De Godsformule, José Roderigues dos Santos

In ‘De Godsformule’ is de hoofdpersoon historicus en cryptoanalyst Tomás Noronha. Hij is in Cairo voor een conferentie en wordt aangesproken door een mooie vrouw. Zij neemt hem mee uit eten en legt uit dat zij Ariana heet, uit Iran komt en dat de Iraanse regering graag de hulp van Tomás zou willen bij het ontcijferen van een manuscript van Einstein. Tomás gaat meteen akkoord en spreekt af dat hij naar Teheran zal komen. 

Voor hij afreist neemt echter de CIA contact met hem op, zij zijn ook geïnteresseerd in het manuscript omdat het zou gaan over het maken van een kernbom. De CIA wil ervoor zorgen dat Iran het manuscript daarvoor niet kan gebruiken.
Tomás gaat naar Teheran en mag het manuscript alleen even zien, voor hij alleen de twee regels krijgt waar het om gaat. Ondanks al zijn protesten dat hij het hele document nodig heeft, weigert de regering het hem te geven. Hij moet het redden met de regels die hij heeft en de assistentie van Ariana.
De CIA besluit om het manuscript te stelen en Tomás wordt gedwongen mee te doen. De inbraak loopt volkomen fout en Tomás wordt gevangen genomen. Dankzij Ariana kan hij ontsnappen tijdens een transport naar een andere gevangenis.
Terug in Portugal blijkt dat de CIA hem niet met rust laat en hij door moet gaan met het ontcijferen van de code. Tomás komt op het spoor van een ontvoerde natuurkundige, een collega van zijn vader. Hij reist naar Tibet op grond van een aanwijzing en daar komt de Iraanse geheime dienst weer achter hem aan. Ondertussen begrijpt Tomás steeds beter wat er in het manuscript van Einstein staat. Het is niet hoe je gemakkelijk een kernbom kunt maken, maar een formule waarmee je het bestaan van God kunt bewijzen.

En dat laatste wordt overtuigend gebracht. Tijdens zijn zoektocht naar de ontcijfering van het manuscript komt Tomás in contact met allerlei mensen die hem iets uitleggen over de natuurkundige principes van het heelal en de aarde. Ten eerste blijkt dat er  voor het ontstaan van intelligent leven zo’n hoop toevalligheden zijn samengekomen dat het bijna onmogelijk is. Zoals iemand in het boek het uitlegt; ‘het is net alsof je een wereldreis maakt en in elk land waar je komt een lot koopt. Als je thuis komt blijkt dat je in elk land de hoofdprijs gewonnen hebt’.

Ten tweede blijkt dat alle grote religies in hun scheppingsverhalen heel dicht bij de waarheid komen zoals steeds duidelijk wordt in de natuurkundige ideeën over de wereld. De Big Bang, het begin van het universum worden al beschreven met het ‘Er zij licht’ in Genesis en de Dans van Shiva in het Hindoeïsme.

Ik vind het knap hoe Jose Roderigues dos Santos deze ideeën begrijpelijk weet te maken. Zelfs een complete analfabeet op het gebied van natuurkunde zoals ik, kon de theorieën in dit boek redelijk volgen. Ik vond het interessant om te lezen hoe de ideeën van de beroemde wetenschappers steeds verder komen en hoe uiteindelijk er helemaal niet zo’n discrepantie tussen religie en wetenschap hoeft te zijn als sommige mensen denken.
Het college dat Tomás volgt bij de natuurkunde professor in Portugal is ongelofelijk pakkend en ook het hoofdstuk in Tibet, met het gesprek met de monnik Tenzing levert heel wat wijsheid op.

Dit gedeelte van het boek was dik in orde. Maar dan het andere gedeelte. Op de kaft staat dat het een literaire thriller is en het boek kreeg vier sterren van Crimezone, maar dat vind ik veel te veel eer. Als thriller stelt het namelijk niet veel voor.
Tomás is als hoofdpersoon namelijk een ontzettend domme en naïeve man, waar ik weinig sympathie voor kon opbrengen. Een onbekende Iraanse vraagt of je even mee wilt komen naar Iran om voor de regering daar een document van Einstein te ontcijferen, hoe dom moet je zijn om dan zonder vragen te stellen ja te zeggen?

Dezelfde domheid spreidt Tomás ten toon in zijn contacten met de CIA (is er trouwens geen wet die mensen verbied om met de geheime dienst van een ander land samen te werken? Volgens mij zou je dat landverraad kunnen noemen) of de Iraanse geheime dienst. Hij wordt betrapt bij een inbraak in het ministerie, ontsnapt uit de gevangenis en denkt dan dat ze hem niet meer achterna zullen komen.

Ook in het ontcijferen van de code schiet het niet echt op met Tomás. Het eerste stuk van de codering kan ontcijferd worden omdat het een anagram is, maar het andere stuk kost meer moeite, tot Tomás eindelijk bedenkt dat dit ook wel eens een anagram kan zijn en dan krijgt hij inderdaad de oplossing. Ik betrapte mezelf erop dat ik hardop begon te roepen ‘probeer eens een anagram, idioot!’. En als ik hardop tegen een boek begin te schreeuwen is dat meestal geen goed teken.

Tsja. De romance met Ariana is tenenkrommend vervelend en slecht beschreven, de liefdesscene was niet poëtisch, maar lachwekkend.

En de schrijfstijl is ook niet echt denderend. Hoe breng je namelijk grote hoeveelheden filosofische, natuurkundige, wetenschappelijk en religieuze vraagstukken begrijpelijk aan de lezer over? Je moet het uitleggen. Dos Santos heeft ervoor gekozen om verschillende mensen een soort monoloog te laten houden, waarbij Tomás dan steeds ertussen door vraagt ‘Maar wat is dat dan?’, en ‘Hoe zit dat dan?’ waarna de uitleg weer drie bladzijdes verder kan gaan.

Het is een vreemd boek, waarvan ik moet bekennen dat ik niet precies weet wat ik ervan moet denken. Als filosofisch of theologisch werk is het absoluut interessant en brengt het nieuwe ideeën waarvan ik echt tegen mezelf zei; ‘gut, zit dat zo? Wat leuk/interessant/geweldig om te weten’. Als inleiding in de natuurkunde is het ook geslaagd, maar ik wilde dat Jose Roderigues dos Santos het niet als thriller had geschreven, want dat is in mijn ogen niet gelukt.

Reacties