprozen, van Gogh (uit boek)
Er zijn werken bij elkaar gebracht uit iets van 35 verschillende collecties en musea. Het mooie van zo'n tentoonstelling vind ik dat je dus werken ziet die je anders niet zo snel zou zien.

Deze tentoonstelling is nog tot 29 januari 2017 te zien en is zeer de moeite waard, zoals volgens mij elke tentoonstelling in het Van Gogh museum!

Zoals altijd mochten er geen foto's gemaakt worden en heb ik de foto's gemaakt van de ansichtkaarten en uit boeken. 

woensdag 23 november 2016

Chemin de fer



Mooie ijzeren brug in Parijs, nabij het Gare du Nord.
Ik houd van dit soort ijzeren constructies. Ze zijn zo ambachtelijk en zo aards, en tegelijkertijd zo elegant en luchtig.

maandag 21 november 2016

De vloek van de Palmisanos, Rafel Nadal

In een klein Italiaans dorpje sterven in de Eerste Wereldoorlog alle mannelijke nakomelingen van de familie Palmisano. Een van de weduwes is zwanger en als haar zoontje geboren wordt, komt ze met een plan om ervoor te zorgen dat de vloek hem nooit zal treffen. 

Vitantonio groeit op in een familie die de zijne niet is, en een zus die ook niet echt zijn zus is. Pas als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt zal blijken of de vloek van de Palmisanos inderdaad verbroken is.

De schrijver Rafel Nadal (niet de tennisser, trouwens), wordt een bestseller auteur genoemd en De vloek van de Palmisanos is in verschillende landen vertaald.

Op zich las dit boek lekker weg en er stonden een paar goede dingen in. De beschrijvingen van de stad Bari die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Luftwaffe gebombardeerd werd, is goed gedaan, dit gedeelte was spannend en vol inleving beschreven.

Ook andere details van het Italiaanse leven in die tijd zoals de slechte positie van de landarbeiders komen goed uit. Er is ook een hoofdstuk over de onthulling van het oorlogsmonument in het dorp dat ontzettend grappig was en dat ik helemaal voor me zag.

Toch viel De vloek van de Palmisanos me tijdens het lezen erg tegen en ik heb er over nagedacht hoe dat komt. Ik denk dat het eraan ligt dat alles zo oppervlakkig blijft. Steeds wordt vooral het uiterlijk van de mensen beschreven, met allerlei bijvoeglijke naamwoorden; de beschrijving ‘haar glanzende volle lippen’ werd me op een gegeven moment echt teveel.

Een echt goede schrijver heeft andere manieren om aan te geven dat een personage elegant of mooi is of bepaalde karaktereigenschappen heeft, dat hoeft niet expliciet beschreven te worden.

Een tweede probleem is dat we van de gedachtewereld van de personages weinig te weten komen Een van de hoofdpersonen vecht mee in de Spaanse burgeroorlog en komt daarna in bezet Frankrijk terecht, maar er wordt alleen gezegd dat ze daar veel meemaakte.

Het derde probleem is dat veel personages een cliché blijven. De goeden zijn goed en de slechten zijn slecht. De mooie zus (die met die volle, glanzende lippen) wordt door de Spanjaarden ‘de reddende engel’ genoemd omdat ze zo goed voor hen zorgt. De slechte neef die een kruiperige bullebak is, wordt natuurlijk fascist.

Ik had het zoveel interessanter gevonden als de fascist een paar goede eigenschappen had gehad of gewoon een aardige vent was geweest en dat die zus twijfels had over wat ze daar in Spanje aan het doen was.

Voeg daarbij wat ontzettend ongeloofwaardige en zelfs melodramatische gebeurtenissen en ik kwam tot de conclusie dat De vloek van de Palmisanos een beetje zwalkt tussen een groots opgezette familiegeschiedenis, een verhandeling over de militaire gebeurtenissen in Italië en de bouquetreeks.

Op zich best ontspannend en niet vervelend om te lezen, maar dit verhaal beklijft niet als je het boek hebt dichtgeslagen.

Originele Spaanse titel: La maledicció dels Palmisanos
Uitgegeven in 2015
Nederlandse uitgave 2016 door Xander uitgeverij
Nederlandse vertaling: Irene van de Mheen
Bladzijdes: 327

vrijdag 18 november 2016

Treffende gelijkenis

Toen ik een paar weken geleden bij de tentoonstelling van de Russische realisten in het Drents museum in Assen was, zag ik dit portret geschilderd door Ilya Repin.
Ilya Repin, N.A. Rimsky-Korsakov
Ik stoof er enthousiast op af, want ik meende de grote schrijver Anton Tsjechov te herkennen (mijn hart sloeg zelfs even over).
Het was echter niet Tsjechov, het was de componist Rimsky-Korsakov.

Toch zag ik enkele overeenkomsten, niet alleen in de haardracht, de baard (hoewel wat langer en woester dan ik van Tsjechov ken) en het brilletje, maar ook in de enigszins vermoeide houding van iemand die worstelt met zijn gezondheid.

Het blijkt dat dit schilderij inderdaad is gemaakt in een periode dat Rimsky-Korsakov het erg moeilijk had en zich veel zorgen maakte, niet alleen over zichzelf, maar ook over het leven van zijn dochtertje.

Kijk naar deze foto van Anton Tsjechov en het schilderij van hem daaronder dat gemaakt is door Osip Bras. Ik denk niet dat mijn vergissing heel vreemd was.
Anton Tsjechov

Anton Tsjechov door Osip Bras

woensdag 16 november 2016

maandag 14 november 2016

Een vreemdeling en een dode Arabier

In De vreemdeling van Albert Camus begint het verhaal met de dood van de moeder van Meursault, de hoofdpersoon. Meursault gaat naar het tehuis waar zijn moeder woonde en is aanwezig bij haar begrafenis. Eén die snel moet plaatsvinden, in de hete Algerijnse zon.

Terug in Oran, de stad waar hij zelf woont, raakt hij betrokken bij de problemen die zijn buurman Raymond heeft met zijn Arabische maîtresse. Meursault helpt Raymond om (op een nogal nare manier) wraak te nemen en vanaf dat moment zijn de mannen kameraden.

De maîtresse van Raymond heeft echter broers en vrienden, die achter Raymond aankomen, waarna Meursault één van hen neerschiet. Zijn enige verdediging is dat hij beinvloed werd door de zon en de hitte. Meursault wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld.

Het is een klein verhaal en veel meer dan dit is het niet. Als ik eerlijk ben, is het geen heel fijn boek. Meursault heeft werkelijk niets dat je voor hem inneemt, hij is onverschillig en het lijkt wel of helemaal niets hem raakt.

Als zijn moeder sterft, heeft hij bijna geen emotie, als zijn vriendin met hem wil trouwen stemt hij toe omdat hij geen reden kan verzinnen om ‘nee’ te zeggen en als hij iemand doodschiet, zit hij er ook niet echt mee.

Albert Camus heeft in dit boek niet de mooie zinnen en beeldspraken die ik van de vorige twee boeken die ik van hem heb gelezen zo mooi vond. De vreemdeling heeft een zekere droogheid, een dorheid, zoals ook Meursault een dorre man is, arm in gevoelens en normale responsen.

Je kunt je ook afvragen wie de vreemdeling is, de Arabier die hij niet kende en doodschoot, of Mersault zelf die niet alleen een vreemde is in het land, als pied-noir in Algerije, maar zelfs een vreemdeling is ten opzichte van zijn medemensen. 

In 2013 schreef de Algerijnse schrijver Kamel Daoud een antwoord op De vreemdeling. Een boek geboren uit boosheid, uit woede over het feit dat in De vreemdeling 25x het woord Arabier staat, maar nergens de naam van de dode. 

Zijn perspectief speelt nergens mee en in de rechtszaak wordt hij zelfs bijna helemaal niet genoemd. 

De moordenaar wordt zelfs pas veroordeeld als men vindt dat hij te ongevoelig doet over de dood van zijn moeder, alsof het doden van een Arabier niet voldoende is voor een bestraffing.

In Moussa, of de dood van een Arabier krijgt de dode zijn naam en zijn verhaal terug.

De Franse titel van dit boek is beter dan de Nederlandse, want het laat onmiddellijk zien dat het niet op zichzelf staat en aan alle kanten verbonden is met De vreemdeling, net zoals Algerije nog altijd niet helemaal los is van de koloniale erfenis.

Het verhaal van Moussa wordt verteld door Haroun, zijn jongere broer die nu ver in de tachtig is en in een koffiehuis of café een journalist avonden lang trakteert op een monoloog waarin hij vertelt over zijn grote broer Moussa, die in zijn stokersoveral en zijn espadrilles ’s ochtends de deur was uitgegaan. 

Hij had gezegd dat hij die dag vroeg thuis zou zijn en niemand die had verwacht of wist dat hij naar het strand zou gaan of wat hij daar deed, maar daar vond hij zijn einde.

De jongere broer moet voortaan leven met de schaduw van zijn broer, terwijl hun moeder vergeefs naar gerechtigheid zoekt.

Vreemd genoeg werd ik behandeld als een dode en mijn broer Moussa als een levende, wiens koffie aan het einde van de dag werd opgewarmd, wiens bed wordt opgemaakt en wiens voetstappen men al van heel ver hoort.

Omdat de naam van Moussa nooit wordt genoemd, kan zijn familie niet bewijzen dat hij het is en krijgen ze geen compensatie, want kan iemand een martelaar genoemd worden die twintig jaar voor de oorlog al is gestorven?

Pas tijdens de Onafhankelijkheidsstrijd in 1962 is er eindelijk kans op een weerwoord, een wraak, hoewel het maar de vraag is hoeveel dit oplost voor de jongere broer. Hij kijkt terug op een leven dat verpest is door een moord en hij alle jaren daarna heeft geboet voor het feit dat zijn broer dood is, terwijl de moordenaar een boek heeft geschreven en beroemd is geworden door zijn zinloze misdaad.

Waarom was Moussa die dag nou op dat strand? Dat blijf ik me afvragen. Ik weet het niet. Ledigheid is een makkelijke verklaring, het noodloot te pompeus. Wat deed jóuw held op dat strand? Misschien is dát de juiste vraag. Niet alleen die dag, maar al die dagen! Al een eeuw lang, welbeschouwd. Nee, geloof me, zo ben ik niet. Het kan me niet schelen dat hij Frans was en ik een Algerijn, behalve dan dat Moussa eerder dan hij op het strand was en dat jouw held hem heeft opgezocht. […] 

Wat deed hij juist die dag daar op dat strand? Niet alleen de moord is onverklaarbaar, maar het hele leven van die man. Een lijk dat een prachtige beschrijving maakt van het licht van het land, maar dat vastzit in een hiernamaals zonder goden, zonder hel. Niets anders dan fonkelende sleur. Zijn leven? Als hij geen moord had gepleegd en er niet over had geschreven, zou niemand nog weten wie hij was.

Moussa, of de dood van een Arabier is een bijzondere roman, die niet alleen het verhaal van de dode vertelt, maar ook de gevolgen van kolonialisme voor de voormalige kolonie en de gevaren van te strenge religieuze regels duidelijk maakt. Dit wordt allemaal heel subtiel gedaan en vaak bijna terloops genoemd. Het ligt er beslist niet duimendik bovenop en dat maakt het heel prettig om te lezen omdat het niet alles voorkauwt, maar je aan het denken zet.

Moussa of de dood van een Arabier is namelijk geen gemakkelijk boek in de zin dat de bezetters/ kolonisten fout waren en de Onafhankelijkheidstrijders aan de goede kant stonden. Het afrekenen met het kolonialisme wordt als excuus gebruikt voor andere misdaden.

Het verhaal van Haroun laat zien dat hij uiteindelijk niet zo heel veel verschilt van de moordenaar Mersault. Ook hij heeft een moord gepleegd die uiteindelijk niets betekende en niets heeft opgelost en in zijn opvattingen over religie en de manier waarop in Algerije de fundamentalisten steeds meer invloed krijgen, staat Haroun zelfs naast Mersault.

Nee, een boek met snelle oplossingen is het niet, maar wel een heel goed boek, geschreven in een mooie stijl en ik kan je alleen maar aanraden beide boeken samen te lezen, want je kunt ze niet meer los van elkaar zien. 
Een ongemakkelijke samenspraak.

De vreemdeling:
Originele Franse titel: L’étranger
Uitgegeven in 1942
Deze herziene Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling (2013) Peter Verstegen
Bladzijdes: 140

Moussa, of de dood van een Arabier
Originele Franse titel: Meursault, contre-enquête
Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij Ambo/Anthos
Nederlandse vertaling: Manik Sarkar
Bladzijdes: 150

zaterdag 12 november 2016

It it be your will, Leonard Cohen

In memoriam Leonard Cohen
1934-2016
If it be your will
That I speak no more
And my voice be still
As it was before
I will speak no more
I shall abide until
I am spoken for
If it be your will
If it be your will
That a voice be true
From this broken hill
I will sing to you
From this broken hill
All your praises they shall ring
If it be your will
To let me sing

From this broken hill
All your praises they shall ring
If it be your will
To let me sing

If it be your will
If there is a choice
Let the rivers fill
Let the hills rejoice
Let your mercy spill
On all these burning hearts in hell
If it be your will
To make us well

And draw us near
And bind us tight
All your children here
In their rags of light
In our rags of light
All dressed to kill
And end this night
If it be your will

If it be your will
Van de man met de mooiste stem op aarde, Leonard Cohen. 
Wat mij betreft is dit één van zijn mooiste nummers ooit. 

vrijdag 11 november 2016

Happy birthday, Marilyn

De Nieuwe Kerk
Negentig jaar geleden, in 1926, werd Norma Jeane Mortensen geboren die later de beroemde Marilyn Monroe zou worden.

Een filmster die zo graag als een serieuze actrice gezien wilde worden en niet alleen als domme blonde seksbom. 

Een vrouw die aan de ene kant verleidelijk was en gebruik kon maken van haar charmes, maar aan de andere kant als eerste actrice een eigen productiemaatschappij oprichtte en probeerde iets te doen aan de rassenongelijkheid in die tijd.

Het is deze verschillende kanten die de tentoonstelling Happy birthday, Marilyn, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam wil laten zien. Meer dan 250 persoonlijke voorwerpen geven een overzicht van haar leven, zowel haar persoonlijke leven als het leven in de schijnwerpers, hoewel dat steeds meer door elkaar ging lopen. 

Die persoonlijke spulletjes zijn vaak aandoenlijk, haar lippenstift en krulspelden, enkele boeken uit haar verzameling, een adresboekje en wat spulletjes die ze in 1962 gekocht had in Mexico voor haar nieuwe huis. Ze had er overduidelijk zo veel plezier in om deze dingen aan te schaffen en het is triest te bedenken dat ze er eigenlijk niet van heeft kunnen genieten omdat ze kort daarna al stierf.
Oogpotloden en lippenstift. Foto van het boekje gemaakt
Verder zijn er ook filmscripts, kleding uit verschillende films, (waaronder natuurlijk de iconische witte jurk uit The seven year itch) kleding die we zo goed kennen van verschillende foto’s zoals de zwarte coltrui met de geruite broek of het angora-truitje, papieren, rekeningen en rekwisieten uit films.
Fanmail. Foto van het boekje gemaakt
We beginnen bij haar jeugd en eindigen bij haar graf, het graf waar Joe DiMaggio nog 20 jaar lang drie keer per week rode rozen liet bezorgen.

Het is een heel eclectische verzameling, met van alles wat. Niet alles vond ik even relevant, ik had bijvoorbeeld zonder het regenhoedje van Frank Sinatra gekund, maar heel veel vond ik mooi en heel bijzonder om te zien.
Levensgroot beeld als je de tentoonstelling binnen komt. 
Leuk ook om de fragmenten uit haar films te zien en via de gratis audiotour was er ook veel te horen, zoals een aantal bekende Nederlanders die vertellen wat Marilyn voor hun betekent en de man die de tentoonstelling ontworpen heeft en vertelt hoe dit in elkaar zit. Dan ga je toch anders naar de uitgestalde spullen kijken.
Norma Jean
(foto van een ansichtkaart)
Sommigen zouden de tentoonstelling misschien als een verzameling los zand kunnen zien en de grote lijn ontbreekt soms een beetje, maar ik denk dat het ook wel passend is dat we, ondanks het inkijkje in haar leven, toch nooit helemaal de kern van Marilyn Monroe zullen leren kennen. We zien fragmenten, maar daar blijft het bij. Marilyn blijft een mysterie.
Marilyn, elegant in een zwarte coltrui
(foto van een ansichtkaart)
Ik vond Happy birthday, Marilyn een heel mooie tentoonstelling, die ik met heel veel plezier heb bezocht. Ik heb zelfs al met een collega afgesproken om er in de vakantie nóg een keer naar toe te gaan, nu hopelijk met iets meer tijd, zodat ik de uiterst interessant documentaire die aan het begin gedraaid wordt, helemaal kan uitkijken. (had tijdgebrek, helaas) 

Kortom, ga naar de Nieuwe Kerk in Amsterdam en ga naar Marilyn. Ze is er nog tot 5 februari 2017. 
Met een museumjaarkaart is er een toeslag van 4 euro 50.

Er mochten van de voorwerpen geen foto’s gemaakt worden, dus de afbeeldingen hier zijn afkomstig van ansichtkaarten die ik heb gekocht en foto’s uit het boekje dat erbij hoort. 

woensdag 9 november 2016

Boevenstraat, Mathias Énard

De jonge Lakhdar groeit op in Tanger, samen met zijn vriend Bassam. Er is weinig toekomst, maar ze dromen van een ander leven, met meisjes en vrijheid, hopelijk in Spanje of Frankrijk.

Lakhdar komt op straat te staan na een heftige ruzie met zijn ouders en moet nu zien te overleven. Na enkele omzwervingen komt hij in contact met sjeik Nourdin van de moskee, waar Bassam ook steeds meer kind aan huis is.

Het rommelt in de Arabische wereld, in verschillende landen is de Arabische lente uitgebroken en aan de andere kant worden de islamisten steeds gevaarlijker.

Sjeik Nourdin biedt Lakhdar een plek om te slapen en werk, hij moet het boekwinkeltje van de moskee runnen. Lakhdar is dankbaar voor deze kans en bemoeit zich weinig met wat er verder in de moskee gebeurt. Hij heeft zijn Franse en Spaanse detectives, geniet van het zuivere Arabisch van de Koran en de oude Arabische verhalen en heeft kennis gekregen aan de Spaanse studente Judit die Arabisch studeert.

Het lijkt er even op dat Lakhdar zijn leven een beetje op orde heeft, al stelt het wel erg weinig voor. 

Dan komen de zaken in een stroomversnelling. In Marrakesh wordt een aanslag gepleegd, terwijl sjeik Nourdin en Bassam uit Tanger verdwenen zijn en de moskee in vlammen opgaat.

Lakhdar moet een nieuwe baan zoeken en zijn relatie met Judit onderhouden, en komt via allerlei omzwervingen waarbij het noodlot hem niet bepaald spaart, uiteindelijk terecht in de Carrer Robardos, de Boevenstraat, in Barcelona. 

Hier tussen de illegalen, de hoeren, de criminelen, de junks en de dronkaards vindt hij een beetje een thuis. Maar dan komen sjeik Nourdin en Bassam weer op zijn pad en Lakhdar vreest voor wat zij van plan zijn.

Mathias Énard is een Franse schijver, die in Barcelona woont. Hij heeft Arabisch en Perzisch gestudeerd en zijn liefde voor deze talen, het Midden Oosten en de oude verhalen komen in dit boek zeker naar voren.

Boevenstraat is een heerlijk boek. Het lijkt wel of een groot deel van de mensen en de situaties regelrecht uit Arabische sprookjes komen. Het is een kleurrijk verhaal vol wendingen, met een anti-held die het ook allemaal niet zo goed weet en soms een beetje stoer doet, maar zijn hart en moraal op de goede plek heeft zitten.

Tegelijkertijd is het ook een verhaal dat heel duidelijk geplaatst wordt in een bepaalde tijd, met een veranderende (Arabische) wereld. Verschillende nieuwsfeiten worden genoemd, zoals het neerschieten van Osama Bin Laden, de aanslag op de Joodse school in Toulouse en het feit dat de burgermeester van Rotterdam een Marokkaan is. 

Lakhdar loopt niemand blindelings achterna en er is niemand die hem vertelt wat hij ergens van moet vinden, hij moet dat voor zichzelf uitzoeken.

In alle omzwervingen die hij meemaakt, komt Lakhdar zichzelf steeds een beetje nader. In zijn detectives en de verhalen van Casanova vindt hij het tegenwicht voor het toenemende fundamentalisme zoals hij om zich heen ziet. 

Zijn boeken en toenemende kennis van de Arabische verhalen en de Koran helpen hem om steeds beter te zien wat voor hem wel en niet belangrijk is.

Zijn reis van Tanger naar Barcelona is niet alleen een reis naar een beter leven, met vallen en opstaan, maar het is een reis naar volwassenheid waarbij liefde, verraad, steun, verhalen, familie, fatsoen, dood en geloof een rol spelen.

Fijn vind ik, zoals altijd, de nuance in dit boek. Sjeik Nourdin is misschien iemand die achter de aanslag zit, maar tegelijkertijd is het geen schuimbekkend monster en voor Lakhdar is hij goed. Ook de anderen die Lakhdar ontmoet hebben hun goede en slechte kanten. Hij wordt door een aantal uitgebuit, maar dat wil niet zeggen dat ze hem ook niet op bepaalde manieren helpen.

Mathias Énard is in staat om grootste thema’s en schrijnend-trieste situaties met vaart en humor te beschrijven. Je kunt bijna niet anders dan een beetje van Lakhdar houden en je hart breekt als elke keer zijn situatie niet echt lijkt te verbeteren en hij van de regen in de drup lijkt te raken. Het einde is abrupt en laat even de adem in je keel stokken, zeker als je beseft wat er uiteindelijk is gebeurd.

Boevenstraat liet mij niet los en één ding weet ik zeker, het volgende boek van Mathias Énard zal door mij niet lang ongelezen blijven.

Oorspronkelijke Franse titel: Rue des Voleurs
Uitgegeven in 2012
Nederlandse uitgave 2013 door uitgeverij De Arbeiderspers
Nederlandse vertaling: Katrien Vandenberghe
Bladzijdes: 266

maandag 7 november 2016

Steve McQueen, even weer in onze herinnering

Steve McQueen 1930-1980
Vandaag is het 36 jaar geleden dat Steve McQueen veel te vroeg overleed in een kliniek in Mexico.
We (zijn fans) missen hem nog altijd.

vrijdag 4 november 2016

De burgeroorlog in Syrië

Bijna elke dag zijn er op het journaal berichten over de situatie in Syrië, vooral de laatste tijd nu de burgeroorlog daar op een hoogtepunt (of dieptepunt) lijkt te zijn gekomen.

Maar waar gaat die burgeroorlog eigenlijk om? In het volgende artikel zal ik proberen om de historische achtergrond van dit conflict een beetje te schetsen en te laten zien welke groepen er meedoen. 

Dit is in veel opzichten een versimpeling en bij lange na niet compleet, maar het geeft hopelijk wel een idee.

Religieuze stromingen
Binnen de islam heb je verschillende stromingen die te maken heeft met wie er in die stroming als gerechtigde opvolger van Mohammed wordt gezien. Moest na zijn dood de meest bekwame man de opvolger worden, of moest het in de familie blijven en was zijn neef de opvolger.

De soennieten, die de kaliefen volgden, maken de grootste groep uit, de sjiieten die de neef van Mohammed volgden, de kleinste groep.

Binnen deze twee hoofdstromingen heb je ook weer kleinere stromingen. Zo vormen de salafisten een stroming binnen het soennisme en binnen de sjiieten heb je de alevieten.

In Syrië is een grote soennitische meerderheid van ongeveer 70%, maar het land wordt voornamelijk geregeerd door alevieten die nog geen 12% van de bevolking uitmaken, een doorn in het oog van veel Syriërs.

Na WOI
Voor de Eerste Wereldoorlog maakte een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen deel uit van het Turkse rijk. De Arabische landen waren niet blij met deze Turkse overheersing en toen de Fransen en de Britten hun hulp vroegen in de strijd tegen de Turken, stemden de meeste Arabische leiders toe. In ruil hiervoor zouden de Arabische landen na de oorlog onafhankelijkheid krijgen.

Frankrijk en Groot-Brittannië waren echter niet van plan om al die kostbare olie in Arabische handen te laten en hadden in 1916 hun eigen overeenkomst gesloten, het Sykes-Picot verdrag, waarin ze de Arabische wereld onderling verdeelden. Irak en Palestina zouden onder Brits bestuur vallen, Syrië en Libanon onder Frans bestuur.

Ondanks Arabische protesten werd het Sykes-Picot verdrag in 1920 bij het verdrag van Sèvres bekrachtigd. De Arabieren hadden voorlopig geen vooruitzicht op onafhankelijkheid.
De verdeling in het Sykes-Picot verdrag
Baathpartij
In de jaren ’40 kwam de Baath-beweging op in Syrië en Irak. Deze seculiere en socialistische beweging stond voor Arabisch nationalisme en wilde onafhankelijkheid. Baath staat voor wederopleving van de (Arabische) natie.

In 1946 werd Syrië onafhankelijk van Frankrijk en vanaf 1963 is de Baathpartij hier aan de macht, net zoals in Irak, waar de Baathpartij vanaf 1968 de macht greep.

Assad en zoon
In 1970 greep Hafez al-Assad, een luchtmachtcommandant de macht in Syrië. Hij zou tot aan dood in 2000 met harde hand regeren.

Hij vestigde een bijna totalitaire macht, waarbij hijzelf verheerlijkt werd en tegenstanders werden onderdrukt en in de gevangenis verdwenen waar ze gemarteld werden. Hieronder waren zowel politieke als religieuze tegenstanders.

In 1982 werd er in de stad Hama met grof geweld ingegrepen toen de Syrische tak van de Moslimbroederschap in opstand kwam, zo’n 20.000 burgers verloren hierbij hun leven en de halve stad werd met de grond gelijk gemaakt.

In 2000 stierf Hafez al-Assad en zijn zoon Basjar nam het roer over. In het begin dacht men dat er nu hervormingen zouden komen, maar al snel bleek dat Assad jr. de teugels net zo stevig in handen hield als zijn vader had gedaan. Van hem viel weinig te verwachten.
Basjar al-Assad
In 2011 kwam een groepje jongens, geïnspireerd door de bewegingen in andere Arabische landen, in de problemen toen ze in Deraa een leus tegen het regime neer kalkten. Ze werden meteen opgepakt, maar wat er was veranderd, was dat sociale media nu een rol speelden. Elke keer als er een demonstratie was die werd neergeslagen, was dit meteen te zien, waardoor de steun voor de betogers toenam. 

De strijd werd al snel harder en de opstandelingen bewapenden zich. Ook een deel van het leger ging zich organiseren tegen de regering, terwijl de regering steeds zwaarder geschut gebruikte om de opstandelingen te verslaan, zowel gevechtsvliegtuigen als tanks waarbij de steden in puin werden geschoten.

De regering was niet in staat de rust te herstellen en de opstandelingen waren niet in staat het bewind te verslaan.

Het gevolg was een burgeroorlog waar de burgerbevolking de dupe van werd. Zij sloeg dan ook massaal op de vlucht.

Bondgenoten en vijanden
Welke landen steunen het bewind van Assad en wie strijden er tegen hem?

Bondgenoten: De bondgenoten hebben allemaal hun eigen redenen om het bewind van Assad te steunen.

Lange tijd heeft Irak Assad gesteund en dit had te maken omdat beide leiders, Assad en Saddam Hoessein behoorden tot de Baath-partij. Dit was een politiek bondgenootschap.

Voor Iran en de Hezbollahbeweging heeft het te maken met geloof. Assad is een Aleviet en Iran is een sjiitisch land, terwijl ook Hezbollah sjiitisch is en tijdens de strijd in Libanon door Syrië gesteund werd.

Twee andere landen die al vele jaren bondgenoten zijn van Syrië zijn Rusland en China. Voor Rusland was Syrië al tijdens de Koude Oorlog een bondgenoot en zij leverden bijvoorbeeld wapens aan de Syrische regering. China is er zijdelings bij betrokken, zij halen een groot deel van hun olie uit Iran en zien dit niet graag opdrogen door steun aan de verkeerde kant te geven.

Tegenstanders: De tegenstanders van Assad vormen beslist geen eenheid, iets dat samenwerken bemoeilijkt en ook de vraag welke groep er gesteund moet worden door het buitenland (in dit geval de VS en Europa).

Ten eerste is daar de FSA, de Free Syrian Army. Dit is een overkoepelende naam voor een grote groep rebellen, die zich hebben bewapend en worden gesteund door overgelopen Syrische militairen. Niet al deze rebellen hebben dezelfde achtergrond en veel groepen hebben ook andere doelen.

Saoedi-Arabië en Qatar steunen de rebellen, omdat zij bang zijn voor een sjiitische opleving in hun eigen (soennitische) landen. Zij willen dus niet dat de alevieten/sjiieten in Syrië aan de winnende hand zijn.

Moslimbroederschap. Deze fundamentalistische groepering komt oorspronkelijk uit Egypte en is in 1928 al opgericht, met het doel om Westerse invloed in het land te verminderen. Zij willen de soennitische islam op alle mogelijke manieren promoten en kregen veel aanhang door hun steun aan armen en behoeftigen. In de loop van de jaren is de beweging ook naar andere Arabische landen verspreid, hoewel ze vaak werden verboden. 

Het was de Moslimbroederschap die in 1982 zo gewelddadig in Syrië werd onderdrukt, iets dat voor veel verbittering zorgde.

De Koerden is een volk dat onder andere leeft in Irak, Turkije en Syrië. Ze willen graag een eigen, onafhankelijk land, maar dit wordt door de bestaande regeringen gezien als een bedreiging en de Koerden worden dan ook vaak achtergesteld en onderdrukt. Sinds 1962 is de Koerden in Syrië zelfs het burgerschap ontnomen, zodat ze eigenlijk vast zitten in een uitzichtloze situatie.

Sinds de burgeroorlog in Syrië vechten ze mee tegen Assad, in de hoop dat ze hierdoor een onafhankelijk gebied kunnen bewerkstelligen. De Koerden vormen ook een geduchte en zeer standvastige bondgenoot van het westen tegen ISIS.

Salafistische strijders. Het salafisme is een (zeer) algemene term voor wat vroeger vooral het wahabisme werd genoemd en dat specifiek was voor Saoedi-Arabië. Het is een conservatieve stroming binnen het soennisme en Osama Bin Laden was hier een aanhanger van. Vaak worden de strijders van ISIS gezien als salafisten, hoewel je natuurlijk binnen deze stroming ook weer verschillende richtingen hebt. 

Heel kort gezegd wil ISIS een groot islamitisch rijk stichten waar nu Irak en Syrië liggen en deze strijd is ondertussen vermengd met wat er in Syrië gebeurt.

Wat nu?
Men heeft sinds 2011 aangerommeld in Syrië. Aan de ene kant wordt de oppositie wel geholpen, maar een groot probleem hierbij is de versnippering bij de tegenstanders van Assad. 

Wil je als VS en Europa je mengen in de strijd door wapens te leveren aan de gematigde (goede) rebellen, dan loop je de kans dat die wapens ook in de handen van de fanatiekere types terechtkomen, en men wil natuurlijk niet ISIS van wapens voorzien.

Voorkomen dat Assad zijn eigen bevolking bombardeert door een vliegverbod in te stellen is ook niet goed mogelijk, omdat de vliegtuigen vaan bemand worden door Russische piloten en het westen niet zit te wachten op een (nog grotere) aanvaring met Rusland.

Bovendien kan Assad niet al te heftig worden aangepakt, aangezien hij een bondgenoot is tegen ISIS, het westen heeft hem in dit opzicht hard nodig.

Het is natuurlijk ook maar de vraag of zal helpen als Assad niet langer in functie is. Zoals het er nu 
naar uit ziet, is er geen enkele groepering die in staat is de rust en orde in het land te herstellen (en bij de VS hoef je dan ook niet aan te kloppen, die is het ook niet gelukt in Irak). 

Kortom, het ziet er naar uit dat het nog lang niet rustig is in Syrië en mocht Assad ten val komen, dan is het maar de vraag of dat de regio stabieler zal maken. En al die tijd zijn het de burgers van Syrië die de prijs betalen. 

woensdag 2 november 2016

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...