maandag 26 juni 2017

In het buitengebied, Adriaan van Dis

Een schrijver woont in een afgelegen dorp, ver van de bewoonde wereld. Hij woont in het buitengebied. Hij woont daar idyllisch, met zijn mooie spullen die hij in de loop der tijd heeft verzameld en zijn herinneringen, een stel kippen en een paar geitjes en een prachtige tuin. Een klein paradijs op het eerste oog, maar dat is het toch niet helemaal.

De schrijver voelt zich namelijk afgesneden van de wereld, alsof hij geen aansluiting kan vinden. 

Hij vindt troost in het schrijven van zijn boeken, al is het natuurlijk maar de vraag voor wie hij die schrijft, voor de wereld of gewoon voor zichzelf.

Hij probeert zijn depressie te verlichten met een Japanse robot die zo is geprogrammeerd dat ze zich kan aanpassen, maar ze past zich zo goed aan dat ze zelfs zijn destructieve en depressieve neigingen overneemt. Geen goed gezelschap dus.

In de eerste instantie had hij binnen het dorp ook niet veel contacten en daar heeft hij ook weinig behoefte aan. Maar langzamerhand raakt hij toch betrokken bij her dorp. Een mens kan nu eenmaal niet volkomen op zichzelf staan. Hij moet mee naar de culturele avonden die Claire organiseert en is lid van de buurtapp zodat hij bericht krijgt als de pont niet vaart. 

Hij probeert de jongen Ronnie te helpen die opgroeit in een gezin aan de zelfkant van de samenleving en die zijn frustratie uitleeft op onschuldige dieren. En hij neemt een vluchteling van het nabijgelegen AZC in dienst als tuinman.

De schrijver hangt van goede bedoelingen aan elkaar, en beseft tegelijkertijd dat al zijn daden voortkomen uit een positie van genoegzaamheid en comfort. Bijna aandoenlijk probeert hij uit zijn comfortzone te komen en contact te leggen met de asociale familie van Ronnie (lezen is voor homo’s) om de jongen een kans te bieden, maar dat is tevergeefs.

Als de vluchteling, die zichzelf Victor noemt bij hem thuis theedrinkt, verstopt hij de zilveren koekjestrommel. Niet omdat hij bang is dat Victor die zal stelen, maar om minder rijk te lijken.

Heel mooi weet Adriaan van Dis het schuren tussen goed bedoelen en goed handelen aan te geven, tussen contact leggen en echt contact hebben. Sommige stukken zijn te triest om te lezen, terwijl andere hoofdstukken juist heel ontroerend zijn, zoals de herinneringen aan zijn vriendin Rivka die hem als jongeman meesleepte naar Parijs en inwijdde in de wereld van de bohemiens, maar die nu aan het einde van haar leven is gekomen.

In het buitengebied laat heel subtiel zien wat er mis kan zijn met de maatschappij tegenwoordig, maar tegelijkertijd is het geen zwaar of depressief boek. Daarvoor zijn sommige stukken te grappig in hun absurdheid en te herkenbaar. En daarvoor is het einde te positief. Of positief is misschien te groot, hoopgevend is waarschijnlijk beter.

Ik vind het moeilijk uit te leggen waarom ik dit boek zo ontzettend mooi vond, ik vrees dat ik er in deze bespreking bij lange na geen recht aan doe, maar ik kan alleen maar herhalen hoezeer ik hier van genoten heb. Niet omdat het groots en meeslepend is of omdat er heel veel gebeurt, juist niet. Maar precies in die kleine dingen en vooral omdat je zoveel van de schrijver in jezelf herkent. Ik vind Adriaan van Dis een bijzonder goed schrijver. 

Uitgegeven in 2017 door uitgeverij Atlas/Contact
Bladzijdes: 140

zondag 25 juni 2017

Kunst op zondag (4)

Alejandro Campins
Het laatste vallen, 2011
Gezien op de tentoonstelling Cuban Art Now in het Singer museum in Laren. Een bespreking hiervan volgt snel!!

vrijdag 23 juni 2017

Dit en dat, juni 2017

Nicole Kidman
Gefeliciteerd, Nicole Kidman!
Afgelopen dinsdag is Nicole Kidman 50 jaar geworden, een mooi moment om even bij haar stil te staan.

Ik vind haar al meer dan 20 jaar een geweldige actrice en een heel bijzondere vrouw en daarom komen er ook regelmatig besprekingen voorbij van films waarin zij speelt (dat was jullie vast wel eens opgevallen :-) ).

In de afgelopen tijd heeft ze opnieuw in mooie of bijzondere films gespeeld, die ik graag onder de aandacht breng. Niet alle films zijn al uitgekomen in Nederland, maar dan hebben we iets om naar uit te kijken!
  • Lion (2016)
Een prachtige film over een jongetje in India die zijn ouders kwijt raakt en uiteindelijk geadopteerd wordt door een echtpaar in Australië. Als hij volwassen is, probeert hij zijn biologische familie terug te vinden, maar dat is niet gemakkelijk in een land met miljoenen mensen, als je niet precies meer weet waar je geboren bent.
Gebaseerd op een waargebeurd verhaal.
  • Big little lies (2017)
Geen film, maar een televisie serie van zeven afleveringen, naar het boek van de Australische schrijfster Liane Moriarty. Nicole Kidman en Reese Witherspoon produceren de serie en spelen twee van de hoofdrollen.
Het verhaal gaat over een paar vrouwen in een klein stadje, die op het eerste oog alles goed voor elkaar hebben. Mooie huizen, goede huwelijken en geen vuiltje aan de lucht. In werkelijkheid broeit er van alles onder de oppervlakte en is er zelfs een moord gepleegd.
  • The killing of a sacred dear (2017)
Het verhaal van deze film blijft nog een beetje vaag, maar Nicole Kidman en Colin Farrell spelen hierin een echtpaar. Hij is een chirurg, zij is ook een arts. Dan komt de jonge Martin in hun leven en dan blijkt dat oude zonden lange schaduwen hebben en er wraak wordt genomen voor iets dat in het verleden is gebeurd.
  • The beguiled (2017)
Sofia Ford Coppola maakte deze remake van de film uit 1971, destijds met Clint Eastwood, nu met Colin Farrell.
Het speelt zich af op een meisjesschool in Virginia, waar tijdens de Amerikaanse burgeroorlog een gewonde soldaat wordt opgenomen.
De spanningen tussen de meisjes onderling die allemaal de aandacht van deze man willen hebben, leidt tot grotere gevolgen dan iemand ooit had kunnen denken.

De dorst, Jo Nesbo
Na het laatste boek in de Harry Hole-serie (Politie), dacht ik echt dat er geen nieuw boek zou komen. Alle losse eindjes leken weggewerkt en Harry had een nieuwe weg ingeslagen.

Maar gelukkig heeft Jo Nesbo toch een nieuw boek geschreven over één van mijn favoriete politie-inspecteurs.

In De dorst is Harry niet langer in actieve dienst, maar geeft hij les op de politie-academie.

Als er echter moorden gepleegd worden die sterk doen denken aan moorden die Harry nooit op heeft kunnen lossen, komt Harry weer in actie.

Ondertussen zijn er problemen thuis, zet de corrupte commissaris Belman hem onder druk en moet Harry nuchter zien te blijven.

Soms kan een nieuw deel in een geliefde serie enorm tegenvallen (over de laatste van Jussi Adler-Olson wil ik het niet meer hebben), maar gelukkig was De dorst alles wat het moest zijn, met Harry in topvorm. Ik vond het vooral fijn dat ik pas op het einde door had hoe het werkelijk in elkaar zat, te vaak weet ik dit al op de helft, maar in dit geval was het echt een verrassing. De scene waarin Harry Hole alles uitlegt was Agatha Christie waardig, maar erg goed.
Ik heb dit boek in één middag uitgelezen omdat ik het niet weg kon of wilde leggen.

Bloemen
Wat heerlijk dat er op dit moment weer zulke mooie pioenrozen zijn. Ik heb mezelf van de week op een bos getrakteerd en ik geniet er zo van. Ze komen prachtig uit en de kleuren zijn zo mooi teer wit en roze, dat kan alleen moeder Natuur maar.

maandag 19 juni 2017

Het lot van de moordenaar, Robin Hobb

Eindelijk, eindelijk, eindelijk is het zover: het derde deel in de laatste trilogie over Fitz en de Nar is uitgekomen.

Het is het einde van het laatste verhaal, de laatste hoofdstukken uit het leven van de Bastaard van het Zienersgeslacht die de moordenaar van de koning was, en de vreemde man die de Nar was geweest, maar die ook zoveel andere namen droeg.

Fitz moet op pad naar het eiland Clerres, waar de Witte Profeten wonen en waar degene die zijn dochter Bij heeft ontvoerd naar toe gaat. Hij gaat niet alleen, maar de Nar, de staljongen Vol, onderwijzer Lant en spionne Vonk gaan met hem mee.

De reis is lang en vol problemen. In het land van de Ouderlingen gaat Fitz bijna ten onder aan de Vermogensstroom, maar weet hij wel de draak Tintaglia te interesseren voor zijn probleem. Ook de draken willen wraak voor wat de Witte Profeten hen hebben aangedaan, en het is te hopen dat Fitz in Clerres aankomt voor de draken dat doen, want als zij ermee klaar zijn, is er niemand meer over om te redden.

Het Levende Schip Paragon zal hen naar Clerres brengen, maar Paragon heeft al aangegeven dat hij niet langer schip wil zijn, maar eindelijk zijn twee draken de vrijheid wil geven. Het onberekenbare schip is echter de enige mogelijkheid om in Clerres te komen.

Bovendien moet Fitz toegeven dat de Nar in zijn vermomming als Vrouwe Amber hem niet heel sympathiek is, hij zich zorgen maakt over wat ze in Clerres zullen aantreffen en zich schuldig voelt dat hij er nooit voor Bij was zoals ze nodig had.

Ondertussen wordt Bij meegesleurd door Vermogensstenen door een groep mensen van wie weinig genade te verwachten valt. Voor hen tellen alleen de dromen en profetieën waarvan zij hopen dat Bij hier de hoofdpersoon in is zodat zij weer in de gunst zullen komen. 

Bij moet snel opgroeien en heeft geen enkele begeleiding in de magie die zij voelt, het Vermogen dat heel sterk in haar aanwezig is, maar dat ze niet kan laten zien. Gelukkig krijgt zij een onverwachte bondgenoot, wiens praktische raad haar door vele gevaren heen helpt.

Er is niemand die in staat is om een wereld te scheppen waar je zo volledig in verdwijnt als Robin Hobb. Je hebt even een bladzijde nodig om weer in het verhaal te komen, maar dan ben je er ook weer helemaal en kun je alleen maar verder lezen en alles om je heen vergeten. Alle andere boeken die ik op dat moment probeerde te lezen, staken flets af en uiteindelijk legde ik ze maar weg, want ze voldeden niet meer.

Wat maakt de boeken over Fitz zo ontzettend goed? Ik denk dat dit aan verschillende punten ligt. Ten eerste beschrijft Robin Hobb een complete wereld met verschillende culturen in verschillende landen die mooi zijn uitgewerkt.

Ten tweede zijn haar personages niet één dimensionaal, maar zijn het volledig afgewerkte karakters. Fitz is geen typische held uit zoveel andere boeken die nooit iets fout doet. Hij twijfelt, is soms onredelijk, maakt fouten en probeert deze weer goed te maken. Dit maakt de relaties tussen de personages onderling ook zo complex en zo goed. Ze zijn niet standaard of simpel, maar heel levensecht.

De levenslessen zijn dus zeker aanwezig, maar ze worden verlicht door humor zoals de kraai Bontje of de relatie tussen generaal Rapskal en zijn draak Heeby.

Tegelijkertijd is er oprechte ontroering als Paragon de geliefde kinderen van zijn familie meekrijgt op zijn laatste reis en als Fitz een oude vriend weer ontmoet. 

Ik heb tweemaal vreselijk moeten huilen in dit boek, ergens op driekwart en op het einde. Er is ook geen andere schrijver die dát voor elkaar krijgt, maar ik heb om geen enkele  hoofdpersoon in andere boeken zoveel tranen vergoten als om Fitz.

Het einde is triest en droevig, maar tegelijkertijd heel mooi in alle gruwelijkheid. In die situatie had het niet anders kunnen eindigen en ik was blij dat er eindelijk rust kwam voor Fitz en de Nar. De Profeet en zijn Katalysator.

Het lot van de moordenaar is een waardig einde van deze laatste trilogie en daarmee het einde van wat ik beschouw als de mooiste fantasy serie ooit.

Originele titel: Assassin’s fate
Uitgegeven in 2017
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Luitingh-Sijthoff
Nederlandse vertaling: Ruud Bal en Willie van der Kuil
Bladzijdes: 938

zondag 18 juni 2017

Foto op zondag (3)

Dit leuke slakje zag ik deze week.
Hij (?) was nog best lastig op de foto te zetten,
want hij ging ontzettend snel!

vrijdag 16 juni 2017

Afscheid van een eindexamenklas

Dit jaar was ik voor het eerst mentor van een eindexamenklas, een 5havo. Vorig jaar was ik hun mentor in 4H en nu nam ik ze mee naar het laatste jaar. 

Een bijzonder jaar, want alles wat de leerlingen doen, draagt bij aan het eindexamen. Profielwerkstukken moeten worden afgesloten, alle toetsen afgerond en ze moeten zich eigenlijk in september al bewust zijn van het feit dat ze in mei eindexamen zullen doen.

Voor sommige leerlingen was dit laatste jaar een openbaring, opeens zagen ze het licht en gingen ze werken, of ze konden de vruchten plukken van jarenlang goed en gedegen werken.

In mei kwam het spannende moment dat ze in de grote gymzalen hun examens maakten en daarna begon het grote wachten. Want je weet niet meteen hoe je het hebt gedaan. Je kunt als leerling op internet je antwoorden nakijken, maar dat is soms best heel lastig, zeker bij open vragen. En wat de norm wordt, is ook altijd nog maar de vraag.

Pas als het CITO officieel de normen bekend maakt, kunnen de echte cijfers worden uitgerekend. En dan komt het spannendste moment, het bellen van de leerlingen.

Mijn collega mentor en ik zijn samen in een lokaal gaan zitten en hebben om de beurt onze zakkers gebeld. Op die manier konden we elkaar een beetje moreel steunen. Want dit zijn geen leuke telefoontjes. 

Een van mijn leerlingen had het absoluut niet verwacht en had zelfs het idee dat het heel goed was gegaan. Om dan te moeten zeggen dat iemand kansloos is gezakt (dus zonder dat er nog een herexamen mogelijk is), is heel hard. En absoluut niet leuk.

Maar ook als het eigenlijk wel een beetje verwacht was, was er natuurlijk wel hoop dat het misschien tóch nog goed was gekomen. En ook die hoop moet je dan de kop indrukken.

Fijner daarna waren de telefoontjes waarin ik meteen kon melden; ‘Ik wil je van harte feliciteren, want je bent geslaagd.’ Ik heb gillende ouders gehoord, huilende meisjes (van opluchting) aan de lijn gehad en stoere jongens die ondanks hun coolheid het toch wel heel spannend hadden gevonden.

Het is een bijzonder moment om dit als mentor te mogen doen, om het resultaat van zo’n grote mijlpaal te mogen mededelen. Want dit is een moment, dat leerlingen zich zullen blijven herinneren. 

Ik kan namelijk nog levendig terughalen hoe ik zelf die ene middag zat te wachten, nu 24 jaar geleden, tot mijn mentor zou bellen om te vertellen of ik het gehaald had of niet.

Nu komt er nog één mijlpaal, de diploma-uitreiking. Mijn collega mentor en ik zijn al druk bezig om te bedenken hoe we dat zullen vormgeven, om ook hier een dierbare herinnering voor de leerlingen van te maken. Gelukkig hebben we nog drie weken om daarmee bezig te zijn.

Volgende week zijn eerst nog de herkansingen en het is te hopen dat de meeste leerlingen die een herkansing moeten doen, daarmee wel zullen slagen. Voor de lieve schatten voor wie dit echt einde oefening was, moeten we kijken naar het beste vervolgtraject. Het jaar overdoen, bij ons of ergens anders of deelcertificaten in het VAVO halen, we moeten het goed bespreken.

En daarna gaan de meesten de wijde wereld, om een studie te volgen of andere ervaringen op te doen. Wij kunnen alleen maar hopen dat we ze genoeg hebben meegegeven om ook hier hun weg in te vinden. Over het algemeen zijn het leuke en sociale jonge mensen, waar we als maatschappij veel plezier van zullen hebben. Het was een voorrecht om twee jaar lang hun mentor te zijn en ik zal ze missen. 

maandag 12 juni 2017

Anne Boleyn, Alison Weir

Anna Boleyn is vooral bekend als de vrouw die ervoor zorgde dat Hendrik VIII van Engeland zijn land losmaakte uit de Katholieke kerk om te kunnen scheiden en die uiteindelijk zelf op het blok haar hoofd zou verliezen.

Voor sommigen is zij een protestantse heilige, de moeder van de grote Elizabeth en de aanstichtster van religieuze hervormingen. Voor anderen is ze de hoer van Babylon en heeft ze er alles aan gedaan om iedereen om zich heen in het verderf te storten.

Zoals gewoonlijk bij alles, ligt ook hier de waarheid in het midden. De historica Alison Weir heeft in haar tweede roman over de vrouwen van Hendrik VIII geprobeerd om recht te doen aan Anna Boleyn. 

Het prettige van een historische roman is dat je dingen die je niet zeker weet kunt invullen, waar je dat in een biografie niet mag doen. Op deze manier weet Alison Weir opnieuw een heel fijn boek te schrijven dat Anna Boleyn dichterbij brengt.

Anna werd als jong meisje naar het buitenland gestuurd om aan een vreemd hof te leren hoe ze zich moest gedragen. Haar vader had grote plannen met zijn kinderen en daarom was een goede opvoeding en een uitstekende opleiding noodzakelijk. Anna verbleef eerst aan het intellectuele en culturele Bourgondische hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen. Daarna zou ze enkele jaren doorbrengen aan het elegante en rijke Franse hof.

Toen ze terugkwam in Engeland viel ze op aan het Engelse hof, door haar elegante en modieuze kleding, haar sprankelende conversatie en haar scherpe geest. In de heerseressen Margaretha van Oostenrijk en Marguerite van Frankrijk had ze vrouwen leren kennen die ze bewonderde en die haar lieten zien dat het ook voor een vrouw mogelijk was om meer te zijn dan alleen echtgenote.

Toen het oog van koning Hendrik VIII op haar viel, werd haar ambitie helemaal gewekt. Ze had hier de kans om koningin te worden en op die manier haar stempel op Engeland te drukken. Ze zou invloed kunnen uitoefenen en Hendrik in de richting kunnen duwen die zij wilde.

Het probleem echter was dat Anna zich niet realiseerde dat het leven van een koningin zich afspeelde in de openbaarheid en omringd was door regels en rituelen. Waar een minnares bij de koning kon binnensluipen en zich koket kon gedragen, was dat voor een koningin onmogelijk. Bovendien had een koningin als voornaamste taak een troonopvolger te produceren, en daarin faalde ze schromelijk. 

Ze bracht één levende dochter ter wereld en had drie miskramen en met elke mislukte zwangerschap nam haar invloed aan het hof en bij de koning af.

Want naarmate de teleurstellingen in het huwelijk elkaar opvolgden, besefte Hendrik dat hij Engeland had losgemaakt van de Katholieke Kerk, zijn echtgenote  en dochter vreselijk had behandeld, goede mannen als John Fisher en Thomas More naar het schavot had gestuurd en dat het het allemaal voor niks was geweest. 

Hij had nog altijd geen troonopvolger, zijn tweede echtgenote was gehaat in het hele land en eigenlijk vond hij haar zelf ook niet aardig meer. Het was tijd voor een nieuwe vrouw, een die hopelijk wel een zoon zou voortbrengen. Maar Hendrik was niet bereid opnieuw te gaan scheiden met alle problemen die dit kon opleveren, dit tweede huwelijk moest radicaler worden afgerond.

Anna Boleyn was een vrouw die hoog speelde, en zwaar verloor. Ik denk dat Alison Weir er niet ver naast zit als ze Anna inschat als een vrouw die ging voor de macht, maar toen ze haar positie uiteindelijk had verworven besefte dat ze lang zoveel niet kon doen als ze had gedacht. Dat de macht in werkelijkheid geen macht was, maar een gouden kooi. Alleen toen was het al te laat en kon ze geen kan meer op.

Is Anna me er na het lezen van dit boek sympathieker op geworden? Nee als ik eerlijk ben niet. Haar grenzeloze ambitie ligt mijlenver bij mij vandaan en de manier waarop ze de jonge prinses Mary behandelde, stuit me tegen de borst.
Net zoals hoe ze Hendrik aanspoorde wreed te zijn tegenover Katharina, zelfs toen zij erg ziek was.

Pas toen Anna’s positie als koningin zwakker werd, ging ze aandacht besteden aan goede werken en religieuze plichten en pas op het schavot had ze spijt van de manier waarop ze de jonge Mary had behandeld.

Anna Boleyn is geen gemakkelijk te doorgronden vrouw en ik vind het knap hoe Alison Weir in staat is geweest om haar complexe karakter te doorgronden en aannemelijk te maken, volkomen in lijn met haar opvoeding en afkomst en de tijd waarin ze leefde.

De boeken van Alison Weir zijn bijzonder goed geschreven en wat voor mij altijd belangrijk is; de historische achtergrond klopt volledig. En waar ze dingen invult omdat dit nu eenmaal een roman is een geen biografie, doet ze dit met overleg en in overeenstemming met wat we wél weten.

Anna is me er na het lezen van dit boek dus niet sympathieker geworden, maar ik ben haar wel beter gaan begrijpen.

Ik kijk uit naar de andere delen die in de komende jaren nog zullen verschijnen.
Het boek over Katharina van Aragon besprak ik HIER

Uitgegeven in 2017
Bladzijdes: 507
Nog geen Nederlandse vertaling

zondag 11 juni 2017

Kunst op zondag (2)

Deze week gezien in het Rijksmuseum:
Tijger door de Japanse kunstenaar Kono Bairai (1844-1895)

vrijdag 9 juni 2017

Boeken opruimen op zijn Marie Kondo's. Ongeveer.

Op zich heb ik niet zo heel veel moeite met het wegdoen van spullen, of het nu rommeltjes zijn of boeken of kleren.

Maar ondanks de opruimrondes die ik regelmatig houd (zo'n een à twee keer per jaar) blijven er toch bepaalde dingen over die ik niet echt gebruik of mooi vind, maar die ik toch niet weg wil gooien. Vaak hangt hier een sentimentele reden aan. Dan heb ik het bijvoorbeeld gekregen van iemand en daarom vind ik het vervelend om weg te gooien. Of ik vind het zonde om weg te doen, want de aanschaf was vrij prijzig.

De grote Marie Kondo hype is zo'n beetje weer voorbij, maar dat is meestal het moment dat ik ergens zin in begin te krijgen. En ik dacht dat haar methode misschien wel geschikt zou zijn om een echt grote opruiming in de boekenkasten te houden. Een manier om ook die boeken die vorige keren de dans ontsprongen nu ook weg te kunnen doen.

Nu moet ik zeggen dat ik haar boek niet gelezen heb, ik heb er via internet wat over opgezocht en er de volgende principes uit gedestilleerd:
  • je organiseert per categorie
  • je haalt alles van die categorie bij elkaar en zet/legt dit op de vloer
  • vervolgens pak je elk item op en bedenk je of je er nog blij van wordt of niet. Zo ja, in de kast, zo nee, onverbiddelijk op de weg-stapel. 
Mijn boeken staan echter door het hele huis heen, dus alle boeken bij elkaar halen in de woonkamer vond ik geen optie, aangezien me dat heel veel gesjouw had opgeleverd.
Bovendien zou ik mijn woonkamer waarschijnlijk niet meer in kunnen als daadwerkelijk álle boeken uit het hele huis daar zouden staan.

Ik besloot om dan maar gewoon met de boekenkasten in de woonkamer te beginnen. Ik heb alle literatuur uit de kasten gehaald. Dat zijn 7 kasten met elk zes planken en nog eens drie planken in een andere kast.

Nu schijn je gewoon op een rustige ochtend te moeten starten, maar ik besloot op zondagavond om snel 'even te beginnen'. Al snel begon mijn woonkamer een enorm vreemde sfeer te krijgen. Lege kasten en overal stapels boeken. Halverwege dacht ik wel even: 'waar ben ik aan begonnen', maar ik besloot gewoon door te zetten. Alles voor opgeruimdere kasten, nietwaar?

Die avond begon ik meteen met inruimen en ik moet zeggen, de methode werkt wel. Als je elk boek in je hand houdt en vervolgens bedenkt of je er nog blij van wordt of niet, zonder allerlei bij-redenen te bedenken, is het veel gemakkelijk om te beslissen of je het echt wilt houden of niet.

Die avond stopte ik om half 11, om de volgende morgen meteen verder te gaan. Ik begon er enorm veel plezier in te krijgen en het ging nog redelijk vlot ook.

Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf. Prachtig opgeruimde kasten en planken waar ik heel erg blij van word met boeken die ik echt heel mooi vind en graag wil houden, of waar ik naar uitkijk om ze nog te lezen.(want rigoreus alle ongelezen boeken wegdoen is natuurlijk geen optie)


Ik besloot dat de twee kasten bij de eettafel ook nog wel even gedaan konden worden. Ik geef toe dat mijn rug een beetje begon te protesteren, maar je moet iets over hebben voor opgeruimde planken.
Ook deze kamer verviel binnen de kortste keren in chaos met alle stapels op de vloer.

Maar ook hier mag het resultaat er zijn. Nette kastjes, toch?

Dit is tenslotte de stapel die weggaat. Ik heb ze geteld en het zijn er 111. Ik ben al een beetje aan het verdelen over familie en vrienden en wat over blijft gaat richting de Kringloopwinkel.

Er zijn een paar boeken waar ik nog over twijfel, zij liggen op een apart stapeltje en het kan zijn dat ik die uiteindelijk gewoon weer in de kast zet, of dat ik ze toch weg doe.

Hoe ga ik nu verder?
Ik heb nog een grote boekenkast in de slaapkamer en een in de studeerkamer en ook die komen binnenkort aan de beurt. En ik denk dat het ook een heel goede methode is om mijn kledingkast eens goed uit te mesten.

Wat andere dingen betreft ben ik niet zo heel zeker, mijn foto's op die manier behandelen is me wat al te cru en sommige dingen heb je gewoon nodig. Ik word niet blij van mijn gootsteenontstopper, maar nodig is dat ding wel.

Dus een echte bekeerlinge ben ik zeker niet, maar de methode heeft absoluut een paar pluspunten en is ook met enige aanpassingen zeker bruikbaar.

maandag 5 juni 2017

De stilte van Thé, Marie de Meister

Wat is belangrijker voor de persoon die je bent geworden; de opvoeding die je hebt gekregen of de biologische erfenis van je ouders? 

Heeft iedereen er recht op om te weten van wie je afstamt? 

En wat als dat recht botst met het recht dat iedereen heeft op privacy en dat je dingen voor jezelf mag houden?

Geen gemakkelijke vragen, maar ze worden uitermate mooi behandeld in het boek De stilte van Thé van Marie de Meister.

Sophie is een doelbewuste journaliste die carrière heeft gemaakt in een harde wereld en daar trots op is. Tijdens haar klim naar de top heeft ze haar ongemak en haar schaamte over haar afkomst altijd goed weg kunnen stoppen. 

Niemand in haar omgeving, haar partner Baauwe en haar vriendinnen niet, weten dat ze is opgegroeid bij een oom een tante. Dat ze haar ouders niet kent, omdat haar vader onbekend is en haar moeder Theodora is ingetreden in een klooster en daar een zwijggelofte heeft afgelegd. 

Het heeft Sophie altijd dwars gezeten dat ze door haar moeder niet gewild was, dat er tegen haar is gelogen en vooral, dat ze haar moeder Thé nooit om uitleg heeft kunnen vragen.

Tijdens een reportage over een vrouw die voor de rechter heeft afgedwongen dat een kindertehuis de gegevens over haar afkomst moet prijsgeven, knapt er iets bij Sophie en ze stort in. Maandenlang is ze tot niets meer in staat, zelfs niet tot praten en niemand kan haar helpen want niemand weet wat er aan de hand is.

De moeilijkheid voor Sophie is dat ze als reactie op de geheimen rond haar afkomst en haar strenge jeugd zich zo wil afzetten, dat ze zelfs niet in overweging wil nemen dat een religieuze roeping een valide reden voor een vrouw kan zijn om haar kind af te staan. Het is voor haar geen goede reden, dus kan het voor niemand een goede reden zijn.

Ze heeft jarenlang vastgehouden aan haar boosheid, maar moet nu zien uit te vinden wie ze is als ze niet meer boos is over het onrecht dat haar is aangedaan, maar als ze accepteert dat sommige dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn. En dat je met die acceptatie ook een heel stuk verder komt.

Sophie wordt uiteindelijk door Baauwe en een vriendin op de trein naar Duitsland gezet, naar het klooster waar haar moeder al veertig jaar woont. Sophie moet kijken of ze antwoorden kan vinden in de stilte van Thé. De vraag is natuurlijk of Sophie die antwoorden kan vinden en of ze die wil en kan accepteren.

Het verhaal is door Marie de Meister heel mooi opgebouwd, want langzaam verschuift onze sympathie van Sophie, naar Thé. Dit komt omdat we de brieven lezen die de jonge Thé schreef aan haar zuster die in een klooster was getreden en missiezuster in Afrika werd. We leren de jonge en druistige Thé beter kennen en we komen dus ook te weten waarom zij de keuzes maakt die ze heeft gemaakt. Waarom zij de stilte verkoos boven haar kind.

De stilte van Thé is een prachtig boek, knap in elkaar gezet, zonder dat je het idee heeft dat de schrijfster een formule afdraait. De zinnen zijn mooi, en de menselijke en filosofische implicaties van de situatie waar Sophie in zit, worden zonder moeite in het verhaal verweven.

Marie de Meister velt in dit boek geen oordeel over Sophie noch Thé, maar weet een complexe materie (afkomst, rechten van ouders en kinderen, religieuze roeping, begrip, acceptatie) ontzettend mooi te beschrijven, zodat je blijft lezen.

Dit soort dingen zijn nooit zwart-wit en het zijn de nuances die het juist zo interessant maken. De stilte van Thé zet je in ieder geval aan het denken en dat maakt een boek naar mijn idee altijd zeer de moeite waard.

Uitgegeven in 2016 door uitgeverij Ambo/Anthos
Bladzijdes: 346

zondag 4 juni 2017

Foto op zondag (1)

Met deze mooie zonsondergang hadden we nog geen idee dat de volgende ochtend zo lelijk zou zijn. Opnieuw een aanslag, mijn gedachten gaan uit naar de slachtoffers en hun families.

vrijdag 2 juni 2017

Mijn balkon, lente 2017

Zoals elk jaar is er een moment dat ik mijn balkon schoonmaak, oude planten weggooi en de potten boen. Alles om het balkon klaar te maken voor de nieuwe plantjes die de zomer aankondigen. Afgelopen Hemelvaartweekend was het zover. ik had de tijd en de zin om ermee aan de slag te gaan en bovendien werkte het weer mee. Ook niet onbelangrijk.

In het tuincentrum hadden mijn moeder en ik twee karren nodig, om al onze schatten te vervoeren en halverwege kwamen we erachter dat deze lading wel in mijn kleine Hugo kon (hij is een C1), maar dat we voor de kamerplanten die we ook nog nodig hadden, voor een tweede keer terug moesten komen.
Helaas hebben we van de volgeladen auto geen foto's gemaakt, maar het was een grappig gezicht.
Thuis begint dan het mooie werk om alles een plekje te geven en ook dit jaar is dat weer gelukt. Ik ben in ieder geval zo blij met mijn beide balkonnetjes, ik word hier echt heel gelukkig van.

Dit is vanuit het raam aan de zijkant van het balkon, maar dat geeft al wel een leuk idee.

Hier is de grootste groep planten. De bak op het oude stoeltje is gevuld met drie soorten planten, oa verbena en een soort campanula'tje. Allemaal blauw. Heel mooi. Ik houd van blauw. De hoge witte is een Jasmijn. Daarnaast staat rechts een blauwe margriet.
Links staat een roze hortensia, een witte margriet, drie kruiden (thijm, lavendel en salie) en een campanula'tje in het roze.

Op het tafeltje staan drie plantjes, een lavendel, een klein viooltje (bedankje van mijn moeder omdat we met mijn auto ook haar planten mee konden nemen) en een klein campanula'tje. Zo snoezig.


In deze hoek een mooie lobelia, een campanula in het paars-blauw en een witte hortensia.

Het bleek echter al snel (binnen een half uur op de eerste dag) dat de hortensia's niet goed tegen de zon konden. Ze verpieterden waar ik bij stond en ik heb ze meteen binnen gehaald. De schaduw en extra water waren nog niet genoeg. Ik moest ze echt in een emmer water laten bijkomen.

De dag erop was het echter hetzelfde verhaal en ik besloot om de witte hortensia die inderdaad in die hoek in de volle zon staat, op het achterbalkon te zetten. Hier komt lang zoveel zon niet. De roze hortensia heb ik meer in de schaduw gezet. Hopelijk is dat voldoende.


Het achterbalkon is klein en ik zit hier nooit, maar ik vind het wel leuk om er een paar plantjes te hebben voor de fleurigheid. Hier kon ik een mooie vrolijke Suzanna met de mooie ogen kwijt en een grote bak petunia's. Ook de witte hortensia heeft hier nu een plekje gevonden.

maandag 29 mei 2017

Dag van vuur, Beppe Fenoglio

Van de Italiaanse schrijver Beppe Fenoglio heb ik eerder twee andere boeken gelezen, De laatste dag en Een privekwestie, waar ik bijzonder enthousiast over was. Helaas waren zijn andere boeken nog niet in het Nederlands vertaald en ik hoopte dat dat wel zou gebeuren.

Gelukkig is nu Dag van vuur uitgekomen, met zes korte verhalen. Het is boek is in 1963 postuum uitgegeven en de verhalen spelen zich af in de streek rond Alba, de streek waar Beppe Fenoglio geboren was.

Dag van vuur is het titelverhaal en dat begint meteen vol actie;
Eind juni gaf Pietro Gallesio het woord aan zijn dubbelloops. Hij vermoordde zijn broer in de keuken, maakte op het erf zijn neef koud die op de knal kwam aangehold, zijn schoonzus stond op zijn lijst maar ze verscheen achter een traliehek met haar jongste kind op de arm en dus vuurde hij niet op haar maar stormde naar de pastorie van Gorzegno.

Hierna gaat het helemaal mis, Pietro verschanst zich terwijl de Carabinieri eraan komt om hem te stoppen en de mensen uit de dorpen eromheen vol sensatie komen kijken.

In de andere verhalen zijn de situaties soms heel grappig, maar ook triest en schrijnend. Knap is dat hij dit weliswaar beschrijft, maar er geen oordeel over geeft. Dit is zoals het is en daar moet men het mee doen.

Dit is vooral duidelijk in het verhaal Het kindbruidje waarin we de heel jonge Catinina leren kennen die weliswaar en kind heeft, maar liever knikkert. Ze is dan ook nog maar veertien jaar oud.

Maar in geen van de verhalen hebben de mensen het gemakkelijk, in die tijd waren de mensen arm en was het leven hard.

De charmante vrouwenversierder Paco speelt de hoofdrol in Maar ik houd van Paco , waar hij alles verliest in een spel kaarten, terwijl hij daarna terug gaat naar zijn vrouw die de brokken bij elkaar mag rapen.

In Superino sluit de verteller vriendschap met Superino, die als hij bijna volwassen is de waarheid over zijn afkomst te weten komt.

In Regen en de bruid dwingt een heerszuchtige moeder haar zoon die priester is om in de regen mee te gaan naar een bruiloftsmaal, maar de jongeman neemt wraak als hij onder het juk van zijn moeder uit is.

En in De novelle van de leerlingontvanger horen we hoe er een jonge belastinginner ontvangen wordt door iemand die helemaal geen belastingen wil betalen.

De verhalen worden onopgesmukt verteld, in een stijl die rechtstreeks en levendig is, zonder overbodigheden. De personages zijn vaak mensen die teleurgesteld zijn, of ze weten in ieder geval dat het leven ze weinig te bieden heeft. De vrouwen dragen daarin de zwaarste lasten, terwijl de mannen af en toe naar hun karabijn grijpen om een probleem op te lossen.

Het is jammer dat het maar zes verhalen zijn, want ik had het idee dat hij zijn eigen jeugdherinneringen hier in verwerkte en ik had graag meer willen lezen.

Ik heb het gevoel dat Beppe Fenoglio misschien wel meer had willen schrijven, maar door zijn slechte gezondheid hier geen kans voor heeft gehad, ook omdat dit boek postuum is gepubliceerd. Ik vond het in ieder geval heel mooie verhalen die opnieuw laten zien dat Beppe Fenoglio een schrijver is die het verdient om door meer mensen te worden gelezen.

Ik ben ook heel blij dat, als het goed is, volgende maand een ander boek van hem in vertaling uitkomt. Het wachten is dan op het hele ouvre van Beppe Fenoglio in het Nederlands (uitgevers, ik reken op jullie!).

Originele Italiaanse titel: Un giorno di fuoco
Uitgegeven in 1963
Nederlandse uitgave 2017 door uitgeverij Serena Libri
Nederlandse vertaling: Frans Denissen, Karin van Ingen Schenau en Emilia Menkveld
Bladzijdes: 167

vrijdag 26 mei 2017

Inspirerende kunst: Giorgio Morandi

De Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964) is vooral bekend door zijn stillevens. Hij reisde niet veel en was voornamelijk te vinden in zijn geboortestad Bologna, waar hij in een huis woonde met zijn drie zusters. Hij schilderde de flessen en de potjes die je in huis kunt vinden, en hij heeft ze vele malen, in ontelbare kleine variaties, geschilderd, met een beperkt kleurenpalet, dat dus ook heel herkenbaar is.
Af en toe maakte hij ook landschappen, vooral het uitzicht vanuit zijn kamer heeft hij meerdere malen vastgelegd.

Giorgio Morandi's werk is te bewonderen in het Museo Morandi dat nu in het MOMBa (museum voor moderne kunst) in Bologna gevestigd is.

Ik heb dit museum bezocht en ik was meteen getroffen door de schilderijen van Morandi. De kleuren en de onderwerpen zijn zo mooi, dat ze heel verstillend werken.
Zo op het eerste oog is het misschien niets bijzonders, maar naarmate je langer kijkt, maken ze meer indruk.


woensdag 24 mei 2017

maandag 22 mei 2017

Het purperen land, Edna Ferber

Selina heeft een ongebruikelijke opvoeding gehad. Haar vader verdiende zijn geld als gokker en nam zijn dochtertje overal mee naar toe. Soms gingen de zaken goed en leefden ze in luxe, soms gingen de zaken slecht en aten ze koolsoep in een slecht pension.

Als haar vader overlijdt, moet Selina een baan vinden en ze kan aan de slag als dorpsonderwijzeres in High Prairie net buiten Chicago, waar voornamelijk Hollandse immigranten wonen. Mensen die stug doorwerken en weinig poëtisch zijn en voor wie een veld kolen een veld kolen is, geen verzameling purperen juwelen.

De stadse Selina die graag boeken leest, lijkt hier misschien niet zo goed thuis, maar binnen het jaar trouwt ze met Pervus Dejong. Ze heeft grote ambities voor de boerderij, ze wil nieuwe technieken gebruiken, de boel schilderen en er een succes van maken. 

Jammer genoeg kan ze haar ideeën niet waarmaken. Haar man heeft weinig doorzettingsvermogen en het dagelijkse ploeteren is zo zwaar dat er geen enkele ruimte of energie meer overblijft voor extra’s.

Gelukkig is er haar zoontje Dirk, en voor hem wil Selina een ander leven. Dirk moet zijn dromen kunnen waarmaken, met allerlei soorten mensen omgaan en het leven proeven. Maar vooral wil ze dat Dirk schoonheid leert waarderen en altijd zal blijven zoeken.

Maar dan blijkt dat je iemands leven niet kan uitstippelen, want Dirk gaat een heel andere kant op. Hij stopt als architect als blijkt dat hij als effectenmakelaar in Chicago heel wat meer kan verdienen en past zich helemaal aan aan het wereldje van de rijke en oppervlakkige jeugd in de roaring twenties. Hij is charmant en ziet er goed uit en weet zich het nieuwe leven helemaal eigen te maken.

En pas als hij iemand ontmoet die hem niet naar de ogen ziet en hem maar matig interessant vindt, juist omdat hij alleen maar aan geld denkt, beseft Dirk wat hij verloren heeft door zijn manier van leven.

Vergeten klassieker
Edna Ferber (1885-1968) is een Amerikaanse schrijfster waar ik nog nooit van gehoord had. Toch heeft ze een flink aantal boeken geschreven en was ze in Amerika zeker geen onbekende. Voor dit boek heeft ze in 1924 de Pulitzer Prize gewonnen en ze was lid van de Alonquin rond table, waar Dorothy Parker ook bij hoorde.

Het purperen land is uitgegeven in een samenwerking van tien uitgeverijen en honderd boekwinkels en de organisatie Schwob, die als doel heeft om vergeten klassiekers opnieuw onder de aandacht te brengen. Ze brengen dit jaar tien boeken uit, van bekende en minder bekende schrijvers en uit alle streken van de wereld.

Ik ben blij dat Het purperen land op hun lijstje stond, want ik vond het een bijzonder mooi boek.

Wat maakt het zo mooi?
Er is veel om van te genieten in dit boek. Ten eerste is er de hoofdpersoon, Selina, die bijzonder sympathiek is. Ze kan geen wonderen verrichten, maar ondanks alle moeilijkheden en tegenslagen blijft ze zichzelf. Ze is een authentiek mens en zeer levensecht beschreven, je zou haar graag in het echt willen leren kennen. 

Ik vond het vooral fijn dat ze geen wondervrouw was die alles klaarde wat ze in haar hoofd had. De omstandigheden waren haar soms ook gewoon te veel. Dat haar leven uiteindelijk een positieve wending neemt, is omdat ze hulp krijgt om uit de moeilijkheden te komen. 

Haar vader heeft haar geleerd dat alles in het leven erbij hoort, zoals een gokker weet dat winst en verlies onderdeel van het spel zijn. Selina is geen gokker, maar wel iemand die het leven ten volle weet te waarderen, met alle goede en slechte dingen.

De andere personages vond ik ook goed uit de verf komen. Edna Ferber was denk ik iemand die goed kon observeren, gezien haar beschrijvingen van mensen. Soms wordt slechts in een paar zinnen een beeld geschetst van iemand, maar altijd met humor en mededogen. Niemand wordt belachelijk gemaakt, terwijl het maar al te gemakkelijk was geweest om van bijvoorbeeld die stijve Hollanders karikaturen te maken.

En vooral Dallas O’Mara vond ik bijzonder, een jonge vrouw die volstrekt haar eigen gang gaat en haar eigen waarde kent. Ergens zijn er veel overeenkomsten tussen Selina en Dallas en ik mocht ze beiden erg graag. Gek is het dat je soms wenst dat je romanpersonages in het echte leven kent, ik zou graag bij Dallas in het atelier zitten of met Selina over het erf van de boerderij lopen.

Als lezer zie je natuurlijk al welke kant Dirk op gaat en het is triest te zien dat hij als succesvol man een minder rijk en voldoening schenkend leven heeft dan zijn moeder zelfs in armoede op de boerderij wist te hebben. Hij laat zich leiden door zijn wens om erbij te horen en heeft eigenlijk geen sterk karakter. Hij is iemand die moeilijkheden uit de weg gaat en niet voor zijn principes blijft staan.  

Bovendien weten wij nu, wat Dirk nog niet weet en Edna Ferber ook niet omdat het boek in 1924 uitkwam, dat een paar jaar later de bubbel van de roaring twenties helemaal zou barsten. Hoe Selina daarop reageerde weet ik wel, maar ik vroeg me af hoe Dirk op dat verlies zal hebben gereageerd en of hij iets van zijn eerdere verlies heeft geleerd. 
Op de een of andere manier denk ik het niet.

Originele titel: So big
Uitgegeven in 1924
Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij Nieuw Amsterdam
Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
Bladzijdes: 318

vrijdag 19 mei 2017

Hortus Botanicus

Een paar weken geleden heb ik met vriendin M. de Hortus in Amsterdam bezocht. Ik houd ervan om op vakantie Botanische tuinen te bezoeken, zo ook de laatste keer in Bologna.

Grappig genoeg was het zeker 20 jaar en waarschijnlijk al bijna 30 jaar geleden dat ik de Hortus Botanicus in Amsterdam had bezocht. Het werd dus hoog tijd om naar deze oase midden in het centrum van onze eigen hoofdstad te gaan.

De Hortus in Amsterdam is niet een van de oudste van Europa, maar het is wel een van de mooiste denk ik.

Na een van de vele pestepidemieen die er steeds rondwaarden, vond de stad Amsterdam het in 1638 tijd worden dat de stad een eigen voorraad geneeskrachtige planten en kruiden zou krijgen waar medicijnen van gemaakt konden worden.

De banden met Indië zorgden ervoor dat er ook allerlei exotische planten en specerijen door de VOC naar de Hortus gebracht werden.

De huidige hortus is aangelegd in 1863 en is in de jaren erna verfraaid met verschillende plantenkassen. Maar doordat midden in de stad er een microklimaat is, kunnen er ook in de tuin zelf tropische bomen en struiken gekweekt worden.
De 19e eeuwse Palmenkas
De kassen geven een overzicht van de planten in verschillende klimaten van de wereld, en er is zelfs een vlinderkas.
Vlinders die net ontpopt zijn hangen te drogen, zo schattig!!
De wortels van de Hortus worden ook nog geëerd met de 17e eeuwse kruidentuin waarin de kruiden en planten staan die beschreven worden in de eerste catalogus van de Hortus, die stamt uit 1646.


En bezoekje aan de Hortus in Amsterdam is eigenlijk een bezoek aan een klein stukje Paradijs.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...