vrijdag 17 augustus 2018

Caravaggio in Rome, deel I

Dit jaar lijkt een beetje het jaar van Caravaggio voor mij te worden. Niet alleen zag ik zijn schilderijen in Napels (hier), maar ik bekeek ook de film over zijn leven (hier)en in december komt er een Caravaggio tentoonstelling in Utrecht (daarover later meer). Ik houd bijzonder veel van zijn werk en er zijn weinig schilders die mij zo tot tranen kunnen roeren als Caravaggio kan.

Toen ik een paar weken geleden in Rome was, was het duidelijk dat Caravaggio het thema zou worden. In geen enkele stad is er zo'n grote concentratie aan werken van Caravaggio als in Rome. Hij heeft hier een groot deel van zijn leven gewoond en heeft hier prachtige schilderijen gemaakt.

Ik besloot dan ook tijdens mijn verblijf in Rome om te proberen een groot aantal van zijn schilderijen te zien. Ik heb ze niet allemaal kunnen bekijken, (er moet wat overblijven voor een volgende keer), maar ik heb er uiteindelijk vijftien gezien.

Ik bespreek ze in twee gedeeltes, en ik begin bij de schilderijen in de kerken van Rome. Ik vind het namelijk heel bijzonder dat je hier de schilderijen kunt zien in de kapellen waar ze voor bedoeld waren. Groot voordeel is ook dat de toegang tot de kerken gratis is, al moet je in sommige gevallen wel twee euro betalen om het licht in de kapel aan te laten gaan. Maar dat maakt het alleen maar leuk!

San Luigi dei Francesi
Dit is de kerk voor de Franse gemeenschap in Rome. De Franse Matthieu Cointrel, beter bekend als kardinaal Matteo Contarelli, had een deel van de financiering op zich genomen en wilde na zijn dood in 1585 begraven worden in deze kerk.

In de eerste instantie had een andere schilder de versieringen op zich moeten nemen, maar die had eigenlijk geen tijd en uiteindelijk kreeg Caravaggio dankzij de bemiddeling van zijn beschermheer de kardinaal Francesco Maria Del Monte de opdracht voor de drie altaarstukken.
De Contarelli kapel
Kardinaal Contarelli had aangegeven dat hij graag afbeeldingen wilde uit het leven van de Heilige Mattheus, naar wie hij tenslotte vernoemd was. Hij had behoorlijk gedetailleerde instructies achter gelaten over wat en hoe er geschilderd moest worden, maar Caravaggio zou Caravaggio niet zijn als hij niet probeerde om hier een eigen draai aan te geven.

De roeping van Mattheus (1600)
Caravaggio begon met het verhaal dat de belastinginner Mattheus, die dus werkte voor de Romeinen, geroepen werd door Christus. In dit schilderij zie je Mattheus aan tafel zitten om het binnengehaalde geld te tellen, maar aan de rechterkant komen Jezus en Petrus om Mattheus het licht te laten zien. Dit kun je letterlijk zo zien, omdat het licht via de hand van Christus naar Mattheus wordt geleid.

Mattheus lijkt een beetje verbaasd dat juist hij gevraagd wordt, maar hij lijkt bereid om Jezus te volgen. De twee figuren helemaal links hebben die bereidheid niet, hun interesseert het bitter weinig wat er verder in de kamer gebeurt, hun aandacht is bij het geld. 

De roeping van Mattheus
Het martelaarschap van Mattheus (1600)
Volgens de overlevering is Mattheus vermoord door de koning van Ethiopië, die achter zijn eigen nichtje aanzat. Mattheus tikte hem hiervoor op de vingers omdat het meisje een christelijke non was, en de koning liet daarom Mattheus vermoorden terwijl hij de Mis opdroeg.
Het martelaarschap van Mattheus
Door röntgenonderzoek is te zien dat Caravaggio zijn oorspronkelijke ontwerp heeft aangepast. Hij heeft het aantal mensen verminderd en heeft de klassieke architectuur (die de kardinaal graag erin wilde hebben), gewoon geschrapt. Dit komt het ontwerp beslist te goede omdat de nadruk nu ligt op de dramatische handeling, de gevallen heilige en de verschrikte omstanders.

Bijzonder is dat hij zelf ook tussen de toeschouwers staat die kijken naar de moord om op die manier aan te geven dat alle toeschouwers net zo schuldig zijn als de werkelijke daders.

De inspiratie van Mattheus (1602)
In dit werk zie je de goddelijke inspiratie die Mattheus ontvangt om zijn evangelie op te schrijven. In de eerste versie van dit schilderij was Mattheus een wat boerse kerel die door de Engel geleid werd om te schrijven, maar dit stond te ver af van wat hoe een heilige afgebeeld moest worden en Caravaggio moest een nieuwe versie maken. (de oude versie bestaat trouwens niet meer, die is aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bij een brand in Berlijn verwoest).
De inspiratie van Mattheus
In de nieuwe versie die wel werd goed gekeurd, is Mattheus een stuk minder boers en kan hij zelf schrijven, hoewel de Engel er wel goedkeurend op toe ziet.

Santa Maria del Popolo
In 1600 gaf kardinaal Tiberio Cerasi de opdracht aan Caravaggio voor twee schilderijen die in zijn kapel zouden komen te hangen in de Santa Maria del Popolo. Caravaggio schilderde de twee belangrijkste figuren uit de vroege kerk, Petrus en Paulus. De eerste versies werden afgekeurd, maar deze twee werden goedgekeurd en zijn nog altijd te bezichtigen in de Cerasi-kapel.

De kruisiging van Petrus (1601)
Toen Petrus gevangen werd genomen en ter dood werd veroordeeld, vroeg hij om omgekeerd gekruisigd te worden, hij wilde niet op exact dezelfde wijze als Christus sterven. In dit schilderij zien we dat de drie beulen bezig zijn het kruis omhoog te trekken, wat aardig wat moeite lijkt te kosten, net alsof ze weten dat ze iets verschrikkelijks hebben gedaan en de last zwaar op hun drukt.
De kruisiging van Petrus
De bekering van Paulus (1601)
Het andere schilderij is de Bekering van Paulus op de weg naar Damascus. Paulus, die op dat moment nog Saulus heette, was iemand die Christenen vervolgde. Maar op de weg naar Damascus hoorde hij de stem van God, waarna hij zich bekeerde.
De bekering van Paulus
In het schilderij zie je het moment dat Paulus van zijn paard valt, bevangen door de goddelijke stem die hem de waarheid toont.

We zien geen engel, of een symbool voor God, maar alle aandacht gaat uit naar de man die overduidelijk iets bijzonders meemaakt en aangeraakt wordt door God, een moment dat zijn hele leven zou veranderen.

San Agostino
Madonna di Loreto (1604-1606)
Dit schilderij baarde heel wat opzien toen het werd onthuld. De markies van Cavalletti wilde graag een familiekapel en een jaar nadat hij was gestorven in 1602, wist de familie een kapel te bemachtigen in de San Agostino en zij droegen dit op aan de Madonna van Loreto.

Toen de Turken in de 13e eeuw Nazaret veroverden, brachten engelen het huis van Maria over naar het plaatsje Loreto in Italie. Rondom dit huis werd een kerk gebouwd en er kwamen veel pelgrims naar de kerk toe. Het was de bedoeling dat je als pelgrim op je knieën drie keer rond het Heilige Huis ging.
De Madonna di Loreto kapel, met iemand die het prachtige schilderij bewondert.
In dit schilderij zien we Maria als een gewone vrouw, op blote voeten, die in de deuropening van haar huis staat. Een huis dat behoorlijk veel lijkt op een willekeurig Romeins huis. De twee pelgrims knielen voor haar neer, hun blote en vuile voeten naar de toeschouwer gericht. Elke arme Romein kon zichzelf hierin herkennen, en kon hier ook hoop uitputten. Ook voor hun was het mogelijk om Maria te ontmoeten, om deel te nemen aan het Goddelijke.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het schilderij vanaf het begin populair was bij de arme mensen van Rome, hoewel veel rijken, hoge geestelijken en Caravaggio's collega's er schande van spraken.
De Madonna di Loreto
Ik vond het een mooi en ontroerend schilderij, waarbij ik me heel goed kan voorstellen dat de armen van Rome zich door deze schilder gezien voelden.

maandag 13 augustus 2018

Michelangelo and the pope's ceiling, Ross King

Aan het begin van de 16e eeuw was Rome een puinhoop en van de voormalige glorie was weinig over. Geiten renden rond op het Capitool en koeien graasden op het Forum.

Ook de Katholieke Kerk genoot weinig aanzien, zeker sinds paus Alexander Borgia niet eens meer de schijn ophield en zijn kinderen benoemde in hoge posities.

Dit veranderde toen paus Julius II in 1503 verkozen werd tot de nieuwe paus. Hij was vastbesloten om de Kerk in ere te herstellen en de stad Rome erbij. Hij liet rioleren repareren, paleizen bouwen en kwam met allerlei nieuwe bouwprojecten om Rome te verbeteren en te verfraaien.

Het is ook deze paus die de aanzet heeft gegeven voor het begin van de Vaticaanse musea. In 1506 werd een klassiek beeldhouwwerk, de Laocoöngroep, ontdekt. Julius zag het belang ervan in, kocht het en stelde het tentoon voor het Romeinse publiek.

Om de Kerk nieuw aanzien te geven wilde hij de belangrijkste kerk in het Christendom, de Sint Pieter opnieuw laten bouwen en trok daarvoor de bekende architect Bramante aan. De oude kerk boven het graf van Sint Pieter werd neergehaald en er kwam een compleet nieuwe kerk. Julius zou de voltooiing echter nooit meemaken, hij overleed in 1513 en de Sint Pieter kwam pas in 1626 af.

Wat paus Julius wel voltooid heeft gezien, zijn de versieringen van de Sixtijnse kapel. In deze kapel kwam de pauselijke hofhouding bijeen voor de Mis en de kapel werd gebruikt voor het conclaaf om een nieuwe paus te kiezen.

In 1508 gaf paus Julius de opdracht om de kapel met fresco's te versieren aan de kunstenaar Michelangelo Buonarotti. Hij stond vooral bekend als beeldhouwer en had de schitterende Pièta gemaakt die veel bewondering had geoogst. In de eerste instantie wilde paus Julius dat Michelangelo zijn tombe zou beeldhouwen, maar hoewel Michelangelo het marmer hiervoor al had uitgezocht, veranderde de paus van mening en wilde hij dus fresco's van Michelangelo.

Michelangelo was hiervoor niet bepaald de eerste keuze, hij zag zichzelf eerder als beeldhouwer dan als schilder en bovendien beheerste hij de fresco techniek niet of nauwelijks.

Het maken van fresco's was tijdrovend en lastig. Eerst moest er een lag pleister worden aangebracht op het oppervlakte en vervolgens moest het ontwerp hierop worden aangebracht. Daarna moest de afbeelding geschilderd worden, in de korte tijd dat het pleister nog nat was. Was het pleisterwerk droog, dan waren de pigmenten verzegeld en kon er niets meer aan veranderd worden. Als de schilder een fout had gemaakt, moest alles worden afgebikt en kon de kunstenaar opnieuw beginnen.

Een fresco schilder kon niet de hele muur pleisteren en beginnen, want het pleisterwerk bleef maar een beperkt aantal uren geschikt om ter werken. Een afbeelding werd verdeeld in kleinere oppervlaktes, giornata's genoemd, oftewel wat er op één dag gedaan kon worden.

Bovendien moest een kunstenaar in een verkort perspectief werken, om de indruk te wekken dat figuren aan het plafond in de juiste verhoudingen waren.

Michelangelo zat niet te wachten op deze opdracht, en vluchtte zelfs naar Florence om aan de paus te ontkomen, maar uiteindelijk moest hij wel toegeven. Michelangelo had vervolgens de lastige opdracht om assistenten te verzamelen die meer kennis van fresco's hadden dan hijzelf bezat, de constructie van een steiger bedenken en bouwen en de ontwerpen maken. En daarna moest er nog geschilderd worden.

Dik vier jaar zou Michelangelo werken aan de Sixtijnse kapel, en toen het af was, was duidelijk wat voor formidabele prestatie Michelangelo hier had neergezet.

Ross King heeft andere boeken geschreven die ik met veel plezier heb gelezen, over Brunelleschi, over Manet en de waterlelies van Monet. Hij schrijft prettig en weet de wereld van vroeger volledig tot leven te brengen.

Ook Michelangelo and the pope's ceiling is hierin geen uitzondering. We weten wel wat over Michelangelo's leven, maar het lastige is dat deze biografieën bijna hagiografieën zijn, geschreven door zijn vrienden en bewonderaars. Bovendien zijn er in de loop van de jaren heel wat mythes en legendes ontstaan over de manier waarop Michelangelo de Sixtijnse kapel schilderde. Dat hij alleen werkte, en liggend op zijn rug schilderde bijvoorbeeld. Terwijl hij in werkelijkheid een team van assistenten had zonder wiens kennis hij het niet had gered en hij achterover gebogen stond, maar niet lag.

Ross King is erin geslaagd om Michelangelo voor een groot deel uit de mythes en de verwarringen te halen en een levensecht verhaal neer te zetten.

Ross King vertelt over het moeilijke karakter van Michelangelo, zeker afgezet tegen de charmante Rafael. Waar Rafael gemakkelijk vrienden maakte, werkte Michelangelo het liefst alleen en vertrouwde hij eigenlijk niemand.
Maar als het om moeilijke karakters ging, kon paus Julius er ook wat van. Hij stond bekend als il papa terribile, om zijn woede-uitbarstingen en de gewoonte om mensen te slaan met een stok.

Het Rome uit die tijd, de oorlogsuitstapjes van paus Julius, de politieke bondgenootschappen met Venetië en Frankrijk (in wisselende samenstellingen), de techniek van de fresco's, de manier van werken, alles komt aan bod en Ross King weet dit meesterlijk te verbinden.

Michelangelo and the pope's ceiling is geen moment saai of vervelend, maar blijft boeien door de interessante mix van details en bijzondere informatie. Kortom, een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in Italiaanse geschiedenis of de kunst van de Renaissance.

Uitgegeven in 2006
bladzijdes: 296
Vertaald in het Nederlands als: De hemel van de paus

vrijdag 10 augustus 2018

Vijf op vrijdag: 5x Rome (zomer 2018)

Vorige week was ik weer eens in de mooiste stad ter wereld: Rome. Ik heb vijf dagen genoten van alles wat ik heb gezien en natuurlijk doe ik hier in de komende weken regelmatig verslag van. Zo leuk om toch weer nieuwe dingen te hebben gezien, ondanks dat ik al heel vaak hier geweest ben. Maar dat is één van de mooie dingen van Rome; hoe vaak je er ook bent geweest, je hebt nooit alles al gezien of gedaan.

Hier vijf impressies van de Eeuwige Stad.





maandag 6 augustus 2018

Drie korte besprekingen

In de afgelopen tijd las ik een aantal boeken die ik mooi vond, maar waar ik geen hele bespreking aan kan wijden, vandaar dat ik ze hier gezellig combineer. 

Witte huizen, Amy Bloom
President Franklin Delano Roosevelt en zijn vrouw Eleanor vormden een geducht duo. Hij is de enige president die drie termijnen diende en zijn land uit de crisis hielp, zij zette zich op allerlei manieren in om de armen en misdeelden te helpen.

Maar hun huwelijk was niet heel gelukkig, hij had langdurige affaires onder andere met zijn secretaresse en ook Eleanor had haar geheime passies. Zij had een verhouding met de journaliste Lorena Hickok, die zich als arm meisje uit South Dakota had opgewerkt. Eleanor en Hicks leerden elkaar in 1932 kennen en dat was het begin van een jarenlange affaire, waarbij Hicks zelf in het Witte Huis woonde, als de beste vriendin van Eleanor. Iedereen die bij het Witte Huis betrokken was, kende de situatie, maar er werd nooit publiekelijk iets over gezegd.

Witte huizen is een mooie roman over een stukje geschiedenis dat niet zo bekend is (ik wist wel iets over hem, niets over haar), maar dat wel interessant is. Juist omdat Amy Bloom in staat is om het niet sensationeel te brengen of zoetsappig. Hicks ziet Eleanor terug als in 1945 Franklin is overleden en kijkt terug op wat geweest is. Want een gelukkig einde zit er voor hen beiden helaas niet in. Mooi geschreven en de moeite waard.

Originele titel: White houses (2018), Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Nederlandse vertaling: Paul Syrier, bladzijdes: 237

In de tuin van het beest, Leïla Slimani
Adèle is getrouwd en heeft een lief zoontje en ze wonen in een mooi appartement in Parijs. Zij is journaliste en hij is arts. Maar waar haar man denkt dat ze heel gelukkig zijn, is Adèle dat niet. Ze snakt naar seks, ruige seks, met mannen die ze net kent, of niet kent. Ze neemt enorme risico’s en geniet hiervan, heeft het ook nodig om te kunnen functioneren.

Als haar man er eindelijk achter komt, verhuizen ze naar het platteland, waar er minder mannen en vooral minder kansen zijn. Maar de vraag is of Adèle echt veranderd is of dat ze de eerste de beste kans weer zal aangrijpen om los te gaan. Want de tuin van het beest blijft lokken.

Knap is dat Laila Slimani in staat is om deze gebeurtenissen te beschrijven op een soort klinische manier zodat het nooit ranzig wordt, hoe ranzig de situatie misschien ook is. Ook geeft ze geen verklaring en dat vind ik ook bijzonder. Meestal begin je bij zo’n onderwerp te bedenken hoe Adèle zo heeft kunnen worden (alsof een vrouw geen buitensporig gedrag kan vertonen zonder dat er een oorzaak voor is). Maar in dit geval is er geen oorzaak, geen reden, of in ieder geval geen een die wij te weten komen. Ook voor het gedrag van de echtgenoot komt geen verklaring en ergens is dat wel heel bevrijdend.

Ik las eerder van Laïla Slimani Een zachte hand, een thriller die je bijna laat vergeten dat er ook heel wat maatschappijkritiek in zit, net zoals dit boek ook meerdere lagen heeft.

Originele Franse titel: Dans le jardin de l‘ogre (2014), Nederlandse uitgave 2018 door uitgeverij Nieuw Amsterdam,Nederlandse vertaling Gertrud Maes, bladzijdes: 174

Rivieren keren nooit terug, Joke J. Hermsen
Ella Theisseling heeft een wat moeizame verhouding met haar ouders, maar nu haar vader is overleden en haar moeder weigert om over bepaalde zaken te praten, merkt ze dat ze ronddobbert. 

Daarom besluit ze naar Frankrijk te gaan, naar het zuiden, waar ze vroeger altijd de zomervakantie doorbrachten, in de hoop hier iets terug te vinden wat haar houvast biedt. Ze reist via Parijs en rijdt zo naar het zuiden, terwijl ze onderweg plaatsen aandoet waar mooie dingen te zien zijn. Ella is kunsthistorica en kunst is voor haar balsem en noodzaak, de enige houvast die er nog is.

Langzaam vallen reis, kunst, reflecties en herinneringen samen en hoewel je nooit terug kunt naar het verleden omdat de tijd nu eenmaal niet stilstaat, kun je wel leren om dingen onder ogen te zien. En van daaruit verder te gaan.  

Ik kwam erachter dat ik heel lang Joke Hermsen heb verward met een andere Joke die een boek heeft geschreven waar ik niet zo van onder de indruk was, terwijl een ander boek dat ik wel van haar heb gelezen en dat ik mooi vond (Tweeduister), in mijn hoofd niet meer bij deze Joke hoorde. (is dit nog duidelijk?)

Enfin, Rivieren keren nooit terug is een prachtig boek. Ik houd ervan als een schrijver in staat is om op een mooie manier kunst en filosofische overwegingen in een verhaal te verwerken zonder dat het pedant wordt. Joke Hermsen schrijft met prachtige zinnen en mooie beelden en weet in een paar woorden een scene of een sfeer te vatten. Erg mooi. En ik wil nu meer van haar lezen, zeker nu ik de juiste Joke voor me heb.

Uitgegeven in 2018 door uitgeverij De Arbeiderspers, bladzijdes: 262

vrijdag 3 augustus 2018

Twee musea in Napels

Napels heeft prachtige musea en ik heb er tijdens mijn verblijf in mei een paar bezocht. Hieronder de twee mooiste die je eigenlijk niet mag missen als je naar Napels gaat.

Museo Capodimonte
Dit museum ligt aan de noordkant van Napels op een heuvel. Er is niet heel gemakkelijk te komen, hoewel er wel een bus schijnt te gaan, maar ik heb een taxi heen genomen en ben terug gelopen. (dat leek me een goede volgorde vanwege die heuvel!).

Het museum is gevestigd in een voormalig paleis, dat gebouwd werd door koning Karel VII van Napels en Sicilië. Hij bracht hier zijn grote kunstcollectie onder, die hij had geërfd van zijn moeder Elizabeth Farnese. Deze collectie was één van de grootste in Italië en in de jaren erna werden hier nog meer schilderijen aan toegevoegd. Het paleis had zelfs een eigen restauratieatelier.

De hele collectie werd tijdens de Franse overheersing door Napoleon overgebracht naar het in de stad gelegen Nationale Archeologie museum, maar in 1950 werd het paleis Capodimonte een museum en kwam het kunstgedeelte van de Farnese collectie daar terug (het archeologische deel bleef samengevoegd met de collectie in het archeologiemuseum museum).

De collectie is bijzonder mooi en uitgebreid, het is dan ook één van de grootste musea in Italië. Er hangt voornamelijk kunst uit de Middeleeuwen en de Renaissance, maar er is ook een gedeelte met moderne kunst, erg leuk.

Er zijn onder andere werken van Titiaan, Bellini, Vasari, El Greco en nog veel meer Italiaanse kunstenaars te zien. Heel bijzonder is natuurlijk De geseling van Christus van Caravaggio, maar er hangt ook De onthoofding van Holofernus door Artemisia Gentileschi, een bijzonder mooi werk dat heel veel indruk maakt.
Artemisia Gentileschi, Onthoofding van Holofernes
Via Miano 2, Toegang 12 euro (mei 2018)

Museo Argeologico Nazionale 
Het Archeologisch museum van Napels is gevestigd in de voormalige kazerne van de koninklijke cavalerie en deze locatie geeft door de hoge plafonds en grote zalen nog iets extra's aan de collectie oudheden.

De oorsprong van dit museum ligt opnieuw bij koning Karel VII van Napels en Sicilië die de aanzet gaf voor de eerste opgravingen in Pompei (1748)  en Herculaneum (1738). De gevonden voorwerpen vormen de basis voor één van de grootste archeologische musea in de wereld.

Eerst was het nog samengevoegd met andere collecties, maar uiteindelijk bleven sinds 1957 alleen de zuiver archeologische onderdelen over. Hieronder vallen dus de opgravingen uit Pompei en Herculaneum, het archeologische deel van de Farnese collectie en natuurlijk zijn er in de loop van de jaren nog meer opgravingen gedaan in en rond Napels. Sinds 1860 is het een nationaal museum.

Op de begane grond zijn er voornamelijk beelden te zien, maar op de eerste verdieping vind je de fresco's uit Pompei en Herculaneum, waaronder ook een paar die ik heel goed ken, maar die ik nog nooit in werkelijkheid had gezien. Heel bijzonder en mooi. Dat dit zolang bewaard is gebleven en vooral, over is gebleven na die vulkaanuitbarsting.

Het gebouw zelf is ook al heel mooi, met hoge plafonds, hoge deuren, grote zalen en twee leuke binnentuinen.
Een museum waar de indeling misschien niet heel duidelijk is en er niet heel veel staat aangegeven, maar juist daarom des te fijner om rond te struinen en van de ene verbazing in de andere te vallen. Prachtig en zeer de moeite waard!

Piazza Museo 19, toegang 12 euro (mei 2018)

maandag 30 juli 2018

Hoger dan de zee, Francesca Melandri

Paolo is een gepensioneerde leraar geschiedenis en filosofie, Luisa is een boerin uit het noorden van Italië, waar de bergen zijn. Zo op het eerste gezicht hebben deze twee mensen niets gemeen. Maar ze komen elkaar tegen in een streng bewaakte gevangenis, waar ze beiden iemand komen opzoeken.

De gevangenis staat op een eiland en is alleen bereikbaar per veerboot en natuurlijk moeten bezoekers het eiland bij de avond weer verlaten hebben. Helaas voor Luisa en Paolo missen zij door een ongeluk de veerboot en zitten ze vast op het eiland. Noodgedwongen moeten ze samen, onder toeziend oog van de bewaker Nitti de nacht doorbrengen. En langzaam, door wat ze elkaar vertellen en door flashbacks komen we hun achtergrond te weten.

Luisa komt haar echtgenoot opzoeken die gevangenis zit voor moord, en na de moord op een bewaker in de speciale afdeling zit. Op het eerste oog lijkt ze een zeer plichtsgetrouwe echtgenote die wel veel van haar man moet houden om elke keer deze lange reis te maken. In werkelijkheid is Luisa opgelucht dat ze geen last meer heeft van haar man, die niet bepaald prettig in de omgang was en zich weinig aan zijn vrouw gelegen liet liggen.

Het leven alleen is hard, maar nog altijd beter dan met een gewelddadige man. En Luisa is niet iemand die zich teveel verliest in alles wat had kunnen en moeten zijn, ze gaat gewoon verder met wat er moet gebeuren.

Paolo komt voor zijn zoon, die als lid van een links terreurbeweging (de Rode Brigades, hoewel dit nergens bij naam wordt genoemd) mensen uit naam van ‘de goede zaak’ heeft neergeschoten.

Paolo geeft zichzelf voor een deel de schuld van de weg die zijn zoon is gegaan, hij heeft hem verteld over een ideale samenleving waarin iedereen gelijk is en gelijke kansen heeft. Om niet te vergeten, om een deel van de schuld te dragen, draagt hij altijd een foto bij zich van het dochtertje van één van zijn zoons slachtoffers, die bloemen op het graf van haar vader legt.  

Luisa is een hardwerkende vrouw die vijf kinderen moest grootbrengen en een boerderij draaiende moest zien te houden terwijl haar man weg was. Ze heeft weinig opleiding en heeft nooit de tijd gehad om stil te staan bij filosofische vraagstukken. Toch is ze beslist niet dom en heeft ze een helder oordeel over de mensen die ze tegenkomt.

De directeur is niet blij met de twee onverwachte gasten, de gevangenis is er niet op berekend en bovendien kunnen de twee handlangers van de gevangenen zijn. Hij geeft de bewaker Nitti dan ook opdracht om de twee lastposten niet uit het oog te verliezen.

Nitti is onderdeel van het gevangenis systeem en hoewel hij meedoet met zijn collega’s en soms zijn macht misbruikt, weet hij nu wanneer hij de regels moet breken. Hij nodigt de twee gasten bij hem thuis uit om te eten, een avond die veel losmaakt bij iedereen.

Ik las enkele weken geleden de nieuwste roman van Francesca Melandri De lange weg naar Rome, een prachtig en gelaagd verhaal over vluchtelingen, kolonialisme, fascisme en discriminatie en familie.

Hoger dan de zee is in 2013 uitgegeven en speelt zich af in 1979, toen Italië de jaren van lood beleefde en rechts-extremistische en links-extremistische terreurgroepen aanslagen en moorden pleegden. Aldo Moro was net door de Rode Brigades vermoord de gemoederen liepen hoog op, aan alle kanten in de samenleving.

Ik vind het bijzonder knap van Francesca Melandri dat zij in staat is om ingewikkelde politieke en ook morele vraagstukken in haar verhalen weet te verwerken, zonder de mensen uit het oog te verliezen. Het zijn de mensen die de hoofdmoot vormen, tegen de politieke en maatschappelijke achtergrond, terwijl die je tegelijkertijd wel aan het denken zet.

Hoger dan de zee is geen groots en meeslepend verhaal vol actie, als je dat zoekt is dit niet het boek voor jou. Maar voor iemand die een indrukwekkend verhaal wil lezen waarin duidelijk wordt dat niet het systeem belangrijk is, maar dat het gaat om goedheid, moed, en medemenselijkheid, zelfs al is het misschien tegen de regels, is dit een prachtig boek. Het gaat om mensen die elkaar even nader komen en elkaar tot steun kunnen zijn. 

En in dat opzicht is het juist wel een groots verhaal.  

Originele Italiaanse titel: Più alto del mare (2012)
Nederlandse uitgave 2013 door uitgeverij Cossee
Nederlandse vertaling Jan van der Haar
Bladzijdes: 172

zondag 29 juli 2018

Plant op zondag (10/18)

Herinneren jullie deze nog? Vijf jaar geleden blogde ik dat ik in Italie zo genoot van deze plant met de prachtige blauwe bloemen (hier). Dit is Mannentrouw, maar hier in Nederland heb ik de plant niet kunnen vinden.

Maar vorige week stond er opeens deze plant bij de bloemwinkel bij mij in het dorp, en ik heb dan ook geen moment geaarzeld: die plant ging met mij mee. Ik wilde niet weer het risico lopen vijf jaar te moeten wachten. Sindsdien geniet ik op mijn eigen balkon van deze Mannentrouw. Ik hoop dat de warmte van de afgelopen dagen hem echter niet fataal wordt en dat de plant mij de hele zomer in Italiaanse sferen houdt.


vrijdag 27 juli 2018

Kasteel de Haar

In het dorp Haarzuilens staat een prachtig kasteel. Op het eerste oog lijkt het Middeleeuws, maar schijn bedriegt. Hoewel er al in de 13e eeuw een versterkte woontoren stond, was het kasteel in de 19e eeuw een ruïne geworden, waar de adellijke familie Van Zuylen van Nyevelt van de Haar al een tijd niet naar om had gekeken.

Dit veranderde met Belgische baron Étienne van Zuylen van Nyevelt, die het kasteel in 1890 erfde. Hij wilde de ruïne restaureren en trok hiervoor de bekende architect Pierre Cuypers aan, om het kasteel in nieuw-gotische stijl te (ver)bouwen en ook alle meubels en het servies etc te ontwerpen. 

Gelukkig was baron Etienne getrouwd met de Franse erfgename Hélène de Rothschild en kon hij zich dit alles veroorloven. Het kasteel werd voorzien van een Middeleeuws sausje, maar daaronder werden de modernste voorzieningen aangebracht. 

Aparte badkamers, warm en koud stromend water, een keuken waarin banketten voor tientallen gasten gekookt konden worden, en door het hele kasteel werd elektrische verlichting en centrale verwarming aangelegd, zodat het geschikt was voor de meest veeleisende bezoeker. 

In Augustus en September kwam de familie naar het kasteel, om vakantie te vieren, waarbij allerlei beroemdheden en gasten uit de hoogste kringen werden uitgenodigd. Daar komen na de Tweede Wereldoorlog ook nog allerlei filmsterren en mensen uit de jet-set bij. 
Mensen als Roger Moore, Gregory Peck, Sophia Loren, Jackie Collins, Brigitte Bardot, Michael Caine, Billy Wilder, Michael York, Maria Callas en Ari Onasis waren kind aan huis in Kasteel de Haar. 

Tegenwoordig is het geen particulier bezit meer. De mannelijke lijn is met de dood van baron Thierry van Zuylen van Nyevelt in 2011 uitgestorven en in de jaren daarvoor was het gebouw al bezit geworden van een stichting. In 2013 werden ook de kunstschatten en de meubels aan de stichting overgedragen en het kasteel is nu een museum en de locatie voor filmopnames, trouwerijen en festivals. 

Kasteel de Haar is zeer de moeite waard om te bezoeken, want niet alleen is het kasteel schitterend gerestaureerd en onderhouden, er hoort ook een mooi park bij waar het heerlijk wandelen is. Niet alle kamers zijn toegankelijk, maar veel wel zoals de grote hal, de slaapkamer van de baron en de barones en de spectaculaire keuken. Op dit moment worden er nieuwe kamers gerestaureerd die binnenkort weer te bezichtigen zullen zijn. 

Bovendien is er op dit moment tot oktober de tentoonstelling Films en Sterren, waarbij we even een beetje worden meegenomen in de wereld van de hoge gasten die hier hebben gelogeerd. We zien bijvoorbeeld de handdoeken die Gregory Peck nodig had om van het bed naar de badkamer te kunnen lopen (de arme man had smetvrees), zien de foto's en sommige attributen die de herinneringen vormen aan al die mensen die hier kwamen. Heel spectaculair is de tentoonstelling niet, het is meer een aardigheid in wat sowieso al een fantastisch kasteel is.

Het park er omheen is ook heel erg mooi, zeker als je er op een zonnige dag bent zoals wij. Het schijnt dat baron Étienne geen park vol sprietjes wilde, maar een volwaardig park dat helemaal af was. Daarom heeft hij zo'n 7000 volwassen bomen laten overbrengen om hier geplant te worden. Het resultaat mag er in ieder geval zijn!

maandag 23 juli 2018

De vierde wand, Sorj Chalandon

Georges is een linkse activist en in de jaren ‘60 en ‘70 demonstreert hij vóór Palestina, tegen het fascisme, voor veranderingen aan de Sorbonne, tegen de Vietnamoorlog en tegen de Amerikaanse rassenscheiding. Hij komt met kameraden bijeen om extreem-rechts uit de tent te lokken en raakt zelf ook gewond 'in de strijd', zoals hij het zelf noemt.

Ondertussen is hij bevriend geraakt met Samuel Akounis uit Thessaloniki, die uit Griekenland moest vluchten toen de kolonels daar de macht grepen. Sam, wiens Joodse ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd, probeert om wat nuance aan te brengen bij Georges en zijn kameraden. 

Dat negen dode Israëlische kinderen na een Palestijnse aanslag niet iets is om over te juichen, of dat de tegenstander niet echt uit nazi’s bestaat. Maar voor Georges en de zijnen is het leven zwart-wit en duidelijk. Pas als zijn dochtertje geboren wordt en in Frankrijk Mitterand aan de macht komt (en links dus gewonnen heeft), zegt Georges de actieve strijd op.

Beiroet
Sam woont ondertussen afwisselend in Parijs en Beiroet, tot in Libanon de burgeroorlog uitbreekt. 
Het begint met schermutselingen tussen Palestijnen en christenen, en al snel zijn alle andere bevolkingsgroepen, zoals Druzen en Sjiieten, erbij betrokken. Dwars door Beiroet loopt een demarcatielijn om de strijdende partijen van elkaar te scheiden en elke groep heeft een deel van het land en van de stad in zijn greep.

Sam is theaterregisseur, theater is iets dat hem en Georges bindt, en hij wil in Beiroet een toneelstuk opvoeren. Een toneelstuk met acteurs uit alle strijdende partijen, opgevoerd midden op de demarcatielijn, als alle partijen die dag akkoord gaan met een staakt-het-vuren.

Maar Sam is te ziek en kan zijn ziekenkamer in Parijs niet meer verlaten en daarom vraagt hij Georges om het project af te maken. 

Een beetje tegen zijn zin begint Georges aan de reis naar Beiroet, om alle acteurs te ontmoeten en eventueel over te halen om mee te doen aan dit onzinnige project. Ondanks al zijn demonstraties vroeger weet hij vrij weinig van het conflict dat Libanon verscheurt en hij raakt er steeds meer bij betrokken. 

Hier komt hij erachter wat werkelijke strijd is, wat lijden is, en dat goed en fout niet zo gemakkelijk te duiden zijn als hij altijd heeft gedacht. De vraag is dan niet meer of het project gaat lukken, maar of Georges in staat zal zijn de oorlog achter zich te laten.

Jean Anouilh
Antigone
Het stuk dat opgevoerd moet gaan worden is Antigone. Dit verhaal gaat over Antigone, de dochter van Oedipus en Jokaste in de stad Thebe. Als haar vader doodgaat, nemen haar broers de macht over, om de beurt zouden zij één jaar regeren. Als na één jaar Eteokles weigert om de macht weer af te staan, komt zijn broer Polyneikes tegen hem in opstand, met als gevolg dat ze beiden sterven. 

De nieuwe koning van Thebe, Kreon, geeft Eteokles een staatsbegrafenis, maar laat bekend worden dat niemand de verrader  Polyneikes mag begraven, op straffe van de dood. Antigone gaat echter tegen deze wet in en probeert in het donker haar broer te begraven. Als zij gesnapt wordt, wordt ze inderdaad ter dood veroordeeld. 

Haar verloofde Haemon, de zoon van Kreon, stort zichzelf op zijn zwaard als Antigone sterft en vervolgens pleegt zijn moeder ook zelfmoord, waardoor koning Kreon alleen achterblijft. (Het moge duidelijk zijn, Antigone is een tragedie.)

Parijs
De bekendste toneelversie is die van Sophocles, maar in 1944 schreef de Franse toneelmaker Jean Anouilh zijn versie, die werd opgevoerd in Parijs, terwijl het door de nazi’s bezet werd.

Antigone gaat namelijk over de vraag welke wetten gehoorzaamd moeten worden; de wetten van de mensen zelfs al zijn ze onrechtvaardig? Of is er een hogere gerechtigheid en moeten de wetten van de goden gehoorzaamd worden? Het is verleidelijk om te denken dat de versie van Jean Anouilh een duidelijk standpunt inneemt, waarbij Kreon de nazi’s vertegenwoordigd, en Antigone het rechtvaardige verzet.

Bijzonder is dat Kreon in deze Franse versie echter een stuk genuanceerder is dan in de oude Griekse versie. Hij legt aan Antigone uit dat hij juist probeert om de rust te herstellen na een periode van burgeroorlog, zelfs al moet hij daarvoor impopulaire maatregelen nemen en zich bij sommigen gehaat maken. 

En als zijn zoon hem smeekt de wet te buigen omdat hij toch de koning is, geeft Kreon als antwoord dat hij koning is ónder de wet en niet tégen de wet.

De Franse versie van Antigone is daarmee een stuk complexer en gelaagder en bij uitstek geschikt om op te voeren in een land verscheurt door oorlog.

De vierde wand
De vierde wand is in de toneelwereld de onzichtbare scheiding tussen toneel en publiek. Over het algemeen zullen de acteurs doen alsof er geen publiek is, al heb je soms personages die door de vierde wand breken en actief met het publiek communiceren.

In Antigone van Jean Anouilh wordt dit gedaan door het personage van het Koor of de Proloog, die tegen het publiek commentaar levert en de spelers voorstelt. Sam heeft Georges gevraagd om deze rol zelf op zich te nemen en hij krijgt daarvoor het versleten fluwelen keppeltje mee dat van Sams vader is geweest.

Georges komt bij alle partijen langs en wat opvalt is dat elke groep wel iets vindt in Antigone om zicht mee te vereenzelvigen en te denken dat het stuk over hen gaat. Iedere groep eigent zich Antigone toe en dat is de reden dat ze mee willen en kunnen doen.

Zo ziet de Palestijnse Imane die in het vluchtelingenkamp Shatila woont en de rol van Antigone zal spelen, Antigone als iemand die vraagt om gerechtigheid. En de Sjiieten die de acteurs voor Kreons wachters leveren, zien hen als dappere strijders die alles doen voor hun kalief, terwijl de christelijke falangisten Kreon beschouwen als een rechtvaardig man die zijn hoofd hoog weet te houden in een smerige situatie. 

Als Georges wil dat het stuk wordt opgevoerd, rest hem niets anders dan al deze versies te accepteren en te hopen dat als ze bij elkaar komen, de verschillen overbrugt worden. Tijdens de eerste repetitie wordt hier een eerste begin mee gemaakt, maar gemakkelijk is het niet en spanningen blijven de kop opsteken.

Georges is niet de hele tijd in Beiroet, maar gaat tussendoor terug naar Parijs, om Sam van zijn vorderingen op de hoogte te brengen en om even bij zijn vrouw en kind te zijn.

Als hij daarna weer in Beiroet is en het er naar aanziet dat het project zal lukken, gebeurt er iets verschrikkelijks, de oorlog laait op en de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila worden overvallen en uitgemoord. Georges loopt hier rond en ziet nu met eigen ogen de verschrikkingen van een oorlog, beelden die hij niet meer los kan laten en die zijn leven in Parijs onmogelijk maken. De oorlog slokt ook hem op en de vraag is of in Beiroet ooit een uitvoering van Antigone gespeeld zal worden.

Indrukwekkend
Ik denk dat De vierde wand één van de mooiste en indrukwekkendste boeken is die ik ooit heb gelezen. Op elke bladzijde staan prachtige zinnen en observaties die de moeite waard zijn. Sorj Chalandon is een ongelofelijk goede schrijver die heel soepel de moeilijkste thema’s weet aan te snijden. Sommige stukken heb ik meerdere malen gelezen omdat er zoveel lagen te vinden zijn en het boek je niet loslaat.

De verbindingen die gelegd worden tussen de kernvragen van Antigone over rechtvaardigheid en welke wetten je moet gehoorzamen, het stuk van Jean Anouilh, het activisme van Georges en de oorlog in Beiroet zijn adembenemend. Ik had regelmatig dat ik tijdens andere dingen (het boek blijft in je hoofd zitten) opeens een nieuw inzicht had, een andere laag opmerkte en een nieuwe verbinding doorkreeg. Het is geen boek dat je in één keer begrijpt of even snel leest, het is het waard om met heel veel aandacht te doorgronden.

Het mooie daarbij is dat Sorj Chalandon geen ogenblik vergeet om ook nog een mooi verhaal te schrijven. Alle verbanden en lagen zijn nooit opgelegd of alleen maar trucjes van de schrijver, het verhaal staat voorop en dat is heel meeslepend en ontroerend. En af en toe ook heel erg grappig. 

De vierde wand neemt je mee, ontroert, laat je nadenken en is een boek dat nog heel lang doorgaat, als je de laatste bladzijde al hebt omgeslagen. Wat mij betreft een meesterwerk.

Het loont trouwens om Antigone van Jean Anouilh erbij te lezen, dan vallen sommige zaken nog meer op hun plek. 

Oorspronkelijke Franse titel: Le quatrième mur (2013)
Nederlandse uitgave in 2017 door uitgeverij Atlas Contact
Nederlandse vertaling Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen
Bladzijdes: 293

Antigone van Jean Anouilh, geschreven in 1944, geen Nederlandse vertaling beschikbaar, wel een Engelse vertaling.

zondag 22 juli 2018

Italië op zondag (9/18)

Pulcinella in het straatbeeld van Napels 
In de 16e eeuw ontstond in Italie de Commedia dell'Arte. Dit was grotendeels improvisatietoneel, waarin bepaalde vaste figuren een rol speelden. Deze figuren waren herkenbaar aan hun kostuum en hun masker en een acteur kon beroemd en geliefd worden om de rol die hij speelde.

Een bekend personage als Harlekijn (Arlequino) komt oorspronkelijk uit dit toneel voort en is in Nederland bekend als Jan Klaassen.

De verschillende regio's in Italië hadden elk zo hun eigen Commedia dell'Arte figuur. Zo komt de koopman Pantalone uit Venetië en uit Napels komt Pulcinella, die tot op de dag van vandaag een symbool is van de stad.

Pulcinella is herkenbaar aan zijn witte kostuum met de witte muts en een zwart masker. Hij heeft een bochel en een dikke buik en zijn naam is een variatie op pulcino dat kuiken betekent en pollastrello dat haan betekent.

Pulcinella werd opgevoed door twee figuren, Bucco en Maccus, die verschillende karakters hadden en Pulcinella heeft trekken van beiden.

Pulcinella kan dan ook verschillende rollen spelen en aan meerdere kanten staan. Hij kan iemand zijn uit de hogere klasse of juist een bediende. Hij kan trots en gewiekst zijn of juist bot en grof. Hij is een dief en hij is gulzig en hij doet zich regelmatig dommer voor dan hij in werkelijkheid is.

Op deze manier vertegenwoordigt hij Napels, het beste en het slechtste van Italie en de stad. Hij is de stem van het volk en laat zien hoe de heersende klasse opereert.
Pulcinella is overal in Napels aanwezig, je kunt nog altijd niet om hem heen.

vrijdag 20 juli 2018

Zomervakantie! (2018)

Zo langzamerhand is het traditie geworden, ik heb zomervakantie en vier dat met Marilyn Monroe.

woensdag 18 juli 2018

The race to save the Romanovs, Helen Rappaport

Er zijn honderden boeken en artikelen geschreven over de Russische Revolutie en het trieste lot van de Keizerlijke Familie van Rusland in 1918. Grote vragen daarbij zijn of de revolutie voorkomen had kunnen worden, of hadden Nicolaas en zijn gezin nog gered kunnen worden.

Het is knap als je een boek weet te schrijven waar daadwerkelijk nieuwe informatie naar voren komt en daarmee ook nieuwe inzichten worden gegeven.

Nicolaas II regeerde autocratisch, zoals zijn vader en de meesten van zijn voorouders dat ook hadden gedaan. Zijn grootvader, de hervormingsgezinde Alexander II , was door revolutionairen vermoord, en daarmee was ook elke kans op hervormingen vanuit de tsaar verkeken.

In Europa waren de meeste vorsten aan elkaar verwant, of door koningin Victoria of via het Deense koningshuis en veel koningen kenden elkaar.

De meeste vorsten hadden eind 19e en begin 20e eeuw echter wel begrepen dat je als koning je troon eigenlijk alleen kon behouden als je niet al te gek deed en luisterde naar je volk. Ruimte voor autocratie was er niet meer en dat dit in Rusland nog wel bestond, met bijbehorende censuur en onderdrukking van tegengeluiden, werd gezien als iets dat wel mis moest gaan. 

Koning Haakon van Noorwegen, die zelf alleen koning in Noorwegen wilde worden nadat het volk in een referendum voor was, gaf Nicolaas goed advies op dit gebied, maar dit werd niet opgevolgd.

Had Nicolaas een andere echtgenote gehad, dan was het misschien ook anders gelopen. Alexandra was echter snobistisch en hooghartig en wist het Russische volk niet voor zich te winnen. Bovendien hamerde zij er constant op dat Nicolaas niet moest vergeten dat hij Tsaar aller Russen was en dat men hem gewoon moest gehoorzamen. Als Nicolaas al een hervorming had gewild, had Alexandra hem dat meteen uit zijn hoofd gepraat.

Het feit dat zij van Duitse afkomst was, werd haar ook nagedragen, zeker toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, hoewel ze altijd heel duidelijk had aangegeven geen enkele sympathie voor keizer Wilhelm II te koesteren.

Tsaar Nicolaas II en Koning George V
Nadat de tsaar in februari 1917 afstand had gedaan van de troon, was er sprake van dat de Keizerlijke familie misschien in ballingschap naar Engeland zou kunnen gaan. Dit is echter nooit gebeurd. Hier lagen voornamelijk politieke problemen aan ten grondslag. 

De Engelse regering wilde niet dat de nieuwe Russische regering zich zou terugtrekken uit de oorlog en wilde niets doen om hun bondgenoot van zich te vervreemden. Koning George V was bovendien doodsbang dat de publieke opinie in Engeland, die fel anti-Russisch was, zich tegen hem en zijn eigen familie zou keren.

De enige vorst die echt probeerde om iets te doen voor Nicolaas en zijn familie was koning Alfonso XIII van Spanje. Hij was vanaf het begin bezorgd en informeerde naar hun welzijn en heeft onderhandeld met de Bolsjewieken om de vrijheid van de Romanovs. Hij betoonde zich hiermee een echte vriend van Nicolaas, terwijl zij slechts in de verte verwant waren en zij elkaar nooit hebben ontmoet.

Binnen Rusland lag het ook politiek gevoelig, zo had de Voorlopige regering bepaald geen controle over het hele land en probeerde bijvoorbeeld de Sovjet van Sint Petersburg de controle te krijgen, zo ook over de Romanovs. Ook in andere delen van het land waren er groepen Bolsjewieken en Sovjets uit verschillende steden die een stuk radicaler waren dan de Voorlopige regering, terwijl tegenstanders zich ook groepeerden. Rusland was in burgeroorlog en zat behoorlijk met de Romanovs in haar maag.

Er zijn heel veel mythes, roddels en sterke verhalen in omloop over de situatie toen de Romanovs gevangen zaten. Verslagen spreken elkaar tegen, veel betrokkenen zijn dood, maar er zijn inderdaad een aantal reddingspogingen bedacht, de een kansrijker dan de andere. Maar uiteindelijk speelden allerlei factoren een rol waarom het nooit geprobeerd is, en waarom de Keizerlijke Familie in die nacht van 17 juli haar gruwelijke lot tegemoet ging.
Tsaar Nicolaas II in gevangenschap
Helen Rappaport heeft verschillende boeken al geschreven over de Romanovs en is goed thuis in deze materie. Zij heeft voor dit boek nieuw materiaal ontdekt en weet zo obscure stukjes geschiedenis te verduidelijken of een nieuwe invalshoek te geven bij oude en bekende gegevens.

The race to save the Romanovs is ontzettend goed geschreven en bijzonder interessant, juist door die nieuwe informatie en de focus op de periode tussen de troonsafstand en de moord.
De rol van koning George V van Engeland wordt onder de loep genomen en de invloed die keizer Wilhelm II van Duitsland had op de loop van de geschiedenis.

De trieste conclusie is dat er eigenlijk maar één echt moment is geweest waarop de Romanovs hadden kunnen ontsnappen, namelijk net nadat tsaar Nicolaas afstand had gedaan van de troon. In die eerste chaotische dagen was de bewaking nog niet op orde en had de familie in veiligheid kunnen komen. Helaas waren op dat moment de kinderen doodziek met de mazelen, waardoor dit nooit is overwogen. 

En daarmee wordt heel duidelijk dat er een heleboel factoren zijn, sommige heel triviaal, die de loop van de geschiedenis en het lot van een familie volkomen kunnen veranderen.

Uitgegeven in 2018
Nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar

dinsdag 17 juli 2018

In memoriam: De Keizerlijke Familie

Vandaag is het 100 jaar geleden dat de Keizerlijke Familie van Rusland, Tsaar Nicolaas II en zijn gezin, werden vermoord in Jekatarinaburg door de Bolsjewieken.

vrijdag 13 juli 2018

Experimenteren met de nieuwe camera

Sinds enkele weken heb ik een nieuwe camera. Ik vind fotograferen steeds leuker worden en hoewel ik op zich heel tevreden was met mijn compactcamera (Canon SX600 HS) en hier mooie foto's mee heb gemaakt, merkte ik zo langzamerhand ook een beetje de beperkingen.

Na lang overdenken en vergelijken ben ik op een systeemcamera uitgekomen. Dat is een toestel dat tussen een compactcamera en een digitale spiegelreflex camera inzit. Je hebt wel meer mogelijkheden dan met een compactcamera en de mogelijkheid om lenzen te verwisselen, maar de camera is niet zo groot en zwaar als een spiegelreflex.

Het is handig om te bedenken waar je het toestel vooral voor gebruikt. Zo neem ik de camera mee op reis en dan ben ik voornamelijk in een stad of ik fotografeer landschappen, dus ik wil een licht, gemakkelijk te bedienen toestel. Voor mij is het bijvoorbeeld niet interessant of je er goed filmpjes mee kan maken.

Ik ben de camera gaan kopen met collega Y. die er heel veel verstand van heeft (nogmaals bedankt!!) en ben uitgekomen op een Olympus OM-D EM 10 mark III. Het is een leuke camera om te zien, een beetje als een ouderwets fototoestel en dat vind ik grappig. Tegelijkertijd ligt de camera prettig in de hand en is het relatief gemakkelijk om te bedienen.

Er zit een kitlens bij van 14-42mm. Dat is prima om mee te beginnen, ik kan dan later kijken welke andere lenzen ik er nog bij zou willen en daar eerst weer voor gaan sparen.

Zoals jullie begrijpen ben ik lekker aan het uitproberen om zoveel mogelijk functies te ontdekken. Ik begin met de automatische stand en probeer de verschillende mogelijkheden uit. Experimenteren, kijken wat werkt en wat niet werkt. En langzamerhand hoop ik ook de volkomen handmatige stand onder de knie te krijgen, waarin je zelf sluitertijd etc instelt. Maar zover ben ik nog (lang) niet.

Tot nu toe ben ik heel tevreden over de mogelijkheden van de camera en de kwaliteit van de foto's.

Hier een paar voorbeelden.
Heel erg scherp
Prachtige kleuren
 Geinige mogelijkheden
Silvia in zwart-wit

Silvia in water-colour

De schaapskudde van Almere in sepia

De schaapskudde in vintage, als een jaren '70 kiekje
Mislukt experiment, de schapen in watercolour zien er heel vreemd uit! :-) 
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...