vrijdag 29 juni 2018

Caravaggio (2007)

Tijdens mijn bezoek aan Napels in mei kwam Caravaggio weer onder mijn aandacht en ik was dan ook erg blij om te ontdekken dat er een Italiaanse film over hem is gemaakt. Natuurlijk is zijn leven vaker verfilmd, maar ik had vooral belangstelling voor de Italiaanse versie uit 2007.

Hierin speelt Alessio Boni (Matteo in La meglio gioventu) de hoofdrol en hij weet Caravaggio heel erg goed te treffen. Niet alleen wat uiterlijk betreft lijkt hij er enorm veel op, ook zijn karakter wordt goed duidelijk.

Caravaggio, de man met het korte lontje die zich maar al te snel in zijn eer aangetast voelde, die kritiek op zijn werk niet kon verdragen en die zichzelf soms erg in de weg zat en mensen die hem steunden tegen zich in het harnas joeg.

Tegelijkertijd iemand die zijn vrienden trouw was, opkwam voor rechtvaardigheid en zich bijvoorbeeld heel erg druk maakte over de onrechtvaardige terechtstelling van Beatrice Cenci.

Iemand die trouw bleef aan zichzelf, tegen de heersende mening in zijn eigen stijl vond en behield. Zo werkte hij met modellen en schilderde hij wat hij zag, ondanks dat in die tijd veel mensen vonden dat kunst iets verhevens moest zijn en je de werkelijkheid mooier moest maken.

Het verhaal begint met een stervende Caravaggio die in 1610 terugkeert naar Rome vanaf Sicilië en flarden van zijn leven overdenkt.

We zien zijn aankomst in Rome en het eerste moeilijke begin daar, hoe hij vriendschap (en soms iets meer)) sloot met met onder andere Mario Minniti en Onorio Longhi, en de steun kreeg van Kardinaal del Monte. Belangrijke momenten zijn de terechtstellingen van Beatrice Cenci en Giordani Bruno, die diepe indruk op Caravaggio maakten.
Zelfportret. Alessio Boni als Caravaggio
Heel belangrijk zijn natuurlijk de verschillende meesterwerken die hij schilderde en hoe die tot stand kwamen. Dit hebben ze in de serie heel bijzonder gedaan doordat de mensen in de serie heel erg veel op de werkelijke schilderijen lijken. De casting is in dat opzicht onovertroffen! Ik vond het prachtig om te zien hoe Caravaggio zijn schilderijen opzette en begrijp nu nog beter wat hij met sommige werken wilde overbrengen.
Caravaggio schildert Jongen met een fruitmand (1593)
Alessio Boni als Caravaggio, Paolo Briguglia als Mario Minniti
Helaas moest Caravaggio Rome ontvluchtten nadat hij iemand had vermoord, kwam via Napels terecht op Malta waar hij een ridder in de Maltezer orde werd, omdat alleen zo het doodsvonnis opgeheven kon worden. Helaas was Caravaggio weinig rust gegund en moest hij verder vluchten naar Sicilië. Rome zou hij echter nooit meer zien, hij overleed op weg terug naar Rome, veel te jong.

Deze film heeft prachtige muziek, mooie kostuums en brengt de 15e eeuw tot leven. Het is echt een feest om naar te kijken. Ik begrijp dat de oorspronkelijke versie zes uur duurde, die teruggebracht zijn tot 130 minuten. Dat is jammer, want ik had met alle liefde zes uur naar deze film gekeken. Ik heb gehuild om het einde, ondanks dat ik wist dat hij natuurlijk dood zou gaan, maar ik zat er helemaal in.

Er is alleen een Italiaanse versie met Engelse ondertiteling verkrijgbaar, maar laat dat niemand tegenhouden. Caravaggio is een heerlijke besteding van je tijd.

maandag 25 juni 2018

A shout in the ruins, Kevin Powers

In 1956 voelt George Seldom zijn einde naderen, hij is drieennegentig, en hij wil terug naar de plaats waar hij is opgegroeid. Hij heeft zijn ouders nooit gekend, maar is opgevoed bij een oude vrouw, in de jaren net na de burgeroorlog. 

Toen hij een jaar of twintig was, trok hij de wereld in zonder afscheid te nemen en zonder om te kijken. Hij heeft tragedie gekend en geluk, verlies en liefde en allerlei narigheid en onrecht dat je als zwarte man in het zuiden kon ervaren. Nu wil hij echter kijken of hij nog iets terug kan vinden van vroeger.

Het andere verhaal in dit boek speelt zich af in de tweede helft van de 19e eeuw. Emily Reid groeit op op de plantage van haar vader en zal uiteindelijk trouwen met Levallois, de eigenaar van een plantage vlakbij. 

Levallois is een manipulatieve man die altijd de zwakke plek zoekt van mensen om hen op die manier te dwingen mee te werken. Als Emily’s vader als soldaat de oorlog ingaat en gewond terugkomt, blijkt dat Levallois in zijn afwezigheid ervoor heeft gezorgd dat hij voortaan in de streek aan de touwtjes trekt en dat de rol van Bob Reid is uitgespeeld.

Emily is niet gelukkig in haar huwelijk, en zal uiteindelijk verschrikkelijk wraak nemen. Maar tegelijkertijd is zij geen willoos slachtoffer, als kind gebruikte ze haar macht al zoals het haar uitkwam en later liet ze zich maar al te graag leiden door Levallois. Ze deinst er niet voor terug om anderen te gebruiken voor haar eigen doeleinden. Je zou kunnen zeggen dat Emily en Levallois elkaar verdienden.

Jammer genoeg blijven deze twee onaangename mensen nooit op zichzelf, maar beïnvloeden ze ook de mensen om zich heen. De slaven Rawls en Nurse hebben eerst weinig hoop om elkaar ooit nog terug te zien als Nurse door haar eigenaar wordt verkocht, maar als Levallois hen beiden heeft gekocht, kennen ze toch enkele gelukkige jaren. Ze dromen ervan om weg te trekken en als ze na de burgeroorlog eenmaal bevrijd zijn, lijkt niets hun vertrek en verdere leven in de weg te staan. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk nooit.

Dit boek speelt zich af in Virginia, in twee verschillende periodes en dit wordt elk hoofdstuk af gewisseld. Nu is dit iets dat schrijvers wel vaker doen, maar het knappe hier is dat elke verhaallijn een ander ritme en een andere snelheid heeft en daarom ook echt anders aanvoelt.

In het verhaal van George voel je de weemoed van een oude man die terugkijkt op zijn leven. Hij voelt verdriet en spijt over de mensen die hij heeft verloren en de foute keuzes die hij heeft gemaakt. 

Hij heeft de wereld zien veranderen, van de jongen die hij kende die de gebroeders Wright hun eerste vlucht zag maken tot de zwarte piloot die hij spreekt in de trein.

In het andere verhaal zit je echter midden in de actie. Je voelt de wanhoop van Rawls die snakt naar bewegingsvrijheid en die vooral zijn Nurse terug wil vinden.

De burgeroorlog en de verschrikkingen van de bezetting van het zuiden, de achteloze wreedheid van de slavernij, de machinaties van slechte mannen en de cyclus van geweld, wraak en vergelding grijpen allemaal in elkaar en vormen een wervelend geheel.

Kevin Powers is erin geslaagd om mensen te creëren die je in je hart raken en soms je hart breken. Niet Emily en Levallois, die elkaar verdienden wat mij betreft, maar George en Lottie en haar man, Spanish Jim en John Talbot en iedereen die niet alleen genoemd wordt, maar ook echt aandacht krijgt. Kevin Powers houdt van zijn personages, dat is duidelijk te merken.

Voor mij sprong ook Edgar Seldom eruit, die te midden van al dat geweld en bloed nog in staat is om een kind te redden en met die goede daad je een beetje vertrouwen in de mensheid teruggeeft.

Ondanks de twee lijnen en de verschillende sferen is er toch een eenheid in dit boek. Het noodlot weeft draden en smeedt mensen aaneen in ontmoetingen en handelingen, acties en reacties, zelfs al beseffen ze dat niet altijd.

Helemaal fijn is dat het einde niet keurig is rondgebreid en afgerond, er zijn losse eindjes en ontmoetingen die nooit hebben plaatsgevonden en vergeving die niet meer gevraagd kan worden. Het noodlot is soms wreed en willekeurig en niet iedereen krijgt wat hij of zij verdient. Maar dat maakt voor mij een boek levensechter en meer de moeite waard dan een boek waarin op het einde alles keurig is rondgebreid.

A shout in the ruins is een prachtig boek waarvan ik erg blij ben dat ik het op Schiphol heb meegenomen, al had ik er eigenlijk geen plek voor in de koffer! Ik was blij te lezen dat Kevin Powers nog een boek heeft geschreven The yellow birds, want van deze man wil ik meer lezen.

Uitgegeven in 2018
Nog geen Nederlandse vertaling

zondag 24 juni 2018

Onderwijs op zondag (8/18)

Onze examenzaal
In het hele land zijn de eindexamenresultaten bekend geworden. Sommige leerlingen zijn geslaagd, anderen gezakt. Sommigen hebben vorige week nog een herexamen gemaakt, om alsnog te slagen of om te her-profileren. Zij krijgen de uitslag eind deze week.

Afgelopen week werd bekend dat de eindexamens van 354 scholieren in Maastricht ongeldig zijn verklaard omdat het PTA niet in orde was en zij nooit examen hadden mogen doen.

Even voor de niet-onderwijs mensen onder ons, het PTA is het Programma van Toetsing en Afsluiting, zeg maar wat vroeger het schoolexamen was.

In de bovenbouw (3-4 VMBO, 4-5 HAVO en 4-5-6 VWO) maken de leerlingen verschillende toetsen, waarvan een aantal meetellen in dit PTA. Elke toets heeft een bepaalde weging en op het einde van je examenjaar heb je voor elk vak 100% PTA.
Het PTA gemiddelde en je cijfer voor het Centraal Schriftelijk Eindexamen vormen samen je eindcijfer.

PTA toetsen zijn officiële examentoetsen en moeten bewaard worden op school, zodat je als docent en als school altijd kunt laten zien waar de examencijfers op gebaseerd zijn.

Het PTA moet van te voren worden vastgelegd voor de jaren waarin de leerling in de bovenbouw zit.
Je mag niet halverwege de stof, het aantal toetsen of de weging aanpassen, zonder goede redenen en zonder dit weer vast te leggen. Vlak voor de eindexamens beginnen, tekenen de docenten voor de PTA-cijfers en de leerlingen moeten ook tekenen. Alles moet dan in orde zijn en daarna kan er niets meer veranderd worden.

Elke leerling krijgt, als het goed is, aan het begin van de bovenbouw een overzicht van alle PTA's van elk vak, zodat ze precies weten welke toets voor hoeveel procent meetelt en welke stof hierin getoetst wordt. Bij ons op school krijgen ze die in een boekje, maar het kan ook digitaal.

Iedereen weet dus in principe wat het PTA inhoudt en wat er getoetst had moeten worden. Dat wil niet zeggen dat leerlingen schuldig zijn aan het debacle in Maastricht. Van leerlingen van 16 of 17 jaar kun je niet verwachten dat zij alles in de gaten houden, zij hebben genoeg andere zaken om zich druk over te maken.

Bovendien is het gewoon niet hun werk om dit in de gaten te houden. Dat is het werk van de docenten en de directie. En daar is ongelofelijk gefaald. Het zal geen kwaadwillendheid zijn geweest, maar een combinatie van onmacht, onverschilligheid, gerommel aan alle kanten en daarom geen overzicht.

Er moet een oplossing komen.
Op dit moment zijn de CSE's afgekeurd, en ik vraag me af waarom. De leerlingen hebben die gemaakt en die zijn volgend de regels gecorrigeerd. Het cijfer dat daar behaald is, moet kloppen.

Het enige dat niet klopt, zijn de eindcijfers, omdat niet alle PTA toetsen gemaakt zijn. Het lijkt mij dus een logischere oplossing om de ontbrekende PTA-onderdelen alsnog te toetsen deze zomer, zodat de cijferlijsten kunnen worden aangepast en de leerlingen een valide diploma hebben en verder kunnen met hun vervolgopleiding.

Mochten de examens wel overnieuw gedaan moeten worden, dan is er in augustus het derde tijdvak, en daar moet ook een heleboel in mogelijk zijn.

Ik ben bijvoorbeeld volkomen bereid om in te springen en te helpen met het op orde brengen van het PTA, of het helpen voorbereiden op een examen in het derde tijdvak. En ik denk dat ik echt niet de enige collega ben.

Ik hoop dat we samen in staat zijn dit op orde te brengen voor die leerlingen, want zij mogen hier niet de dupe van worden.

vrijdag 22 juni 2018

Dit en dat, juni 2018

Drukke weken zo voor het einde van het schooljaar, en er is weer van alles gaande.

Balkon
Ik had een aantal weken terug een dipje en kwam er niet heel gemakkelijk uit. Ik heb zelfs nog overwogen of een 'lentedepressie' ook zou kunnen bestaan.

Om uit die dip te komen heb ik verschillende dingen gedaan en één ervan was wat nieuwe planten voor het balkon kopen. Ik had op Pinterest een afbeelding gezien van een balkon in Parijs met rode geraniums, en ik heb in een opwelling 12 rode geraniums gekocht.

Ik weet niet hoe 'Parijserig' mijn balkon er daardoor uitziet, maar het lijkt in ieder geval heel vrolijk en leuk. Ik werd er gelukkig ook weer wat vrolijker van. Ik vind het eigenlijk geen enkel probleem om achter de geraniums te zitten.

School en nieuwe vooruitzichten
Erg leuk vind ik dat ik afgelopen week definitief heb gehoord dat ik volgend schooljaar één dag op een andere locatie mag werken. Hier heb ik zelf om gevraagd omdat ik al bijna 20 jaar lesgeef en voor mijn gevoel een beetje vastgeroest zit. Op de andere locatie wordt het onderwijs volkomen anders aangepakt. Ik zal dus een heleboel dingen moeten loslaten, moeten leren om niet meteen te denken 'dat kan natuurlijk niet', en volkomen fris naar mijn eigen onderwijs te kijken.
Ik hoop dat dit jaar me de inspiratie geeft om nieuwe wegen in te slaan binnen mijn lessen, om weer inspiratie op te doen en er weer heel veel plezier in te krijgen.

Mocht het uiteindelijk toch niet bij me passen en wil ik daar niet doorgaan, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd en heb ik de moeite genomen om wat nieuws te leren en te doen. En zo'n ervaring is altijd waardevol, wat de uiteindelijke uitkomst ook zal zijn.

Parijs
Ik hoop aan het einde van dit jaar weer naar Parijs te kunnen en als ik ga, neem ik deze geweldige nieuwe reisgids mee. Ik geniet enorm van het blog van fotograaf Ferry van der Vliet (hiernaast in de blogrol te vinden) en de interessante stukken die hij schrijft over niet zo heel bekende stukken van Parijs, met natuurlijk de mooiste foto's erbij.

Ik ken Parijs ondertussen wel een beetje en ik hoef de Eiffeltoren echt niet meer te zien, ik wil de bijzondere straatjes, de onbekende pleintjes, de karakteristieke delen van Parijs waar niet al honderden toeristen rondhobbelen.

Ongewoon Parijs is daarvoor de perfecte gids. Dit boek laat alle bekende dingen links liggen en vertelt je over het onbekende en vooral het ongewone Parijs. Een absolute aanrader voor iedereen die van Parijs houdt of er weer naar toe wil. Dit boek gaat in ieder geval mee de volgende keer dat ik in de Thalys richting Gare du Nord zit!

maandag 18 juni 2018

Klein land, Gaël Faye

‘In Burundi is het net als in Rwanda, weet je. Er zijn drie groepen, etnische bevolkingsgroepen heet dat. De Hutu zijn de grootste groep, ze zijn klein met een dikke neus. […] Je hebt ook de Twa, de pygmeeën. Die slaan we over, ze zijn met zo weinig dat ze niet meetellen. En dan heb je de Tutsi, zoals jullie mama. Daarvan zijn er veel minder dan de Hutu, ze zijn lang en mager met een spitse neus en je weet nooit wat er in hun hoofd omgaat.’ […]

Dus vroeg ik: ‘Is er oorlog tussen de Tutsi en de Hutu omdat ze niet hetzelfde grondgebied hebben?’
‘Nee, dat is het niet, ze hebben hetzelfde land.’
‘Eh, omdat ze niet dezelfde taal hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze spreken dezelfde taal.’
‘Omdat ze niet dezelfde god hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze hebben dezelfde god.’
‘Maar… waarom voeren ze dan oorlog tegen elkaar?’
‘Omdat ze niet dezelfde neus hebben.’

De jonge Gabriel, Gaby woont met zijn familie in Burundi. Zijn vader Michel is een Fransman, zijn moeder Yvonne is een Tutsi uit Rwanda. Papa is een zakenman en de familie heeft het goed. Ze wonen in een goed deel van de stad, omringt door andere expats, met bedienden om voor hen te zorgen.

Gaby geniet van de uitstapjes die de familie maakt, om vrienden in Zaire op te zoeken, of het kattenkwaad dat hij met zijn vrienden uithaalt. Hij heeft een penvriendinnetje in Frankrijk, aan wie hij toevertrouwt dat hij later graag monteur wil worden zodat hij van alles kan maken.

Maar tegelijkertijd weet hij dat niet alles zo mooi is als het lijkt. Het huwelijk van zijn ouders wordt steeds slechter en Michel en Yvonne gaan uiteindelijk uit elkaar. Gaby en zijn zusje Ana blijven bij hun vader wonen.

De bevoorrechte positie waarin zijn familie verkeert terwijl de rest van het land in armoede leeft wordt soms maar al te duidelijk en ook de politieke situatie laat zijn sporen na. Zo heeft zijn moeder heeft haar land destijds moeten ontvluchten en kan ze niet terug.

In Burundi worden er verkiezingen gehouden, maar als de partij wint die niet gesteund wordt door het leger, weet Michel al dat dit waarschijnlijk mis zal gaan. Inderdaad wordt er vervolgens een staatsgreep gepleegd en vlammen zowel in Burundi als in Rwanda de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen op.

In Rwanda, maar ook in Burundi grijpt men de machete en worden oude rekeningen vereffend, terwijl de verschillende politieke partijen strijden om de macht en er alles aan doen om de bevolking op te hitsen.

Gaby weigert in de eerste instantie een kant te kiezen, maar zal uiteindelijk toch een keuze moeten maken waarbij hij dingen ziet die geen kind zou mogen zien en dingen doet die geen mens zou mogen doen.

Gelukkig heeft hij mevrouw Economopoulos die naast hem woont, die hem boeken leent en hem leert genieten van literatuur en hem daarmee een houvast biedt.

De stem van Gaby blijft nog lang naklinken als je dit boek uit hebt. Ik vind namelijk dat Gaël Faye hem bijzonder goed getroffen heeft. Aan de ene kant is Gaby een intelligente en nieuwgierige jongen die een heleboel begrijpt van wat er om hem heen gebeurt en aan de andere kant is hij wel nog maar een jongen van tien.

Hij doet stomme dingen met zijn vrienden en weet zich niet altijd goed te handhaven onder groepsdruk. Tegelijkertijd heeft hij humor in de manier waarop hij zijn omgeving observeert en beschrijft.

De gruwelijkheden die in deze tijd aan de orde van de dag zijn, worden sec verteld, niet met allerlei gruwelijke uitweidingen, maar genoeg om de omvang te beseffen van wat er in de jaren ’90 in Rwanda en Burundi gebeurde en de gevolgen die dit had voor de bevolking.

Ondanks de zwaarte van het onderwerp, is het een licht boek, en dat komt vooral door de hartverwarmende en authentieke hoofdpersoon, maar ook door de mooie zinnen en beschrijvingen.

Klein land is de debuutroman van Gaël Faye, die in Frankrijk en daarbuiten vooral bekend is als hip-hop artiest. Hij is zelf van Frans-Rwandese afkomst en is in de jaren ’90 naar Frankrijk gekomen. Hij heeft eerst economie gestudeerd, maar het werk bij in de financiële wereld beviel hem niet zo goed en toen heeft hij zich toegelegd op muziek maken. Hij woont nu in Kigali, de hoofdstad van Rwanda.

Ik vond Klein land een prachtig boek en ik hoop dat Gaël Faye nog meer gaat schrijven, want als je eerste roman al zo goed is, belooft dat veel voor de toekomst.

Originele Franse titel: Petit pays (2016)
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Hollands Diep
Nederlandse vertaling: Liesbeth van Nes
Bladzijdes: 206

vrijdag 15 juni 2018

Santa Chiara in Napels

Santa Chiara met de losstaande klokkentoren,
gezien van het Piazza Gesú
Mooie kloosters en kerken zijn er meer dan genoeg in Napels, maar een heel bijzondere vond ik de Santa Chiara.

Dit kloostercomplex voor de Clarissen werd in de 14 eeuw gebouwd in opdracht van de heersers van Napels: Robert van Anjou en zijn vrouw Sancha van Mallorca. Ze begonnen met bouwen in 1314 en in 1340 was het gebouw voltooid.

De buitenkant ziet er groot en streng uit, maar de binnenkant van de kerk is heel eenvoudig en daardoor rustgevend. Geen twintig soorten marmer voor de arme volgelingen van Clara, maar onversierde muren en vloeren. De nonnen hadden geen eigen koor bij het altaar, maar konden vanachter een muur met uitsparingen erin de Mis volgen.

Natuurlijk zijn er in de loop van de eeuwen dingen veranderd. Het gotische interieur werd meer barok en na de brand van 1943 waarbij een groot deel werd verwoest, moest de kerk weer herbouwd worden.

Binnen in de kerk zijn er verschillende graven van de vorsten van Anjou en de held uit de Tweede Wereldoorlog Salvo d'Acquisto, een lid van de Carabiniere die zichzelf opgaf bij de Nazi's om op die manier te voorkomen dat tweeentwinig burgers als vergelding zouden worden doodgeschoten.
De echte verrassing ligt echter een stukje verder, achter de grote kerk. Hier is namelijk de kloostertuin. Die tuin is aangelegd zoals in de meeste kloosters, met een kloostergang rondom een vierkante tuin.


Wat de tuin van de Santa Chiara zo bijzonder maakt, zijn de verschillende versieringen zoals de fresco's, maar vooral de zuilen en de banken gemaakt van majolica tegels. De motieven zijn zowel bloemen als mooie abstracte decoraties, maar er zijn ook wereldlijke voorstellingen te zien. Deze majolica versieringen zijn in 1742 door de architect Domenico Antonio Vaccaro ontworpen.


De tegels zijn behoorlijk kwetsbaar en op sommige plekken zijn er pogingen gedaan om de tegels een beetje bij elkaar te houden. Maar het is begrijpelijk dat je niet op de majolicabanken mag zitten, nergens mag aankomen en in sommige stukken van de tuin gewoon niet mag komen.

Er is ook een klein museum waarin je de ontwikkelingen van het klooster kunt zien, en je kunt de opgraving bezoeken. Het klooster werd namelijk gebouwd op de restanten van een Romeins badhuis en men is bezig om dit op te graven en te reconstrueren.
De tuin is een oase in de drukke stad en waar op het voorplein de jongens voetballen en er uitbundig gespeeld wordt in het speeltuintje, laat de tuin je helemaal tot rust komen. Ik kan dan ook iedereen aanraden om de Santa Chiara te bezoeken als je naar Napels gaat, ik ben er zelfs gewoon twee keer geweest omdat ik het daar zo mooi vond.
Zicht op de achterkant van de kerk vanuit de tuin 
Toegang voor tuin, museum en opgraving: 6 euro (mei 2018). Toegang tot de kerk is gratis.

maandag 11 juni 2018

Leven met wijsheid, Jim Forest

Enige tijd geleden las ik de autobiografie van Thomas Merton, Louteringsberg (hier), die diepe indruk op me maakte. Thomas Merton vertelt hierin hoe hij er uiteindelijk toe kwam om in te treden in een Trappistenklooster.

Er zijn heel veel geschriften van en over Thomas Merton verschenen, maar tot nu toe was er geen goede Nederlandse vertaling van een biografie over hem. Maar dit is veranderd. 

Leven met wijsheid, een biografie van Thomas Merton is dit jaar eindelijk in het Nederlands vertaald, tien jaar na de oorspronkelijke Amerikaanse uitgave.

Zoals ik al zei was ik onder de indruk van Louteringsberg en ik wilde graag meer weten over de tweede periode in Mertons leven, die als monnik bij de Trappisten.

Twijfel
Ondanks zijn roeping en het vaste geloof dat dit de juiste weg voor hem was, was het leven in het klooster niet gemakkelijk voor Merton. De Trappisten geloofden in boete doen en toen Thomas Merton intrad in 1941, was het leven er zeer sober. 

Het eten was karig, nooit kwam er vlees, vis of eieren op tafel en een maaltijd bestond bijna altijd uit brood, aardappelen en fruit. Verder sliepen de monniken in een grote slaapzaal op stromatrassen en werden de dagen gevuld met zeker acht uur bidden in de kerk en verder met zware lichamelijke arbeid.

Mertons gezondheid was niet heel best en het kostte hem moeite aan dit zware regime te wennen. De stilte beviel hem wel, de Trappisten communiceerden bijna volledig in gebarentaal, maar het dicht op elkaar leven van de monniken vond hij minder prettig. 

De Abdij was namelijk veel te klein voor de hoeveelheid monniken die er woonden en het was woekeren met de ruimte. Bovendien probeerden de monniken met een boerderij de inkomsten van de Abdij aan te vullen, waardoor de dag vaak gevuld was met de herrie van tractoren en andere landbouwmachines.

Vaak dacht hij erover of hij wel op zijn plek zat en bijvoorbeeld niet moest overstappen naar de Kartuizers, waar je echt als kluizenaar kon leven.

Deze worsteling heeft hem jarenlang parten gespeeld en meerdere malen heeft hij op het punt gestaan om te vertrekken. Gelukkig had hij abten die dit begrepen en hem bijvoorbeeld toestemming gaven om op het terrein van de Abdij een ruimte in te richten waar hij zich terug kon trekken en uiteindelijk zelfs een permanente kluis, zodat hij als kluizenaar aan het klooster verbonden was.

De ergste twijfel ondervond Thomas Merton toen hij in 1966 een verpleegster ontmoette en verliefd op haar werd. Lang stond hij in tweestrijd om het klooster te verlaten en met haar te trouwen of trouw te blijven aan zijn geloften. Uiteindelijk koos hij toch voor het kloosterleven, maar hij bleef ervan overtuigd dat liefde het belangrijkste in het leven van een mens is.
 
Thomas Merton (1915-1968)
Verbinding
Ondanks de hang naar stilte, had Thomas Merton ook een publiek leven. Zijn boeken over allerlei geestelijke onderwerpen werden uitgegeven en brachten hem veel roem en lof. Merton was zeer belezen en beperkte zich niet tot religieuze onderwerpen. Hij was ervan overtuigd dat bewapening niet de juiste manier was om de vrede te bewaren, een standpunt dat hem in de Verenigde Staten aan het begin van de Koude Oorlog niet altijd vrienden opleverde.

Zijn boeken over de Vredesbeweging en andere maatschappelijke onderwerpen kwamen vaak niet door de censuur van de Orde. Thomas Merton wist dit te omzeilen door delen in tijdschriften te publiceren of als gestencilde boekjes bij een lokale uitgeverij te laten uitgeven.

Steeds meer kwam Thomas Merton tot de ontdekking dat mededogen het meest belangrijke is. Hij veroordeelde zijn eigen boeken die hij had geschreven toen hij jonger was, waaronder Louteringsberg, omdat hij achteraf vond dat hij te weinig mededogen had getoond.

Merton correspondeerde onder andere met Boris Pasternak, met verschillende filosofen, Islamitische Schriftgeleerden en Boeddhistische monniken.

Hij was een van de eersten in die tijd die een dialoog probeerde op te zetten met protestanten en voelde zich betrokken bij de Burgerrechtenbeweging. Zo had hij contact met Martin Luther King en waren er zelfs plannen voor een gezamenlijke retraite.

Laatste reis
In 1968 mocht Thomas Merton een grote reis naar Azië maken en bezocht hij onder andere India en Thailand. Hij ontmoette katholieke religieuzen en hield lezingen, maar sprak ook vol vriendschap met verschillende boeddhistische monniken. 

Zeer belangrijk voor hem was de ontmoeting met de Dalai Lama, drie dagen hielden zij lange gesprekken over de verschillen, maar vooral de overeenkomsten van Westerse en Oosterse religies in het algemeen en monniken in het bijzonder.

Thomas Mertons dood kwam onverwacht in Thailand en was het gevolg van stom ongeluk. Een heftige elektrische schok van een slechte stekker bezorgde hem een hartstilstand. Enkele uren later werd zijn lichaam in zijn hotelkamer gevonden.

Op 17 december 1968 kwam de kist met het lichaam van Thomas Merton aan bij de Adbij waar hij meer dan 20 jaar had geleefd en hij werd door zijn broeders begraven op het kerkhof van de monniken.

Tot op de dag van vandaag worden zijn vele geschriften over gebed, stilte, contemplatie en verbinding uitgegeven en gelezen door heel veel mensen.

Thomas Merton was geen heilige, niet iemand zonder fouten, maar wel iemand met een groot hart, een enorm gevoel voor humor, een brede belangstelling en een geloof in de dialoog met alle mensen. Voor hem was overal wijsheid  en liefde te vinden, bij alle soorten mensen en in alle religies. Iets dat zeker in deze tijd ook nog actueel is.

Originele Engelse titel: Living with wisdom, a life of Thomas Merton (2008)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Damon
Nederlandse vertaling: Willy Eurlings
Bladzijdes: 291

vrijdag 8 juni 2018

Avant-garde in Groningen, De ploeg 1918-1928

Schip met rood zeil, Jan Altink
Honderd jaar geleden in 1918 kwamen er in Groningen een aantal kunstenaars bij elkaar, zoals Jan Altink, Hendrik Werkman, George Martens, Alida Pott, Jan Wiegers en Ekke Kleima.

Zij wilden zich afzetten tegen de gevestigde orde, kijken naar wat er in het buitenland gebeurde en schilderen op een nieuwe manier.

De aanleiding hiervoor was een grote tentoonstelling in Groningen van Groninger kunstenaars, waar zij, de nieuwe generatie niet voor uitgenodigd waren. Dit was voor hun het sein dat ze hun eigen weg moesten zoeken.

Ze noemden zichzelf De Ploeg, omdat hun doel was het land om te ploegen om het vruchtbaar te maken voor al het nieuws dat er gebeurde.

Vincent van Gogh werd als voorbeeld gezien en De Ploeg zorgde er bijvoorbeeld voor dat er een grote Van Gogh tentoonstelling in Groningen georganiseerd werd. Bovendien schilderden zij vaak in zijn stijl of gebruikten ze als eerbetoon dezelfde onderwerpkeuze.

Maar vooral de Duitse expressionisten zouden van grote invloed zijn op de ontwikkeling van deze kunstenaars. Jan Wiegers moest voor een longziekte kuren in Davos in Zwitserland en kwam daar Ludwig Kirchner tegen en de twee mannen werden vrienden.
Ludwich Kirchner en Jan Wiegers
Je ziet dan ook in de jaren '20 de stijl van de meeste kunstenaars binnen De Ploeg veranderen door de invloed van de expressionisten, maar ook andere stromingen zoals het constructivisme kwamen terug in hun werken.

In het Groninger museum is nu de tentoonstelling Avant-garde in Groningen, De Ploeg 1918-1928 die gaat over die eerste jaren en die eerste onwikkelingen. Het is een grote tentoonstelling met tien zalen vol prachtige schilderijen.
Dorpsgezicht, Ekke Kleima
Je komt binnen bij een wand vol 19e eeuwse schilderijen, om duidelijk te maken dat dit is waar men zich tegen afzette en daarna maak je de ontwikkelingen mee die De Ploeg doormaakte. Van de eerste aarzelende schreden op het nieuwe moderne pad, naar steeds abstracter werk.
Compositie landschap, Jan van der Zee
Zij wilden niet alleen het stadsleven vastleggen, maar vooral ook het Groninger landschap. Ze trokken erop uit om de velden, de boerderijen en de dieren vast te leggen.
Veldezel van Jan Altink

De rode boerderij, Jan Altink
Helemaal goed waren ze in portretten en vooral, portretten van elkaar. Het lijkt erop dat De Ploeg een groep vrienden was die constant van elkaar leerden, elkaar beïnvloeden en elkaar schilderden.
Portret van Sonja, Jan Wiegers

Jan Wiegers en Johan Dijkstra schilderen elkaar

Voerman, Hendrik Werkman
Veelzijdig waren de mensen van De Ploeg absoluut, zij tekenden, schilderden, maakten affiches en drukwerk (Hendrik Werkman was een drukker). En bij alles wat ze deden zie je hun karakteristieke stijl weer terug, hoewel ze ook allemaal hun eigen stijl hebben.
Affiche van Hendrik Werkman
Hierin valt trouwens op dat de schilderijen van Jan Altink bij mij meestal favoriet zijn. In een hele zaal vol schitterende schilderijen vind ik die van Jan Altink nog altijd even iets mooier dan die van de rest.
Stadsgezicht met zon, bij de kade, Jan Altink
Avant-garde in Groningen, De Ploeg 1918-1928 is zeer de moeite waard, door de veelheid (meer dan 250 werken), diversiteit en de schoonheid van alles wat er hangt. De tentoonstelling is nog tot 4 november 2018 te zien.

Ik heb deze tentoonstelling bezocht met Anna (dank je wel, het was weer gezellig!) en we hebben ervan genoten.

maandag 4 juni 2018

Jane Seymour, Alison Weir

Nadat Hendrik VIII van Engeland van zijn eerste vrouw was gescheiden en zijn tweede vrouw had laten onthoofden, wilde hij opnieuw trouwen. De zo gewenste en nodige zoon die hem op kon volgen had hij namelijk nog altijd niet. 

De keuze viel op Jane Seymour, die inderdaad de koning een zoon zou schenken en moeder zou worden van de toekomstige koning Edward VI. Helaas was er van een grote dynastie hierna geen sprake, want kort na de bevalling overleed Jane Seymour.

Heel veel weten we niet over deze derde koningin van Hendrik VIII. We weten dat ze geen grote hervormer was, zoals haar broers Edward en Thomas Seymour dat wél waren. Jane pleitte er na hun huwelijk voor om de kloosters die Hendrik in rap tempo aan het sluiten was, met rust te laten.

Ook had ze weinig sympathie of respect voor Anna Boleyn. Jane begon als hofdame bij Katharina van Aragon en zelfs nadat zij van het hof was weggestuurd bleef ze in dienst van de koningin en wilde ze haar niet verlaten.

Ze heeft er alles aan gedaan om een verzoening tot stand te brengen tussen koning Hendrik en prinses Mary en dat is haar ook gelukt. Door haar goede invloed mocht prinses Mary weer aan het hof komen en werd ze weer opgenomen in de lijn van troonopvolging.

Op basis van deze minimale gegevens weet Alison Weir opnieuw een geweldig en levendig portret te schilderen, waarin Jane Seymour niet langer een muizig persoontje op de achtergrond van de geschiedenis is, maar een jonge vrouw die tegen wil en dank koningin werd.

Jane groeide op bij haar ouders in Wulfhall in Wiltshire. Haar vader had landerijen en had verschillende belangrijke functies, maar in de 16e eeuw was het vooral belangrijk dat je als familie vooruitkwam. Je probeerde een goede positie te krijgen om daarmee je broers en zussen weer vooruit te helpen.

Jane trouwde niet, maar wilde in de eerste instantie in het klooster intreden. Toen zij er echter achter kwam dat dit toch niet het leven voor haar was, kwam ze aan het hof terecht als hofdame. Eerst bij Katherina van Aragon, later bij Anna Boleyn. Dit laatste was niet wat ze wilde, maar haar ambitieuze broers wisten dat ze hierin niets te kiezen had. Wilden ze vooruit komen en wilde Jane een goed huwelijk sluiten, dan was er niets te winnen bij trouw blijven aan de verliezende partij.

Jane’s vriendelijkheid en rust waren een balsem voor koning Hendrik, die genoeg kreeg van het constante drama dat Anna hem steeds gaf en hij werd verliefd. In de eerste instantie weigerde Jane hem, vooral omdat koningin Katherina op dat moment nog leefde en Jane haar absoluut trouw wilde zijn. Ze hoopte er op dat een verzoening tussen Hendrik en Katharina nog mogelijk was. 

Maar toen de koningin overleed en de bewijzen voor de ontrouw van Anna Boleyn zich opstapelden, voelde Jane zich vrij om op de genegenheid van de koning in te gaan.

Jane was niet iemand die zich op de voorgrond stelde, maar wel iemand die probeerde zo goed en oprecht mogelijk te leven. Ze hield van Hendrik, hoewel ze niet blind was voor zijn fouten en sommige zaken afkeurde. Helaas had ze hier weinig invloed en de weinig keren dat er ruzie was, was dat omdat Jane inging tegen Hendrik.

Heel begrijpelijk zie je ook een jonge vrouw die worstelt met haar rol als koningin. Ze is niet van koninklijke afkomst en er zijn edelen aan het hof met een hogere rang dan haar familie. Ze moet een afstand zien te bewaren tot haar hofdames en koningin Katharina was daarin haar voorbeeld, maar daardoor werd ze weer gezien als hooghartig.

Op het einde van het boek geeft Alison Weir zoals ze altijd doet, aan waar ze iets verzonnen heeft en waar ze wat vrijheid heeft genomen met de feiten. We weten niet of Jane wilde intreden in het klooster, maar dit zou wel een verklaring kunnen bieden waarom ze nog niet getrouwd was.

Alison Weir heeft de symptomen aan artsen en vroedvrouwen laten zien en daar is een mogelijke verklaring voor de dood van Jane Seymour uit gekomen, het was waarschijnlijk een embolie. 

Het is interessant te bedenken wat er had kunnen gebeuren als Jane niet was overleden en nog meer zonen had gekregen, de hele rommelige opvolging met Edward, Jane Grey, Mary en Elizabeth had dan voorkomen kunnen worden. Zo zie je maar, de loop van de geschiedenis kan soms aan iets heel kleins liggen.

Jane Seymour, the haunted queen is opnieuw een geweldig en interessant deel in de serie over de Tudor koninginnen. Alison Weir weet je helemaal mee te nemen naar het Engeland van de 16e eeuw. Ik kijk nu al weer uit naar het volgende deel.

Oorspronkelijke titel Jan Seymour, the haunted queen
Uitgegeven in 2018
Bladzijdes 502

zondag 3 juni 2018

Boekentip op zondag (7/18)

Napels is een geweldige, heerlijke en overweldigende stad, waar alles uitvergroot lijkt te zijn. De armoede is heviger, de kleuren feller en de levendigheid op straat is regelrechte anarchie.  

Napels was de hoofdstad toen Napels nog een koninkrijk was, maar heeft de boot gemist sinds de eenwording in 1860, zeggen ze zelf. Een voormalige hoofdstad met ontelbare monumenten, waar corruptie en vervuiling en verval overal zichtbaar zijn en waar de Vesuvius altijd op de loer ligt.

Als je ontelbare keren bezet bent geweest, zeg je ja en amen tegen de machthebbers, maar doe je ondertussen wat je zelf wilt. En als je daarbij je buurman een loer kunt draaien is het helemaal mooi. En aan gemaakte afspraken hoef je je natuurlijk niet te houden.

In Napels geldt maar één ding, en dat is trouw aan je familie en je stad. En aan voetbalclub Napoli natuurlijk. En aan Maradona, die tot op de dag van vandaag zijn eigen plek inneemt onder de Napolitaanse heiligen.

Tegelijkertijd is Napels een stad vol schoonheid, vriendelijkheid en saamhorigheid en wordt er overduidelijk genoten van het leven en het heerlijke eten.

Gert Hage woont sinds 2003 een groot deel van de tijd in Napels en heeft er de stad goed leren kennen. Zijn boek vertelt over de mensen in de stad, de geschiedenis en laat zien dat Napels zowel het mooiste als het slechtste in Italië in zich verenigt. 

Dit was een uitstekende voorbereiding op mijn trip naar Napels en ik heb van het boek genoten. Goed geschreven en vol heerlijke anecdotes en details; helemaal geweldig.

Uitgegeven in 2016 door uitgeverij Nieuw Amsterdam
Bladzijdes: 195

vrijdag 1 juni 2018

Bologna, Morandi en wat inspiratie

In de tentoonstelling over Giorgio Morandi in het museum Belvédère in Heerenveen was de insteek van de tentoonstelling de mooie foto's van de Groningse kunstenares Ada Duker.

Haar foto's van Bologna lieten de connectie zien tussen de architectuur van Bologna en de stillevens van Morandi, de kleuren van de huizen zijn de kleuren die Morandi gebruikte en de lijnen en de patronen die hij elke dag zag, liet hij terugkomen.

Ik vind de schilderijen van Morandi heel mooi, maar de foto's van Ada Duker vond ik ook prachtig.

Enfin. Ik heb een klein experimentje gedaan met een paar foto's van mezelf die ik vorig jaar in Bologna heb genomen. Ik heb geprobeerd te kijken naar licht en schaduw, lijnen en details.
En ik ben eerlijk gezegd best heel tevreden met het resultaat!





Meer over Ada Duker is trouwens HIER te vinden!
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...