vrijdag 29 januari 2016

Inspirerende kunst: Jan Altink

Haan bij Het Blauwborgje, 1927-1928
Jan Altink (1885-1971) was een Groninger schilder, die zijn opleiding heeft genoten op de Academie Minerva in Groningen. Hij is werd uiteindelijk een van de bekendste Nederlandse expressionisten en behoorde tot het schilderscollectief De ploeg, net zoals bijvoorbeeld Hendrik Werkman. Het schijnt dat Jan Altink zelfs deze naam heeft bedacht omdat hij wilde aangeven dat er in de kunst en in Groningen iets nieuws moest beginnen, de grond moest omgeploegd worden zodat nieuwe initiatieven en richtingen een kans kregen.

Ik kwam dit schilderij van hem tegen in Het Singer museum in Laren en vond het meteen erg mooi. Het Blauwborgje is een boerderij vlak buiten Groningen, waar de Ploeg-leden vaak bij elkaar kwamen.
Ik vind de kleuren mooi, maar dat vind ik wel vaker bij schilderijen van De ploeg en eigenlijk kan ik hier heel lang naar kijken omdat ik steeds iets nieuws ontdek.

woensdag 27 januari 2016

maandag 25 januari 2016

Avenue van de Mysteriën, John Irving

Afgelopen zaterdag, 23 januari, was John Irving in Amsterdam om te vertellen over zijn nieuwste boek, in het Nederlands vertaald als Avenue van de Mysteriën

Dit was georganiseerd door het John Adams institute, een vereniging die de culturele banden tussen de Verenigde Staten en Nederland versterkt.

Ik had het genoegen om hierbij te zijn. Eén keer eerder wilde ik naar John Irving toe toen hij in Amsterdam was, maar toen ben ik om allerlei redenen niet gegaan en daar heb ik altijd spijt van gehad. 

Nu kreeg ik dus een nieuwe kans, en die heb ik meteen gegrepen.

De avond werd gehouden in de Aula van de Universiteit van Amsterdam, een mooie locatie.

John Irving was ontzettend goed op dreef; hij was warm, bedachtzaam in zijn antwoorden, bijzonder grappig en vertelde heel veel over het boek en over schrijven in het algemeen. Ik denk dat het hele publiek volkomen in zijn ban was. Ik was dat in ieder geval wel.

Heel mooi vond ik dat hij een stuk uit het boek voorlas, ik heb nu zijn stem in mijn oren als ik zijn boeken lees.
 
John Irving leest voor uit zijn boek. 
Het boek
Avenue van de Mysteriën gaat over Juan Diego. Deze schrijver van middelbare leeftijd uit Iowa is op reis naar de Filippijnen, om een belofte in te lossen die hij als kind heeft gedaan. Hij heeft al een hele reis achter de rug. Als kind groeide hij op de vuilnisbelt in het zuiden van Mexico. Hij was een intelligente jongen, die zichzelf leerde lezen met de boeken die op de vuilnisbelt terechtkwamen.

Zijn zusje Lupe had een spraakgebrek waardoor niemand, behalve Juan Diego haar kon verstaan. Bovendien had ze de gave om gedachten te kunnen lezen en de toekomst te voorspellen, hoewel ze hier niet altijd gelijk in had. Ze had een beter zicht op het verleden dan op de toekomst.

Als de baas van de vuilnisbelt per ongeluk met zijn truck over de voet van Juan Diego rijdt waardoor hij blijvend mank wordt en daarna ook nog hun moeder overlijdt, worden Juan Diego en Lupe eerst opgenomen in het weeshuis van de Jezuïeten. Daarna gaan ze naar een circus, waar helaas Lupe een verschrikkelijk ongeluk krijgt, waardoor ook Juan Diego’s leven een nieuwe wending krijgt.

Zoals John Irving zaterdagavond zei ‘Mijn boeken gaan uit van een worst-case scenario.’ Al het erge dat kan gebeuren, zal ook gebeuren. Maar hij doet dit wel met een karakteristieke humor, waardoor sommige gebeurtenissen worden verlicht, maar andere juist des te harder aankomen.

Hij vertelde hoe hij probeert je om een personage te laten geven, zelfs al houd je niet van een personage, of er een ander personage bij te zetten waar je wél van houdt, zodat je daardoor toch ook geïnteresseerd raakt in het lot van de eerste persoon. Want als je helemaal niet om een personage geeft, lees je het boek niet uit omdat het je niet kan schelen wat er gebeurt.

Dat is hier ook het geval, Juan Diego vond ik niet heel erg aardig, ik vond hem zelfs een ontiegelijke zeikerd, maar de mensen om hem heen, zoals zijn zusje Lupe of zijn adoptief-vaders Eduardo en Flor raakten me, waardoor ik ook wilde weten wat er verder gebeurde.
 
Niet heel goed te zien, want ik zat vrij ver in de zaal,
maar toch, hier zit John Irving! (rechts)
Typisch John Irving
Allerlei typische Irving-elementen komen ook in Avenue van de Mysteriën voor, zoals circussen, lichamelijke gebreken, transgenders, AIDS, het geloof en mystieke elementen.

De moeder en de dochter die Juan Diego op zijn reis ontmoet zijn hier een goed voorbeeld van. Twee vrouwen die komen en gaan op onverwachte momenten, niet op foto’s te zien zijn en misschien allerlei krachten hebben. 
Bestaan ze wel of zijn ze een product van Juan Diego’s verbeelding omdat hij rommelt met zijn medicatie? Of spelen ze een heel andere rol in Juan Diego’s leven en zijn ze gewoon altijd aanwezig geweest?

Ook de schrijfstijl in Avenue van de Mysterieen is typisch Irving, met cursief gedrukte woorden om nadruk te geven, en allerlei extra informatie in bijzinnen. En al lijkt die extra informatie op het eerste zicht niet altijd relevant, later blijkt hier soms iets cruciaals in te staan. 

Is Avenue van de Mysteriën zijn beste boek? Nee, dat denk ik niet. Maar zelfs dan is het nog altijd een goed boek, doordat John Irving zo’n goede schrijver is.

Zo is hij er een meester in om de meest bizarre plotwendingen en situaties bij elkaar te laten komen, zonder dat het ooit ontspoort. Het bouwwerk van zijn roman bevat vele zijpaadjes en uitstapjes, maar komt altijd terug bij het uitgangspunt. Hij is een van de weinigen die complete anarchie logisch kan laten lijken.

Voor John Irving is fantasie het allerbelangrijkste, je moet je als schrijver kunnen inleven in situaties en personages die je niet kent.  ‘Autobiography is a grave for fiction, not a source. I do not want to be stuck with real life’. 

Hij verklaarde dan ook een hekel te hebben aan Ernest Hemingway met zijn dictum ‘Write what you know’. Zoals John Irving zei: ‘Probeer maar te schrijven wat je niet weet, kijk over de grenzen van je eigen ervaring heen en kijk hoever je komt. Dat is een stuk moeilijker, maar wel veel interessanter.’

Kortom, ik had een geweldige avond en ik heb bijzonder genoten van deze geweldige schrijver en wat hij te vertellen had. Jammer alleen dat hij zijn hand had bezeerd, waardoor signeren helaas niet mogelijk was. (ik had het dikke boek dus voor niets meegenomen naar Amsterdam).

Ik kijk nu al uit naar de nieuwe roman van John Irving en in de tussentijd heb ik gelukkig nog een aantal hier staan die ik nog moet lezen of die ik kan herlezen.
John Irving is geweldig!

Originele titel: Avenue of Mysteries
Uitgegeven in: 2015
Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Otto Biersma en Luud Dorresteijn

Bladzijdes: 600

vrijdag 22 januari 2016

Résistance (2015)

Als Frankrijk in 1940 bezet wordt door nazi-Duitsland, raakt de jonge Lili betrokken bij een verzetsgroep die opereert vanuit het museum waar zij werkt. Het begint met een ondergrondse krant, maar al snel gaat het verder. De Nazi’s weten hen echter op te sporen en de consequenties zijn verschrikkelijk.

Vrienden van Lili zitten in een communistische verzetsgroep en ook zij gaan steeds verder, maar de nazi’s zitten ook achter hen aan. Ondertussen raakt ook Lili steeds meer betrokken bij verschillende acties, gericht tegen de nazi’s.

De schrijver Dan Franck heeft deze serie gebaseerd op echte mensen die in het verzet hebben gezeten en ook een historisch figuur als Klaus Barbie maakt zijn opwachting. Alleen de personages van Lili en haar vader zijn verzonnen, om de verschillende verzetsgroepen, zowel in Parijs als in Lyon aan elkaar te kunnen verbinden. Voor mij deed dit geen afbreuk aan de serie, die ik van begin tot einde ongelofelijk spannend vond en waarvan ik alle zes de afleveringen in één weekend achter elkaar heb gezien.

Résistance is een zeer goede Franse serie, met een uitstekende cast. Pauline Burnet als Lili is geweldig, maar ook César Domboy als de jongeman waarop ze verliefd wordt, zet een heel goed personage neer.
César Domboy en Pauline Burnet
In Résistance wordt de oorlog niet verheerlijkt of geromantiseerd.
Je ziet heel goed hoe moeilijk het was voor mensen om te leven in een bezet land, waar schaarste heerst en waar niemand meer te vertrouwen is, terwijl hulp soms uit een onverwachte hoek komt.

Sommige Fransen worden collaborateur uit eigenbelang, anders lopen over uit angst, anderen weten tot het einde toe moed te houden en zingen de Marseillaise of de Internationale als ze voor het Duitse vuurpeloton staan.

Moedige beslissingen moeten genomen worden hoewel de angst steeds meer de overhand neemt als het net van de nazi’s om de verschillende verzetsgroepen sluit en de represailles steeds harder worden.
Lili en de andere leden van de verzetsgroep
Résistance geeft je daarmee een nieuw respect voor de moedige mensen die het het waard vonden om hun leven op het spel te zetten om hun land te bevrijden.

Een bijzondere serie die ik zeer kan aanbevelen. 

maandag 18 januari 2016

De Kozakkentuin, Jan Brokken

Silvia en het boek
In 1849 regeerde in Rusland tsaar Nicolaas I met harde hand. Inspraak van het volk was niet gewenst, kritiek op misstanden zoals het lijfeigenschap al helemaal niet en de geheime politie was alom aanwezig om rebellie in de kiem te smoren.

In Europa was er in 1848 op veel plekken revolutie uitgebroken waarin het volk meer inspraak had geëist. Deze ideeën vonden ook hun weg naar Rusland, waar de roep om verandering steeds harder klonk.

Fjodor Dostojevski was een jonge schrijver die betrokken raakte bij een groep die kritiek had op het beleid van de tsaar. Zijn aandeel was heel klein, hij had in besloten kring een kritische brief voorgelezen, maar dit was voldoende. De hele groep werd opgepakt en de straf was niet mild; iedereen werd ter dood veroordeeld. Pas op het laatste moment van de executie, de doodshemden waren al aangetrokken, werd er gratie verleend.

In plaats van de kogel kreeg Fjodor enkele jaren werkkamp in Siberië. Hier verbleef hij tussen de gewone criminelen, dag en nacht geketend, verstoken van familie, boeken of de mogelijkheden tot een gewoon gesprek.

Na zijn vrijlating uit het kamp, was de straf nog niet voorbij. Hij werd dwangsoldaat, dit betekende dat hij verplicht was in dienst te gaan, hij mocht het district in Siberië niet verlaten en vooral was het hem verboden te publiceren.

Een jonge procureur, net afgestudeerd en pas benoemd en nog niet droog achter de oren, nam in 1854 een functie aan in Siberië. Hij wilde het avontuur tegemoet en enige afstand tot zijn vader creëren. Het was baron Alexander von Wrangel, van Baltisch-Duitse afkomst, die op dat moment 21 jaar oud was.

Hij kreeg van Dostojevski’s broer boeken en brieven mee, met de vraag die bij Fjodor af te geven, want Fjodor zat in hetzelfde district als waar Alexander naar toe ging.
In de eerste instantie was Dostojevski wantrouwend toen hij de oproep van Von Wrangel kreeg om bij hem langs te komen, maar al snel raakten de twee bevriend. In de zomer deelden ze zelfs samen een datsja, De Kozakkentuin.

Hier tuinierden ze wat, ze lazen boeken, ontvingen bezoekers, discussieerden over het leven en over het werk van Alexander.
Het was hier dat Fjodor Dostojevski weer langzaam tot zichzelf kwam en de sporen van zijn gevangenschap van zich af kon schudden. Hij begon weer te schrijven en werd verliefd op de schone Maria, die helaas getrouwd was.

Alexander was Fjodor’s klankbord en degene die zich inzette voor eerherstel zodat Fjodor Dostojevski zich weer vrij zou kunnen vestigen, maar vooral; weer zou kunnen publiceren. Dit was nog geen gemakkelijke taak, al werd het wel bespoedigd doordat in 1855 tsaar Nicolaas I stierf en de troon werd overgenomen door de vriendelijke en hervormingsgezinde tsaar Alexander II. Van hem zou meer clementie te verwachten zijn met het trieste lot van Fjodor Dostojevski. 
Fjodor Dostojevski, portret uit 1872
Met de brieven en de dagboekfragmenten van Alexander von Wrangel als basis heeft Jan Brokken met De Kozakkentuin een absoluut prachtige roman geschreven.
Moeiteloos roept hij het 19e eeuwse Rusland tot leven, waar de Krimoorlog diepe wonden sloeg, waar de tsaar absoluut heerste, waar corruptie in Siberië een wijdverbreid verschijnsel was en waar lijfeigenschap nog tot de normaalste zaak ter wereld behoorde.
Een Rusland waar de liefdes vurig waren, de wanhoop diep kon zijn en waar de schrijvers groots waren.

De beschrijvingen van Siberië, zo ver van de hoofdstad verwijderd dat het bijna een compleet andere wereld leek, met koude winters en warme, korte zomers wordt door Jan Brokken prachtig beschreven. Je ziet exotische volkeren die daar woonden met hun vreemde gebruiken, je neemt een kijkje in de gevangenis en maakt kennis met wereldse dames die smachtten naar nieuws van het hof.

Ook de datsja die Alexander en Fjodor samen huren in de zomer, De Kozakkentuin, laat zich voor je geestesoog uittekenen en samen met beide vrienden werk je daar in de tuin.

Zodra de zomer aanbrak -en dat was al in mei- liet ik alle mogelijke bloemzaden, groentezaden en bollen uit Riga overkomen. We hadden broeibakken ingericht en trokken zaailingen voor. Dostojevski schonk het veel vreugde iets om handen te hebben. Hij hield van tuinieren en herinnerde zich meer dan eens het ouderlijk stukje land uit zijn kindertijd. Dat stukje land had in Moskou gelegen, hij was een echt stadskind, maar kinderen die tussen hoge muren zijn opgegroeid hechten vaak meer aan natuur dan plattelandskinderen.

Voor het terras van het huis legden we bloembedden aan. Het huis zelf was erg vervallen. Het dak lekte, de vloeren zakten in. Meubels moesten we zelf meenemen, het houten huis was leeg. Maar het was er ruim bemeten en er was plaats zat.

De manier waarop de vriendschap zich ontwikkelde is prachtig beschreven, een ook de liefdes die de beide mannen opvatten, Fjodor voor Maria en Alexander voor Katja, die eigenlijk tot mislukken gedoemd zijn, bloeien voor onze ogen op. Beide dames waren getrouwd, maar toen de echtgenoot van Maria stierf, had Fjodor een kans. Hij was bloedserieus in zijn verlangen naar Maria en hij trouwde ook met haar, maar helaas was het huwelijk vanaf het allereerste moment verdoemd. Gelukkig zijn ze samen nooit geworden. 

Alexander was op dat moment al niet meer in Siberië, hij was teruggegaan naar Sint Petersburg waar hij uiteindelijk in diplomatieke dienst zou treden en verschillende tsaren zou dienen.

Triest, maar misschien onvermijdelijk was dat de vriendschap tussen Fjodor en Alexander uiteindelijk ook bekoelde. Door letterlijke afstand, maar ook door de gebeurtenissen in hun beider levens.
Hun mooiste tijd samen, die ook zo betekenisvol is geweest voor het schrijverschap van Fjodor Dostojevski, was toen ze samen De Kozakkentuin deelden.

We hielden ons enthousiast met de bloementuin bezig en gaven die al snel een schitterende aanblik. F.M. hielp me met het begieten van de jonge aanplant. Ik zie hem weer voor me, gelukkig zoals hij toen was; het gezicht bezweet, zonder soldatenjas, met alleen een verschoten roze sitsen gilet aan. Aan zijn nek bungelde een groot uivormig horloge, dat aan een lange ketting van blauwe kralen hing die iemand hem ooit had gegeven.

Veel zeiden we niet tegen elkaar; F.M. ging geheel in zijn bezigheden op en hoewel het een genoeglijke tijdsbesteding voor hem was, had ik altijd de indruk dat hij in gedachten schreef. Terwijl hij de planten besproeide, moesten de voorvallen en de dialogen in hem opwellen.

De Kozakkentuin is gebaseerd op feiten, maar die waren natuurlijk niet compleet omdat er veel brieven en aantekeningen verdwenen zijn. Jan Brokken heeft in dit boek de feiten en het verhaal daartussen overtuigend kunnen vermengen tot een meeslepend boek dat je echt meeneemt naar het Siberië en Rusland van de 19e eeuw en dat je niet loslaat tot de laatste bladzijde.
Een schitterend boek.

Uitgegeven in 2015 door uitgeverij Atlas Contact
Bladzijdes: 329

vrijdag 15 januari 2016

Wijze woorden uit het klooster

Dominicanen klooster in Zwolle
Enkele weken gelezen las ik het boek Hoe word ik gelukkig van Leo Feijen, waarin hij abten en abdissen van contemplatieve kloosters interviewt over hun leven en de zoektocht naar geluk. 

Ik houd erg van Leo Fijen, de kloosterserie die hij bijvoorbeeld maakte was altijd zo interessant en mooi.

Ik houd ook van kloosterlingen, je zou denken dat ze wereldvreemd zijn, zo afgesloten in dat klooster, maar vaak hebben ze bijzonder wijze woorden en levenslessen waar we allemaal wat van kunnen leren. 

Hieronder een paar uitspraken die mij bijzonder troffen, al had ik het halve boekje over kunnen typen, zoveel moois staat erin. 

  • Soms word je dus even boven jezelf uitgetild. Dat doet God.
  • Daarom heb ik de stilte ook zo hard nodig. Want als het niet stil genoeg is rondom mij en in mezelf, dan blijf ik in mijn eigen kringetje ronddraaien en dan kan ik niet in de ruimte van God komen.
  • Geluk is niet de vervulling van al je wensen.

(Chiara Bots)

  • Het was een bevrijdend moment, om te lezen dat Jezus ook moe werd. Ik wist toen: je mag moe zijn, je hoeft dan alleen maar drinken te vragen.
  • Kwaad dat het laatste woord heeft, daar heb ik altijd tegen geprotesteerd. Dat onrecht kan zegevieren, dat kan gewoon niet. Het goede moet het laatste woord hebben, niet het toeval, niet het stomme ongeluk. God heeft het laatste woord. Het goede heeft een absolute waarde. Iemand staat daarvoor garant. Dat is God. Hij is altijd groter.

(Wiro Fagel)

  • Stilte biedt me allereerst de kans om weer harmonie van binnen te vielen. Je kunt de hele dag je mond houden, maar wel innerlijk commentaar hebben. Dan is er nog geen stilte.

(Benedict Thissen)

  • Monnikenleven is niet allen toewijding, het is ook een geestelijk ambacht, een training om vanuit de stilte de zorgen weg te parkeren en daarmee een ruimte te laten ontstaan die het mogelijk maakt om bij mezelf te zijn en te weten dat God er is. Het heeft me jaren gekost om dit te ontdekken.

(Alberic Bruschke) 
Tuin Dominicanen klooster Zwolle

  • De broeders hier houden het gesprek met de hemel levend. Dat doen we door te bidden. We geloven dat we daarmee de wereld een dienst bewijzen. Want bidden is helpen. Omdat het grond onder je voeten geeft en God binnenbrengt, en daarmee het leven, ook bij andere mensen.
  • Wat kan een gebed van mij beteken voor de mensen buiten het klooster? Als niemand het weet, dan weet God het wel. Hij is een intense luisteraar.

(Gerard Mathijsen)

  • God belt niet aan zegt; je moet zus of zo doen in je leven. Achteraf zie je pas een spoor van God in je leven, zie je pas een lijn in je bestaan. Pas als God voorbij is gegaan, herken je Zijn stem.
  • In iedere gemeenschap is er een spanningsveld tussen goddelijke grootheid en menselijke kleinheid. God kom je tegen op zoveel plaatsen en zoveel momenten, maar je moet dat wel willen zien. En je moet iedere keer weer de minste willen zijn. Zo kunnen we God aan elkaar laten zien. Je hoeft niet iedere keer je gelijk, je recht te halen. God laat zich zo zien aan mensen, als ze hun eigen fouten toegeven aan een ander.

(Maria Magdalena van Bussel)

  • Dan kan het ook gebeuren dat je niet meer kunt bidden. En als ik niet meer kan bidden, dan is dat mijn gebed.

(Ad Lenglet)


Uitgegeven in 2003, door uitgeverij Ten Have
Bladzijdes: 156

maandag 11 januari 2016

Les misérables, Victor Hugo

Een man probeert om zijn ellendige leven te boven komen, maar elke keer wordt hij achtervolgd door wat hij gedaan heeft. Het verhaal van Jean Valjean is de belangrijkste verhaallijn van Les misérables.

Het verhaal
De galeiboef Jean Valjean wordt vrijgelaten na 19 jaar strafkamp. Hij had een paar jaar gekregen voor diefstal, maar zijn straf werd een aantal malen verlengd wegens vluchtpogingen. Hij is verbitterd en wil van de maatschappij niets weten, maar een ontmoeting met de bisschop van Digne verandert alles, deze man weet hem door zijn vriendelijkheid en goedheid op een ander pad te krijgen.

Jean Valjean weet zijn leven nieuwe vorm te geven, en wordt onder een nieuwe naam een weldoener voor de armen. Hij schopt het zelfs tot burgemeester van het stadje. Helaas is er politieinspecteur Javert die het verleden niet wil laten rusten en koste wat het kost Jean Valjean weer achter de tralies wil krijgen. 

Valjean vlucht naar Parijs met zijn aangenomen dochtertje, en ze moeten zich daar schuil houden tussen de vele anderen die proberen te overleven in bittere armoede. 

Tekening uit de eerste druk
Sociale aanklacht 
Les Misérables is een typische 19e eeuwse roman waar heel veel mensen in naar voren komen die door allerlei lijntjes met elkaar verbonden zijn. Sommige daarvan zijn wat al te toevallig en dat mensen elkaar steeds tegen het lijf lopen terwijl er in die tijd honderdduizenden mensen in Parijs woonden, is ook niet heel erg geloofwaardig.

Maar daar gaat het natuurlijk helemaal niet om. Victor Hugo wilde een sociale aanklacht schrijven en duidelijk maken aan de Fransen hoe diep triest het lot van de armen was. Als er totaal geen voorzieningen zijn dan kunnen goedheid, menselijkheid en waardigheid bijna niet overleven. De ene ellende leidt tot ongeluk en nog daarna een nog erger lot totdat men zo diep gezonken is dat het bijna onmogelijk is om nog uit de put te komen.

Kindermishandeling, verwaarlozing, vrouwen die tot prostitutie vervallen, mensen die in stille waardigheid verhongeren, uitbuiting, chantage, roof en diefstal, alles komt voor tussen de ellendigen die wonen in de sloppen van Parijs en de vele andere Franse steden. 

Les misérables is ook contemporaine roman die de gebeurtenissen van die tijd wilde vertellen. Het verhaal begint in 1815 als Napoleon verslagen is na de slag bij Waterloo en eindigt in de Juni-revolutie van 1832. Victor Hugo wilde duidelijk verslag doen van wat hij om zich heen had gezien en wat de gevolgen daarvan waren voor Frankrijk.

En tot slot is Les Misérables natuurlijk ook een roman die gaat over de kracht van goedheid; de goede daden en de medemenselijkheid van de bisschop weten door te dringen tot de verbitterdheid van Valjean en zetten hem op het rechte pad. De goede daden die Valjean daarna volbrengt, zorgen er uiteindelijk voor dat hij in vrede kan sterven. Goedheid en vergeving is ook bij de miserabelen te vinden, alleen moet men er dan wat meer moeite voor doen.

Victor Hugo
Dikke pil of toch niet? 
Het boek is verschenen in 1862, maar Victor Hugo heeft er vele jaren over gedaan om het te schrijven. Dat is geen wonder, want de originele Franse versie had zo’n 1900 bladzijdes. Heb ik die gelezen? Helaas niet. Door een vergissing van mijn kant had ik namelijk de ingekorte versie te pakken en niet de integrale vertaling.

Dit jaar heb ik me een beetje in de Franse literatuur verdiept en dan mag een klassieker als Les misérables natuurlijk niet ontbreken en ik was hier dan ook naar op zoek gegaan. Ik ben echter een beetje huiverig voor vertalingen van dit soort werken, aangezien die vaak wat ouderwets en plechtstatig zijn en mijn leesplezier niet echt verhogen.

Toen ik zag dat er een nieuwe vertaling was, heb ik die meteen besteld. Toen het boek echter bezorgd werd, had ik het idee dat er een vergissing in het spel moest zijn, deze versie van Les Miserables was geen een dik boek in de richting van Oorlog en Vrede, maar dit boek had maar driehonderd pagina’s.

Het blijkt dat dit dus wel een nieuwe vertaling is, maar ook een ingekorte versie. Het verhaal is teruggebracht naar de basis en een heleboel zijpaadjes zijn verwijderd.

Ik vind dit eigenlijk een heel rare zaak, gaat de uitgever er dan van uit dat wij te dom zijn om de zijpaadjes te begrijpen of de verhandelingen over de sociale omstandigheden te waarderen? Ik wil graag zelf uitmaken of ik dat mooi en waardevol vind, dat hoeft een uitgever niet voor mij te doen.

Maar als ik zoek op internet lijkt het erop dat er geen integrale Nederlandse vertaling beschikbaar is, of kijk ik misschien verkeerd? Is er iemand die mij kan vertellen of die er wel is? En is dat dan een heel ouderwetsche vertaling?

Of ben ik toch aangewezen op een Engelse vertaling als ik het integrale verhaal wil lezen?

Hoe dan ook, ik ben blij dat ik Les Misérables eens gelezen heb, maar ik heb toch het idee dat ik op deze manier een beetje bedrogen ben en dat ik iets gemist heb.

Oorspronkelijke Franse titel: Les misérables
Uitgegeven in 1862
Deze Nederlandse uitgave 2012 door uitgeverij AW Bruna
Nederlandse vertaling: Manuel Serdav
Bladzijdes 312 (ingekorte versie) 

vrijdag 8 januari 2016

Spaanse meesters in de Hermitage

Portret van actrice Antonia Zárate
Francisco de Goya
In de Hermitage in Amsterdam is op dit moment wel een heel bijzondere tentoonstelling te zien, namelijk een overzicht van Spaanse meesterwerken.

Het zijn schilderijen uit de 16e en 17e eeuw. Dit was voor de Nederlanden een Gouden Eeuw, maar ook voor de schilderkunst in Spanje. Koning Filips II was weliswaar in heel wat oorlogen verwikkeld, maar wilde zijn macht en aanzien benadrukken door een nieuw paleis te laten bouwen (het Escorial) en veel kunstenaars in dienst te nemen die de opdracht hadden het hof te verfraaien en de koninklijke familie te vereeuwigen. Ook de eenheid van de Katholieke kerk was een belangrijk punt voor Filips, die te veel ketters in zijn rijk moest dulden. 

Heel bijzonder is deze tentoonstelling vooral omdat er in Nederland bijna geen Spaanse schilderstukken te vinden zijn in de musea, om die te bewonderen moet je vooral in Spanje zelf terecht. Gelukkig heeft de Hermitage in St. Petersburg de grootste collectie Spaanse schilders buiten Spanje en een deel daarvan is nu dus in Nederland te zien.

De stijl van de Spaanse werken vond ik net weer anders dan ik gewend ben van de Nederlandse schilderijen uit die tijd. Maar wel heel mooi met statige hofportretten, maar ook prachtige religieuze kunst. St. Franciscus van Zurbarán of de apostelen Petrus en Paulus van El Greco zijn hier een mooi voorbeeld van.
Verder hangen er werken van Velazques, Goya, Ribera en Murillo.
De apostelen Petrus en Paulus
El Greco
In de 19e en 20e eeuw heeft Spanje te maken met de verschrikkingen van de Napoleontische oorlogen en de burgeroorlog en dit heeft natuurlijk zijn invloed op de kunst. Picasso is misschien wel de bekendste Spaanse schilder en van hem hing er een werk dat ik werkelijk prachtig vond (jongen met hond), terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo’n fan van Picasso ben. Jammer genoeg geen ansichtkaart van dit schilderij gevonden L

Niet alleen schilderijen zijn er te bewonderen, ook is er toegepaste kunst, zoals wapens, aardewerk en religieuze voorwerpen.
Stilleven met kastje
Antonio Pereda
Zoals gebruikelijk is de tentoonstelling weer bijzonder mooi opgebouwd en is er alle mogelijkheid om de schilderijen te bewonderen. Ik heb heel erg veel gezien waar ik helemaal stil van werd of waar ik lang voor heb gestaan om het te goed te bekijken en in me op te nemen. De details, de kleuren, de verdeling van licht en donker komen ongelofelijk goed tot zijn recht.

Spaanse meesters is nog tot 29 mei 2016 te bezoeken. Er is met de museumjaarkaart nog een toeslag van 2.50 euro. 

maandag 4 januari 2016

Publieke werken, Thomas Rosenboom

Walter Vedder is een kastenbouwer in Amsterdam die op het bouwen van violen is overgestapt. Hij woont vlak bij de plek waar het nieuwe Centraal Station gebouwd wordt.

Vedder is misschien maar een ambachtsman, maar hij is ervan overtuigd dat de hoge heren hem niets kunnen vertellen. Hij heeft er verstand van, ondanks dat hij niet gestudeerd heeft, en onder pseudoniem zendt hij brieven naar de krant om te fulmineren tegen verschillende nieuwe Publieke Werken en vooral tegen de, in zijn ogen, foute plaatsing daarvan.

Een nieuw hotel, het Victoria hotel,  zal gebouwd worden op de hoek waar Vedder woont, en Vedder en zijn buren zullen worden uitgekocht. Dit is voor Vedder het moment om alles in de strijd te gooien. De hoge heren hoeven niet te denken dat hij zomaar akkoord gaat met elk bod, ze hebben hem tenslotte nodig en hij is vastbesloten om zich niet te laten kennen. Wat hem betreft zijn de onderhandelingen begonnen en het eerste bod is nog maar het begin.

In Hoogeveen woont zijn neef Chris Anijs, die de apotheek De twaalf apostelen drijft. Anijs is boven zijn stand getrouwd met de dochter van de oude apotheker. Anijs zelf waant zich de spil van het sociale leven in Hoogeveen en is overal bij betrokken. Dat hij geen goede diploma’s heeft en dat de notabelen van het dorp niet meer bij hem langskomen, is hem een doorn in het oog, hoewel hij zich zelf ervan overtuigd heeft dat hij dat diploma helemaal niet nodig heeft (want wat zegt zo'n diploma eigenlijk?).

In het veen achter Hoogeveen wonen de turfstekers in plaggenhutten, een vergeten en verdoemd volk in een met uitsterven bedreigd bestaan. Anijs ziet zichzelf als de enige man die zich om deze mensen bekommert. Hij begint met het geven van medisch advies en daar blijft het niet bij. Anijs wil deze mensen blijvend helpen.

Als de ambities van de beide neven bij elkaar komen, om een verdoemd volk naar het beloofde land te leiden zoals Mozes heeft gedaan, met het nog niet verdiende geld van het Victoria Hotel, moet het wel mislopen.

Kort geleden heb ik de nieuwe speelfilm gezien die van het boek is gemaakt en dit was voor mij een reden Publieke werken weer te herlezen.
Thomas Rosenboom gebruikt prachtige zinnen met allerlei in onbruik geraakte woorden om de sfeer van de 19e eeuw goed weer te geven. Dit doet wat mij betreft geen moment afbreuk aan het leesgemak of het leesplezier, het laatste wordt er juist alleen maar door vergroot. 

Heel knap zie je de beide neven, twee mannen met gefnuikte ambities, zich steeds groter opblazen dan ze werkelijk zijn. En je ziet heel duidelijk hoe ze beiden de werkelijkheid uit het oog verliezen en zichzelf vervreemden van hun eigen wereld. Een wereld die best heel aangenaam zou kunnen zijn, als ze het maar zouden zien. 

Vedder weet de toon met Theo, de weesjongen voor wie hij als een vader zorgt, maar niet meer te treffen en ziet met lede ogen deze relatie verslechteren. Anijs kan de aansluiting met de overigen in Hoogeveen niet meer vinden en ook de relatie met Martha, zijn vrouw, lijdt hieronder.

Publieke werken is een meesterlijk verteld verhaal en ik weet eigenlijk niet waarom ik tot op heden nog niets anders van Thomas Rosenboom gelezen heb.

Vedder en Anijs
De film die kort geleden is gemaakt van dit boek, vond ik ook mooi. Gijs Scholten van Aschat als Walter Vedder en Jacob Derwig als Chris Anijs brengen de personages tot leven. 

Ook de Veldelingen, met name Pet Bennemin, gespeeld door Juda Goslinga wist mij te ontroeren. De diep-trieste armoede van de turfstekers in de plaggenhutten wordt ook heel goed zichtbaar.

Natuurlijk moeten ze sommige dingen inkorten of een bepaald gegeven op een andere manier duidelijk maken. Dat is allemaal niet erg en over het algemeen vond ik dit vrij goed gedaan.

Wat echter niet goed uit de verf kwam, en dat viel me pas op bij herlezing van het boek, is de relatie tussen Vedder en Theo. In het boek is het een wees waar Vedder zich om bekommert, met alle problemen van dien en in de film is het zijn zoon. Hier had men meer mee kunnen doen, want Theo bleef in de film een beetje van bordkarton.

Dat ze de manier waarop de Veldelingen in Amerika kunnen blijven hebben veranderd vergeef ik ze wel, en dat de laatste scene met Anijs en zijn vrouw wat onnodig sentimenteel was en teveel een gelikt Hollywood einde aan het verhaal wilde breien ook, ondanks dat het oorspronkelijke boeken-einde beter bij het verhaal past.  

Maar verder is het prachtig om Amsterdam in de 19e eeuw te zien, dat is echt heel knap en mooi gedaan. De bouw van het Centraal station (het stond de afgelopen jaren alweer in de steigers, dus wat dat betreft bood het een vertrouwde aanblik) en het hotel worden schitterend in beeld gebracht, je waant je echt in het 19e eeuwse Amsterdam. Heel mooi. 

Even nog een waarschuwing, je moet je wel even schrap zetten bij de eerste scene, die vrij heftig is. Ik schrok daar in ieder geval nogal van, maar daarna krijg je een prachtige film.

Uitgegeven in: 1999 door uitgeverij Quierido
Als Rainbowpocket in 2008 (mijn versie)
Bladzijdes: 488

zaterdag 2 januari 2016

2015 vs 2016

Vorig jaar is er heel wat gebeurd, hier even een paar dingen op een rijtje, met een vooruitblik naar komende jaar.

Reizen
2015
Vorig jaar heb ik 5x een mooie stedentrip mogen maken. Parijs heb ik twee keer bezocht, Rome en Florence nogmaals bekeken en natuurlijk ben ik voor de eerste keer in Berlijn geweest. Twee keer hiervan was natuurlijk een schoolreis en dus werk, maar ik ben ook nog nooit drie keer op vakantie geweest. Een heerlijke luxe waar ik erg van heb genoten.
Rome 2015
2016
Ik verwacht niet mee te gaan met een schoolreis, maar je weet het maar nooit. Leraar, elke dag anders tenslotte.
Op vakantie wil ik nog wel en ik hoop in ieder geval op een paar dagen Parijs. Al het andere is een mooie bonus.

Meer kunst
2015
Ik had mezelf voorgenomen om meer tentoonstellingen te bekijken en wilde er minstens één per maand zien. Dit is, sinds ik het besluit het genomen, keurig gelukt.
Ik heb prachtige tentoonstellingen gezien, de Turner tentoonstelling in Zwolle was heel bijzonder, maar ook De hand van Whistler in Laren vond ik mooi en laat ik vooral de Spaanse kunst in de Hermitage niet vergeten. Hier ben ik net naar toe geweest en komende week komt mijn bespreking van deze tentoonstelling.
Verder heb ik natuurlijk Constantijn gezien en laten we de Glasgow boys niet vergeten.
De Glasgow boys in Assen
2016
Ik wil opnieuw proberen in ieder geval één tentoonstelling per maand te bekijken. Ik bof dat ik redelijk centraal in het land woon en dus vrij gemakkelijk in verschillende steden kan komen.

Blog
2015
In november ben ik teruggegaan naar 3 artikelen per week. Het citaat op zondag en één van de twee boekbesprekingen heb ik geschrapt. Dit nieuwe schema bevalt me goed. Ik voel minder druk en kan het beter overzien.

Wat waren de favoriete artikelen in 2015?
De boekbespreking die het meest is gelezen is: In het licht van wat wij weten van Zia Haider Rahman (hier)
Het persoonlijke artikel dat het vaakst is bekeken is: In Memoriam Corrado (hier)
Het kunstartikel dat de meeste bezoekers trok is: Inspirerende kunst: Turner (hier)
De foto die het vaakst is bekeken is deze: Sinaasappelen in zwart en wit.


2016
Ik houd het nieuwe schema aan van drie artikelen per week, zolang dit voldoet. Het schema is niet heilig in die zin dat als ik een artikel wil toevoegen of een mooi citaat wil delen dat gewoon kan. Ook als ik een week iets minder wil dan is dat natuurlijk ook mogelijk.
Wat kun je verder regelmatig verwachten?
  • boekbesprekingen
  • foto's
  • Inspirerende kunst
  • tentoonstellingen
Andere onderwerpen blijven natuurlijk ook gewoon aan bod komen, maar deze onderdelen zullen echt regelmatig hun opwachting maken.

Ik heb zin in 2016!

vrijdag 1 januari 2016

Gelukkig nieuwjaar!

Een gelukkig en mooi 2016 voor iedereen, met mooie boeken, prettige gesprekken, prachtige kunst en goede vrienden. 
Laten we er met elkaar iets moois van maken!
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...