donderdag 27 februari 2014

Van het westelijk front geen nieuws, Erich Maria Remarque

Aangezien dit jaar de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden uitbrak, zullen er veel boeken over de Grote Oorlog verschijnen. Ik zal er zeker een aantal lezen en om goed te beginnen heb ik deze klassieker weer eens gepakt.

Het is het verhaal van Paul Baumer, een Duitse jongen van 18 die samen met zijn klasgenoten dienst neemt nadat de onderwijzer en alle andere volwassenen duidelijk hebben gemaakt dat dit hun plicht is voor Kaiser en Vaderland. Ze ondergaan de zware militaire training, om er aan het front achter te komen dat ze weinig van waarde hebben geleerd. Gelukkig zijn er oude rotten, de veteranen zoals soldaat Katczinsky, die de groentjes onder hun hoede nemen en hen leren te overleven. Paul ziet één voor één zijn kameraden sterven. Uiteindelijk is hij de veteraan die de groentjes wat moet leren. Hij wordt zelf neergeschoten in november 1918, als het zo rustig aan het front is dat het officiële nieuwsbericht luidt dat er ‘van het westelijk front geen nieuws’ is.

Een hele generatie, of het nu aan de Duitse, de Franse of de Engelse kant was, werd door deze oorlog getraumatiseerd. Opgejut door leuzen en vaderlandsliefde en misplaatst nationalisme namen de jongens dienst, met het idee dat de oorlog zo voorbij zou zijn. Niet was minder waar; de oorlog kwam tot een halt en vier jaar lang lagen de verschillende partijen tegenover elkaar in een loopgravenstelsel dat reikte van de Belgische kust tot de Zwitserse grens.
Het is zoet om voor het vaderland te sterven? Niet bepaald, in de loopgraven konden dood en verminking op elk moment en in elke vorm optreden. De soldaten die vochten in de modder werd niets bespaard.

Erich Maria Remarque wilde met Van het westelijk front geen nieuws duidelijk maken dat oorlog een verschrikking is, aan welke kant er ook gevochten werd. Voor hem zijn heldendom en nationalistische trots niet belangrijk, hij vertelt het verhaal van de gewone soldaten die eigenlijk ook niet weten waarom ze vechten.
De nazis’ verboden dit boek en Remarque verloor zelfs zijn Duitse staatsburgerschap.

In 1930 en in 1979 zijn er verfilmingen van het boek gemaakt. Ik heb de versie van 1930 nooit gezien, die van 1979 wel. Ik laat meestal een stuk zien in de les als we de Eerste Wereldoorlog behandelen. De film is mooi, al duren sommige scenes naar huidige maatstaven wel een beetje erg lang. Ik kan me herinneren dat ik de hele film een jaar of vier geleden in mavo 4 liet zien en een leerling bij de scene waar Paul in een loopgraaf ligt met een Franse soldaat (die ongeveer tien minuten duurt) op een gegeven moment gefrustreerd uitriep; ‘Kut, ligt hij daar nou nóg?’
Uiteindelijk waren de meeste leerlingen op het einde wel in tranen, dus geraakt had de film hen wel.

De film, maar vooral het boek is indrukwekkend en prachtig. Als je iets leest over de Eerste Wereldoorlog dit jaar, mag Van het westelijk front geen nieuws eigenlijk niet ontbreken.

Oorspronkelijke titel: Im Westen nichts Neues (Duits)
Uitgegeven in 1929

woensdag 26 februari 2014

Een beetje ontspanning

Een van de leuke dingen op de school waar ik werk is dat er in de 2e en 3e periode voor leerlingen de gelegenheid is om een apart soort les te volgen, drie weken achter elkaar een uurtje. Deze plus uren worden docenten gegeven, die hierin hun eigen ideeën kunnen volgen. Zo is er een docente beeldende vorming die dat uur knutselen geeft, worden er Franse chansons gezongen, lessen over emotionele intelligentie gevolgd en bij mij kunnen de leerlingen terecht voor yoga, meditatie en ontspanning.

Ik ben natuurlijk geen yogadocent, dus de oefeningen die ik met de leerlingen doe zijn heel simpel, en bovendien moeten we oppassen met uitglijden omdat we geen matjes hebben maar handdoeken, maar het geeft wel een beetje een indruk.

Waar het vooral om gaat, en waar de leerlingen erg van genieten, is het mediteren en daarna de ontspanning. In de drukke schooldag is dit een moment waar ze even alles los kunnen laten. Mediteren lijkt ze moeilijk, maar als we het doen, gaat het ze toch vrij gemakkelijk af en de meesten zijn verbaasd als ik vertel dat ze tien minuten (of langer) hebben gemediteerd.

Nog fijner is de ontspanning aan het einde. Meestal komen ze met de vraag of de ontspanning de volgende keer nog langer kan duren (en dat doe ik dan ook).
Ik doe de gordijnen dicht, de leerlingen maken het zich gemakkelijk en het volgende kwartier verloopt in stilte. Alleen ademhalen en ontspannen. De eerste minuten praat ik nog en geef ik suggesties (je rechterbeen voelt zwaar en ontspannen), maar daarna houd ik mijn mond en is er niets te horen, behalve zwakke geluiden van buiten en de ademhaling van de twaalf leerlingen die op de grond liggen.

Ik vind het heerlijk om te zien hoeveel effect dit op ze heeft. Komen ze giechelig en druk binnen, onveranderlijk gaan ze rustig en kalm weer naar buiten als het uur is afgelopen. De meesten geven aan dat ze er echt baat bij hebben en de meesten zeggen ook dat ze dit het liefst elke dag zouden willen. Nu weet ik ook dat voor de meesten het ook ophoudt op het moment dat ze het lokaal weer uitlopen, maar ik hoop toch de keren dat ze bij mij komen voor de ontspanning, ze daar baat bij hebben. Al is het maar voor die dag.

maandag 24 februari 2014

Butcher's Crossing, John Williams

(mogelijk spoilers)
Will Andrews komt als jong broekie aan in Butcher’s Crossing. Een klein plaatsje waar men wacht op de vooruitgang die nog komen moet. Men hoopt dat als de spoorlijn wordt aangelegd dat Butcher’s Crossing hiervan zal profiteren. Nu is het plaatsje vooral het terrein van de jagers, de mannen die op bizons jagen en de huiden verkopen. Andrews wil met deze jagers mee, om het land te leren kennen, om iets te doen dat buiten zijn gewone wereld valt als student aan Harvard en zoon van een predikant.

Hij krijgt jager Miller zover dat die met hem meegaat. Miller zegt nog een plek te weten waar voldoende bizons zijn en hij helpt Andrews een groep van vier bij elkaar te krijgen. Ze vertrekken in de herfst en hopen voor de winter met voldoende huiden terug te komen om hen allemaal rijk te maken. Dit loopt niet helemaal als gepland. Ze vinden Miller’s vallei met een van de laatste grote kuddes bizons, maar ze raken ingesneeuwd en moeten de hele winter daar zien te overleven. Als ze in de lente de reis terug aanvangen naar Butcher’s Crossing, blijkt hier de tijd niet te hebben stilgestaan.

Eind 19e eeuw ging het snel in Amerika, de frontier, de grens met het westen, schoof steeds verder op. Het echte ‘wilde westen’ was al bijna verleden tijd. Er werden spoorwegen aangelegd van kust tot kust en het aanzien van het land werd daarmee veranderd. De bizons die nog leven zijn een laatste herinnering aan het verleden, net zoals de jagers eigenlijk al een echo van het verleden zijn. Als er geen bizons meer zijn, zullen er ook geen jagers meer zijn en dat moment komt snel dichterbij.

Als Will Andrews in Butcher’s Crossing aankomt is, het westen al bijna bedwongen.
Het wordt al duidelijk als Miller opmerkt hoe het land is veranderd sinds hij er een paar jaar geleden door kwam, hij kan de vallei met de bizons amper terugvinden. Op een gegeven moment zien ze zelfs een spoorlijn in de verte, terwijl ze nooit hadden gedacht dat een spoorlijn daarlangs zou kunnen gaan.

Geen heel leven wordt hier beschreven zoals in Stoner, maar Butcher’s Crossing beslaat amper een jaar in het leven van Will Andrews. Wel is het een bepalend jaar, waarin hij op zoek gaat naar zichzelf, naar een ervaring zoals hij een aantal jaar later niet meer zou kunnen krijgen. Een bepalend jaar, want Andrews weet dat hij nooit meer terug zal gaan naar zijn oude leven, zijn ervaringen hebben hem onmiskenbaar veranderd.

Vier mannen die bizons schieten en de huiden villen, maanden moeten overleven in en besneeuwde vallei waar ze pas uit kunnen als de lente aanbreekt en eigenlijk vrij weinig tegen elkaar zeggen. Het klinkt zo in twee zinnen niet als een heel boeiend verhaal, maar dat is het wel. De vertelkunst van John Williams maakt het een prachtig en beeldend verhaal, waarin de zwijgzame mannen elk een geschiedenis hebben waar je maar weinig van gewaar wordt, maar die wel duidelijk op de achtergrond aanwezig is. Een belangrijke plek is ingeruimd voor de omgeving waarin de vier mannen terechtkomen, de omgeving is onderdeel van het verhaal. John  Williams schrijft gedetailleerd, maar zeker niet saai, elk woord heeft een doel en staat op de juiste plek.

Ik heb opnieuw genoten van Butcher’s Crossing, wat een prachtige roman (en nee, zeker geen ‘snoeiharde western’ zoals ik ergens in een recensie las).
Wat fijn dat de twee romans van deze schrijver weer zijn heruitgegeven en wat jammer dat John Williams zelf het succes ervan niet meer kan meemaken.

Oorspronkelijke titel: Butcher’s crossing
Uitgegeven in 1960
Nederlandse uitgave 2013 door uitgeverij Lebowski in Amsterdam
Nederlandse vertaling: Edzard Krol
Bladzijdes: 334

zondag 23 februari 2014

Citaat: Gandhi

Als wat je denkt, wat je zegt en wat je doet met elkaar in overeenstemming is, is er geluk.
Mahatma Gandhi (1869-1948)

zaterdag 22 februari 2014

Alvast een beetje lente

Hoewel het nog geen echte winter is geweest en het er naar uit ziet dat er ook geen echte winter komt dit jaar (ik gok dat we geen elfstedentocht krijgen deze winter), begin ik toch al te verlangen naar de lente. Daarom heb ik vorig weekend een paar dingen in huis gehaald om dat lente-gevoel al een beetje te versterken.

Allereerst: Wilgekatjes. De naam is een combinatie van mooie bomen en poezen, wat is daar niet leuk aan te vinden? Ze staan leuk in een pot op de vensterbank.

En de lentebloemen mogen niet vergeten worden, blauwe druifjes zijn mijn favoriet op dit gebied.
Nog klein op de dag dat ik ze kocht, de dag erop al gegroeid.

Ze beginnen al uit te komen
Tot slot wilde ik wat kleine dingen veranderen in de woonkamer en de keuken, een stoel op een andere plek zetten kan al het idee geven dat je kamer nieuw is. Op de eettafel had ik altijd een vogel van ijzer staan, maar die staat nu op een andere plek. Op de eettafel heb ik nu, in drie gelijke potten tegen de muur, drie kruidenplanten staan. Van links naar rechts Melisse, Tijm en Salie. Staat prachtig en ruikt ook nog lekker.

vrijdag 21 februari 2014

Historisch bewustzijn

Als historicus ben je je (als het goed is) altijd bewust van iets dat we standplaatsgebondenheid noemen. Bij elke bron die je bekijkt en leest om er informatie uit te halen houd je hier rekening mee. De maker van de bron beschrijft gebeurtenissen vanuit zijn/haar eigen perspectief en dat wordt bepaald door de tijd waarin hij/zij leefde, maar ook vanuit zijn/haar eigen achtergrond. Dit wordt gevormd door leeftijd, afkomst, religie, opleiding, interesses enzovoort.

Zoals de mensen in het verleden dit hadden, hebben wij natuurlijk onze eigen standplaatsgebondenheid. Je zou je hier eigenlijk van bewust moeten zijn en rekening houden met het feit dat je niet teveel met de ogen van nu naar het verleden moet kijken. Klakkeloos onze (westerse) waarden en normen aan andere tijden en culturen opleggen is geen goed idee. Je moet rekening houden met de tijd en plaats waarin iemand leeft.

Julius Caesar
Om een voorbeeld te noemen, als je Julius Caesar veroordeelt omdat hij slaven had, houd je er geen rekening mee dat slavernij in die tijd volkomen normaal werd gevonden en er in het oude Rome geen geluiden waren om slavernij af te schaffen. Zelfs de slaven wilden het instituut slavernij niet afschaffen. Wel waren er toen ook al verschillende meningen over de behandeling slaven. Sommigen vonden slaven minder waard dan vee, anderen wilden hun slaven goed behandelen. Zou je een oordeel over het houden van slaven in de oudheid willen vellen moet je rekening houden met deze feiten. Je kunt dan wel kijken of iemand afwijkt van de gangbare normen en waarden in die tijd of in zijn/haar land.

Aan de andere kant hoef je ook niet alles te vergoelijken en te zeggen dat alles oke is ‘want dat waren andere tijden’. Om hiervan een voorbeeld te geven: Jan Pieterszoon Coen slachtte half Banda af omdat de inwoners niet alleen met de VOC wilden handelen. Je kunt dit afdoen door te zeggen dat men in die tijd meer geweld gebruikte, maar ook in die tijd gingen er geschokte stemmen op en keurde men af wat er was gebeurd. Ook in de 17e eeuw vond men massamoord op inlanders geen gewone praktijk.

Bij veel boekenlezers en boekenbloggers kom ik regelmatig een behoorlijk gebrek aan bewustzijn over standplaatsgebondenheid tegen. Zo komt het voor dat men een boek afkeurt omdat het niet overeenkomt met de normen en waarden van 2014, zonder in overweging te nemen dat een boek zich in een andere tijd afspeelde en dat men toen andere normen en waarden had.

Over het boek Een eerste liefde in Parijs (hier) (over het eerste huwelijk van Heminway) van Paula McLain las ik ergens op een blog dat iemand het geen mooi boek vond omdat de hoofdpersoon niet feministisch genoeg was en teveel op haar man gericht was. Dat het hier om een bestaand personage in de jaren ’20 van de 20e eeuw en dat deze vrouw zich dus gedroeg volgens de normen van haar tijd werd volledig buiten beschouwing gelaten. Ze gedroeg zich niet zoals een vrouw zich in 2014 zou moeten gedragen (volgens deze persoon, al zou een vrouw dat volgens mij zelf mogen weten) en dus was het geen goed boek.

Umberto Eco
Bij schrijvers zie je ook vaak dat een historisch boek gevuld wordt met personages die handelen volgens de normen en waarden van nu. Dat kan soms best, tot op zekere hoogte, maar al te vaak denk ik dat de schrijver dan beter een boek had kunnen schrijven gezet in deze tijd, en geen historisch boek dat gewoon niet klopt.

Een voorbeeld van een schrijver die het wel goed doet is Umberto Eco die in De naam van de roos de jonge monnik Adso Bijbelteksten laat stamelen als hij voor de eerste keer bij een meisje is. Dit zal voor een jonge monnik, opgevoed in het klooster, in deze tijd inderdaad zijn voornaamste referentiekader zijn geweest. Maar helaas, niet elke schrijver is Umberto Eco. En hoewel niet elke lezer historicus is, zou een beetje historisch bewustzijn geen kwaad kunnen voor sommigen.

donderdag 20 februari 2014

Soldaten huilen niet, Rindert Kromhout

Quentin Bell is de jongere broer van Julian Bell. Vanessa Bell, de schilderes is hun moeder en Virginia Woolf is hun tante. Samen met hun jongere zusje Angelica komen de jongens te wonen in Charleston, waar de jongens opgroeien. 

De huiselijke omstandigheden zijn niet gebruikelijk, hun vader woont met een vriendin in Londen, en in Charleston woont ook Duncan Grant, de vriend van Vanessa. Bovendien woont er ook vaak een geliefde van Duncan in het huis. De jongens zijn niet anders gewend en krijgen een vrije opvoeding vol toneel, muziek, literatuur en discussies over kunst en het leven.

De groep kunstenaars hecht niet aan conventies en willen hun eigen weg volgen, tegen de stroom in. Dit geldt voor hun opvattingen over het huwelijk, de relaties tussen mannen en vrouwen, maar ook over vechten in de oorlog.


Quentin en zijn broer groeien op en groeien een beetje uit elkaar. Waar Quentin zich steeds meer bezighoudt met schrijven, daarbij geholpen door zijn tante Virginia, wordt Julian steeds meer politiek bewust. Fascisme en nationaal socialisme komen op in Europa en Julian wil hiertegen stelling nemen en voelt zich aangetrokken tot het communisme. Hij besluit uiteindelijk naar Spanje te vertrekken om te vechten in de Spaanse burgeroorlog.

Soldaten huilen niet is een jeugdboek en dit is goed te merken. De uitleg over het fascisme en het communisme wordt allemaal nogal expliciet gegeven en dat maakt het een beetje vervelend. 

Op zich weet Rindert Kromhout de sfeer van Charleston en de kunstenaars rond Vanessa Bell en Virginia Woolf goed te treffen, maar ik heb een heel groot probleem met dit boek, dat eigenlijk mijn hele leesplezier vergalde. Kromhout heeft namelijk de jongens tien jaar later geboren laten worden dan ze in werkelijkheid waren. De hoofdstukken van de boeken worden aangegeven met de jaren waarin ze spelen, bijvoorbeeld 1925 als ze in Charleston komen. 

Volgens het boek zijn de jongens dan nog klein, terwijl ze in werkelijkheid in 1908 en 1910 geboren waren. In 1925 was Julian al zeventien en Quentin was vijftien. Voordat Julian naar Spanje vertrok, zat hij allang in China als onderwijzer. Hij was 29 toen hij stierf, geen 19. Nog altijd veel te jong, maar wel een volwassen man, geen kind meer. Dit heeft wel een ander effect op zijn leven en hoe hij reageerde op de gebeurtenissen in de wereld en in zijn familie.

Arthur Miller rommelde ook met de feiten van de gebeurtenissen in Salem toen hij The Crucible schreef (hier), maar dit had een duidelijk politiek doel en wilde hij een bepaalde morele boodschap overbrengen. Dan mag een schrijver wat mij betreft zoiets doen.

Tegen schrijvers als Kromhout kan ik alleen maar zeggen; ‘Klooi niet met de feiten’. Het heeft namelijk geen doel om de leeftijden van de jongens te veranderen, zijn boodschap over hoe deze groep kunstenaars over dingen dacht had ook overgebracht kunnen worden als hij de feiten gerespecteerd had. In dit geval geef ik het boek daarom een dikke onvoldoende. De goed getroffen sfeer kon voor mij de slechte punten niet meer goedmaken.

Uitgegeven in 2010 door uitgeverij Leopold
170 bladzijdes

woensdag 19 februari 2014

Details en gevelstenen

Als je je ogen goed openhoudt, kun je overal leuke details zien en mooie dingen. In Amsterdam kwam ik deze muur tegen met allerlei gevelstenen erin, vooral die met de kat/leeuw/luipaard? vond ik leuk.

maandag 17 februari 2014

Door mijn ogen, Michael Robotham

Zonder dat ze het weet, wordt Marnie Logan beschermd, iemand zorgt ervoor dat iedereen die haar ooit iets heeft gedaan wordt gestraft.
Marnie’s echtgenoot Daniel is echter een jaar geleden verdwenen en hij liet Marnie achter met flinke gokschulden die volgens crimineel Patrick Hennessy nu door Marnie voldaan moeten worden. Ze heeft geen geld, want omdat haar man niet officieel dood is kan er niets geregeld worden. Ze kan zelfs zijn abonnementen niet stopzetten en de verzekering keert ook niets uit. Haar problemen worden groter en groter.

Om om te gaan met haar verdriet en haar problemen komt Marnie regelmatig bij psycholoog Joe O’Loughlin, maar nu beginnen ook hier vreemde dingen te gebeuren. Er wordt ingebroken in Joe’s kantoor en het dossier van Marnie wordt gestolen. Joe roept de hulp van oud inspecteur Vincent Ruiz in en samen komen ze erachter dat er in het verleden van Marnie heel wat vreemde dingen zijn gebeurd. Het lijkt erop dat Marnie zelf verantwoordelijk is voor alles wat er is gebeurd en dat is zeker het oordeel van de politie als Patrick Hennessy en een van zijn handlangers dood aangetroffen worden. En wat had Daniel over Marnie’s verleden ontdekt, net voordat hij van de aardbodem verdween?

De Australische schrijver Michael Robotham heeft me nog nooit teleurgesteld, zeker niet in deze serie over psycholoog Joseph O’Loughlin en oud inspecteur Vincent Ruiz. Als er een nieuw deel uitkomt, koop ik die dan ook blind. Dit zevende deel, Door mijn ogen, was daarin geen uitzondering en het gokje heeft opnieuw zeer goed uitgepakt.

De samenwerking tussen Joe en Vincent blijft leuk, omdat ze daarin allebei andere dingen meenemen. Vincent is een beetje cynisch, terwijl Joe een oprechte belangstelling voor mensen heeft. Het fijne is dat Joe niet een of andere superman is, maar een aardige man die ook zijn kwetsbaarheden heeft, niet in de laatste plaats omdat hij lijdt aan Parkinson.
Verder schrijft Michael Robotham intelligent en weet hij hoe hij een verhaal moet opbouwen. Kortom: een goede en pakkende thriller die ik niet goed kon neerleggen.

Oospronkelijke titel: Watching you
Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij Cargo
Nederlandse vertaling: Joost Mulder
Bladzijdes: 426

zondag 16 februari 2014

Citaat: Mark Twain

Moed is verzet tegen angst, beheersing van angst, niet de afwezigheid van angst.
Mark Twain (Amerikaanse schrijver 1835-1910)

donderdag 13 februari 2014

Vile bodies, Evelyn Waugh

Na Brideshead revisited (hier) en Sword of Honour (hier)ben ik geloof ik fan van Evelyn Waugh en ik wilde dan ook meer van hem lezen. De eerste op de lijst is dit boek geworden. Het is het verslag van de rijke upperclass jongeren in de jaren ’20 en ’30, beter bekend als de Bright, Young Things. Te jong om gevochten te hebben in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog hielden ze zich vooral bezig met feestjes, uitgaan, cocktails en champagne drinken, feestjes, schandaaltjes en feestjes. Een leeg leven vol verveling dat ten einde zou komen in de verschrikkelijke Tweede Wereldoorlog.
Dit boek is in 1930 uitgegeven dus dat de Tweede Wereldoorlog zou komen was nog niet bekend, maar Evelyn Waugh heeft de komst van een grote Europese oorlog correct voorspeld.

Vile bodies is het verhaal van Adam en Nina die deel uitmaken van die Bright Young Things groep. Adam wil met Nina trouwen, maar dan moet hij wel geld hebben. De hele roman door probeert Adam aan geld te komen om het dan ook meteen weer te verliezen. We leren Adam kennen aan boord van een schip dat weer naar Engeland gaat. Hij heeft een manuscript bij zich van een boek dat uitgegeven zal worden, maar dit wordt door de douane in beslag genomen die dat soort rotzooi het land niet in willen laten. Adam wint vervolgens duizend pond in een weddenschap, maar geeft het aan een dronken majoor die het voor hem in zal zetten bij de paarderennen. Aangezien ze elkaars namen niet kennen kunnen ze ook geen contact meer krijgen. Daarna gaat Adam bij de vader van Nina op bezoek die denkt dat hij stofzuigers komt verkopen en hem een cheque van duizend pond geeft, alleen uitgeschreven op naam van Charlie Chaplin. Adam probeert nog als de schrijver van een roddelcolumn geld te verdienen, maar ook dit mislukt. Uiteindelijk trouwt Nina niet met Adam maar met jeugdvriend Ginger, al blijkt dit geen gelukkige keuze te zijn.

Evelyn Waugh is herkenbaar aan zijn prachtige gebruik van het Engels, zijn schrijfstijl is heel mooi. Hij is er ook een meester in om grappig te schrijven, zonder dat het flauw wordt of plat. Het eerste deel van Vile bodies is namelijk ontzettend grappig. De dialogen zijn scherp en geestig en de situaties bij tijd en wijle bijna surrealistisch, zoals de gesprekken die Adam heeft met de eigenaresse van het hotel waar hij logeert of het bezoek dat hij aflegt aan Nina’s vader. Ook allerlei absurde mensen lopen er rond, zoals de gasten in Adam’s hotel of de premier die zijn kabinetsvergaderingen niet begrijpt.

De BYT die zich vervelen op een feestje.
Later in het verhaal verandert stemming, de toon is niet langer luchthartig, maar wordt zwaarder, meer bitter. Het schijnt dat dit te maken heeft met het stuklopen van het eerste huwelijk van Evelyn Waugh net in deze tijd, waardoor hij zelf ook niet zo opgewekt meer was. 
Van de BYT komt weinig goeds terecht. Eén van hen pleegt zelfmoord, een ander komt in het gesticht nadat ze is doorgedraaid en de rest kan eigenlijk ook weinig van het leven maken.

De titel Vile bodies schijnt een verwijzing te zijn naar een passage uit de Bijbel, een brief van Paulus aan de Fillipenzen (ik heb gezocht, maar kon het niet terugvinden, maar ik heb hier natuurlijk een vertaling van de Bijbel en geen Engelse)
In dit geval verwijst het naar de hedonistische levensstijl van de BYT, die nergens om geven en weinig moraal hebben, die van feestje naar feestje fladderen en zich geen enkele diepe gedachte veroorloven. Vader Rothchild, Jezuiet en degene in het boek die zegt dat de jongeren wanhopig zijn en normen en waarden nodig hebben, is misschien de stem van Waugh zelf.

In 2003 is Vile bodies verfilmd met als regisseur Stephen Fry als Bright Young things. Het is moeilijk om een fragmentarisch boek te verfilmen zonder dat het heel erg hap-snap wordt, en af en toe mislukt het, maar al met al vind ik dit geen slechte verfilming van een bijzonder boek.

Oorspronkelijk uitgegeven in 1930

dinsdag 11 februari 2014

Polare?

De crisis blijft voortduren, hoewel er zat economen en mensen met verstand van zaken zeggen dat het einde in zicht is. Voor een aantal bedrijven lijkt de opleving in de economie, als die er inderdaad spoedig aankomt, toch te laat te komen. Het Tropenmuseum heeft het moeilijk, Siebel is failliet, Felix Meritis is failliet en Polare schijnt er ook niet ver vandaan te zitten.

Vroeger had je in steden mooie, grote boekwinkels. Bekende boekwinkels met namen die de klanten wat zeiden. Scheltema in Amsterdam, Donner in Rotterdam en Broerse in Utrecht om een paar boekhandels te noemen waar ik zelf regelmatig kwam. Toen heeft iemand in zijn of haar wijsheid besloten dat al deze winkels samen moesten onder de noemer Selexyz. Selexyz ging echter failliet, maar kon na een fusie met de boekhandels van De Slegte verder onder de naam Polare.

Hier in de stad is die fusie goed gegaan. In een nieuw pand, op een hoek, zaten ze op een goede plek. Het was een fijne winkel met vriendelijk en servicegericht personeel en de winkel zelf deed ook prettig aan. Het leek er ook op dat er veel bezoekers waren, de winkel was nooit leeg.
Het was een winkel die uitnodigde tot snuffelen, tot langzaam rondlopen en af en toe een boek oppakken dat mijn aandacht trok. Bijna zonder uitzonderling liep ik met een boek (of twee) weer naar buiten na een bezoek. En niet eens altijd met boeken die ik van plan was te kopen. Vaak liep ik namelijk tegen boeken aan die ik niet kende, maar die me wel interessant en mooi leken. Dat is het leuke van rondsnuffelen in een boekhandel, je komt boeken tegen waarvan je niet wist dat je ze wilde hebben.
Nadat de goede boekhandel bij mij in het dorp failliet was gegaan en die plek was ingenomen door een winkel waar ik niet snel boeken koop, kocht ik vooral bij de Polare in de stad.

Enfin, de toekomst ziet er somber uit. Problemen met het Centraal Boekenhuis, en de winkels in Nederland zijn al een tijdje dicht. Wat er gaat gebeuren is onduidelijk. Een doorstart? Een paar (of alle) boekwinkels open onder zelfstandig beheer? Ik hoop het laatste. Het zou toch te verschrikkelijk zijn als een grote stad als waar ik woon geen enkele grote boekhandel meer overheeft en de AKO op het station de plek is waar je nog het beste terecht kunt? Het zou toch verschrikkelijk zijn als grote namen als Scheltema, Donner en Broerse en al die andere 17 die ik niet ken voorgoed uit het straatbeeld zouden verdwijnen?
Ik heb geen idee wat er gaat gebeuren, maar ik houd mijn hart vast.

maandag 10 februari 2014

Gisèle, Susan Smit

Gisèle was in de jaren ’30 een jonge kunstenares die naar Nederland was gekomen om hier de glazenierkunst te leren in het atelier van Joep Nicolas. Ook was ze een verdienstelijk tekenares en schilderes. Ze was van adellijke komaf, haar moeder was een Oostenrijkse gravin, en ze had haar jeugd reizend doorgebracht. Door de crisis was haar opleiding in Parijs niet meer te betalen en zocht ze haar wijk in Nederland. Hoewel ze in de eerste instantie een vreemdelinge was die weinig Nederlands sprak, begon ze zich al snel thuis te voelen. Bij de kunstenaars die Joep Nicolas regelmatig thuis ontving was ook de dichter Adriaan Roland Holst, Jany voor vrienden. Tegenwoordig kennen we zijn naam niet meer zo, maar zo rond de jaren 30 was hij één van de meest bekende dichters in Nederland. Hij woonde in het kunstenaarsdorp Bergen en stond bekend als een rokkenjager die zich niet kon of wilde binden.

Hij en Gisele kregen een verhouding, maar Jany weigerde om helemaal voor haar te kiezen. Zijn grote liefde bleek namelijk de actrice Mies Peters te zijn, die al tijdens haar huwelijk zijn minnares was en dat na haar scheiding bleef. Van kleine rolletjes aan het toneel kreeg ze langzamerhand steeds meer bekendheid.

De oorlogsdreiging kwam steeds dichterbij vanaf 1940 werden de drie kunstenaars geconfronteerd met keuzes die ze moesten maken. Kunstenaars moesten namelijk lid worden van de Kultuurkamer voor ze nog verder konden met het uitvoeren van hun kunsten. De Kultuurkamer was een instantie die ervoor moest zorgen dat de kunst (van schrijven tot toneel tot schilderen) wel de juiste ideeën overbracht. De nazi’s wilden tenslotte geen Entartete (ontaarde) Kunst.  Vele kunstenaars weigerden, nog meer tekenden. Jany, Gisele en Mies kozen elk een andere weg en moesten de oorlog zien te overleven.

Ik raak eerlijk gezegd een beetje geïrriteerd door de rare verhoudingen die kunstenaars er in de jaren 20 en 30 op na hielden (misschien nu nog, dat weet ik niet, ik ken geloof ik geen kunstenaars) Of het nu gaat om Parijs in de jaren 20 of de Bloomsbury groep in Londen of de club hier in Nederland die in dit boek naar voren komt. Waarom al die rare verhoudingen en relaties met elkaar, hoe moeilijk is het om je bij één partner te houden en trouw te blijven?

Enfin, gelukkig draait Gisèle niet alleen om de liefdesgeschiedenissen, dan zou het een heel vervelend verhaal zijn geworden. Het boek wordt interessanter door de tijd waarin het zich afspeelt en de keuzes die er gemaakt moeten worden in oorlogstijd.

Gisèle was een authentieke vrouw die zelfstandig na kon denken. Een oorspronkelijk mens. Zij was in staat om over haar eigen situatie heen te kijken en haar keuzes daarop te baseren. Het is dan ook niet te verbazen dat zij weigerde te tekenen voor de Kultuurkamer en verschillende Joodse en homoseksuele onderduikers in haar woning verborg.

Mies Peters is een ander verhaal. Oppervlakkig en opportunistisch zag ze alleen haar eigen stukje. Zonder problemen tekende ze voor de Kultuurkamer en dat er meer rollen te verdelen waren omdat de Joodse acteurs niet meer mochten werken kwam haar goed uit. Aan de andere kant had ze ook geen andere bron van inkomsten, als ze niet kon spelen had ze helemaal niets. Haar liaison met een Duitse officier was vooral gebaseerd op onnadenkendheid en de weigering verder te kijken dan haar eigen gepoederde neusje lang was.

Jany werd mij het minst sympathiek. Voor de oorlog vond ik hem een vervelende man die maar de gekwelde dichter uithing en van het ene bed het andere bed indook. In het begin van de oorlog was hij eigenlijk van mening dat dichters zich buiten de actualiteit moesten houden en toen de realiteit zich aandiende wist hij niet goed wat hij moest doen. Uiteindelijk tekende hij niet, maar ik kreeg de indruk dat dit meer was omdat hij bang was voor wat de anderen zouden zeggen. Uiteindelijk neemt hij wel steeds meer stelling en weet hij door zijn vriendelijkheid en belangstelling voor anderen zijn vrienden op verschillende manieren te helpen.

Het verhaal wordt uit het perspectief van deze drie personen verteld. Daarom zitten er regelmatig herhalingen in, die ik vaak overbodig vond.
De kaft vind ik ook niet echt passen bij het verhaal, dit lijkt eerder een portret te zijn van een vrouw als Mies Peters en niet Gisèle. Het boek heet Gisèle, maar zij is niet de enige hoofdpersoon, ik had het wel mooi gevonden als de focus toch iets minder op een zeurpiet van een dichter en een tweedrangs actrice had gelegen en iets meer op deze interessante vrouw.
De achtergrond en de sfeer van de crisisjaren en de oorlog zijn goed getroffen. De schrijfstijl is vlot en leest lekker weg.
Grootste literatuur? Wat mij betreft niet. Ontspannend en prettig leesvoer? Zeker. Kortom: een aardig boek.

Uitgegeven in 2013 door Lebowski uitgeverij
480 pagina’s
Gelezen op de e-reader

zondag 9 februari 2014

Citaat: spreekwoord

Bescherm je hart met vrienden, niet met muren.
Tjechisch spreekwoord.

zaterdag 8 februari 2014

Mediteren

Al eens eerder (hier) heb ik over de voordelen van meditatie geschreven. Mediteren, al is het maar enkele minuten per dag, heeft een positief effect op je gezondheid, je stressniveau en je functioneren. (tsja, het hangt allemaal samen, nietwaar?)

Hoewel ik dat weet, blijft het soms lastig om tijd in te ruimen om daadwerkelijk te mediteren. Vaak neem ik het me voor, om de volgende dag tot de ontdekking te komen dat het toch niet is gelukt en dat ik het ben vergeten.
Ik heb nu een app op mijn telefoon waarmee ik mijn meditatie kan timen. Heel handig als je weinig tijd hebt, maar toch een paar minuten wil zitten. Je kunt zelf instellen hoe lang je wil, en welke geluiden je tijdens je mediatie wil horen. Ik heb een soort gong ingesteld die klinkt als een enkele kerkklok die langzaam geluid wordt. Ik krijg keurig elke dag een waarschuwing, die je ook zelf kan instellen, en ik merk dat ik hierdoor meer geregeld mediteer. Iets dat mij alleen maar ten goede komt.

donderdag 6 februari 2014

De Boerenoorlog, Martin Bossenbroek

Vanaf 1658 zitten er Nederlanders in Zuid Afrika. De Nederlanders, de Boeren, ontwikkelden zich tot steile calvinisten die ervan overtuigd waren dat zij God’s uitverkoren volk waren. Met de Bijbel in de hand hadden ze het recht om het land in te nemen en de Afrikaanse stammen te onderdrukken.
Voor de meeste mensen in Nederland waren de banden met Zuid Afrika zwak, de Boeren werden gezien als te slecht ontwikkeld en weinig beschaafd.

Ondertussen lieten ook de Britten hun oog op Zuid Afrika vallen, zij wilden hier de controle omdat hun schepen op weg naar India hier langs kwamen. In 1806 werd de Kaap Brits en de Boeren trokken weg om twee onafhankelijke Boerenrepublieken te stichten; Transvaal en de Oranje Vrijstaat. De Republieken wilden hun eigen spoorweg, maar de Britten waren niet echt van plan om dit toe te staan.

In 1877 annexeerden de Britten de Transvaal, maar de Boeren verzetten zich en wisten deze eerste Boerenoorlog te winnen. De Transvaal werd weer een onafhankelijke repbliek onder Paul Kruger. Deze oorlog zorgde ervoor dat veel mensen in Nederland zich voor de Afrikaander zaak gingen interesseren, Kruger en de zijnen werden feestelijk onthaald toen ze naar Nederland kwamen en de eerdere bedenkingen die men had tegen de Boeren werden snel vergeten. De Afrikaanders waren nu weer onze Nederlandse broeders.

In 1885 werd er goud gevonden in Witwaterrand, en al snel verrees hier een nieuwe stad; Johannesburg. Vele mensen trokken hier naar toe in de hoop geld te verdienen. De Boeren waren niet van plan om deze ‘Uitlanders’ rechten te geven en dit stuitte op steeds meer protest. Hier werd tenslotte wel het geld verdiend. Allerlei irritaties over en weer resulteerden in 1899 in een nieuwe oorlog.

Het Britse leger had vanaf het begin een aantal problemen. Ten eerste was het nog niet op volle sterkte, veel troepen moesten nog uit Engeland of uit India komen. Ten tweede was het Britse leger strikt hiërarchisch. De adellijke officieren gaven de bevelen, de volkse soldaten voerden die uit. Een reeks behoorlijk incompetentie generaals zorgde ervoor dat veel Britse soldaten sneuvelden in veldslagen die vermeden hadden kunnen worden. Het zag er in het begin van de oorlog naar uit dat de Boeren zouden winnen. De Boeren hadden een paar voorsprongen. Ze kenden het land, elke Boer had een paard en een geweer en was gewend om zelf beslissingen te maken. Slag na slag wisten ze te winnen en ze veroverden zelfs steden als Mafeking en Ladysmith op de Britten

Maar de Britten leerden van hun fouten, er kwamen nieuwe generaals die het handboek loslieten en het numerieke overwicht van het Britse leger ging nu ook een rol spelen. Tot grote verontwaardiging van de Boeren gaven de Britten zelfs wapens aan de zwarten! En hoewel Britse krijgsgevangenen op een goede behandeling konden rekenen, werden de zwarte krijgsgevangenen zonder pardon neergeschoten.
Het antwoord op de guerrilla methodes van de Boeren werd de tactiek van de verschroeide aarde. Lord Kitchener of Khartoum, de opperbevelhebber van het Britse leger, besloot dat boerderijen moesten worden afgebrand en velden werden verwoest. De gezinnen van de boeren die verdreven werden uit hun huizen werden opgevangen in interneringskampen. De hygiënische situatie en de voedselvoorziening waren hier echter zo beroerd dat veel vrouwen, maar vooral heel veel kinderen, zouden overlijden in deze kampen. Hoewel er later wel verbeteringen in kwamen, was het leed al geschied.

De oorlog sleepte zich voort, maar in 1902 gaven ook de bittereinders, de boeren die tot het laatst hadden gevochten, zich over. De Transvaal en de Oranje Vrijstaat stonden nu onder Brits bestuur en waren hun onafhankelijkheid kwijt. Wel werden er concessies gedaan aan de boeren, zo werd Nederlands als taal toegestaan op scholen. Ook in de behandeling van de zwarte bevolking werden concessies gedaan aan de Boeren; de zwarten werden steeds verder beperkt in hun rechten, een beleid dat in 1948 het officiële regeringsbeleid werd en Apartheid werd genoemd.

Martin Bossenbroek schreef hierover vorig jaar De Boerenoorlog. Hierin vertelt hij het verhaal van de oorlog aan de hand van drie personen die er nauw bij betrokken waren en worden alle aspecten van de oorlog belicht.

Willem Leyds was een Nederlander die in de jaren ’80 naar Transvaal ging om hier een functie in het bestuur op zich te nemen. Hij heeft alle jaren geprobeerd de Boerenzaak zo gunstig mogelijk voor het voetlicht te krijgen, eerst als lid van het bestuur, later als diplomaat in Transvaalse dienst.

Winston Churchill in Bloemfontein
Bron voor de afbeelding
Winston Churchill was een Engelse jongeman van adel, met een politieke carrière op het oog. Hij ging naar Zuid Afrika als journalist, maar hij deed niet alleen verslag van de gevechtshandelingen, hij nam ook actief deel. Zijn moed op het slagveld en zijn bravoure deden hem heel wat actie zien.

Denyz Reitz tenslotte was een jonge Boer die onder Koos de la Rey meevocht tegen de Britten.

Brieven, verslagen, krantenartikelen en rapporten worden als bron gebruikt. Met alle gevechtshandelingen en daarvoor de onderhandelingen over de spoorweg zou dit een saai geheel hebben kunnen worden, maar Martin Bossenbroek is erin geslaagd om er een goed leesbaar en bijna spannend verhaal van te maken. Allerlei namen die je kent uit de geschiedenisboeken gaan voor je leven en je ziet de gebeurtenissen voor je. Ik vrees dat mijn sympathie nooit bij de Boeren heeft gelegen, en daar heeft dit boek geen verschil in gemaakt. Wel is Winston Churchill me nog dierbaarder geworden, wat een geweldige kerel was dat toch!

Een kleine kanttekening; ik had graag ook de zaak van de kant van de zwarte bevolking willen horen. Bossenbroek geeft aan dat hij dit niet heeft gedaan omdat er te weinig bronnenmateriaal van die kant is, maar er is wel het dagboek van Sol Plaatje, een bekende zwarte soldaat die heeft meegevochten aan de kant van de Britten. Zelfs al is dat niet echt een representatieve bron dan had hier toch meer mee gedaan kunnen worden. Ik had dat tenminste erg interessant gevonden en ik miste deze vierde kant van de zaak.

Maar al met al is dit boek een formidabele prestatie en ik denk dat de Libris geschiedenisprijs vorig jaar ten volle verdiend is.

Uitgegeven in 2013 door uitgeverij Atheneum Polak & van Gennep
650 pagina’s
Gelezen op de e-reader

woensdag 5 februari 2014

maandag 3 februari 2014

Ter wereld gekomen, Margaret Mazzantini

Twee mensen die elkaar tegenkomen in Sarajevo in de jaren 80. Gemma is een studente uit Rome, Diego een fotograaf uit Genua. Ze worden verliefd en na een aantal obstakels kunnen ze eindelijk in Rome samenzijn. Ze genieten van het leven en van elkaar. Of zo zou je denken. Helaas is er een groot verdriet dat hun geluk overschaduwt, ze hebben samen geen kinderen. Behandelingen, klinieken en onderzoeken, het mag allemaal niet baten. Ondanks de liefde tussen hen beiden zorgt dit voor een verwijdering.

Zestien jaar later keert Gemma terug naar Sarajevo met haar zoon Pietro. Er is een grote overzichtstentoonstelling van foto’s uit de oorlog en ook de foto’s van haar overleden man Diego, de vader van Pietro, hangen hier.
Samen met Pietro bezoekt ze oude plekken, ziet ze oude vrienden terug. Maar ook zoekt Gemma naar antwoorden over het verleden. Waarom wilde Diego niet weg uit de verscheurde stad, zelfs niet toen hij de kans kreeg? Waarom heeft hij haar en Pietro alleen terug laten gaan naar Italië, zij met een pasgeboren zuigeling in de armen?

Het is moeilijk meer over het verhaal te vertellen zonder het plot volkomen te verraden. Ter wereld gekomen is een prachtig verhaal, niet alleen een liefdesgeschiedenis of het verhaal van een echtpaar dat kinderloos dreigt te blijven, het is ook niet alleen het verhaal van een stad in oorlog. Het is een weergaloze mengeling van alledrie. Ter wereld gekomen is een verhaal over liefde en vriendschap, over opoffering, moed en vergeving. Over verwijdering en toenadering, over het verleden en de invloed daarvan op de toekomst.

Heel snel wordt je meegezogen in dit verhaal. Sommige gedeeltes heb ik huilend gelezen, zoveel indruk maakten ze, maar sommige stukken waren ook heel herkenbaar.
Margaret Mazzantini hanteert een beeldende en bijna poëtische schrijfstijl, die me meenam en ademloos achterliet.

De vader van Gemma mag Diego graag en ziet hem als de zoon die hij nooit heeft gehad. Hij vindt Diego een stuk aardiger dan de vorige schoonzoon
Diego heeft als kind zijn vader verloren en papa heeft nooit een zoon gehad. Hij had alleen die schoonzoon die nooit echt tot zijn hart is doorgedrongen, maar halverwege zijn keel is blijven steken als een vastzittende hoest.

Ik was veel van mijn oude vrienden uit het oog verloren. Na de breuk met Fabio hadden ze zich teruggetrokken, als vervilte wol.

Ik moet me neerleggen bij het idee dat kinderen geboren worden als onkruid, daar waar het uitkomt, waar de wind de zaadjes heen blaast.

Als Gemma Goiko in de oorlog terug ziet: Hij sleepte een lading teleurstelling en venijn met zich mee. Ook zijn humor was een beetje bedorven en stonk naar dode mieren, zoals alles in Sarajevo.

Dit boek was voor mijn leesclub en het heeft al mijn verwachtingen overtroffen. Ik denk dat dit boek in mijn top 3 van 2014 zal terecht komen.

Oorspronkelijke titel: Venuto al mondo (Italiaans)
Uitgegeven in 2008
Nederlandse uitgave 2010 uitgeverij Wereldbibliotheek
Nederlandse vertaling: Miriam Bunnink en Mara Schepers
Bladzijdes 506

zondag 2 februari 2014

Citaat: Cicero

Dankbaarheid is niet alleen de grootste deugd, het is de moeder van alle andere deugden.
Marcus Tullius Cicero (106-43, Romeins staatsman en schrijver)
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...