woensdag 29 februari 2012

Het schrikkeljaar

Het aflezen van de tijd en het verstrijken van de tijd is iets waar mensen al mee bezig zijn zolang zij kunnen waarnemen. Een mens wil graag weten waar hij aan toe is, en wil kunnen aanduiden wanneer iets was. Alleen maar ‘vroeger’ is niet genoeg.
Je kunt een jaarkalender op twee manieren berekenen. Je kunt ten eerste kijken naar de cyclus van de maan, die ongeveer 28 dagen duurt. De Joodse en de Islamitische kalenders zijn maankalenders.  

De maankalender houdt geen rekening met de baan van de aarde om de zon, die ongeveer 365 dagen is. Eigenlijk is het iets meer en daarin schuilt een probleem. Om de zoveel tijd kom je namelijk iets te kort en moet je een extra dag invoeren. De Romeinen wisten dit al, maar waren een beetje slordig geworden met dat invoeren, zodat de maanden niet meer klopten met de seizoenen en het sneeuwde in de zomermaanden.
Julius Caesar wilde daar iets in veranderen en heeft advies gezocht bij de beste astronomen uit zijn tijd. Hij kwam met een nieuwe en verbeterde kalender, bestaande uit 12 maanden van 30 of 31 dagen met om de vier jaar een extra dag in februari. Op die manier kwam hij het dichtste bij de baan om de zon, maar helemaal gelijk liep het niet. Deze Juliaanse kalender is overal in het Romeinse rijk ingevoerd en heeft tot de 16e eeuw dienst gedaan. Toen bleek dat er toch weer een nieuwe aanpassing nodig was, want de kalender liep een aantal dagen achter op de werkelijkheid.

Paus Gregorius XIII heeft de kalender aangepast door in 1582 in de maand oktober 10 dagen over te springen en zo weer helemaal ‘bij’ te komen. De maand oktober werd gekozen omdat hier de minste heiligendagen waren en er dus gemakkelijk iets gemist kon worden. De katholieke landen in Europa gingen over op deze Gregoriaanse kalender, maar de protestantse landen hadden wat langer nodig. In de Republiek der Nederlanden is de Gregoriaanse kalender pas vanaf 1700 ingevoerd. In Engeland zorgde de invoering in 1752 voor veel onrust. Ten eerste was het bankwezen daar al ver ontwikkeld en de bankiers wilden weten wat er met de rente van die elf dagen moest gebeuren die ze nu misliepen. Ten tweede waren veel mensen bang dat door deze sprong hun leven met elf dagen was bekort.

In Rusland en andere Orthodoxe landen bleef men vasthouden aan de Juliaanse kalender en het verschil was in de 20e eeuw opgelopen tot 13 dagen. Pas na de Russische Revolutie heeft men in Rusland de Gregoriaanse kalender ingevoerd, wat soms voor aardig wat verwarring kan zorgen als de Oktoberrevolutie wordt herdacht in november. De orthodoxe kerken gebruiken juist tot op de dag van vandaag voor de kerkelijke feestdagen nog de Juliaanse kalender, vandaar het verschil in datum tussen de westerse en orthodoxe kerken bij bijvoorbeeld het vieren van Pasen.   

We hebben vandaag die schrikkeldag, die extra dag in februari. Het woord schrikkeljaar schijnt te komen uit het Middelnederlands, waarin 'scricken' springen betekent.  
Laten we genieten van dat extra dagje, een cadeautje van Julius Caesar.

maandag 27 februari 2012

De dinsdagvrouwen, Monica Peetz

Toevallig blijf ik na ‘The way’ in de pelgrimssferen met dit boek van Monica Peetz, ‘De dinsdagvrouwen’. 
Vijftien jaar geleden leerden Estelle, Eva, Caroline, Kiki en Judith elkaar kennen tijdens een cursus Frans. Van die cursus is niet veel blijven hangen, maar van de vriendschap des te meer. Sinds die tijd komen ze elke eerste dinsdag van de maand bij elkaar in een Frans restaurant in hun thuisstad, Keulen.
Nu is Judith net weduwe geworden en haar man Arne had de gewoonte om tijdens de vakanties delen van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella te lopen. Judith wil nu als eerbetoon zijn laatste tocht naar Lourdes afmaken en de andere vrouwen besluiten met haar mee te gaan.

Leidraad voor de reis is het pelgrimsdagboek van Arne. En hoewel elk van de vrouwen haar eigen problemen heeft, merken ze toch al snel dat er iets niet helemaal klopt met het dagboek. Aanwijzingen kloppen niet, routes blijken niet te bestaan en beschrijvingen van hotels en overnachtingplaatsen komen niet overeen met de werkelijkheid. Welk geheim had Arne? En terwijl ze dat proberen uit te vinden, komen ze erachter dat één van hen een nog veel groter geheim heeft. Een geheim dat grote gevolgen heeft voor de onderlinge relaties en de vriendschap.
De dinsdagvrouwen’ is met humor geschreven, niet volkomen voorspelbaar en leest erg prettig. In Duitsland zijn er al duizenden exemplaren van verkocht en dat is geen wonder. Het schijnt dat het nu zelfs verfilmd wordt.
Een aanrader voor een paar aangename uurtjes.

zondag 26 februari 2012

Augustinus

Binnentuin van de St. Jan in Lateranen,
foto door mij gemaakt in Rome in 2009
Complete onthouding is gemakkelijker dan volmaakte gematigdheid.
(Augustinus, kerkleraar, filosoof, theoloog)

donderdag 23 februari 2012

The way (2010)

Tom Avery is oogarts in Californie. Zijn zoon Daniel heeft zijn studie opgegeven en is op reis gegaan. Het afscheid tussen vader en zoon was niet heel hartelijk, want Tom vindt dat Daniel zo zijn leven vergooit.
Tom krijgt telefoon uit Frankrijk, Daniel is omgekomen tijdens een storm in de Pyreneeën. Tom vliegt naar Fankrijk om het lichaam van zijn zoon op te halen en komt er dan achter dat Daniel op het punt had gestaan om de tocht naar Santiago de Compostella te maken. Hoewel hij er eigenlijk niets in ziet, besluit hij in een opwelling ‘De Weg van Sint Jacobus’ in plaats van Daniel te lopen. Het kistje met de as van Daniel neemt hij mee en overal langs de weg laat hij op belangrijke punten beetjes achter.

In de eerste instantie wil Tom de tocht alleen maken, maar al snel krijgt hij gezelschap. Een Nederlander, Joost, die de Camino maakt omdat hij wil afvallen, de Canadese Sarah die het roken wil opgeven als ze in Santiago aankomt en de Ierse schrijver Jack die writersblock heeft en hoopt dat de tocht dit zal verhelpen. Eerst is het een gezelschap tegen wil en dank. Je gaat nu eenmaal allemaal dezelfde kant op als je de Camino loopt en elkaar ontlopen is niet goed mogelijk, maar al snel leren ze elkaar beter kennen. Tom probeert nog het langst om de vriendschap te weerstaan, hij wil in zijn verdriet en schuldgevoel alleen zijn, maar na een enorme uitbarsting (gevoed door vermoeidheid en teveel wijn) accepteert hij het gezelschap en de steun van de anderen.

Als ze eenmaal in Santiago zijn aangekomen lopen de andere drie nog met Tom mee naar het echte eindpunt, Muxhia, waar hij de as van Daniel aan zee uitstrooit.
Tijdens de tocht komt Tom zijn zoon eigenlijk nader dan hij voor zijn dood was en tijdens de tocht verwerkt hij ook een deel van zijn verdriet. Voor hem en voor de anderen, die allemaal hun eigen redenen hadden om de Weg te lopen, is het een weg van acceptatie en jezelf onder ogen zien.
Martin Sheen (links) krijgt regie aanwijzingen van zijn zoon Emilio Estevez
Een film als deze zou heel snel sentimenteel kunnen worden, maar wordt dat gelukkig geen moment. Dat is te danken ten eerste aan de acteerprestatie van Martin Sheen die Tom speelt. Martin Sheen is volgens mij een van de beste acteurs die er is.

Ten tweede is daar de regie van zijn zoon Emilio Estevez die de emoties afwisselt met stukken waarbij je hardop moet lachen en het geen moment nep laat zijn. Emilio Estevez is ook te zien als Tom’s zoon Daniel.

De anderen van de groep zijn ook het vermelden waard, Yorick van Wageningen speelt Joost en doet dat vol overgave (if it aint  Dutch, it aint much). James Nesbitt en Deborah Unger zijn ook geweldig als Jack from Ireland en Sarah.
Al met al een prachtige film, die twee uur lang geen moment verveelt en de beelden van de Camino (de hele film is op locatie langs de route gefilmd) zorgen ervoor dat je zelf bijna zin krijgt om de Weg van Sint Jacobus te lopen.

Tom, Sarah, Joost en Jack

woensdag 22 februari 2012

Het begin van de Vastenperiode

Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de Vastenperiode voor de Pasen. In de zuidelijke regionen hebben ze het Carnaval weer gehad, (wat ben ik trouwens blij dat ik daar niet woon) en de komende veertig dagen is het de tijd van bezinning, matiging en wachten. Een periode die eindigt met het Paasfeest.
In de vroege kerk was het veertig uur voor Pasen dat men vastte, als mede-lijden met de dood van Jezus. Dat werd uitgebreid naar de hele Goede Week en op een gegeven moment is dat veertig dagen voor Pasen geworden.
Vasten betekende dat je geen vlees mocht eten (wel vis) en bijvoorbeeld geen alcohol mocht drinken. Ook andere zaken mochten niet of maar heel beperkt.
Zo heel streng was het in de praktijk allemaal niet, er was nog van alles wél mogelijk en armen, zieken, ouderen en kinderen hadden dispensatie. Voor de kinderen was er wel het vastentrommeltje, waarin al het snoep die weken bewaard moest worden.
Na de jaren 60 is het idee van de Vasten een beetje verdwenen. Tegenwoordig kent men de term Vastenperiode vaak niet meer, de enige vastenperiode waar men van heeft gehoord is de Ramadan.
Nu zullen er niet veel katholieken meer zijn die elke vrijdag vis eten, en ook de Vasten is van karakter veranderd. Het wordt de Veertigdagentijd genoemd en daarin zijn nog twee echte vastendagen over, Aswoensdag en Goede Vrijdag. Op deze dagen is het de bedoeling dat je maar één volledige maaltijd neemt en de andere maaltijden zonder vlees en extra’s. En hoewel de meeste mensen niet meer zo nadenken over vlees of vis, zijn er veel mensen die wel deze veertigdagentijd gebruiken om op andere manieren te vasten, te matigen en zich te bezinnen. Je kunt je voornemen om minder tijd achter de computer te zitten en meer tijd met je familie door te brengen, of om deze periode meer vrijwilligerswerk te doen. Of om minder te consumeren, minder te besteden. Dat is mijn vastenvoornemen van dit jaar, geen muziek, geen films en vooral geen boeken kopen in deze periode, de portemonnee in de tas houden en zo min mogelijk geld uitgeven aan luxe extras.
Maar wat je voornemen ook is en hoe je dat ook uitvoert, het gaat er uiteindelijk om dat je nadenkt over wat nu werkelijk belangrijk is.

maandag 20 februari 2012

De Godsformule, José Roderigues dos Santos

In ‘De Godsformule’ is de hoofdpersoon historicus en cryptoanalyst Tomás Noronha. Hij is in Cairo voor een conferentie en wordt aangesproken door een mooie vrouw. Zij neemt hem mee uit eten en legt uit dat zij Ariana heet, uit Iran komt en dat de Iraanse regering graag de hulp van Tomás zou willen bij het ontcijferen van een manuscript van Einstein. Tomás gaat meteen akkoord en spreekt af dat hij naar Teheran zal komen. 

Voor hij afreist neemt echter de CIA contact met hem op, zij zijn ook geïnteresseerd in het manuscript omdat het zou gaan over het maken van een kernbom. De CIA wil ervoor zorgen dat Iran het manuscript daarvoor niet kan gebruiken.
Tomás gaat naar Teheran en mag het manuscript alleen even zien, voor hij alleen de twee regels krijgt waar het om gaat. Ondanks al zijn protesten dat hij het hele document nodig heeft, weigert de regering het hem te geven. Hij moet het redden met de regels die hij heeft en de assistentie van Ariana.
De CIA besluit om het manuscript te stelen en Tomás wordt gedwongen mee te doen. De inbraak loopt volkomen fout en Tomás wordt gevangen genomen. Dankzij Ariana kan hij ontsnappen tijdens een transport naar een andere gevangenis.
Terug in Portugal blijkt dat de CIA hem niet met rust laat en hij door moet gaan met het ontcijferen van de code. Tomás komt op het spoor van een ontvoerde natuurkundige, een collega van zijn vader. Hij reist naar Tibet op grond van een aanwijzing en daar komt de Iraanse geheime dienst weer achter hem aan. Ondertussen begrijpt Tomás steeds beter wat er in het manuscript van Einstein staat. Het is niet hoe je gemakkelijk een kernbom kunt maken, maar een formule waarmee je het bestaan van God kunt bewijzen.

En dat laatste wordt overtuigend gebracht. Tijdens zijn zoektocht naar de ontcijfering van het manuscript komt Tomás in contact met allerlei mensen die hem iets uitleggen over de natuurkundige principes van het heelal en de aarde. Ten eerste blijkt dat er  voor het ontstaan van intelligent leven zo’n hoop toevalligheden zijn samengekomen dat het bijna onmogelijk is. Zoals iemand in het boek het uitlegt; ‘het is net alsof je een wereldreis maakt en in elk land waar je komt een lot koopt. Als je thuis komt blijkt dat je in elk land de hoofdprijs gewonnen hebt’.

Ten tweede blijkt dat alle grote religies in hun scheppingsverhalen heel dicht bij de waarheid komen zoals steeds duidelijk wordt in de natuurkundige ideeën over de wereld. De Big Bang, het begin van het universum worden al beschreven met het ‘Er zij licht’ in Genesis en de Dans van Shiva in het Hindoeïsme.

Ik vind het knap hoe Jose Roderigues dos Santos deze ideeën begrijpelijk weet te maken. Zelfs een complete analfabeet op het gebied van natuurkunde zoals ik, kon de theorieën in dit boek redelijk volgen. Ik vond het interessant om te lezen hoe de ideeën van de beroemde wetenschappers steeds verder komen en hoe uiteindelijk er helemaal niet zo’n discrepantie tussen religie en wetenschap hoeft te zijn als sommige mensen denken.
Het college dat Tomás volgt bij de natuurkunde professor in Portugal is ongelofelijk pakkend en ook het hoofdstuk in Tibet, met het gesprek met de monnik Tenzing levert heel wat wijsheid op.

Dit gedeelte van het boek was dik in orde. Maar dan het andere gedeelte. Op de kaft staat dat het een literaire thriller is en het boek kreeg vier sterren van Crimezone, maar dat vind ik veel te veel eer. Als thriller stelt het namelijk niet veel voor.
Tomás is als hoofdpersoon namelijk een ontzettend domme en naïeve man, waar ik weinig sympathie voor kon opbrengen. Een onbekende Iraanse vraagt of je even mee wilt komen naar Iran om voor de regering daar een document van Einstein te ontcijferen, hoe dom moet je zijn om dan zonder vragen te stellen ja te zeggen?

Dezelfde domheid spreidt Tomás ten toon in zijn contacten met de CIA (is er trouwens geen wet die mensen verbied om met de geheime dienst van een ander land samen te werken? Volgens mij zou je dat landverraad kunnen noemen) of de Iraanse geheime dienst. Hij wordt betrapt bij een inbraak in het ministerie, ontsnapt uit de gevangenis en denkt dan dat ze hem niet meer achterna zullen komen.

Ook in het ontcijferen van de code schiet het niet echt op met Tomás. Het eerste stuk van de codering kan ontcijferd worden omdat het een anagram is, maar het andere stuk kost meer moeite, tot Tomás eindelijk bedenkt dat dit ook wel eens een anagram kan zijn en dan krijgt hij inderdaad de oplossing. Ik betrapte mezelf erop dat ik hardop begon te roepen ‘probeer eens een anagram, idioot!’. En als ik hardop tegen een boek begin te schreeuwen is dat meestal geen goed teken.

Tsja. De romance met Ariana is tenenkrommend vervelend en slecht beschreven, de liefdesscene was niet poëtisch, maar lachwekkend.

En de schrijfstijl is ook niet echt denderend. Hoe breng je namelijk grote hoeveelheden filosofische, natuurkundige, wetenschappelijk en religieuze vraagstukken begrijpelijk aan de lezer over? Je moet het uitleggen. Dos Santos heeft ervoor gekozen om verschillende mensen een soort monoloog te laten houden, waarbij Tomás dan steeds ertussen door vraagt ‘Maar wat is dat dan?’, en ‘Hoe zit dat dan?’ waarna de uitleg weer drie bladzijdes verder kan gaan.

Het is een vreemd boek, waarvan ik moet bekennen dat ik niet precies weet wat ik ervan moet denken. Als filosofisch of theologisch werk is het absoluut interessant en brengt het nieuwe ideeën waarvan ik echt tegen mezelf zei; ‘gut, zit dat zo? Wat leuk/interessant/geweldig om te weten’. Als inleiding in de natuurkunde is het ook geslaagd, maar ik wilde dat Jose Roderigues dos Santos het niet als thriller had geschreven, want dat is in mijn ogen niet gelukt.

zondag 19 februari 2012

Augustinus

Geduld is de metgezel van wijsheid. 
De Tiber met op de achtergrond de Sint Pieter.
Foto door mij gemaakt in Rome in 2009
(Sint Augustinus (354-430, kerkleraar, theoloog, filosoof,

zaterdag 18 februari 2012

Bloemen

Even een bloemetje om het een beetje gezellig te maken en mezelf een beetje op te vrolijken. Deze roze en witte tulpen zorgen alvast voor een beetje lente in huis.

vrijdag 17 februari 2012

The killing

Ja, ik ben overstag! Ik ben verslaafd aan de serie ‘The killing’ en dan heb ik het natuurlijk over het Deense origineel ‘Forbrydelsen (de misdaad) en niet de Amerikaanse remake. (Van sommige dingen moeten die Amerikanen eens afblijven.)
Het is november in Kopenhagen en de 19 jarige Nanna Birk Larsen word vermoord. Inspecteur Sarah Lund staat op het punt om met haar vriend en zoon te verhuizen naar Zweden, maar op haar laatste werkdag begint ze nog samen met haar opvolger Jan Meyer aan het onderzoek naar deze zaak.
De auto waarin Nanna  wordt gevonden blijkt te zijn gebruikt in de campagne van de kandidaat voor de burgemeestersverkiezingen Troels Hartmann en hoewel de chauffeur er niets mee te maken blijkt te hebben, blijven Hartmann en zijn team toch op allerlei manieren bij de zaak betrokken. De commissaris vraagt Sarah of zij kan blijven tot het onderzoek is afgerond en dan kan het echte politiewerk beginnen.
De serie heeft 20 afleveringen, één voor elk van de dagen in het onderzoek. Je volgt het onderzoek van de politie dat steeds verder komt, maar ook de politieke verwikkelingen in het raadshuis en de familie van Nanna die probeert om deze tragedie te boven te komen. Het verhaal wordt steeds ingewikkelder naarmate de zaak vordert. Iedereen heeft geheimen, en allerlei mensen lijken allerlei banden met elkaar te hebben die eerst niet duidelijk waren. Op een gegeven moment verdenk je werkelijk iedereen. En hoe het werkelijk zit, wordt pas op het laatst duidelijk.
Het is een geweldige serie, waar ik ontzettend enthousiast over ben. De onheilspellende sfeer is prachtig neergezet, en de beelden van Kopenhagen in november dragen daar aan bij. De mensen zijn levensecht, zowel in hun uiterlijk als in hun manier van doen. (geen Amerikaanse gladheid, gelukkig) Sarah Lund is een perfecte hoofdpersoon, ze is intelligent en een uitstekende inspecteur. Ze zegt niet veel, maar denkt des te meer na.
Een laatste woord moet gesproken worden over de onverwachte ster van deze serie; de gebreide trui van Sarah Lund. Waarschijnlijk had niemand in de serie verwacht dat deze truien, met patronen van de Faroereilanden, zo populair zouden zijn en zelfs een begrip zouden worden. De Sarah Lund-trui heeft zelfs een eigen website. (je kunt de trui kopen voor 280 pond, of zelf breien)
Seizoen twee ligt hier thuis klaar om bekeken te worden en het schijnt dat in Denemarken seizoen 3 gemaakt wordt. Iets om naar uit te kijken.

Voor de liefhebber:  http://www.sarahlundsweater.com/

donderdag 16 februari 2012

Het huis van zijde, Anthony Horowitz

Wat Sherlock Holmes betreft ben ik nogal kieskeurig. Ik houd erg van de schepping van Sir Arthur Conan Doyle en wat mij betreft mogen ze er dan ook niet teveel mee uithalen. De twee films die zijn gemaakt met Robert Downey jr. als Sherlock mogen van mij op de Index van Verboden Films, wat een verschrikking.

 Voor mij is Jeremy Brett nog altijd de beste vertolker van Sherlock Holmes! De nieuwe BBC serie mag ik trouwens wel graag zien, de ‘vertaling’ die ze hebben gemaakt om het in 2012 te laten spelen vind ik erg goed gedaan.
De erfgenamen van Arthur Conan Doyle hebben nu voor het eerst een schrijver toestemming gegeven om Sherlock Holmes en John Watson te gebruiken in een nieuw verhaal. Deze eer viel aan Anthony Horowitz, die al verschillende boeken en scrips op zijn naam heeft staan. Het resultaat is ‘Het huis van zijde’.

Het is november 1890 en Watson logeert bij Holmes, als zij bezoek krijgen van meneer Carstairs die vertelt dat hij wordt gevolgd door een man met een platte pet. Het schijnt dat dit te maken heeft met een kunstroof in de Verenigde Staten, uitgevoerd door de van oorsprong Ierse ‘Platte pettenbende’. Wie is de man die Carstairs volgt, wat heeft de inbraak ermee te maken en wordt de zuster van Carstairs inderdaad vergiftigd door mevrouw Carstairs?

Holmes laat de Hulptroepen van Baker Street opdraven om de man met de platte pet te volgen, maar als vervolgens zowel de man vermoord wordt als één van de hulptroepen, neemt het onderzoek een heel andere wending. Het lijkt allemaal samen te hangen met het geheimzinnige ‘Huis van Zijde’, maar Sherlock krijgt de waarschuwing dat hij zich daar niet mee moet bemoeien. Natuurlijk zet hij toch door, en dan blijkt dat zijn tegenstanders heel ver willen gaan om te voorkomen dat Holmes en Watson achter de waarheid komen.

Een paar minpuntjes, natuurlijk. Sherlock Holmes haalt het truckje uit dat hij met een opmerking aansluit bij de gedachten van Watson. Watson is verbijsterd en Holmes legt uit hoe dit heet en hoe dit werkt. Dit hoeft Holmes echter niet te doen, in een van de eerste verhalen waarin Sherlock en Watson elkaar tegenkomen heeft Watson dit truckje al eens meegemaakt, er is geen enkele reden voor hem om daar nu zo verbaasd over te zijn.

Tweede minpunt was het vrij zwakke plot. Ik wist al op pagina 46 de identiteit van een van de belangrijke spelers en wat het Huis van Zijde precies inhield was me ook al duidelijk na de dood van Ross.

Echter een duidelijk pluspunt is de goede schrijfstijl van Horowitz, hij weet precies de toon te treffen, en de manier van schrijven zodat het een echte Sherlock Holmes geweest zou kunnen zijn.

Een goed geschreven boek, met een fijne schrijfstijl. Heerlijk om te lezen op een regenachtige middag, met een kopje thee erbij.

maandag 13 februari 2012

De onzichtbaren, Stef Penney

Raymond Lovell is privédetective en op een middag als de zaken slecht gaan komt er een man binnen die Raymond herkent als een zigeuner. Deze man wil dat Ray zijn dochter vindt, Rose, die zes jaar geleden in een oude zigeunerfamilie trouwde en nu spoorloos verdwenen is.
De enige reden dat deze man bij Ray komt is dat Ray’s vader een zigeuner was. Een zigeuner die weliswaar in een huis is gaan wonen, maar toch van het oude bloed was. Dat is ook de reden dat Ray door de verschillende betrokkenen wordt ontvangen en dat ze met hem willen praten en de reden dat Ray een heleboel dingen die hij ziet of die hem niet uitgelegd worden toch begrijpt. 
Rose Woods is zeven jaar geleden met Ivo Janko, maar zes jaar geleden is ze verdwenen. Haar man en zijn familie zweren dat ze gewoon is weggelopen, maar niemand heeft ooit nog iets van haar gehoord.
Ray komt erachter dat de familie Janko erg op zichzelf is en dat er een aantal rare zaakjes aan de hand zijn. Welke vloek treft de jongens in de familie en hoe kan het dat Ivo hier ooit van is genezen? Hoe is Ivo’s zus Christina verongelukt en welke rol speelde oom Tene? Welke band hebben Ivo en zijn nicht Sandra en waar wil Sandra’s zoon JJ achter komen?

Stef Penney is een schrijfster uit Edinburg. Van haar vorige boek ‘De tederheid van wolven’ dat zich afspeelde in Canada, heb ik genoten. ‘De onzichtbaren’ is weer  anders van sfeer en opzet en geeft een inkijkje in de gesloten wereld van de zigeuners. Het is daarbij ook nog een heel spannend boek. Knap is hoe herkenbaar en duidelijk Stef Penney de gedachten en ideeën van de twee vertellers, Ray en JJ, kan maken. Haar schrijfstijl klopt gewoon.

zondag 12 februari 2012

Dalai Lama


Als je wilt dat anderen gelukkig zijn, heb mededogen. Als je zelf gelukkig wilt zijn, heb mededogen.
Dalai Lama (1935-nu)

 
 
 

vrijdag 10 februari 2012

Skippy tussen de sterren, Paul Murray

Daniel ‘Skippy’ Juster is veertien en zit op Seabrook college in Dublin. In het eerste hoofdstuk gebeurt er al iets verschrikkelijks, Skippy stort in midden op de vloer van de donutwinkel. Hij weet nog net met de frambozenvulling de naam van het meisje op wie hij verliefd is te schrijven, maar dan overlijdt hij. Zijn vrienden en de leraren op school vragen zich af wat er is gebeurd en hoe het zover heeft kunnen komen.
Daniel was een jongen die de leiding was opgevallen, omdat ze merkten dat er iets met hem aan de hand was, maar ze wisten niet wat. En eerlijk gezegd probeert ook niemand er echt achter te komen wat er precies mis is, want iedereen heeft het te druk met zichzelf.

Seabrook college is voor een deel een kostschool, van oudsher geleid door de paters, maar sinds de rector ziek is wordt de leiding langzaam overgenomen door Greg Costigan. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de school en van de orde dat een leek de leiding neemt, maar het is niet de enige verandering. Greg Costigan heeft grootste plannen met de school en hij wil niet dat daar iets of iemand tussenkomt, zeker geen verwarde puber.
Skippy’s geschiedenisleraar, Howard, is niet tevreden met zijn relatie en wordt verliefd op de invaldocente voor aardrijkskunde. Zij beschouwt het lesgeven op Seabrook en alles dat daarbij hoort als een leuk tussendoortje, voor het echte leven weer begint en neemt Howard niet serieus. Ondertussen raakt Howard wel steeds meer geobsedeerd door de Eerste Wereldoorlog en de rol die de Ierse soldaten hebben gespeeld. Hij gaat er zelfs zo in op dat hij het gewone lesplan opzij schuift, iets dat Costigan niet kan waarderen.

De paters maken zich zorgen over de veranderingen op school en in hun orde. Zijn ze overbodig geworden en is er nog bestaansgrond voor hen?

Skippy’s vrienden wisten ook niet wat er met Skippy aan de hand was. Ruprecht is vooral bezig met proberen de snaartheorie te bewijzen, en denkt even dat hem dat lukt als een door hem gebouwde machine een speelgoedrobot weet te doen verdwijnen naar een andere dimensie. Of dat denkt hij. Ondertussen is Mario vooral geobsedeerd door seks en gelooft Dennis helemaal nergens in.

De jongens wisten allemaal dat Skippy verliefd was op Lori, maar ze wisten ook dat het weinig zin had. Lori was het vriendinnetje van Carl, een psychopaat en crimineel in de dop, die probeert om een handel in dieetpillen op te zetten. Daar had Skippy dus al problemen genoeg mee. Maar niemand wist van de situatie met zijn moeder, of waarom hij uit de zwemploeg wilde stappen.

De situatie van Skippy, oneerlijk en onrechtvaardig, breekt je hart, zeker als je er langzamerhand achter komt dat het nog erger is dan we al dachten en dat er iets met Skippy is gebeurd dat met geen enkel kind zou mogen gebeuren. Het ergste is dat er uiteindelijk niemand voor boet, niemand doet zijn mond open en de dader wordt gewoon weggepromoveerd.

De rector vindt dat het maar zo snel mogelijk vergeten moet worden, want niets mag een succesvolle school in de weg staan. De geschiedenisleraar houdt zijn mond, een van de paters die er niets mee te maken heeft, wordt door iedereen verdacht en dat komt de school ook wel goed uit. Op die manier kan het allemaal zo snel mogelijk onder het tapijt geschoven en vergeten worden.

Paul Murray heeft de Ierse gift van het vertellen, en dan krijg je dus een boek van meer dan 650 pagina’s dat geen moment verveelt. Hij weet heel goed de verschillende personages te beschrijven, zodat je je echt in kunt leven. Heel knap is hoe hij de wilde theorieën die jongens van veertien kunnen verzinnen weet over te brengen en vooral de moeilijkheden die volwassen en jongeren ondervinden als ze met elkaar iets duidelijk willen maken, maar eigenlijk gewoon langs elkaar praten. Sommige stukken zijn hilarisch zoals het compleet fout gelopen schoolfeest, sommige stukken zijn triest, en sommige stukken schrijnend. Maar het is altijd boeiend.

woensdag 8 februari 2012

Weg van de Hoop

Diep in ons zelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is,
is er hoop.
 
Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.
 
Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.
 
Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin de overtuiging
dat iets goed zal afopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
afgezien van de afloop,
het resultaat.
 
Vaclav Havel (1936-2011)
Met dank aan Ellen

maandag 6 februari 2012

De helden van New York, R.J. Ellory

De nieuwste van R.J. Ellory is vorige week uitgekomen en hij heeft het opnieuw gepresteerd om een boek te schrijven dat je in één ruk uitleest.
In ‘De helden van New York’ gaat het om rechercheur Frank Parrish. Hij is gescheiden, drinkt teveel en loopt constant tegen het systeem aan. Zijn vorige partner is tijdens het werk overleden en gedurende het onderzoek is Frank zijn rijbewijs en een deel van zijn salaris kwijt en moet hij elke dag met een psycholoog praten.

Frank vertelt de psychologe over zijn vader, één van de ‘helden van New York’ lid van een speciale eenheid die de maffia bestreed. Echter, de zaak zit anders en het beeld dat iedereen van Frank’s vader heeft klopt niet. Zijn vader was corrupt en nam juist smeergeld aan van de maffia. Frank probeert in alles wat hij doet niet op zijn vader te lijken.
Danny Lange, een junk wordt vermoord aangetroffen en Frank vindt in Danny’s flat  Danny’s zusje, zij is ook vermoord. Als snel ziet Frank de overeenkomsten met andere meisjes die vermoord zijn. Jonge meisjes die opeens kleding, make-up en een haarstijl hebben die niet bij hun leeftijd past en die ze eerst niet hadden.

Samen met zijn nieuwe partner bijt Frank zich vast in het onderzoek. Het blijkt dat de meisjes verkracht en vermoord zijn in pornofilms. Frank komt erachter dat alle meisjes een connectie hadden met Jeugdzorg of Adoptiezaken en hij richt zijn aandacht daarop. Als snel hebben ze  een verdachte en hoewel er in de eerste instantie weinig te merken is en ze niets kunnen vinden, vertelt Frank’s intuïtie hem dat deze man schuldig is. Hij wil per se voorkomen dat er nog een meisje slachtoffer wordt van deze vent en zet alles op alles om hem tegen te houden, zelfs ten koste van zichzelf. 

Tegelijkertijd hoort Frank dat zijn vader misschien toch niet zo slecht is geweest als hij altijd heeft gedacht en dat hij en zijn vader misschien meer gemeen hebben dan hij altijd heeft willen toegeven; ze deden beide verkeerde dingen om goede redenen.

R.J. Ellory heeft in al zijn vorige boeken bewezen dat hij kan schrijven en dat laat hij opnieuw zien. Het onderwerp van moord en verkrachting is niet erg prettig, en ik vind het fijn dat R.J. Ellory zich niet in allerlei details en gruwelijkheden verliest. De gruwelijkheden worden aangeduid en je begrijpt zelf wel hoe de zaak in elkaar zit. Daarin onderscheidt Ellory zich op positieve wijze van sommige van zijn collega’s die bijna op elke bladzijde bloederige en sadistische details menen te moeten vertellen.

Frank Parrish is geen gemakkelijke man, maar je leeft met hem mee en gaat hem wel steeds sympathieker vinden. Je ziet ook steeds meer dat hij een goede politieman en een goed mens is. Je zit in spanning als hij achter de bewijzen aangaat en je slaakt een zucht van opluchting als het eindelijk toch goed komt. En je begrijpt dat inderdaad de ‘helden van New York’ politieagenten zoals Frank Parrish zijn.

zondag 5 februari 2012

Stilte

Wees nooit bang om het stil te laten worden in uzelf.

Raam in Rome, foto door mij gemaakt in 2009
(Marcellin Theeuwes, prior van kartuizers van La Grande Chartreuse, in 'De reis van je hoofd naar je hart' Leo Fijen.

zaterdag 4 februari 2012

IJs en sneeuw

Gistermiddag begon het te sneeuwen en de kinderen werden steeds enthousiaster, maar ik werd steeds zenuwachtiger. Ik werk in Amsterdam, maar ik woon in Almere en ik weet hoe lastig een paar sneeuwvlokken het kunnen maken om naar huis te komen. Ik heb nog trauma's van vorig jaar toen ik er de dag voor de kerstvakantie bijna 8 uur over heb gedaan om thuis te komen.

Gisteren zag het er eerst nog redelijk goed uit, volgens de site van de NS reden de treinen volgens een aangepaste dienstregeling. Ik was optimistisch gestemd, misschien was de NS inderdaad nu eindelijk eens 'winterklaar'. Het zou verdorie eens tijd worden.

Helaas, ik had te vroeg gejuichd, even later bleek dat er bij Weesp een wisselstoring was en er reden geen treinen meer richting Almere. Tsja, het zal ook niet.

Toen kwam er ook nog een leerling met de opwekkende mededeling dat er helemaal geen openbaar vervoer meer reed en mijn lichte hoop verdween als, jawel, sneeuw voor de zon.

Gelukkig bleek uiteindelijk die mededeling overdreven. Het OV in Amsterdam reed wel, langzaam weliswaar, maar het reed. Complimenten trouwens voor de buschauffeur die ik had, wat reed die meneer goed en veilig!

Op het Amstelstation wachtte ik op de bus die me naar huis zou kunnen brengen. Het vervelendste is dat je in de tijd die je staat te wachten helemaal niets weet. Er staat niemand die je goede informatie kan geven over wat nu de beste manier is om thuis te komen. Op een bus wachten waarvan je niet weet of die wel komt, of naar het Centraal proberen te komen om te zien of daar treinen rijden. Maar aangezien ik van mijn medepassagiers begreep dat er echt helemaal geen treinen reden, sommige mensen stonden al drie uur op een trein te wachten, leek de bus toch de veiligste optie.

En eerlijk is eerlijk, ik heb niet zo heel lang gewacht, na ongeveer 20 minuten kwam de bus, en hoewel ik het hele eind heb moeten staan, was ik toch op redelijke tijd thuis.
Ik zag tijdens de busrit de snelweg aardig vol staan en thuis begreep ik dat er meer dan 800 m file stond en dat er rond Utrecht en Amsterdam de hele middag al geen treinen meer reden.

Mijn grote vraag is dan ook, hoe komt het toch dat elke keer dat er hier in Nederland een sneeuwbui valt meteen het hele land volkomen ontregeld is? Gisteren riep ik al uit dat ik naar Rusland ging verhuizen, daar gaat alles gewoon door al ligt er veel meer sneeuw dan hier. Ik vrees echter dat elke keer dat er hier weer sneeuw komt, de NS alle beloftes weer breekt en alle snelwegen weer vol staan. Sneeuw kan best mooi zijn, maar ik vind het een ramp als je nog naar huis moet!

vrijdag 3 februari 2012

Opnieuw twee Italiaanse kookboeken

Zoals ik al eens heb gezegd kun je nooit genoeg Italiaanse kookboeken hebben, en deze twee voegen zeker iets toe.
La vita è Bella van Jolande Burg, is een vegetarisch Italiaans kookboek. De uitvoering van dit gebonden boek is mooi, alsof je een oud leren notitieboek in handen hebt, waarin de recepten geschreven staan en de foto’s soms met een plakbandje vastzitten. Jolande Burg geeft eerst basissrecepten voor bijvoorbeeld pasta en daarna komen recepten voor voorgerechten, soepen, salades, hoofdgerechten etc. Er zitten heerlijke recepten bij (ik heb er al een paar uitgeprobeerd)  en bij elk recept staat ook een wijnadvies. Prachtige foto’s maken het geheel af. Achterin staat een register voor de recepten en de wijnen, zodat je alles gemakkelijk terug kunt vinden.

Ciao bella, de smaak van Venetië van Tessa Kiros is zoals de titel al verraadt gericht op typisch Venetiaanse recepten en ingrediënten. Dit boek is niet gebonden, maar de uitvoering is wel schitterend, met prachtige foto’s van Venetië. Ik had dit boek al in huis voor ik ooit in Venetië was geweest, maar nu geniet ik er nog meer van, omdat ik de sfeer van Venetië er zo in terug vind. Bij elk recept staat ook uitleg waar het recept vandaan komt of een anekdote. Een heerlijk boek dat je ook zo doorleest, zeker als je Venetië kent.

woensdag 1 februari 2012

De Travelling Wilburys

De ‘Travelling Wilburys’ is een band gevormd door een groep broers (de Wilburys) die rondtrekken en muziek maken, of toch niet? Als je de cd bestudeert zou je dat kunnen denken, maar we weten wel beter.
De Travelling Wilburys is een gelegenheidsband opgericht toen George Harrison een paar vrienden uitnodigde om mee te zingen bij een nummer dat op de b-kant van zijn album moest komen. Al snel kwamen ze erachter dat het nummer te goed was om alleen als b-kant te dienen. Ze besloten het als hit uit te brengen, en voor die gelegenheid werd een band opgericht. George Harrison, Tom Petty, Roy Orbison, Bob Dylan en Jeff Lynn vormden deze band die zich de ‘Travelling Wilburys’ noemde. Het eerste nummer was ‘Handle me with care’, dat een enorme hit werd in 1988. Er volgden nog een aantal hits, maar helaas overleed Roy Orbison  onverwacht aan een hartaanval. (in de clip van ‘The end of the line’, het laatste nummer waar hij nog aan meegezongen heeft, wordt bij zijn gedeelte zijn foto getoond en zijn gitaar die in een schommelstoel tussen de andere bandleden staat.)
Er is nog een tweede cd uitgekomen, Travelling Wilburys deel 3. Naar verluidt was deze titel een geintje van George Harrison die het wel leuk vond om mensen in de war te maken.
Op deze twee cd’s staan heerlijke nummers, waar het karakteristieke stemgeluid van Tom Petty of Roy Orbison meteen herkenbaar is. De muziek is een mix van jaren 50 muziek, rock, met Bluegrass en country invloeden en af en toe een stukje Beatles. Je merkt dat dit goede vrienden zijn, de muziek is geweldig en je hoort gewoon dat ze dit met enorm veel plezier gemaakt hebben.
De twee cd’s van de Travelling Wilburys is één van de beste aankopen die ik laatst heb gedaan.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...