vrijdag 14 december 2018

Galleria Doria Pamphilj

Het mooie binnentuintje van Palazzo Doria-Pamphilj
De meeste toeristen in Rome komen op de gebruikelijke plekken, je ziet hordes bij het Colosseum, bij de Spaanse trappen en bij de Vaticaanse musea. Die plekken zijn dan ook heel erg druk en de wachttijden zijn vaak lang.

Gelukkig heeft Rome meer dan genoeg plekjes waar de meeste toeristen nog niet komen en waar je nog relatief ongestoord rond kunt lopen. Eén van die plekken is de Galleria Doria Pamphilj.

Dit grote stadspaleis is te vinden aan de Via del Corso en deze plek is al sinds de 16e eeuw in handen van de familie. Het huidige palazzo is gebouwd in de 17e eeuw. Er zijn trouwens nog meer grote palazzo's die van deze familie waren, maar dit zijn nu regeringsgebouwen, of ambassades zoals het palazzo aan het Piazza Navona, dat nu de Braziliaanse ambassade is.

De familie Doria komt al sinds de 12e eeuw in de annalen van de Italiaanse geschiedenis voor en ook de Pamphilj familie is van gelijke oude en eerbiedwaardige komaf. In de 17e eeuw werd er een huwelijk gesloten tussen de families Doria en Pamphilj en vanaf dat moment had het palazzo aan de Via del Corso in Rome zijn dubbele naam.

De familie Doria-Pamphilj heeft pausen en kardinalen geleverd, maar stond ook bekend als kunstverzamelaars. En het is deze kunstverzameling die je kunt bezichtigen. Niet het hele paleis is open voor bezoek, want de laatste nazaten van de familie wonen nog altijd in de privé appartementen. Het is daarmee waarschijnlijk het laatste grote palazzo dat nog in particuliere handen is, en wel in de originele handen van de familie zelf.

Je ziet in deze galleria de mooie zalen waar de schilderijen hangen, maar ook de balzaal die in de 19e eeuw werd ontworpen voor de 18e verjaardag van één van de dochters. Je loopt door de gemeubileerde zalen en kamers alsof de familie er elk moment ook nog even doorheen kan lopen en je krijgt zo een idee hoe een adellijke familie van het kaliber van de Doria-Pamphilj in Rome in de afgelopen eeuwen heeft gewoond en geleefd.
De prive kapel
Ik ben geen grote fan van audiotours, maar in dit geval is die geweldig. Er is weinig informatie in de kamers zelf te vinden, maar de laatste nazaat van de familie heeft de audiotour ingesproken, wat heel veel mooie en bijzondere achtergrondinformatie oplevert. De muziek die is gebruikt, is schitterend.

Bijzonder in de collectie zijn ten eerste de drie werken van Caravaggio die hier hangen (meer info hier), maar ook het portret van paus Innocentius X door Velázquez hangt hier. Paus Innocentius was tenslotte een Pamphilj!

Er hangen nog meer schitterende schilderijen en er zijn ook klassieke beelden te vinden in de collectie. Tijdens een grote sneeuwval een paar jaar geleden is het dak van een van de zalen ingestort, waardoor er veel beschadigd is. Maar met zorgvuldig restaureren is hier bijna niets meer van te zien.
Dit beeld is tijdens de sneeuwval in 25 stukken gebroken,
maar hier is bijna niets meer van te zien. 
Er worden soms concerten in het Palazzo gehouden, waarbij een van de bijzonderheden is dat één van de werken die wordt opgevoerd, staat afgebeeld op een schilderij van Caravaggio.

De galleria Doria-Pamphilj is zeer de moeite waard en ik kan eerlijk zeggen dat dit één van mijn favoriete musea in Rome is.

Via del Corso 305, entree 12 euro (zomer 2018)

maandag 10 december 2018

After the party, Cressida Connolly

Phyllis komt na enkele jaren in Zuid Amerika te hebben gewoond terug naar Engeland met haar echtgenoot Hugh en hun drie kinderen. Ze heeft haar twee zussen vreselijk gemist en is dan ook blij als ze bij Patricia mogen logeren totdat ze een eigen huis hebben. 

Bovendien heeft andere zus Nina de perfecte oplossing voor de lange zomer en hoe je dan je kinderen moet bezighouden, zij is betrokken bij de organisatie van zomerkampen langs de zuid-kust en Phyllis en de kinderen kunnen hierbij aansluiten.

Er wordt veel georganiseerd voor jong en oud, er is plek voor sport en spel, maar er worden ook cursussen gegeven en er zijn politieke bijeenkomsten. Dit zijn namelijk niet zomaar zomerkampen, ze worden georganiseerd door de BUF, de Britse Unie van Fascisten. 

Nina en haar man Eric zijn zeer betrokken bij de Partij en Patricia en haar man Greville kennen Oswald Mosley persoonlijk.

Al snel raken Phyllis en Hugh ook onder de indruk van de BUF en de charismatische leider Sir Oswald. Hugh die moeite had om weer een zinnige tijdsbesteding te vinden, heeft weer een doel als hij als spreker kan aansluiten bij de Partij en ook Phyllis merkt hoe fijn het is om nuttig bezig te zijn.  

Ze zien zichzelf als echte patriotten en Sir Oswald Mosley als de grote Leider, die het beste voor heeft met Engeland en ervoor zal zorgen dat Engeland niet meegesleurd wordt in een oorlog tegen Duitsland.

Als de oorlog echter uitbreekt, zit de regering niet te wachten op een vijfde kolonne van nazi-sympathisanten en Phyllis en Hugh komen voor een groot deel van de oorlog in de gevangenis. Als ze uit de gevangenis komen, is het nog maar de vraag of ze hun leven weer op kunnen pakken.

After the party geeft een prachtig tijdsbeeld en is bijzonder soepel en prettig geschreven. De hoofdstukken die zich afspelen in 1938-1943 worden afgewisseld met een interview met Phyllis in 1979, waarin ze terugkijkt op de gebeurtenissen. Het blijkt dat ze behoorlijk verbitterd en eenzaam is en met lede ogen aanziet hoe Engeland is veranderd. Niet gek als je bedenkt wat er in de familie is gebeurd, maar sympathieker wordt ze er niet op, terwijl ze dat in het begin zeker wel is.  

Heel knap wordt in die tussenliggende stukken namelijk duidelijk dat iemand als Phyllis die niet heel politiek onderlegd was, nooit afstand heeft genomen van haar overtuigingen en trouw blijft aan de Leider en de fascistische ideeën. Ze neemt het haar zussen kwalijk dat zij na de oorlog hun verleden vakkundig onder het tapijt wisten te schuiven, een luxe die Phyllis en Hugh niet hadden. 

Bovendien blijft ze volhouden dat Oswald Mosley het beste was wat Engeland had kunnen overkomen.
Natuurlijk moet ze toegeven dat de oorlog verschrikkelijk was en de beelden van de concentratiekampen ook, maar dat had nooit in Engeland kunnen gebeuren, dat had Oswald Mosley nooit toegestaan.

Phyllis staat hierin niet alleen, veel mensen die lid waren van de BUF waren ervan overtuigd dat zij de echte patriotten waren en gingen bijvoorbeeld volkomen voorbij aan het overduidelijke anti-semitische karakter van de BUF. Ze voelden zich tijdens de oorlog onbegrepen en miskend en vonden het oneerlijk dat zij gevangen waren gezet. Dat er voor de gevangen gezette Duitse en Joodse vluchtelingen wel steunbetuigingen kwamen, maar voor gevangen BUF-leden niet, was voor hun onbegrijpelijk.

Ik vond het fascinerend om te lezen hoe Phyllis langzaam veranderde en voor mij is dat de grote kracht van deze roman. Het is namelijk volkomen aannemelijk en begrijpelijk en de ontwikkeling past helemaal binnen de tijd, de gebeurtenissen en de persoon die Phyllis is.

Het is voor een schrijver soms te verleidelijk om moderne ideeën en handelingen te verwerken in een roman die zich in het verleden afspeelt. In dit geval weet Cressida Connolly volkomen binnen de tijd te blijven en maken haar personages op dit gebied geen enkele uitglijer, of het nu gaat om de BUF, de verhouding tussen de klassen of de manier waarop de upper-middle class leefde.

Kortom, After the party is een uitstekende historische roman die psychologisch klopt en gaat over een interessant stukje geschiedenis, met een hoofdpersoon waar je eerst sympathiek tegenover staat, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat je haar eigenlijk gewoon een rotwijf vindt, maar dat je haar ondanks dat ook begrijpt. 
En dat is goed gedaan.

Uitgegeven in 2018
Bladzijdes 261
(nog) geen Nederlandse vertaling beschikbaar

vrijdag 7 december 2018

Nog meer Anna Karenina (voor de liefhebbers)

Nu het project om Anna Karenina te lezen voorbij is, de duizend pagina's zijn gelezen en de blogposten zijn geschreven, is het mogelijk dat je nog altijd snakt naar meer Anna Karenina en meer Tolstoi. Voor die mensen heb ik nog een paar tips.

Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje, Hans Boland
Ten eerste is daar het boekje van Hans Boland, die de nieuwste vertaling van Anna Karenina heeft gemaakt. Ik zelf heb deze nieuwe vertaling gelezen en ben hier zeer enthousiast over. Het las bijzonder prettig en vloeiend en ondanks dat bleef het 19e eeuwse gevoel overeind.

In dit boek legt Hans Boland uit hoe hij tot zijn vertaling is gekomen, welke moeilijkheden hij tegen is gekomen en welke oplossingen hij heeft gezocht.
Hij maakt vergelijkingen tussen zijn eigen vertaling en die van zijn collega's Wils Huisman en Lourens Reedijk.

Hans Boland vond het vooral belangrijk om trouw te blijven aan de context, maar waar nodig voor Nederlandse lezers toevoegingen te geven en Nederlandse uitdrukkingen te gebruiken. Zo heeft hij ook de hoeveelheid Russische namen en bijnamen geschrapt, wat voor veel Nederlandse lezers prettig zal zijn.

Bijzonder interessant en heel fijne achtergrond voor iedereen die heeft genoten van Anna Karenina en een leuk inkijkje in de keuken van een vertaler.
(uitgeverij Pegasus, 2017, bladzijdes: 127)

Anna Karenina (1997)
Er zijn heel veel verfilmingen van dit mooie verhaal gemaakt, zo'n vijftien films en acht bewerkingen voor televisie, om van toneel en radio nog maar te zwijgen.
Ik ken de filmversie uit 1997, die ik regelmatig terug kijk. De film is opgenomen in Rusland, de eerste en enige verfilming die daar is gefilmd.

Hoofdrollen zijn voor Sophie Marceau als Anna en Sean Bean als Vronski. En ik kan er niets aan doen, als ik het boek lees, zie ik in gedachten deze mensen voor me. Sean Bean in 19e eeuw uniform is zeer overtuigend, en je begrijpt ook dat Anna in de gedaante van Sophie Marceau zoveel bewondering wekt.

Verder zijn er James Fox als Karenin die ervoor weet te zorgen dat je meer begrip voor de echtgenoot van Anna krijgt en en Alfred Molina als Ljovin die echt geweldig is.

Natuurlijk is de film veel en veel te kort om de 1000 pagina's goed recht te doen en het verhaal is daarom wel heel erg hap-snap geworden, wat het begrip (als je het boek verder niet kent) waarschijnlijk niet ten goede komt.

Dus er is zeker veel aan te merken op deze verfilming, maar slecht is het zeker niet (en tsja, Sean Bean!!.

The last station (2009)
In 1910 is Lev Tolstoi één van de meest bekende en geliefde schrijvers in Rusland. Hij heeft een grote schare volgelingen die zijn idealen van oprechtheid, puurheid en armoede in praktijk proberen te brengen, hoewel Tolstoi zelf de eerste is om toe te geven dat hij er zelf niet zo heel erg goed in slaagt.

Sofya is Tolstoi's vrouw en zij heeft hem altijd geholpen. Toen hij nog een beginnend schrijver was, was zij zijn secretaresse en zij heeft al zijn manuscripten uitgeschreven. Maar nu is ze op een zijspoor komen te staan. Er zijn mensen die Tolstoi willen overhalen om zijn testament te veranderen en de rechten van zijn romans over te dragen aan de staat, zodat het geld ten goede kan komen aan de mensheid. Sofya wil koste wat kost voorkomen dat zij en haar kinderen hun erfenis kwijtraken.

Dit zorgt voor veel spanningen en uiteindelijk neemt Lev Tolstoi het besluit zijn vrouw te verlaten. Hij vertrekt, maar zijn slechte gezondheid en hoge leeftijd blijken teveel voor hem, en op een stationnetje langs de reis moeten ze halt houden om Tolstoi te laten sterven.

Christopher Plummer is Tolstoi en Helen Mirren speelt Sofya en met twee van zulke acteurs kan het niet misgaan. James McAvoy is de secretaris die gestuurd wordt om Sofya te bespioneren, maar die probeert om de Tolstoiaanse idealen zo goed mogelijk in praktijk te brengen.

Een mooie film, die je een idee geeft van de laatste periode in het leven van de grote Russische schrijver.

dinsdag 4 december 2018

In memoriam: Silvia (2005-2018)

Innig tevreden op de leuning van de bank
In 2007 kwam Silvia in mijn leven, een klein katje dat ik samen met haar grote broer uit het asiel haalde om de leegheid in mijn huis te vullen nadat mijn eerste kat was overleden.

Corrado en Silvia hadden de eerste jaren van hun leven mishandeling en verwaarlozing moeten doorstaan, maar ik was vastbesloten om ze een goed thuis te geven.

Ze was geen gemakkelijk katje, ze bleef altijd een beetje op afstand en vond het vooral in het begin vreselijk om opgepakt te worden. Dan kreeg ik alle vier haar poten in mijn hals om zich maar af te kunnen zetten. Toch vond ze het heerlijk om geaaid te worden en ook borstelen mocht, maar niet te vaak.

Helemaal blij werd ze van de zon en de warmte. In de grootste zomerhitte lag Silvia te grillen op de tegels van het balkon en dan was haar vachtje bijna niet aan te raken, zo heet. Maar zij genoot.

Ze had een zwak achterlijfje (waarschijnlijk door mishandeling) en daar kwam ook nog eens artrose bij, springen begon een beetje moeilijk te worden af en toe. Vervelend was dat ze soms niet merkte dat ze moest plassen en dan net de kattenbak niet haalde. Ik heb meerdere malen de berging moeten soppen en het parket daar ziet er niet meer uit. Maar ze deed dat niet expres en dan kun je het een dier niet kwalijk nemen.
Lekker slapen op de bank
Toen Corrado drie jaar geleden overleed, miste ze hem enorm. Ze heeft het eerste half jaar elke nacht als een bontmuts om mijn hoofd op het hoofdkussen geslapen, om maar zo dicht mogelijk bij me te zijn.

Silvia had periodes waarin ze op een bepaalde plek lag, dan een aantal weken in het tijdschriftenmandje (waar ze niet meer in wilde nadat ik er een handdoek voor haar had ingelegd), daarna een aantal weken in het hangmandje, bij mij op de bank of juist weer op een eetkamerstoel.

Maar na de dood van Corrado lag ze elke avond bij mij op de bank. Silvia ontpopte zich tot een enorme knuffelkat die ook regelmatig op schoot wilde en lekker op de bank tegen mijn been aan wilde liggen. Niets leukers dan mijn hand vasthouden met alle vier de pootjes, zodat ik haar wel moest blijven aaien.

Silvia was een klein katje en is altijd klein geweest. Ze woog altijd zo rond de 2.5 kilo, het kon een onsje meer of minder zijn. Vaak dachten mensen dat ze nog een hele jonge kat was, maar ze was gewoon een klein beestje.
Door de gekke hoek (ze zat even op schoot), leken oortjes en oogjes nog groter!
Als een katje zo klein is, dan is het meteen te merken als er iets mis is. Ik had deze zomer het idee dat ze iets magerder werd, ze voelde ook magerder aan als ik haar aaide. Maar de jaarlijkse controle bij de dierenarts wees niets uit en ook het bloedonderzoek was uitstekend. We kwamen tot de conclusie dat ze gewoon een beetje een oude poes aan het worden was.

Sinds een week of drie at ze minder van haar harde brokjes, maar nog wel van het blikvoer en ik maakte me dan ook nog niet echt zorgen. Dat begon wel afgelopen zaterdag.
Ze lag nu achter de grote stoel bij de verwarming en kwam er bijna niet meer vandaan. Ze at nu bijna niets meer, liep gek en miauwde anders dan anders. Ook spon ze op een andere manier dan gebruikelijk.

Zondag kwam ze niet eens meer achter de stoel vandaan om te eten, hoewel ze nog een paar hapjes wilde toen ik het bakje echt naast haar neer zette. Ik begon me grote zorgen te maken en heb die avond een hele tijd met haar op schoot gezeten, ik wilde haar zo dicht mogelijk bij me hebben.
In betere tijden
Gisterochtend wilde ze helemaal niet meer eten en toen heb ik de dierenarts gebeld waar ik die middag terecht kon. Op het moment dat hij haar zag, zei hij al dat het er niet goed uit zag. En bij het onderzoek bleek dat ze een enorme tumor in haar buikje had. Operatie was niet meer mogelijk en ook niet meer wenselijk. De enige juiste beslissing was om haar te laten inslapen.

Silvia is in mijn armen ingeslapen en ik heb haar tot het einde toe geaaid en toegesproken en verteld dat ze zo'n mooie en lieve poes was.
Ze is elf jaar bij me geweest en ik heb ontzettend veel van haar gehouden en ik ga haar ontzettend missen.
Dank je wel, lieve Silvia, voor je gezelschap, je liefde en alles dat je me gegeven hebt.

maandag 3 december 2018

Van raven en wolven

In de afgelopen weken las ik veel non-fictie boeken en twee daarvan gingen over bijzondere dieren.

De ravenmeester, Christopher Skaife
In de Tower van Londen zijn altijd ten minste zes raven aanwezig, anders zal het koninkrijk vergaan. Raven zijn niet alleen de grootste, maar ook de intelligentste leden van de kraaienfamilie en voor hen zorgen is geen peuleschil. Christopher Skaife doet dit werk sinds 2010.

Hij was meer dan twintig jaar militair en solliciteerde daarna naar de positie van Yeoman Warder, de bijzondere garde die de Tower bewaakt. Langzamerhand werd hij assistent van de toenmalige ravenmeester en sinds acht jaar is hij nu de verantwoordelijke man voor het welzijn van de raven.

De raven hebben elk hun eigen persoonlijkheid, zijn zeer intelligent, maar hebben ook een enorme gebruiksaanwijzing. Zo lijden ze aan neofobie, dat betekent dat ze niet goed tegen veranderingen kunnen en enorm van slag raken als hun routine verstoord wordt, met alle gevolgen van dien.

Christopher Skaife is een no-nonsens man die met verve vertelt over de herkomst van de legende van de raven, de gewoontes van de dieren, de manier waarop hij voor ze zorgt, de streken die de raven uithalen en de weg die hijzelf heeft afgelegd.

De ravenmeester is een heerlijk boek vol wetenswaardigheden en geschreven door iemand die schrijft alsof hij met een pint naast je in de pub zit. Interessant voor iedereen die meer wil weten over de Tower en al haar tradities (al zijn sommige niet zo oud als je misschien zou denken), en deze ongelofelijk fascinerende vogels.

Originele titel: The ravenmaster. My life with the ravens at the Tower of London (2018)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Unieboek/Het spectrum
Nederlandse vertaling: Margreet de Boer
Bladzijdes: 194

De wijsheid van wolven, Elli H. Radinger
Elli Radinger was advocate, maar besloot dat ze haar leven niet wilde verspillen met echtscheidingen en dat soort rechtszaken. Ze ging stage lopen in Amerika om zich bezig te houden met wolven en heeft dat sinds die tijd gedaan. Ze werkte als onderzoekster onder andere in Yellowstone park, maar is ook in Europa een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van wolven.

Wolven zijn geweldige dieren, die vaak twee uiterste reacties oproepen: vrees of bewondering. In dit boek vertelt Elli Radinger over de observaties die ze heeft gemaakt en geeft ons op die manier een inkijkje in het leven van wilde wolven.

Er gaan namelijk veel verhalen rond over de manier waarop een wolvenfamilie gestructureerd zou zijn, maar die observaties zijn gebaseerd op wolven in gevangenschap en hebben weinig met de werkelijkheid te maken.

In het wild zijn wolven goede ouders, zijn sommigen uitstekende leiders, werken de wolven samen, spelen ze met elkaar en met hun jongen, zorgen ze voor de oudere wolven en kennen ze verdriet en vreugde, liefde en empathie.

Aan de andere kant is het niet de bedoeling om wolven te romantiseren; ja, het zijn jagers en ja, ze eten die herten op. En als roedels elkaars territorium bevechten, gaat het er niet zachtzinnig aan toe.
Er zijn weer wolven in Duitsland en de kans bestaat dat ze ook naar Nederland komen, wolven leggen namelijk enorme afstanden af als ze er zin in hebben.

Zijn ze echter een gevaar voor alle schapen die er rondlopen zoals sommige mensen menen? Dan blijkt dat als er goede maatregelen worden genomen, de wolven geen groot gevaar vormen voor de schapen. Maar dat vereist wel de bereidheid van overheid en boeren om bepaalde aanpassingen te doen. (en ze niet klakkeloos af te willen schieten).

Prachtig vond ik trouwens om te lezen over de samenwerking tussen raven en wolven in Yellowstone. De raven waarschuwen de wolven voor gevaar, de wolven helpen de raven om een prooi open te maken zodat ook de raven ervan kunnen eten. Een roedel kan een groepje 'huisraven' hebben, die dicht bij de roedel leven, spelen met de jonge wolfjes en soms zelfs de oudere wolven plagen.

Dit levert soms een soort vriendschappen op, zoals Elli Radinger observeerde toen ze een wolvin zag, die een dode raaf eerst lange tijd tussen haar voorpoten had, om de raaf daarna op een apart plekje te leggen voor de roedel wegging.

Prachtige observaties van wolven en wat wij van hun kunnen leren, zonder prekerig te worden of de ogen te sluiten voor de problemen waar we voor komen te staan als we met wolven samen moeten leven. Een realistische kijk op wolven, voor iedereen die graag iets meer over echte wolven wil weten.

Oorspronkelijke titel: Die Weisheit der Wulfe (2017)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij AW Bruna
Nederlandse vertaling: Davida van Dijke
Bladzijdes: 277

zondag 2 december 2018

Boekentip op zondag (13/18)

De herfst is alweer bijna voorbij en de winter komt eraan. De dagen zijn kort en de avonden lang en dan is het tijd voor goede boeken.
Ik las in de zomer al van de Franse schrijver Philippe Georget Summertime, all the cats are bored en in de herfst kon ik natuurlijk niet anders dan het vervolg lezen: Autumn, all the cats return.

Dit is het tweede deel in de serie over inspecteur Gilles Sebag in Perpignan. Een oude man wordt vermoord in zijn appartement en op de muur staan de letters OAS, daarmee een link makend naar het verleden.

Algerije werd door Frankrijk niet zozeer als kolonie beschouwd, maar als een Franse provincie. Toen Algerije in 1958 onafhankelijk wilde worden, ontstond er een gruwelijke burgeroorlog waarbij aan beide kanten vreselijke misdaden werden begaan.

Langzamerhand begon bij de Franse regering en president De Gaulle door te dringen dat onafhankelijkheid onafwendbaar was. Een groep binnen het leger beschouwde dit als verraad en richtte de OAS op, de Organisation Armée Secrète, de geheime legerorganisatie.

De OAS beschouwde het als hun plicht om Algerije voor Frankrijk te behouden en vooral voor de Franse inwoners die daar al generaties thuis waren. Zij schuwden er niet voor weg om ook aanslagen in Frankrijk te plegen en hebben zelfs meerdere malen geprobeerd president de Gaulle te vermoorden.

Het is deze geschiedenis die terug komt in dit boek. Was de oude man een lid van de OAS en is er wraak op hem genomen voor zijn misdaden? Is het een afleidingsmanoeuvre en spelen er juist heel andere motieven mee?

Als er nog een moord wordt gepleegd en een monument voor de pied-noirs (Frans Algerijnen) wordt vernield, is het duidelijk dat de wortels van de misdaad in het verleden liggen. Maar hoe kom je erachter wat er vroeger is gebeurd als dit niet bepaald zaken zijn die men aan de grote klok wil hangen? En hoe voorkom je dan de volgende moord? Het kost de politiemacht van Perpignan heel wat speur- en graafwerk, maar langzaam wordt duidelijk hoe de vork in de steel zit.

Opnieuw een goed boek over inspecteur Gilles Sebag en zijn collega's. Ik vond de zaak spannend en goed in elkaar zitten en heel knap hoe je medelijden voelt voor iemand die verschrikkelijke dingen heeft gedaan, maar op zijn manier wel een moreel kompas heeft.

De thuissituatie van Gilles begint nu vervelend te worden, je blijft niet een hele herfst doordenken of je vrouw nu een affaire heeft gehad of niet. Of je laat het rusten, óf je doet er wat aan. Dus ik hoop dat in deel drie (Wintercrimes, dat ik keurig in de Kerstvakantie zal lezen) hier een beetje voortgang in zit.

Maar verder, een heerlijk boek en gegarandeerd leesplezier voor de donkere herfstavonden en regenachtige weekenden.

Originele Franse titel: Les violents d'Automne (2012)
Geen Nederlandse vertaling van beschikbaar

PS: waarom zijn er soms voorkanten die helemaal niets met het verhaal te maken hebben? Daar begrijp ik niets van.

vrijdag 30 november 2018

Sainte Chapelle in Parijs

Relieken waren in de Middeleeuwen belangrijk, om velerlei redenen. Een klooster of een kerk wilde graag relieken omdat dit de pelgrims naar hen toe bracht, een vorst kon op deze manier laten zien hoe machtig hij was en hoe vroom. Voor een deel zal dit uit opportunisme zijn geweest, maar een groot deel hiervan was oprechte vroomheid. Men had geen reden om aan de kracht van relieken te twijfelen.

Relieken konden bestaan uit voorwerpen die heiligen hadden gebruikt, of uit onderdelen van de heiligen zelf. Er zijn natuurlijk gradaties in de belangrijkheid van relieken, en de allerbelangrijkste hadden te maken met Christus zelf.

De doornenkroon waarmee Christus vlak voor zijn kruisiging door de spottende soldaten wordt gekroond was en is één van de allerbelangrijkste relieken in het Christendom. In 1239 kocht koning Lodewijk IX van Frankrijk deze doornenkroon van Boudewijn van Namen, die op dat moment Latijns keizer was in één van de kruisvaardersstaten.

Lodewijk IX was een zeer vrome man die later zelf ook heilig verklaard zou worden en in de jaren die volgden kocht hij nog een aantal belangrijke relieken, zoals een stuk van het Heilige Kruis, de Heilige Lans (waarmee Jezus in de zij werd geprikt om te kijken of hij al dood was aan het kruis), en het Heilige bloed.

Voor deze bijzondere relieken moest een passende kerk gebouwd worden en Lodewijk liet deze nieuwe kerk in Gotische stijl optrekken in de periode 1243-1248.
Er zijn twee kerken, een onderkapel en een bovenkapel die allebei ongelofelijk mooi zijn.
Detail bovenkapel
Het plafond in de onderkapel is schitterend beschilderd en versierd. Deze kapel was voor het paleispersoneel. Het kapelplafond lijkt vrij klein door de het gebruik van donkerblauw en goud op de muren en het plafond, hoewel het nog altijd iets meer dan zeseneenhalve meter hoog is. Desondanks maakt het een knusse indruk.
De onderkapel
De bovenkerk was de privékapel voor de koning en zijn familie en hier is een absoluut wonder te aanschouwen; vijftien glas in lood ramen van elk vijftien meter hoog. Hierop zijn in schitterende kleuren meer dan 1100 taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament te zien. Deze ramen hebben oorlogen en revoluties doorstaan en zien er na al deze eeuwen nog zó mooi uit. De Sainte Chapelle wordt wel één van de mooiste kerken ter wereld genoemd en dat is wat mij betreft verdiende lof.




De Sainte Chapelle staat op het Île de la Cité, waar vroeger ook een koninklijk paleis was. Tegenwoordig is het een beetje ingeklemd door het Palais de Justice en kun je er niet heel goed zicht op krijgen.
Buitenkant
De toegang van 10 euro (oktober 2018) vond ik wel vrij hoog, maar aan de andere kant moet zo'n kerk wel onderhouden worden. En gezien het unieke karakter van de Sainte Chapelle is het waarschijnlijk helemaal niet te veel geld.
De doornenkroon wordt nu trouwens bewaard in de Notre Dame, enkele meters verderop.

maandag 26 november 2018

De nacht van de Begijnen, Aline Kiner

Het zal niemand verbazen dat ik historische romans behoorlijk kritisch lees en er niet snel tevreden over ben. Ik denk dat iedereen dat heeft met zijn of haar eigen vak, een arts kijkt anders naar Grey’s anatomy dan een leek, een politieagent zal de procedurefouten in een detective er meteen uit halen en zo kun je nog meer voorbeelden bedenken.

In historische romans zie ik vaak een aantal problemen.

Het eerste probleem voor mij is dat vaak kleine details niet kloppen. Een voorbeeld hiervan is De eerste vrouw waar Susan Smit iemand al in 1915 fascist laat zijn, terwijl die term pas in 1919 werd gebruikt. En zo nog een paar zaken die voor iemand anders misschien kleinigheden zijn, maar voor mij behoorlijk onverteerbaar.

Een veel groter probleem is dat de mentaliteit van de personages vaak niet strookt met de tijd waarin ze leven. Dan zie je dat ze moderne, politiek-correcte opvattingen hebben over situaties zoals vrouwenrechten of slavernij, die de moderne 21e eeuwse lezer herkent, maar die de 18e eeuwer of oude Romein zeker niet zou herkennen, laat staan onderschrijven.

Het huis aan de gouden bocht van Jessie Burton was zo’n boek dat zich voor mij volkomen diskwalificeerde door de hoofdpersoon, een jong meisje in de 17e eeuw, die de homoseksualiteit van haar echtgenoot eigenlijk best begrijpelijk en totaal niet verwerpelijk vond. Zoiets is zeer ongeloofwaardig en lijkt meer bedacht om de moderne lezer op zijn of haar gemak te stellen dan dat het recht doet aan de historische werkelijkheid.

Waar moet een goede historische roman voor mij aan voldoen? Ten eerste moet het een mooi of interessant verhaal zijn dat goed is geschreven en opgebouwd, maar dat is natuurlijk logisch en dat geldt voor elk boek. Nuance in de personages is ook een belangrijk punt, ik houd niet van zwart-wit, maar vind het veel interessanter als goede mensen slechte dingen doen en slechte mensen aardig kunnen zijn.

Historisch gezien moeten de details kloppen en moet de mentaliteit van de personages kloppen met de tijd waarin ze leven.

Daarnaast vind ik het zeer belangrijk dat een boek mij iets nieuws vertelt, dit kunnen nieuwe feiten, maar ook nieuwe inzichten in mij bekende feiten zijn. 

Ik wil ook graag weten waar de auteur zijn of haar informatie vandaan heeft en eventueel heeft aangepast, dus een goede verantwoording is geen overbodige luxe. 

En tot slot houd ik ervan als een historisch boek mij zó nieuwsgierig maakt dat ik meer boeken over het onderwerp wil lezen.

Ik heb laatst De nacht van de Begijnen van Aline Kiner gelezen en ik was heel blij dit boek aan al mijn voorwaarden voor een historische roman voldoet.

De Begijnen waren vrome vrouwen die samenwoonden in een Begijnhof, waar elke vrouw haar eigen huisje had. Er waren ongehuwde vrouwen bij en weduwen. De vrouwen mochten beroepen uitoefenen en hun eigen bezit beheren en hun leven was georganiseerd rondom de gebeden en getijden zoals in de kloosters. Toch waren de vrouwen geen nonnen, want ze hadden geen geloftes afgelegd.

Hiermee vielen de vrouwen niet onder het gezag van de Kerk, maar als Begijnen vielen ze ook niet onder het gezag van echtgenoot of vader. Een onafhankelijke positie die hen vrijheid gaf, maar die ook problemen kon veroorzaken.

In Parijs lag er een groot Begijnhof in de Marais, dit was gesticht door koning Lodewijk IX nadat hij in 1254 terugkwam van zijn Kruistocht en het hof stond onder koninklijke bescherming.

De nacht van de Begijnen speelt zich af in dat Begijnenhof in Parijs.

Op een koude ochtend in januari 1310 vindt de oude Ysabel, voormalige edelvrouwe, maar nu al jarenlang Begijn en vanwege haar kruidenkennis en levenswijsheid hoofd van de Infermerie van het Hof, een jonge vrouw in het portiek. Maheut is op de vlucht voor een gewelddadige echtgenoot en Ysabel besluit haar voorlopig onder te brengen in het Begijnhof.

Maar ook in de beslotenheid en de afgeschermde wereld van de Begijnen is er niet altijd rust te vinden. Elke vrouw heeft haar eigen karakter en achtergrond en allemaal reageren ze verschillend op de komst van het vreemde meisje. Bovendien is het Begijnhof niet helemaal afgesloten van de wereld; de politieke en religieuze twisten die worden uitgevochten tussen koning Filips de Schone en de Kerk, hebben ook hun weerslag op de Begijnen.

Koning Filips heeft zijn oog op de Tempeliers laten vallen en is vastbesloten om ketterij op alle fronten te bestrijden. Er worden dan ook tientallen doodvonnissen uitgesproken. Maar niet alleen tegen de tempeliers, in juli 1310 wordt ook Marguerite Porete, een Begijn uit Henegouwen, op de brandstapel gezet vanwege een mystiek boek dat zij schreef en dat als ketters is bestempeld.  

De Begijnen komen onder een vergrootglas te liggen en de Kerk neemt maatregelen om hun vrijheid en daarmee hun eventuele neigingen tot ketterse ideeën in te perken. De Begijnen in Parijs moeten ook oppassen, want de komst van Maheut en het ketterse boek van Marguerite Porete raken onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De nacht van de Begijnen is een prachtig boek, met een interessant en spannend verhaal, dat ook nog mooi is geschreven. De historische details kloppen, ik zag het Middeleeuwse Parijs voor me in alle vieze en kleurrijke levendigheid.

Vrouwe Ysabel is een geweldige mens, maar ook de andere personen in het verhaal zijn levensecht, genuanceerd en vooral: middeleeuws in hun doen en laten, daar zat geen wanklank tussen. De sfeer van Parijs, maar ook van het Begijnhof zijn bijzonder goed getroffen. 

De politieke situatie van die tijd kende ik redelijk, maar toch heeft dit boek me nieuwe dingen geleerd, iets waar ik erg van houd. Zo wist ik niets over Marguerite Porete en de maatregelen die in de jaren na haar dood tegen de Begijnen werden genomen.

Aline Kiner is hoofdredacteur van een wetenschappelijk tijdschrift, en de wetenschappelijke aanpak blijkt ook uit de uitgebreide bronnenlijst die ze achterin geeft. Ik houd daarvan en ben zelf ook meteen op zoek gegaan naar aanvullende informatie en boeken, want ik ben nog niet klaar met die Begijnen, Parijs en Filips de Schone.

Kortom, ik heb genoten van De nacht van de Begijnen, dat mijn verwachtingen aan alle kanten overtrof en dat ik alleen maar kan aanraden.

Originele Franse titel: La nuit des béguines (2017)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Ambo/Anthos
Nederlandse vertaling: Noor Koch
Bladzijdes: 317

zaterdag 24 november 2018

Freddie Mercury, Queen en Bohemian Rhapsody

Ik weet nog waar ik was toen bekend werd dat Freddie Mercury was overleden. Zevenentwintig jaar geleden was ik zestien en ik zat in vier atheneum. In die tijd was er geen internet of Twitter en ik las het in de krant vlak voordat ik naar school moest.

Het kwam onverwacht, er waren misschien wel speculaties over zijn ziekte, maar daar had ik nog nooit iets over gelezen in de Hitkrant die ik af en toe kocht, en het officiële bericht van zijn ziekte was pas de dag ervoor naar buiten gekomen.

Ik was behoorlijk aangeslagen en ik kan me herinneren dat we eigenlijk een proefwerk economie hadden. We hebben echter de docent ervan kunnen overtuigen dat we te zeer van streek waren om de toets goed te maken en we mochten de toets later doen.

Ik was nog niet lang een grote fan van Queen, ik was een beetje te jong om hun eerste hits goed te kennen en mijn belangstelling kwam met hun grote hit I want to break free in 1984. Ik was toen negen en vond die clip erg leuk en het nummer geweldig. Daarna nam mijn liefde voor Queen toe.

En die liefde is tot op de dag van vandaag gebleven. Queen heeft als een van de weinige bands zijn reputatie hoog gehouden en de muziek is nog altijd even goed als die toen was.

Bohemian Rhapsody (2018)
Ik kon dan ook niet anders dan naar de film Bohemian Rhapsody te gaan die dit jaar is uitgekomen. Er zou al eerder een film uitkomen met Sasha Baron Cohen in de hoofdrol, maar dat is om allerlei redenen niet gelukt. Maar nu is er dan Bohemian Rhapsody.

Rami Malek speelt nu Freddie Mercury en doet dit geweldig. Hij lijkt er uiterlijk misschien niet zo heel veel op, maar ja, wie lijkt er wel op Freddie Mercury? Hij weet Freddie in ieder geval een geweldige aanwezigheid op het toneel te geven en een bijna verlegen, kwetsbare kant laat hij zien in de persoonlijke situaties. En dat was inderdaad de essentie van Freddie Mercury, The great pretender.

Klopt de film verder heel goed? Nee, er wordt gerommeld met tijdlijnen en gebeurtenissen, maar dat is eerlijk gezegd totaal niet erg.

Brian May en Roger Taylor hebben een flinke vinger in de pap van deze film gehad en dit is wel een beetje te zien, de ruige feesten waar Queen om bekend stond en waar Roger en Brian vol aan meededen, zijn bijna helemaal weggelaten. Het lijkt er in de film op dat zij brave huisvaders waren, terwijl Freddie de bloemetjes buiten zette, maar dat is niet helemaal conform de werkelijkheid. Ook dit is wat mij betreft niet erg.

Waar het om gaat is dat de essentie van Queen en van Freddie wordt getroffen en dat is bijzonder goed gelukt. De andere acteurs die de andere bandleden spelen, zijn ook zeer goed. Het is beslist geen biografie van Freddie of Queen, het gaat over de periode dat de bandleden elkaar leerden kennen en het werkt op naar het fenomenale optreden op Live Aid.

Dat laatste is trouwens zo geweldig gefilmd, dat je het gevoel hebt dat je er zelf bij bent. Een bijzondere ervaring!

Bohemain Rhapsody is hartverwarmend, leuk en grappig en ontroerend, de muziek is geweldig en de stem van Freddie is ongeëvenaard.
De zaal zat bijna vol op een zondagmiddag toen ik de film heb gezien en heel mooi was dat de hele zaal op dezelfde manier reageerde. Iedereen kwam dan ook vol lof de bioscoop uit.

Freddie Mercury, de definitieve biografie, Leslie-Ann Jones
Mocht je toch meer feitelijke informatie willen over Freddie Mercury en Queen, dan kan ik je deze uitstekende biografie aanraden. Goed geschreven door iemand die verstand van zaken heeft (zij was pop-journalist en volgde de band al jarenlang) staat het vol met informatie, terwijl het toch heel goed leesbaar is.

Het is beslist geen hagiografie geworden, maar is afgewogen en probeert om zo goed mogelijk alle kanten van Freddie Mercury te laten zien. Hij was geen gemakkelijke man om te leren kennen omdat hij aan iedereen een andere persoonlijkheid liet zien, maar na het lezen van dit boek heb je wel het idee dat je hem in ieder geval een beetje beter kent.

Mooi ook hoe verschillende mensen aan het woord komen die hem goed kenden, zodat je begrijpt hoeveel invloed Freddie Mercury op het leven van mensen had.
Zoals hij was er maar één.

Oorspronkelijke titel: Freddie Mercury, the definative biography (2011)
Nederlandse uitgave: 2011 door uitgeverij De boekerij
Nederlandse vertaling: Inger Limburg en Tsjitske Zuiderbaan
Bladzijdes: 352

Nog enkele weetjes over Freddie Mercury en Queen

  • Freddie Mercury hield heel veel van zijn katten en als hij op tournee was, belde hij hen op zodat hij tegen ze kon praten. Een vriend hield dan de kat bij de telefoon
  • Queen is de enige band waarvan alle leden meerdere hit-singles hebben geschreven.
  • De Amerikaanse muziekzender MTV weigerde om de clip van I want to break free te draaien omdat de bandleden daarin in drag gekleed waren. Dit zorgde ervoor dat ze jarenlang weinig succes meer hadden in de VS.
  • Queen heeft met meer albums in de hitlijsten gestaan dan de Beatles.
  • Opera zangeres Montserrat Caballé met wie Freddie Mercury een duet opnam (Barcelona) was vol of over de zangtechniek van Freddie, zijn bereik, plaatsing van de noten en de manier waarop hij moeiteloos van register kon wisselen. 
  • Het optreden van Queen op Live Aid in 1985 wordt algemeen beschouwd als het beste live-optreden, sowieso van alle andere bands op Live Aid, maar waarschijnlijk zelfs het beste ooit. Op dat moment hadden ze twintig minuten lang de wereld volkomen in hun ban en het bevestigde hun status als wereldband waar niemand aan kon tippen.

woensdag 21 november 2018

Egmond

Kort geleden was ik op een bijscholing waarbij we in Egmond verbleven. Het is altijd heel fijn om er even helemaal uit te zijn en dat je dan de zee en het strand op twee minuten loopafstand van het hotel hebt, is heerlijk.

's Ochtends om kwart voor acht




maandag 19 november 2018

Wat niet verdwijnt, Donna Leon

Het is altijd goed nieuws als er weer een nieuw deel is in de serie over de Venetiaanse commissario Guido Brunetti. De meeste boeken zijn heerlijk om te lezen en hoewel niet altijd het plot heel sterk is, is dat in dit laatste boek uitstekend.

In Wat niet verdwijnt heeft Guido Brunetti een beetje genoeg van zijn baan. De corruptie, de onrechtvaardigheid, de routine, hij moet er even afstand van nemen. Na een incident tijdens een verhoor krijgt hij ziekteverlof en hij kan dit doorbrengen in een villa op één van de eilanden in de noordelijke lagune. De villa is eigendom van een neef van zijn vrouw en Guido zal er van alle gemakken voorzien zijn.

Hij wil zijn dagen doorbrengen met roeien in de lagune, zwemmen, lezen en niets anders. Groot is zijn vreugde als Davide Casati, de beheerder van het huis, een oude vriend van zijn vader blijkt te zijn, iemand die zich herinnert hoe goed Guido's vader op het water was. Guido mag dan ook met de oude man elke dag mee om lange tochten per boot in de lagune te maken. Hier laat de oude man onder andere zien waar hij zijn bijenkasten heeft, hoewel hij zich zorgen maakt over de sterfte onder de bijen.

Tijdens een vreselijke storm verdwijnt de oude man en Brunetti besluit om ondanks zijn ziekteverlof de leiding van de zoektocht naar de toedracht op zich te nemen. En dan blijkt, zoals wel vaker, dat oude zonden lange schaduwen hebben en de oorzaak in het verleden ligt.

Venetië is één van de mooiste en sprookjesachtige steden die ik ken en ooit heb bezocht, maar het is voor niemand een verrassing dat Venetië grote problemen heeft. Niet alleen komen er veel te veel toeristen en is het gewone leven in de stad voor de echte bewoners bijna onmogelijk geworden in sommige opzichten, de stad heeft ook te lijden onder de grote cruiseschepen die aanleggen en met hun golfslag een deel van de lagune vernielen.

Bovendien is er de verregaande milieuvervuiling door de industrie die al decennia lang gifstoffen en afval klakkeloos in de lagune dumpt.

Ik vind het mooi hoe Donna Leon in staat is om bijna kabbelende boeken te schrijven die toch actuele problemen aankaarten waar Venetië nu mee te maken heeft. Tegelijkertijd is de liefde voor Venetië en de omgeving in alles merkbaar. Het bijzondere karakter van deze stad in het water is onmiskenbaar. Ik wil nu alleen maar terug naar Venetië om de eilanden in de lagune te bezoeken, zo prachtig vond ik de beschrijvingen van de roeitochten van Guido en Davide.

Een mooi afgerond en rechtvaardig einde is er niet, en dat is heel triest, maar wel heel realistisch, denk ik.

Wat niet verdwijnt is weer een zeer goed boek over Venetië en de sympathieke Guido Brunetti, vol sfeer en met een goed in elkaar zittend plot. Aanrader.

Originele titel Earthly remains (2017)
Nederlandse uitgave: 2018 door uitgeverij Cargo
Nederlandse vertaling: Lilian Schreuder
Bladzijdes: 333

vrijdag 16 november 2018

Giacometti en Chadwick in Zwolle

Alberto Giacometti
In De fundatie in Zwolle is op dit moment een bijzondere tentoonstelling te zien. Hier zijn meer dan 150 beeldhouwwerken en enkele tekeningen van twee geweldige kunstenaars: Alberto Giacometti (1901-1966) en Lynn Chadwick (1914-2003).

Twee beeldhouwers die elk op een heel andere manier te werk gingen, waar Giacometti zijn mensfiguren opbouwde uit klei, gebruikte Chadwick ijzeren staven en platen die hij aan elkaar laste.

Alberto Giacometti was geboren in Zwitserland, maar woonde sinds 1922 in Parijs waar hij een opleiding volgde en al vrij snel bewondering kreeg voor zijn abstracte werk. Giacometti was gefascineerd door mensen en de vluchtige ontmoetingen van mensen bijvoorbeeld in een drukke winkelstraat.
Alberto Giacometti, Buste van Diego
Vanaf halverwege de jaren '30 zie je steeds meer mensfiguren bij hem terugkomen, die steeds langgerekter werden. Hij bracht hiermee de mens terug tot de essentie. IJl en kwetsbaar, en tegelijkertijd heel aards en sterk.
Alberto Giacometti, Kat
(eigenlijk mijn favoriete beeld van de tentoonstelling)
In 1956 exposeerde Giacometti op de Biënnale van Venetië en iedereen ging ervan uit dat de prijs voor beeldhouwkunst naar hem zou gaan. Het was echter de jonge hond Lynn Chadwick die de prijs in de wacht sleepte.

Lynn Chadwick was geboren in Engeland en hield zich nog maar enkele jaren bezig met  beeldhouwen, hij was namelijk begonnen als technisch tekenaar.
Lynn Chadwick, Dansers
Zijn mensfiguren en dieren zijn niet kwetsbaar, maar juist gepantserd en gewapend. Zij treden het gevaar tegemoet. En in die tijd was er een reëel gevaar, de Koude Oorlog bepaalde de politieke situatie en men hield er ernstig rekening mee dat het nog eens faliekant mis zou gaan. In Engeland gebruikte men voor Chadwick en andere beeldhouwers die hier uiting aan gaven de uitdrukking: Geometry of fear.

Mooi is dat naarmate hij ouder werd en de dreiging van de Koude Oorlog afnam en uiteindelijk verdeween, Chadwicks werk ook veranderde. Er kwamen grapjes in zijn werk en zijn mensen waren niet langer tot de tanden bewapend, maar zitten of lopen samen in een mooi landschap.
Lynn Chadwick
De tentoonstelling Giacometti-Chadwick: Facing Fear brengt deze twee zo op het eerste oog verschillende kunstenaars samen en laat heel mooi de overeenkomsten zien. Ik vond het een prachtige tentoonstelling, de werken van Giacometti kende ik wel een beetje en ik heb er wel eens een paar gezien, maar in werkelijkheid en in grotere hoeveelheid zijn ze nog veel en veel mooier.

Ik was ook onmiddellijk onder de indruk van de sculpturen van Chadwick, zó mooi en zó sterk. De combinatie van deze twee kunstenaars is helemaal perfect, ze vullen elkaar prachtig aan en juist door de tegenstelling worden de beelden nog mooier.
Lynn Chadwick, Beast VII (1956)
De tentoonstelling is nog t/m 6 januari 2019 in De fundatie in Zwolle te zien en ik kan je alleen maar zeggen dat als je de kans hebt om te gaan, je die niet mag laten liggen.

maandag 12 november 2018

Als Beale Street kon praten, James Baldwin

James Baldwin is geboren in 1924 in de Verenigde Staten. Maar al snel besefte hij dat hij twee handicaps had, zijn huiskleur en zijn seksuele geaardheid. Als zwarte homoseksueel had hij niet heel veel mogelijkheden en hij besloot naar Europa te vertrekken. Sinds 1948 woonde hij in Frankrijk, eerst in Parijs, later in Saint Paul-de-Vence, waar hij in 1987 overleed.

Voor mij is James Baldwin een van de belangrijke schrijvers van de 20e eeuw en ik wilde al een tijd een boek van hem lezen. Mijn probleem was dat ik niet goed wist waar ik moest beginnen. Nu zag ik laatst bij toeval twee van zijn boeken in de boekhandel liggen, omdat uitgeverij De Geus zijn werk in een nieuwe vertaling uitbrengt. Ik kon kiezen tussen een politiek pamflet en deze roman en heb voor mijn eerste kennismaking de roman gekozen.

En dat is een juiste keuze geweest. Als Beale Street kon praten heeft een diepe indruk op me gemaakt.

Het is het verhaal van Clementine Rivers, die Tish wordt genoemd en de man van wie ze houdt, Alonzo Hunt die Fonny wordt genoemd. Ze wonen vlak bij elkaar op Beale street en zijn al dikke vrienden sinds ze klein waren en sinds enkele jaren zijn ze een stel.

Clementine heeft liefhebbende ouders en een zus met wie ze vroeger niet overweg kon, maar nu ze beiden volwassen zijn, hebben ze goed contact.

Fonny heeft weliswaar een vader die hem steunt, maar een moeder die vooral in de Heer is en twee zussen die zo licht getint zijn dat ze boven iedereen verheven voelen. Het familieleven vindt hij bij Tish en haar ouders.

De toekomst lachtte Tish en Fonny toe, Fonny had een baan en vooruitzichten, ze hadden eindelijk een appartement gevonden en zouden gaan trouwen. En Tish is in verwachting.

Maar nu zit Fonny in de gevangenis op beschuldiging van verkrachting van een Puerto Ricaanse vrouw en de kans dat hij eruit zal komen is bijzonder klein. Alles werkt namelijk tegen hem, ondanks het feit dat hij onschuldig is.

Toch probeert Tish de moed erin te houden bij Fonny door hem te vertellen over de baby en hem elke dag op te zoeken. Ondertussen reist haar moeder zelfs naar Puerto Rico om de vrouw die Fonny beschuldigt over te halen haar verklaring in te trekken.

En het erge van dit boek is dat je weet dat het waarschijnlijk niet goed gaat komen. Aan alle kanten is duidelijk dat Fonny onschuldig in de gevangenis zit, maar alles spant tegen hem samen. Van de agent die duidelijk racistisch is en nog een appeltje met Fonny te schillen had, de getuige die in de gevangenis zit en niet gehoord kan worden tot de identificatie die opgezet is om Fonny erin te luizen.

Overduidelijk is dat Fonny zijn best doet om overeind te blijven in de gevangenis, maar de ervaring tekent hem en hij zal niet dezelfde man zijn als hij eruit komt. De vraag is of er een toekomst is voor Tish, Fonny en hun kind, of dat deze gebeurtenissen ervoor zorgen dat er weer een zwart gezin uit elkaar is gehaald door onrechtvaardigheid en racisme.

Als Beale Street kon praten is 44 jaar geleden uitgegeven, maar er is in veel opzichten niets veranderd. Een zwarte man in Amerika moet nog altijd oppassen wat hij doet en wat hij zegt op straat en de rechterlijke molens vermalen teveel zwarte levens omdat het bewijs niet deugt en het niemand iets kan schelen.

Ik werd triest van dit boek, juist omdat je begrijpt hoe er nog zo weinig is veranderd, maar het is gelukkig niet alleen de onrechtvaardigheid die je treft in dit boek. Heel mooi is dat er ondanks alles optimisme heerst en warmte tussen de familieleden die elkaar steunen in deze moeilijke tijden. En ook van anderen ondervindt Tish medeleven, vooral van de mensen die haar en Fonny goed kennen.

James Baldwin heeft een prachtige manier van schrijven, heel krachtig en direct en tegelijkertijd bijna poëtisch. Ik ken maar weinig schrijvers die een liefdesscène zo kunnen beschrijven dat het heel duidelijk wordt hoe belangrijk dat moment is voor de twee betrokken mensen, zonder dat het ranzig of juist lachwekkend wordt.  

Als Beale Street kon praten is een indrukwekkend boek van een bijzondere schrijver, waar ik in de toekomst zeker meer van wil lezen. Mijn verwachtingen zijn meer dan waargemaakt.
Het boek is trouwens recent verfilmd en de film zal eind november 2018 uitkomen.

Originele titel: If Beale Street could talk (1974)
Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij De Geus
Nederlandse vertaling Harm Damsma
Bladzijdes: 319

zaterdag 10 november 2018

Anna Karenina, Lev Tolstoi, deel VII en VIII

Let op, mijn bespreking bevat spoilers over hoe het afloopt, dus als je dat (nog) niet wilt weten moet je niet doorlezen!     

Terug in Moskou
Na de zomer op het platteland is iedereen weer vertrokken naar Moskou. Ljovin voelt zich niet echt heel denderend in de stad en heeft steeds het idee dat hij niet op zijn plek is en dit maakt hem prikkelbaar. De enige reden dat ze in de stad blijven is omdat Kitty elk moment kan bevallen en de oude vorstin, haar moeder, liever heeft dat dit in de stad gebeurt waar alle hulp voor handen is. 

Heel mooi is beschreven hoeveel zorgen Ljovin zich maakt als de geboorte zich eindelijk aandient. Niet onbegrijpelijk, aangezien een groot deel van de bevallingen eindigden met de dood van moeder en kind. Maar in dit geval gaat alles goed en Ljovin kan dan zijn Kitty en hun zoontje in de armen sluiten.

Eenzaamheid, ergernis en morfine
Met Vronski en Anna gaat het ondertussen niet goed. Wilde Anna eerst zelf geen echtscheiding omdat dit de definitieve breuk met haar zoontje zou betekenen, nu is het Karenin die niet langer een scheiding wil. 

Zoals Stiva merkt als hij bij Karenin op bezoek is, is Karenin een religieuze kwezel van het ergste soort geworden, die uit Christelijke naastenliefde geen scheiding meer wil, maar ook omdat een waarzegger dit adviseert. 

Van de kant hoeven Anna en Vronski dus niets meer te verwachten. Hun relatie stond al onder druk, maar het is nu helemaal een aflopende zaak. Anna is nog steeds geïsoleerd en wordt nergens ontvangen.

Vronski voelt nog wel enige genegenheid voor Anna, maar geen gepassioneerde liefde meer. Anna slaat de spijker op zijn kop als ze beseft dat voor Vronski de jacht belangrijk was en het feit dat hij kon geuren met een affaire met zo’n mooie en charmante vrouw. Maar nu is de jacht voorbij en de realiteit is een stuk grauwer dan ze ooit samen hadden bedacht.

Ze probeert nog zinnige bezigheden te verzinnen, door een kinderboek te schrijven en een pupil op te leiden, maar haar eenzaamheid neemt alleen maar toe. De morfine die ze neemt om in slaap te komen helpt niet mee om haar gedrag stabiel te houden, waardoor Vronski’s ergernis steeds meer toeneemt.

Verschrikkelijk om te lezen is de laatste scene waarin ze rondloopt op het station en waarheid en fantasie niet meer van elkaar kan scheiden. Iedereen lijkt naar haar te kijken, het over haar te hebben en is haar slecht gezind. Het enige dat nog doordringt is dat ze Vronski hier voor het eerst ontmoette. 

De herinnering aan het verschrikkelijke ongeluk dat toen plaatsvond dringt ook nog door tot haar morfine benevelde geest en hierin vindt ze de soelaas die ze zoekt, de vergetelheid die tegelijkertijd een straf zal zijn voor Vronski. Wat zal hij een spijt krijgen van zijn gedrag en treuren om haar dood.

Het einde
In het laatste deel zien we wat er terecht komt van de mensen die achterbleven. Vronski is terug in militaire dienst en gelukkig voor hem is er nu een oorlog aan de gang. De Serven vechten voor hun onafhankelijkheid en krijgen veel steun uit Rusland. Vronski gaat als vrijwilliger naar het front, om daar als held te sterven, dat is in ieder geval zijn hoop.

Ljovin en Kitty wonen met hun gezin op het platteland en zijn gelukkig. Ljovin worstelt alleen nog met zijn onbegrip voor geloof, terwijl hij wel het idee heeft dat hij geloof moet hebben. Tijdens de bevalling van zijn zoontje had hij zich tenslotte ook tot God gewend, maar hoe moest hij nu verder? 

Hij beseft dat mensen als zijn oudere broer God en het geloof aan de kant hebben gezet, zonder er iets voor in de plaats te zetten. En opeens begrijpt hij dat hij moet accepteren dat hij twijfelt, maar ook gewoon God moet erkennen en het eenvoudige geluk dat hij hierbij voelt.
Lev Tolstoi door Ilja Repin
Dit schilderij zag ik op de tentoonstelling van de Peredvizhniki in Assen
Conclusie
Tolstoi is een goede schrijver, zijn beschrijvingen van de natuur en het platteland zijn schitterend. Je ziet de bossen voor je en bent bijna zelf aanwezig bij het paddenstoelen plukken of bij het binnenhalen van de oogst. Knap ook vind ik het inzicht dat hij heeft in zijn personages en de manier waarop hij hen neerzet. Scenes die bij een ander sentimenteel of belachelijk zouden worden, zijn bij Tolstoi ontroerend en meeslepend.

Duidelijk wordt de tegenstelling tussen echt en onecht, platteland en stad, een goede relatie en een slechte relatie. Dit wordt telkens tegen elkaar afgezet en met elkaar vergeleken.

De titel van dit boek is Anna Karenina en het is haar verhaal dat het hart van dit boek vormt. Daartegenover staat de relatie tussen Ljovin en Kitty en Tolstoi laat in elk deel deze twee relaties dezelfde fases ondergaan, terwijl de verschillen overduidelijk zijn.

Voor mij is de relatie tussen Anna en Vronski nog altijd vrij onbegrijpelijk, want echte liefde is er volgens mij nooit aan te pas gekomen. Voor hem was het een verovering waarmee hij kon geuren tot het hem teveel kostte en het vooral irritatie opwekte. Voor haar was het iets nieuws waar ze vervolgens met alle macht aan vast moest blijven houden omdat ze anders moest toegeven dat ze haar hele leven voor een vluchtige affaire had opgegeven.

Bij Dr Zjivago begrijp ik volkomen waarom Lara en Joeri van elkaar houden, hoewel ze beiden ook hun fouten hebben, maar ik vond als ik eerlijk ben Anna een beetje tegenvallen en ik vond Vronski ijdel en oppervlakkig. Op het einde als hij op weg gaat naar het slagveld kreeg ik iets meer sympathie voor hem, hoewel ik me daar ook niet van de indruk kon losmaken dat hij ook dit weer een beetje speelt.

Als je er goed naar kijkt, is Tolstoi soms het verhaal wel heel erg aan het opvullen, hij kletst maar raak over de verkiezingen, landbouwhervormingen en allerlei andere zaken die niet zo heel veel te maken hebben met de essentie van het verhaal. Maar het is geeft wel een mooi beeld van Rusland en je komt er zo’n Russische winter wel mee door!

Ondanks de tegenstelling tussen de beide verhaallijnen en het oordeel dat er gegeven wordt over de relaties, is het verhaal van Ljovin en Kitty niet heel erg opzienbarend, terwijl dat van Anna en Vronski uniek en uitzonderlijk is. Daarmee komen we terug bij de zin waarmee Tolstoi dit meesterwerk begon, namelijk dat gelukkige gezinnen allemaal op elkaar lijken, maar dat ongelukkige gezinnen altijd ongelukkig zijn op hun eigen manier.  

Oorspronkelijk uitgegeven in 1877
Deze Nederlandse uitgave door uitgeverij Athenaeum- Polak&van Gennep (2018)
Nederlandse vertaling: Hans Boland
Bladzijdes: 1010

Het was leuk om dit boek samen te lezen en telkens te zien wat de andere mensen ervan dachten. Dank je wel Barbera voor het organiseren!

Mijn besprekingen van de vorige delen zijn hier te vinden:
Deel I HIER
Deel II en Deel III HIER
Deel IV HIER
Deel V en VI HIER

woensdag 7 november 2018

Herfst in Parijs

Op de een of andere manier is Parijs in de herfst extra bijzonder en mooi. Misschien is het de combinatie van de herfstkleuren met de prachtige, elegante gebouwen in Parijs, misschien ook gewoon omdat alles een beetje mooier is in Parijs.





Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...