maandag 29 augustus 2016

Augustus, John Williams

Octavius
Voor velen in Rome was de Republiek de ideale staatsvorm en ze wilden voorkomen dat er ooit nog iemand zou zijn die koning zou worden. Hun hele staatsinrichting was erop gericht dat niet één persoon de macht zou kunnen grijpen.

Dat Julius Caesar benoemd werd tot dictator voor het leven, was vele senatoren dan ook een doorn in het oog en zij hebben hem in 44 v. Chr. vermoord, zogenaamd om de Republiek te redden.

Na de moord op Julius Caesar was er chaos in Rome, niemand wist wat er zou gebeuren. Marcus Antonius, de bondgenoot van Caesar, wilde de macht grijpen en de moordenaars straffen, de moordenaars wilden de macht grijpen in naam van de Republiek en daarbij kwam nog een onbekende factor, de jonge Octavius.

Hij was een neef van Caesar en door hem geadopteerd en als erfgenaam benoemd. Een jonge man was hij nog, een beetje bleek en ziekelijk en niemand nam hem serieus. De moordenaars niet, Marcus Antonius niet en ook een staatsman als Cicero niet. 

Niemand verwachtte dat deze jongeman zonder ervaring in staat zou zijn om zich in het wespennest van het forum te bewegen en hier zonder kleerscheuren uit te komen. Dat hij de legioenen achter zich zou weten te krijgen, bondgenootschappen kon smeden en tactieken kon bedenken, terwijl hij de samenzweringen van anderen moest doorzien en onschadelijk moest maken.

De jonge Octavius verbaasde hen echter allemaal, hij kwam na jaren burgeroorlog in 27 v. Chr. als definitieve overwinnaar uit de strijd en had zijn macht overduidelijk gevestigd.

Als Augustus Caesar zou hij veertig jaar over Rome regeren. Hij was de eerste burger van de stad, maar feitelijk de eerste keizer met alle macht die daarbij hoorde. Hij bracht de lange periode van vrede die de Pax Romana wordt genoemd, waarin Rome bloeide als nooit tevoren. Er wordt wel gezegd dat hij een stad van bakstenen aantrof, maar bij zijn overlijden een stad van marmer achterliet. 

Augustus
Augustus is het derde boek  van John Williams en naar schijnt zijn succesvolste, waarmee hij ook prijzen heeft gewonnen.

Het boek begint als Caesar wordt vermoord en Octavius zijn erfenis moet aanvaarden. Vanaf dat moment is de toekomst die hij voor zichzelf zag, als dichter en filosoof, van generlei waarde meer en gaat Rome voor alles. Hij heeft een paar vrienden om heen, zoals Marcus Agrippa, die tot het einde toe zijn steun en toeverlaat zijn, maar aan de andere kant is ook niemand te vertrouwen en moet hij altijd voor verraad op zijn hoede zijn.

Dit wordt goed duidelijk in het tweede deel van het boek als Augustus aan de macht is en de erfopvolging veilig moet stellen. Zijn dochter Julia wordt gebruikt als pion in dit politieke spel om voordelige huwelijken te kunnen sluiten, maar uiteindelijk moet Augustus haar verbannen naar een klein eilandje omdat ze (onbewust) betrokken is geraakt bij een samenzwering tegen de keizer.

In het laatste deel kijkt Augustus terug op zijn lange leven en vraagt hij zich af wat het hem allemaal gekost heeft en of het dat waard was. 
Beeld van Augustus in Museo Massimo in Rome
foto door mij gemaakt in 2013
Romeinen aan het woord
Het boek is opgezet in briefvorm, zodat je de Romeinen direct aan het woord hoort, afgewisseld met dagboekenfragmenten en gedeeltes uit memoires. Heel knap wisselt John Williams tussen brieven die op het moment zelf spelen en brieven van jaren later waarin er wordt teruggekeken. In deze brieven kent men de uitkomst van de gebeurtenissen en daardoor zijn de opvattingen soms veranderd. 

Ook de verhouding tussen de schrijver en Augustus is soms veranderd. Er is een verschil hoe men spreekt over de vriend Octavius in 43 v. Chr. of over keizer Augustus die al veertig jaar regeert.

Heel goed vond ik dat elk fragment daadwerkelijk anders klinkt. Marcus Antonius was een hork en zijn brieven zijn heel direct, Cicero is een zalvende leuteraar die nog niet weet welke kant het op zal gaan en die probeert alle partijen te vriend te houden en Marcus Agrippa was onherroepelijk trouw aan Augustus.

Hoewel Augustus zelf pas in het derde deel aan het woord komt, vind ik dat je in de andere twee delen in de woorden van de anderen ook al een goed beeld krijgt van deze bijzondere man, dat heeft John Williams mooi gedaan.

Vanaf de eerste bladzijde was ik gegrepen door deze bijzondere roman en zat ik in het oude Rome. Ik heb Augustus een tijdje laten liggen sinds het boek uitkwam, omdat ik bang was dat het beeld van Augustus in mijn hoofd niet te verenigen zou zijn met het beeld in dit boek. Daar was gelukkig geen sprake van, er was een perfecte samenhang tussen de beide Augustussen. (wat dat zegt over John Williams, mij of Augustus zelf laat ik daarbij even in het midden).

Het scheelt misschien hierbij dat ik vrij goed op de hoogte ben van de gebeurtenissen en personen in deze periode van de Romeinse geschiedenis en ik weinig moeite had om erin te komen. Ik had wel moeite om eruit te komen en heb nog zeker enkele dagen lang met keizer Augustus rondgelopen, terwijl fragmenten en gebeurtenissen steeds opnieuw bij me opkwamen.

Een prachtig boek dat eer doet aan Augustus en hoewel ik Stoner de mooiste roman van John William stond, staat Augustus wat mij betreft overduidelijk op nummer twee.

Anna en Joke hebben beiden het boek eerder besproken en hoewel zij er iets minder gemakkelijk door gegrepen werden dan ik, vonden zij uiteindelijk het boek ook erg mooi. Kortom, een boek waarbij doorzetten beloond wordt! 

Oorspronkelijke titel: Augustus
Uitgegeven in 1972
Nederlandse uitgave 2014 door uitgeverij Lebowski
Nederlandse vertaling: Edzard Krol
Bladzijdes: 417

zaterdag 27 augustus 2016

Groninger museum: De collectie, De ploeg en een beetje Nieuwe Wilden

Rode boerderij, Jan Altink 1924
De ploeg
Vorige week ben ik op bezoek geweest in Groningen, waar ik met Anna het Groninger museum heb bezocht. 

Ik had een speciaal verzoek-programma, ik wilde de werken van De ploeg zien, en het Groninger museum heeft die in De collectie zitten, een tentoonstelling waarin een mooi deel van de vaste collectie van het museum wordt getoond en waarin De ploeg een groot aandeel heeft.

De ploeg is een Groninger kunstenaars collectief dat na de Eerste Wereldoorlog werd opgericht. Het doel was om Groninger kunstenaars bij elkaar te brengen en van elkaar te leren en elkaar te inspireren. Het waren voornamelijk schilders, maar ook andere kunstenaars sloten zich bij De ploeg aan.

De naam De ploeg werd bedacht door schilder Jan Altink die hiermee wilde aangeven dat ze van plan waren om de Groningse kunst te ontginnen om iets nieuws te beginnen, en zij zouden de ploeg zijn die daarvoor nodig was. 
George Martens, Vismarkt 1926

Bekende namen zijn Hendrik Werkman en Jan Altink, maar ook andere schilders als Ekke Kleima, Jan Wiegers, George Martens en Alida Jantina Pott maakten deel uit van deze groep.

Zij kregen hun inspiratie van het Duitse expressionisme dat in de jaren ’20 opkwam, maar ook het constructivisme vormde een bron van inspiratie.
Boerenschuur en bomen, Alida Pott  z.j.
Het hoogtepunt van De ploeg lag vooral in de jaren ’20, hoewel ze nog jarenlang samen bleven werken. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er kritiek op De ploeg, hen werd verweten vast te houden aan het oude en vernieuwing in de weg te staan.
Kerkje te Breede, Ekke Kleima 1939
Het Ploegpaviljoen dat deel uit maakt van De collectie, laat vooral de werken uit de hoogtijdagen zien en dit is werkelijk heel erg mooi. Ik houd erg van De ploeg en vooral hun kleurgebruik spreekt me erg aan. 

Ik vind het ook heel bijzonder hoe zij het Groninger landschap op de kaart hebben gezet. 
Daarvoor werd Groningen grotendeels genegeerd door kunstenaars, maar de leden van De ploeg lieten zien hoe mooi het hier was (en is).  
 
Groninger landschap, Jan Altink 1947
De rest van de collectie
In het andere gedeelte van De collectie zie je onder andere moderne kunstwerken, maar ook portretten van Groningers van de 15e tot de 19e eeuw, prachtig zilver en verschillende voorwerpen die een beeld geven van de geschiedenis van Groningen door de eeuwen heen.

Ook zijn er schitterende meesterwerken te zien uit vroegere eeuwen van onder andere Judith Leyster, Israels en Rubens.

Dit gedeelte vond ik ook zeer de moeite waard, vooral omdat het zo divers was.

De nieuwe wilden
Omdat we er toch waren, zijn we ook even binnengelopen bij de tentoonstelling De nieuwe wilden, waarin de Duitse schilders uit de jaren ’80 met hun neo-expressionisme te zien waren. Tsja, wat kan ik hierover zeggen? De Neo-expressionisten wilden de kunstwereld opschrikken en hun kritiek op de maatschappij duidelijk maken. Zij deden dit door alles op de hak te nemen, en zelfs opzettelijk lelijk te schilderen, als statement.
De geboorte van Mullheimer Freiheit, Walter Dahn 1981
Het was vooral leuk omdat we ook De Wilden in De fundatie in Zwolle hadden gezien (Duitse expressionisten uit de jaren ’20), en dit een aardige aanvulling was. 

We hebben werken gezien die we onverwacht mooi vonden, anderen waren grappig of zelfs snoezig (leuke kwarteltjes), anderen waren lelijk of verontrustend en van sommigen werden we zelfs een beetje naar. Echt gezellig waren die Duitsers niet in die tijd (en ze nemen zichzelf zo serieus, heel irritant eigenlijk). 
De zanger, Helmut Middendorf 1981
Hierin zagen we nog wel de inspiratie van de oude Wilden
Ik moet eerlijk zeggen dat ik niemand zou aanraden om voor De Nieuwe Wilden alleen naar Groningen te gaan. Als je er toch bent en je loopt even naar binnen is het meer dan genoeg, maar als je een keuze moet maken, dan raad ik je het Ploegpaviljoen aan!!

De collectie met het Ploegpaviljoen is nog tot 31 december 2016 te zien.
De nieuwe wilden zijn nog tot 23 oktober 2016 te zien. 

donderdag 25 augustus 2016

The Romanovs, Simon Montefiore

Rusland is nooit een gemakkelijk land geweest om te besturen. Het was immens groot en bevatte veel verschillende volkeren met eigen gebruiken en tradities. De enige eenheid die er in dit land bestond, was de tsaar die het land regeerde. Meer dan driehonderd jaar was die macht in de handen van één familie, de Romanovs.

Het begin in 1613
Toen in 1584 Ivan de Verschrikkelijke stierf, waren er allerlei facties die de macht wilden hebben en een burgeroorlog was het gevolg. In 1613 werd een ver familielid van Ivan door de Bojaren tot nieuwe keizer gekozen, om eindelijk rust te creëren. 

De jonge Michael Romanov had weinig zin om deze taak op zich te nemen en bleef doorzeuren tot aan de kroning en eigenlijk daarna ook nog. Echt geschikt voor zijn nieuwe taak was hij niet, dus misschien is het ook wel logisch dat hij zich er niet zo goed tegen opgewassen voelde.

In de eeuwen die volgden zouden de Romanovs Rusland met harde hand besturen. Zij hielden daarvoor alle macht in handen en waren als tsaar of tsarina niet alleen de belichaming van die macht, maar ook van Rusland zelf. De Romanovs waren ervan overtuigd dat God hen op die plek had gezet en dat het hun taak was om de eenheid van Rusland te bewaren, desnoods met ijzeren vuist.

Geweld was namelijk nooit ver weg; broers, zoons en echtgenoten werden vermoord en velen maakten kennis met verschrikkingen en bloedvergieten op jonge leeftijd. Peter de Grote zag toen hij tien was moord en doodslag om zich heen, en Nicolaas II was op twaalfjarige leeftijd aanwezig toen zijn grootvader stierf aan de gevolgen van een bomaanslag.

Ook waren er roerige gebieden en elk moment kon er wel ergens een opstand uitbreken. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat veel van de Russische heersers er alles aan deden de touwtjes strak in handen te houden, en vaak hetzelfde geweld toepasten als ze zelf hadden meegemaakt. Alles om de rust te bewaren en de erfopvolging veilig te stellen.
Catharina de Grote
Dwergen, kerken en politiek
In de eerste eeuw van de Romanov-dynastie was het hofleven nog doordrenkt van middeleeuwse, vaak Tartaarse tradities. De echte blik op het westen en de hervorming die daarbij hoorden kwamen pas met Peter de Grote in de 17e eeuw.

Het hof was een mengeling van pracht en praal om indruk te maken, religieuze ceremonies om de band tussen God en Tsaar te bestendigen, maar ook bijeenkomsten vol drank en uitspattingen waar men tot in de vroege uurtjes dronk en dwergen de taak hadden de vorst en de hofhouding te vermaken, vaak ten koste van zichzelf.

Sommige tsaren waren politiek briljant zoals Peter de Grote of Catharina de Grote, anderen kwamen met goede hervormingen zoals Alexander II die de horigheid afschafte, sommigen wisten in moeilijke situaties en oorlogen het hoofd koel te houden en de orde te bewaren, maar helaas waren ze niet allemaal zo bekwaam.  

Toch is er pas in 1917 een einde gekomen aan de dynastie, toen er zoveel factoren samenkwamen dat waarschijnlijk alleen een tsaar als Peter de Grote de dynastie had kunnen redden met de kracht van zijn persoonlijkheid. En helaas bezat Nicolaas II veel kwaliteiten, maar een krachtige persoonlijkheid hoorde daar niet bij.  

De grote lijn?
Simon Sebag Montefiore heeft een aantal beroerde fictieboeken geschreven (sorry, ik vind ze onleesbaar slecht) en een aantal non-fictieboeken die geloof ik beter zijn. In dit non-fictie boek geeft hij een overzicht van de familie Romanov vanaf het bloederige begin tot het bittere einde. The Romanovs is een groots opgezet werk, hij wil hierin niet alleen een chronologisch overzicht bieden, maar ook laten zien welke wisselwerking er bestaat tussen autocratische macht en de persoonlijkheid van de persoon die die macht heeft.

Het boek is vlot geschreven en rijk aan details, sommige absurd, andere interessant of gruwelijk fascinerend. Montefiore maakt gebruik van brieven, dagboeken en documenten die recentelijk uit de archieven zijn gekomen. 

Het is behoorlijk volledig, maar toch miste ik af en toe een grote lijn. Nergens maakt hij even een stapje opzij om een groter thema uit te werken of parallellen te trekken. De rode draad lijkt een beetje te missen, al schijn je de conclusie te kunnen trekken dat absolute macht je een beetje gek maakt, maar dat dat in Rusland ook geen wonder is.
Tsaar Nicolaas II en zijn familie 
Gek genoeg vind ik in het boek de laatste hoofdstukken (over Alexander III en Nicolaas II) een stuk minder, want hier wordt de geschiedenis wel heel snel afgewerkt. Maar waarschijnlijk komt dat ook omdat ik hier zelf het meeste vanaf weet en het daarom al snel wat oppervlakkig lijkt.

Maar dit terzijde heb ik genoten van dit grootse overzicht. Het heeft me een aantal nieuwe feiten gebracht en af en toe moest ik hardop lachen om de beschrijvingen, en was ik zeker blij dat ik in de 17e of 18e eeuw niet aan het Russische hof leefde!

The Romanovs is een aanrader voor iedereen die meer wil weten over Russische geschiedenis in het algemeen of die wil weten hoe gek die meeste tsaren nu eigenlijk waren.

Uitgegeven in 2016
Uitgegeven in het Nederlands als De Romanovs

maandag 22 augustus 2016

2x Hemingway in Parijs

Parijs is een feest. Ernest Hemingway
Er is dit jaar een nieuwe vertaling uitgekomen van A moveable feast van Ernest Hemingway, dit keer onder de titel: Parijs is een feest

Ik heb een eerdere uitgave een paar jaar geleden gelezen (Amerikaan in Parijs, bespreking HIER), maar omdat dit het eerste boek was dat ik van of over Ernest Hemingway las, had ik niet het gevoel dat ik er heel veel van begreep.

Nu, enkele jaren later, ben ik beter op de hoogte van de omstandigheden waarin Hemingway in de jaren ’20 in Parijs leefde, de mensen die hij daar kende én van de omstandigheden waarin A moveable feast is geschreven.

Hij schreef het boek in 1961, toen er al jaren geen boek van hem verschenen was en hij teerde op de oude roem en het imago dat hij van zichzelf gecreëerd had.

Toen hij begon met het verwerken van zijn herinneringen aan zijn eerste jaren als schrijver, wilde hij dit beeld in stand houden: een jonge man die van zichzelf was overtuigd en ondanks de bittere armoede hard werkte om een bekend schrijver te worden (hijzelf als de typische Hemingway-held).

Ondertussen haalde hij allerlei anekdotes op aan de literaire grootheden die hij ontmoette in Parijs, waarbij Hemingway er meestal beter afkwam dan Gertude Stein, Ezra Pound of Scott Fitzgerald.

A moveable feast is het verhaal van de schrijver zoals Hemingway meende dat hij in Parijs had moeten zijn. Iemand die van niemand iets hoefde te leren (behalve van de schilder Cézanne) en waar de anderen tegenop keken. Met de werkelijkheid had A moveable feast weinig te maken.

Hemingway wilde zelf het boek uiteindelijk niet meer uitgeven, twijfelde aan de kwaliteit en of hij wel zoveel wilde vertellen. Het boek is na zijn dood postuum uitgegeven.

Ik ben blij met de nieuwe uitgave, niet alleen omdat het mijn Hemingway-plankje compleet maakt, maar vooral omdat ik het boek nu meer kan waarderen dan ik hiervoor kon. 
Parijs is een feest is een feest om te lezen!

Uitgegeven in 1964
Deze Nederlandse uitgave 2016 door uitgeverij De Arbeiderspers
Nederlandse vertaling: Arie Storm
Bladzijdes: 246

Everybody behaves badley, Lesley MM. Blume
Dit jaar is er ook een ander boek uitgekomen dat gaat over de eerste jaren van Ernest Hemingway in Parijs.

Everybody behaves badley gaat vooral over de totstandkoming van Hemingway’s eerste roman The sun also rises (die ik een paar weken geleden HIER heb besproken).

Hij woonde samen met zijn eerste vrouw Hadley in Parijs, waar hij werkte als journalist en ondertussen korte verhalen schreef. 

Toch was hij hiermee niet tevreden, hij wilde per se een roman schrijven en net zoveel roem vergaren als Scott Fitzgerald en als het even kon, nog meer roem. Hij vond namelijk dat Scott Fitzgerald weliswaar over de moderne tijd schreef, maar wel op een ouderwetse, 19e eeuwse manier. 

Hemingway wilde de manier van schrijven veranderen en iedereen versteld doen staan met zijn roman die echt modern zou zijn. Niet alleen betreffende het onderwerp, maar zeker ook in de manier waarop hij daarover zou schrijven.

Het wachten was op een goed onderwerp en dat vond hij in een reis die hij samen met Hadley en een aantal vrienden naar Pamplona maakte in 1925.

De verschillende relaties die er tussen de vrienden waren, de affaires en de ruzies die ontstonden, werden allemaal gebruikt voor de nieuwe roman, die inderdaad de reputatie van Ernest Hemingway vestigde. 

Hij gebruikte voor de personages wel andere namen, maar iedereen in de kringen waarin de Hemingways verkeerden, wist wie er beschreven werden en aangezien een aantal beschrijvingen niet heel erg flatteus was, was men niet erg gelukkig met het boek.

Everybody behaves badley is zeer goed geschreven. De situatie van de Hemingways en hun vriendenkring komen goed uit de verf, maar daarnaast wordt dus ook het proces van het boek verteld, van de reis tot de eerste versies tot het uitgeven. Dit is interessant omdat het inzicht geeft in hoe een verhaal tot stand komt en hoe een schrijver kan schrijven. 

Ik vond het vooral bijzonder omdat ik The sun also rises net gelezen had en ik wel wist dat het gebaseerd was op een echte reis en echte mensen, maar ik geen idee had hoe dit precies in elkaar zat.

Lesley MM Blum heeft zich uitstekend gedocumenteerd en erg leuk vind ik dat ze aan het einde van het boek aangeeft hoe het leven van alle personages verder is verlopen. Het is niet alleen een goed verslag over hoe Hemingway zijn eerste boek schreef, maar ook een interessante karakterstudie. 

Het geeft namelijk goed weer hoe harteloos ambitieus Ernest Hemingway in bepaalde opzichten kon zijn en hoe weinig rekening hij hield met de gevoelens van sommige mensen als hij hen kon gebruiken.

Kortom, een interessante en goede aanvulling op elke Hemingway-bibliotheek.

Uitgegeven in 2016
Geen Nederlandse vertaling beschikbaar

vrijdag 19 augustus 2016

Vijf op vrijdag, foto's van Venetie

Vorige week heb ik een aantal heerlijke en bijna onovertroffen dagen in Venetië mogen doorbrengen. Een prachtige en bijna magische stad, die met geen andere stad te vergelijken is.

Ja, er zijn veel toeristen, maar die vind je vooral op bepaalde plekken en je kunt ze relatief gemakkelijk ontlopen. Als je het aandurft om zijstraatjes in te gaan, zie je de mooiste dingen, zonder dat je op de hoofden van de mensen hoeft te lopen.
Hieronder een kleine impressie van wat ik heb gezien.

Door een raam van het Dogenpaleis
Gekleurde huisjes op Burano

Canal Grande vanaf de Accademiabrug

De hoge huizen in het Getto

Vroeg in de morgen moet alles nog klaar gemaakt worden, zo ook de gondels.

maandag 15 augustus 2016

De pest, Albert Camus

Het is 194* in de Algerijnse stad Oran, als er plotseling ratten sterven in de straten. In de eerste instantie vindt men dit wel een beetje raar, maar de inwoners zijn nog niet verontrust. 

Als er echter op een gegeven moment mensen dood gaan, met bulten in hun liezen en oksels, begint het idee post te vatten dat de pest is uitgebroken. 

De autoriteiten zijn niet heel snel met het nemen van maatregelen, maar op een gegeven moment moeten ze wel en de stad komt onder quarantaine te staan. Niemand mag de stad meer in of uit en contact met geliefden buiten de stad is alleen nog maar mogelijk via telegrammen, wat het contact niet echt bevorderd.

Een aangezien in de praktijk de formules die zich lenen voor een telegram snel opgebruikt zijn, werd een lang gemeenschappelijk leven of en smartelijke hartstocht op den duur vlot samengevat in een periodieke uitwisseling van staande formules als: ‘Alles goed. Denk aan jou. Liefs.’

Dokter Rieux is één van de eersten die de ernst van de epidemie onderkent en aandringt op maatregelen. Onvermoeibaar gaat hij van patiënt tot patiënt. 

Hij wordt geholpen door meneer Tarrou die een vrijwilligersdienst opzet om alle gaande diensten in de stad draaiende te houden, ambtenaar meneer Grand die in zijn vrije tijd zwoegt op de eerste, perfecte zin van een roman, en journalist Rambert die in de stad op bezoek was en er alles aan doet om weg te komen om bij zijn geliefde terug te keren. Als hij uiteindelijk een smokkelroute ontdekt heeft, besluit hij echter in Oran te blijven uit solidariteit.

Tezamen vormen zij een kroniek van de epidemie, zij leggen vast hoe de bevolking van de stad eerst de epidemie niet heel serieus neemt, maar als de maatregelen steeds draconischer worden en de pest elke dag honderden slachtoffers maakt, de mensen bang worden. 

Mensen willen niet dat de dokters bij hun zieke familieleden komen omdat dit ogenblikkelijk betekent dat ze van elkaar gescheiden zullen worden. Mensen worden wanhopig, voelen zich in de steek gelaten, of gaan juist feesten en geven geld uit in de restaurants en cafés.

Maar naarmate de pest blijft voortduren, zie je de mensen steeds gelatener worden. Ze accepteren hun lot, hoewel iedereen er anders op reageert. Sommigen stijgen boven zichzelf uit en uit medemenselijkheid offeren zij alles op om aan de getroffenen hulp te verlenen, anderen maken juist misbruik van de situatie door te profiteren van de zwarte markt die ontstaat.

Maar in feite kon je op dat moment, half augustus, zeggen dat de pest alles in zijn greep had. In plaats van het lot van het individu was er een collectief beleven van de pest ontstaan, met gemeenschappelijke gevoelens. Het sterkste daarvan was het gevoel van scheiding en ballingschap, met de bijbehorende angst en opstandigheid.  

In feite wordt elk menselijk gedrag uitvergroot in een stad die volkomen is afgesloten en waar de toekomst onzeker is. De priester Paneloux preekt eerst dat de ziekte een straf van God is en ondergaan moet worden, maar als hij bij het sterfbed van een kind aanwezig is, steekt ook hij de handen uit de mouwen om hulp te verlenen. Mooie woorden worden dan betere daden.

Dokter Rieux doet zijn plicht, zonder erover na te denken waar de pest vandaan komt of waar medemenselijkheid toe dient. Hij doet gewoon wat nodig is en zorgt voor zijn patiënten, terwijl zijn zieke vrouw in een sanatorium buiten de stad verblijft en hij al die maanden niet naar haar toe kan. 
De vriendschap van de anderen is voor hem dan ook een grote steun.

Lange tijd lijkt het of de vrienden zelf niet getroffen worden door de pest, maar uiteindelijk zal één van hen ook bezwijken. Hij heeft tot het einde toe gedaan wat nodig was, vol waardigheid en menselijkheid. En zo zal hij ook sterven.

‘Ik heb geen zin om dood te gaan en ik zal vechten. Maar als het spel verloren is, wil ik een goed verliezer zijn.’

Albert Camus 1913-1960
Ik heb flink wat citaten in deze bespreking gebruikt, zoals jullie zien, maar ik had met gemak nog tien keer zoveel kunnen citeren. Albert Camus heeft een prachtige schrijfstijl; vloeiend, poëtisch en vol mooie beeldspraken, net zoals zoveel andere Franse schrijvers trouwens. 

Zijn ideeën over de natuur van de mens is wat pessimistischer dan de mijne is en ik kan het met zijn levensvisie niet geheel eens zijn, maar oh, wat kan hij het interessant verwoorden, zodat je er over na blijft denken, lang nadat je het boek uit hebt.

Want natuurlijk is De pest geen simpel verhaal alleen over de pest, het gaat over de komst van het kwaad naar een stad. Een kwaad dat alles op zijn kop zet. Het boek is net de Tweede Wereldoorlog geschreven en je zou dus voor het kwaad fascisme/nationaalsocialisme in kunnen vullen, maar natuurlijk is het kwaad universeel en niet voorbehouden aan één politieke of ideologische stroming.

Hoe ga je om met het kwaad dat je om je heen ziet, hoe reageer je erop? Doe je je plicht, help je je medemens en stel je je teweer uit welke overtuiging dan ook? Of maak je misbruik van de situatie en vererger je het leven van de anderen, of word je fatalistisch en kan niets je meer schelen?

Het kwaad is misschien een wat ouderwets begrip en ik gebruik het misschien niet helemaal zoals Albert Camus het zou hebben gebruikt, maar ik denk wel dat we ons bewust moeten zijn van de slechte dingen die we om ons heen zien; de haat en de onverdraagzaamheid en het geweld van verschillende kanten.

We moeten waakzaam blijven en ons bewust zijn van het feit dat we misschien eens een keuze moeten maken. Misschien als we er niet op voorbereid zijn en denken dat het nog wel zal meevallen.
Want zoals de laatste woorden van het boek luiden, als de pest is verdwenen, de quarantaine is opgeheven en de mensen feest vieren in de stad:

En inderdaad luisterend naar de vrolijke kreten die uit de stad kwamen, realiseerde Rieux zich dat die vrolijkheid nog altijd in gevaar verkeerde. Want hij wist wat de blije menigte niet wist en wat in de boeken te lezen staat: de pestbacil sterft nooit en verdwijnt nooit definitief; hij kan tientallen jaren achtereen blijven sluimeren in de meubels en het linnengoed, hij wacht geduldig, in kamers, kelders, koffers, zakdoeken en paperassen, en misschien komt er een dag waarop, tot schade en lering van de mensheid, de pest zijn ratten wekt om ze te laten sterven in een gelukkige stad.

Originele Franse titel: La peste
Uitgegeven in 1947
Deze Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Jan Pieter van der Sterre
Bladzijdes: 320

zaterdag 13 augustus 2016

Tod in Venedig

In Venetië tijdens een avondwandeling kwamen vriendin M en ik  deze leuke zeemeeuw tegen, die er echt even voor ging staan om gefotografeerd te worden. We besloten hem Marco te noemen.
Marco poseert
Na de fotosessie liepen we verder naar de overkant van het watertje. Vriendin M. verbaasde zich erover dat de stad zo rustig was en filosofeerde over het feit dat het zo onwerkelijk leek dat hier ooit een moord gepleegd zou worden. 

Luttele seconden later kwam Marco weer naar ons toe en landde op een bootje naast ons. Hij had een krabbetje gevangen en wilde ons laten zien op welke manier hij dat beest soldaat maakte. Het krabbetje werd enkele keren opgepakt en op het dek gesmeten, terwijl de pootjes eraf werden gerukt. Tot slot werd de genadeklap gegeven door Marco's grote snavel. De krab was wijlen. 
In Venetië was een moord gepleegd. 
Pootjes van de krab vliegen in het rond

De krab wordt op het dek gegooid
Nu kon Marco niet helemaal in alle rust van zijn vangst genieten, een jonge meeuw (Pietro) kwam er aan vliegen en nam de laatste restjes in beslag.
Marco was ondertussen weggevlogen, waarschijnlijk op zoek naar een nieuwe krab, er zwemmen er meer dan genoeg in al het water in Venetië. 
Pietro komt erbij

En maakt de restjes soldaat

vrijdag 12 augustus 2016

Inspirerende kunst: Canal Grande in Venetie

Venetië is een dankbaar onderwerp voor kunstenaars, deze betoverende stad levert iets moois op, waar je ook kijkt.
De Amerikaanse kunstenaar Walter Griffin, die in Parijs studeerde en daarna bijna altijd in Europa verbleef, maakte in 1913 een reis die hem naar Venetië voerde en waar hij dit doek maakte van het Canal Grande.

Ik vind het zo mooi omdat het bij mij meteen de reis naar Venetië in herinnering bracht die ik in 2011 maakte. De zonlicht op het water, de weerspiegeling van de palazzo's in het water en de warmte die in de nauwe calles hangt, kwamen meteen bij me terug.
Canal Grande in Venetië, Walter Griffin 1913.
Gezien in het Singer museum in Laren. 
Kijk vooral ook naar de details van de penseelstreken, ik wilde het schilderij bijna aanraken om het reliëf te voelen, zo mooi waren ze te zien en zo dik lagen ze op het doek.
Ik vond het extra leuk om dit schilderij te tonen, omdat ik deze week opnieuw in Venetië was en ik, als alles goed gaat, vandaag weer terug kom.
De komende weken zal er ongetwijfeld wel wat terug komen van mijn reisje!

woensdag 10 augustus 2016

Van kitsch naar kunst

Soms kom je iets tegen dat niet anders te beschrijven is dan als afzichtelijke, wanstaltige kitsch. Deze vreselijke fontein in de tuinen van Paleis 't Loo is daar wat mij betreft wel een voorbeeld van. Klassieke juffrouw met een engeltje, en allerlei ordinair gouden gedoe er omheen. Een onding, kortom.

Als je er echter een beetje anders naar kijkt, dan kan zelfs zo'n lelijke fontein mooi worden. Op het moment dat ik er namelijk een zwart-wit foto van maakte, werden zelfs de lelijke gouden ornamenten kunst. Zo gemakkelijk kan het soms zijn!


maandag 8 augustus 2016

Dat kan mijn kleine zusje ook, Will Gompertz

Ieder van ons herkent wel dat gevoel dat je voor een (modern) kunstwerk staat en je denkt: ‘yeah right. Ik heb geen idee wat dit moet voorstellen, maar kunst is het zeker niet’. 

Ik had dat bijvoorbeeld toen ik jaren geleden in het Stedelijk museum bij een object stond dat bestond uit vier lavalampen en twee plastic vuilnisemmers. Ik wilde op dat moment mijn geld terug.

Volgens Will Gompertz is dat gevoel van onbegrip niet onlogisch, omdat hedendaagse kunst gewoon lastig te begrijpen is. Het gaat niet langer alleen om het overbrengen van een beeld, maar ook om het proces en soms zelfs alleen om het idee achter het kunstwerk.

Will Gompertz werkte bij de Tate Gallery in Londen en was daarvoor jarenlang als kunstjournalist bij de BBC betrokken. Hij weet dus waar hij het over heeft als hij de kunstgeschiedenis bij langs gaat.

Dat kan mijn kleine zusje ook begint met het verhaal over het urinaal van Marcel Duchamps in 1917, een idee dat de kunstwereld op zijn kop zette, omdat opeens alles kunst kon zijn. Maar de moderne kunst begint met de Impressionisten en zelfs daarvoor met Manet. In twintig hoofdstukken neem Will Gompertz ons mee langs alle stromingen van de laatste 150 jaar, via postimpressionisme, langs kubisme, expressionisme, dada, surrealisme, pop art, conceptuele kunst en streetart.

Hij legt uit hoe vernieuwend de Impressionisten destijds waren, hoe Cézanne goochelde met het perspectief om de waarheid zo getrouw mogelijk te benaderen, hoe het kubisme aan zijn naam kwam, waarom het zwarte vierkant van Malevich zo baanbrekend was en hoe de nazi’s een einde maakten aan Bauhaus en dat  Mondriaan Peggy Guggenheim op het belang van Jackson Pollock wees en hij noemt Diego Rivera ‘de man van Frieda Kahlo’.

Over van Gogh: Want van Goghs grote schilderijen zijn niet simpelweg schilderijen, maar eerder beeldhouwwerken. Als je op een paar meter afstand van een van zijn latere schilderijen gaat staan, beginnen ze een driedimensionale indruk te maken. 

Kom je dichterbij, dan zie je dat Van Gogh grote klodders felgekleurde verf op het doek heeft gekwakt. Hij heeft de verf opgebracht als een travestiet op zaterdagavond, niet met een penseel, maar met een paletmes en zijn vingers. [..] Hij wilde niet dat de verf gewoon iets afbeeldde, maar een deel van de afbeelding werd.  

Over Henri Rousseau schrijft hij: Licht geschifte belastinginners van in de veertig worden geen supersterren in de moderne kunst. Meestal niet, tenminste. Maar Rousseau bleek de Susan Boyle van zijn tijd te zijn.

Stromingen in de kunst ontstaan als een reactie op de gebeurtenissen in de wereld, zoals de wereldoorlogen of de Russische revolutie, ontstaan als reactie op eerdere kunststromingen om zich er tegen af te zetten, of er juist weer op voort te borduren. En geen enkele stroming kun je los zien van de andere, net zoals de plaats waar een stroming ontstaat van belang is.

Will Gompertz beschrijft dit in een uiterst vermakelijke en leesbare stijl, maar vol anekdotes en feiten die de moeite waard zijn. Wat ik zo ontzettend interessant en goed vind is dat hij niet alleen de grote lijnen geeft en leuke verhalen met grappige terzijdes, maar ook uitleg geeft over de kunstwerken zelf en waarom nu juist dat kunstwerk zo belangrijk is, of zo kenmerkend voor die periode. Daarmee zorgt hij ervoor dat je daadwerkelijk beter begrijpt waarom sommige dingen in musea staan en waarom sommige kunst kunst is, of zelfs belangrijke of mooie kunst. 

Over Cézanne: Hij vond het de taak van een kunstenaar om door te dringen ‘tot het hart van wat er voor je staat en jezelf zo logisch mogelijk uit te drukken’. Dat bleek lastiger dan hij gedacht had. 

Net als de klussende vader die een klein huishoudelijk karweitje opknapt en merkt dat hij tot over zijn oren in onvoorziene complicaties verzeilt, ontdekte Cézanne dat hij best één probleem kon oplossen door de natuur waarheidsgetrouw weer te geven, bijvoorbeeld op het gebied van schaal of perspectief. Maar daarna bleek er een dozijn nieuwe problemen te zijn ontstaan, bijvoorbeeld misleidende vormen of onnauwkeurige composities.

Dat kan mijn kleine zusje ook. Waarom moderne kunst kunst is, is een boek voor iedereen die wel eens naar een museum gaat met moderne kunst, en dan een beter idee wil hebben waar je nu eigenlijk naar kijkt.

Het is één van de leukste en beste boeken over kunstgeschiedenis die ik tot nu toe in handen heb gehad. Ik weet niet of ik het object van die lavalampen mooier had gevonden als ik dit boek destijds had gelezen, maar misschien had ik wel het idee erachter beter begrepen.

Originele titel: What are you looking at? 150 years of Modern Art in the Blink of an Eye.
Uitgegeven in 2012
Nederlandse uitgave: 2012 door uitgeverij Meulenhoff
Nederlandse vertaling: Jacques Meerman
Bladzijdes: 426

zaterdag 6 augustus 2016

De tuinen van paleis 't Loo

De tuinen van paleis 't Loo zijn de moeite zeker waard. Het kasteel zelf is een fijn museum, maar de tuinen zijn bijzonder mooi. Ze zijn helemaal teruggebracht in de klassieke Franse stijl uit de tijd van stadhouder Willem III en Mary Stuart, met geometrische vormen en keurige buxushaagjes.

Sommige beelden en fonteinen zijn een beetje teveel van het goede, maar het past er wel bij.
Het was een plezier om hier rond te lopen en op bankjes te zitten, om te genieten van de mooie bloemen, de vormen in het gras en de verscheidenheid aan planten en potten en doorkijkjes.

Complimenten trouwens voor de tuinlieden, die zorgen ervoor dat werkelijk elk onderdeel uitstekend verzorgd en onderhouden is!





donderdag 4 augustus 2016

Katherine of Aragon, Alison Weir

Toen ik een jaar of elf was, las ik voor het eerst een historische roman, Anna Boleyn van Evelyn Anthony, een boek uit 1957. Het was mijn eerste kennismaking met Hendrik VIII en zijn vrouwen. Je zou kunnen zeggen dat met dit boek mijn belangstelling voor Engelse geschiedenis is begonnen.

De hele historische context zei me nog niet zoveel en ik vond het lastig de namen uit elkaar te houden, maar het verhaal maakte diepe indruk op me. 

De arme Anna Boleyn die met de koning wilde trouwen, en toen haar wens uitkwam uiteindelijk zelf op het hakblok terecht kwam, alleen omdat ze geen zoon had gekregen. De onrechtvaardigheid hiervan is me altijd bijgebleven.

Naarmate ik echter meer las over Hendrik en zijn huwelijken, besefte ik me dat er in het verhaal van Anna Boleyn een nog grotere onrechtvaardigheid zat, namelijk die tegenover koningin Katherina van Aragon, de eerste vrouw van de koning. 

Langzamerhand verschoof mijn sympathie naar deze vrouw, die in de verhalen er vaak wat bekaaid afkomt, omdat men snel door wil naar het interessante stuk als Anna Boleyn op het toneel komt. Katherina van Aragon had echter heel wat in haar mars en is bijna zevenentwintig jaar met Hendrik getrouwd geweest. 

Niet iemand die je even kunt uitvlakken in de geschiedenis en daarom is het mooi dat er nu een roman helemaal over haar is geschreven, Katherine of Aragon. The true queen van Alison Weir.

Het huwelijk
Katherina kwam als jonge Spaanse prinses in 1501 naar Engeland om te trouwen met Arthur, de oudste zoon van koning Hendrik VII. Het huwelijk werd gesloten, maar Arthur was al ziekelijk en enige tijd later overleed hij al. Katherina bleef in Engeland, waarschijnlijk omdat Hendrik VII de grote Spaanse bruidsschat niet wilde teruggeven. 

Het huwelijk tussen Arthur en Katherina was nooit geconsumeerd en na dispensatie van de paus was de weg vrij om te trouwen met de tweede zoon van de koning, de latere Hendrik VIII.

De eerste jaren van hun huwelijk waren gelukkig. Hendrik was knap, intelligent en aardig, en ze hadden veel gemeen, al werd al wel duidelijk dat Hendrik er niet goed tegen kon als de zaken niet precies zo gingen als hij wilde, of als er onverwacht tegenspraak was.

Helaas kwamen er geen zonen, wel verschillende doodgeboren kinderen en een zoontje dat slechts enkele weken leefde, en uiteindelijk één dochter die bleef leven, prinses Mary. Hendrik wilde een zoon om hem op te volgen en zocht naar middelen om van Katharina af te komen. Zijn verliefdheid op de hofdame Anna Boleyn sterkte hem in zijn besluit. Anna beloofde hem zonen en een veilige troonopvolging, als hij met haar zou trouwen. Daarvoor moest hij dan wel van Katherina af.

Katherina van Aragon
De scheiding
Er was echter een klein probleem, hij had geen grond om dit te doen. Wolsey en later Thomas Cromwell, secretaris van de koning, vonden die grond. Het huwelijk tussen Katherina en Arthur zou toch geconsumeerd zijn, de dispensatie van de paus was van nul en generlei waarde en daarom was het huwelijk tussen Hendrik en Katherina nooit geldig geweest.

Hendrik verklaarde zichzelf hoofd van de Engelse kerk en daarmee was het gezag van de paus in Engeland niets meer waard. Alle onderdanen moesten een eed afleggen waarin zij Hendrik erkenden als hoofd van de kerk en verklaren dat Katherina en Hendrik nooit getrouwd waren geweest. Iemand als Thomas More weigerde dit en werd daarom onthoofd.

Hendrik ontpopte zich als een wraaklustige en harteloze man. Misschien was dit de invloed van de jaloerse Anna Boleyn, maar aan de andere kant had Hendrik al eerder laten merken dat hij niet kon omgaan met tegenstand, aangezien dit volgens hem afbreuk deed aan zijn positie als koning.  

Om zijn vrouw te breken, verbande hij Katherina van het hof, vaak naar ongezonde gebieden. Ze kreeg geen geld voor levensonderhoud, haar bedienden werden steeds verder beperkt, ze moest haar juwelen afgeven (die gingen naar Anna Boleyn) en ze mocht geen contact meer hebben met haar dochter Mary. Zelfs brieven schrijven werd verboden.

Ondanks deze jarenlange pesterijen die haar gezondheid verwoestten, bleef Katherina volhouden; haar huwelijk met Arthur was niet geconsumeerd en ze was wettig getrouwd met Hendrik. Zij was de enige, ware koningin van Engeland.

Katherina zou haar dochter nog haar echtgenoot nog terugzien en ze overleed uiteindelijk in januari 1536. Anna Boleyn zou slechts vier maanden later sterven onder het zwaard van de beul.

Hendrik VIII
De ware koningin
Het verhaal is waarschijnlijk bekend, al is het maar in grote lijnen door de vele boeken en televisieseries die er over de Tudors zijn gemaakt. Ik ken het verhaal vrij goed, maar vond Katherine of Aragaon. True queen zeer de moeite waard.

Alison Weir is een historica die al meerdere biografieën over de Tudors heeft geschreven en ook een aantal historische romans. Zij werkt nu aan een serie over de zes vrouwen van Hendrik VIII, waarvan dit natuurlijk het eerste deel was.

Alison Weir weet moeiteloos de wereld van de 16e eeuw neer te zetten en schrijft bijzonder goed, ik heb de bijna 600 pagina’s in amper twee dagen uitgelezen. Het karakter van zowel Katherina als Hendrik komt goed naar voren, niet alleen de overbekende zaken, maar ook in allerlei kleine details.

Dit boek doet recht aan de persoon die Katherina was, niet de saaie kwezel zoals sommigen haar afgeschilderd hebben, maar een intelligente en oprecht vrome vrouw die een goede koningin wilde worden. 

Je krijgt bewondering voor de manier waarop Katherina de eerste jaren in Engeland moest zien te laveren tussen de verschillende politieke machinaties en bondgenootschappen en hoe ze zich ontwikkelde van naïef jong meisje tot koningin die in alle opzichten de ware koningin van Engeland was.

Van haar kant was er zeker sprake van liefde, en Hendrik en Katherina hadden ook veel gemeen, zoals hun liefde voor muziek, maar ook hun diepe religieuze gevoel. Ze heeft al die tijd van Hendrik gehouden, en hoopte in haar gevangenschap tot het einde dat Hendrik bij zinnen zou komen en zijn dwalingen zou herroepen.

Haar verdriet over de ontrouw van Hendrik en het verlies van haar kinderen wordt met ontroering beschreven. Ik beken dat ik zelfs een paar tranen heb gelaten bij de laatste scènes, als Katherina sterft.

Katherine of Aragon is een bijzonder boeiend en goed geschreven boek, ook voor de mensen die denken dat alles nu wel bekend is over die Tudors of dat Katherina van Aragon eigenlijk de moeite niet waard was.

Ik kijk in ieder geval al uit naar de andere delen die nog zullen verschijnen.  
 
Het heel oude boek over Anna Boleyn en het nieuwe over Katherina.
Uitgegeven in 2016
Nog geen Nederlandse vertaling beschikbaar
Bladzijdes: 595

maandag 1 augustus 2016

SPQR, Mary Beard

Het verhaal van Rome is bekend. De kleine nederzetting op de heuvels rond de Tiber groeide uit tot een groots rijk, een Imperium dat zijn weerga niet kende. De staatsvorm veranderde van koninkrijk tot republiek tot keizerrijk, waarbij de senaat zorgde voor de broodnodige stabiliteit in alle veranderingen.

Soms zou je bijna denken dat het einde van het Romeinse Rijk al in het begin besloten lag, dat er een ononderbroken lijn te zien is in de ontwikkeling van nederzetting naar Imperium. 

In werkelijkheid was het natuurlijk een stuk rommeliger. Er lag geen plan aan ten grondslag en je zou bijna kunnen zeggen dat het Romeinse Rijk bij toeval is ontstaan en het zo lang uit heeft kunnen houden.  

Rome houdt niet op ons te fascineren. Hun cultuur, filosofie en politiek vormen voor een groot deel de basis van de westerse beschaving. In de afgelopen eeuwen zijn er duizenden boeken over de geschiedenis van Rome geschreven. Is er nog iets nieuws aan deze hoeveelheid toe te voegen?

Ja, gelukkig wel. De bekende historica en classica Mary Beard heeft met haar nieuwe boek SPQR een boek over Rome geschreven dat niet alleen de bekende geschiedenis samenvat, maar er ook vaak vanuit een nieuwe invalshoek naar kijkt.

Ze kijkt niet alleen naar de gebeurtenissen in Rome, maar ook hoe de Romeinen hier zelf naar keken en dit beschreven. Dit levert namelijk informatie op over hoe de Romeinen zichzelf zagen en wat zij belangrijk vonden, net zoals onze manier van geschiedschrijving over Rome iets zegt over hoe wij onszelf vandaag de dag zien.

De grote lijnen van de geschiedenis komen natuurlijk aan bod, en de mythes die de Romeinen zelf vertelden over hun herkomst en geschiedenis en wat de betekenis hiervan is. Maar ook vragen als waarom Caesar werd vermoord, waarom de rechtszaken van Cicero nog tot onze verbeelding spreken en of de gebroeders Gracchi werkelijk zulke hervormers waren.  

Hoe dachten de Romeinen over bezit, huwelijk, godsdienst en de staat?

Wat merkten de gewone mensen van de keizers die regeerden? Wij hebben ze in ‘goede’ en ‘slechte’ keizers verdeeld, maar vonden de Romeinen dit ook en klopt dit beeld?
Rome, zomer 2013
Mary Beard gebruikt haar geweldige hoeveelheid kennis, maar ook de nieuwste archeologische vondsten, grafschriften en inzichten om een completer beeld van Rome te geven, niet alleen van de grote mannen in de politiek, maar ook van de gewone Romeinen (voor zover we daar iets van terug vinden) zodat we daarmee onszelf misschien ook iets beter begrijpen.

Ze doet dit op haar kenmerkende wijze, met een schrijfstijl die zo prettig leest dat het voelt alsof ze tegen je praat en je af en toe iets laat zien, een grafsteen of een potscherf, om een punt duidelijker te maken. 

Hoewel het boek 536 bladzijdes heeft en een deel van de geschiedenis natuurlijk bekend is, zakt het toch geen moment in en verveelt het niet. SPQR is niet alleen goed geschreven en bijzonder interessant, maar het biedt ook daadwerkelijk nieuwe en andere inzichten en daarmee is het gewoon een geweldig boek.    

Uitgeven in 2015
Bladzijdes: 536
Er is een Nederlandse vertaling beschikbaar
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...