maandag 15 augustus 2016

De pest, Albert Camus

Het is 194* in de Algerijnse stad Oran, als er plotseling ratten sterven in de straten. In de eerste instantie vindt men dit wel een beetje raar, maar de inwoners zijn nog niet verontrust. 

Als er echter op een gegeven moment mensen dood gaan, met bulten in hun liezen en oksels, begint het idee post te vatten dat de pest is uitgebroken. 

De autoriteiten zijn niet heel snel met het nemen van maatregelen, maar op een gegeven moment moeten ze wel en de stad komt onder quarantaine te staan. Niemand mag de stad meer in of uit en contact met geliefden buiten de stad is alleen nog maar mogelijk via telegrammen, wat het contact niet echt bevorderd.

Een aangezien in de praktijk de formules die zich lenen voor een telegram snel opgebruikt zijn, werd een lang gemeenschappelijk leven of en smartelijke hartstocht op den duur vlot samengevat in een periodieke uitwisseling van staande formules als: ‘Alles goed. Denk aan jou. Liefs.’

Dokter Rieux is één van de eersten die de ernst van de epidemie onderkent en aandringt op maatregelen. Onvermoeibaar gaat hij van patiënt tot patiënt. 

Hij wordt geholpen door meneer Tarrou die een vrijwilligersdienst opzet om alle gaande diensten in de stad draaiende te houden, ambtenaar meneer Grand die in zijn vrije tijd zwoegt op de eerste, perfecte zin van een roman, en journalist Rambert die in de stad op bezoek was en er alles aan doet om weg te komen om bij zijn geliefde terug te keren. Als hij uiteindelijk een smokkelroute ontdekt heeft, besluit hij echter in Oran te blijven uit solidariteit.

Tezamen vormen zij een kroniek van de epidemie, zij leggen vast hoe de bevolking van de stad eerst de epidemie niet heel serieus neemt, maar als de maatregelen steeds draconischer worden en de pest elke dag honderden slachtoffers maakt, de mensen bang worden. 

Mensen willen niet dat de dokters bij hun zieke familieleden komen omdat dit ogenblikkelijk betekent dat ze van elkaar gescheiden zullen worden. Mensen worden wanhopig, voelen zich in de steek gelaten, of gaan juist feesten en geven geld uit in de restaurants en cafés.

Maar naarmate de pest blijft voortduren, zie je de mensen steeds gelatener worden. Ze accepteren hun lot, hoewel iedereen er anders op reageert. Sommigen stijgen boven zichzelf uit en uit medemenselijkheid offeren zij alles op om aan de getroffenen hulp te verlenen, anderen maken juist misbruik van de situatie door te profiteren van de zwarte markt die ontstaat.

Maar in feite kon je op dat moment, half augustus, zeggen dat de pest alles in zijn greep had. In plaats van het lot van het individu was er een collectief beleven van de pest ontstaan, met gemeenschappelijke gevoelens. Het sterkste daarvan was het gevoel van scheiding en ballingschap, met de bijbehorende angst en opstandigheid.  

In feite wordt elk menselijk gedrag uitvergroot in een stad die volkomen is afgesloten en waar de toekomst onzeker is. De priester Paneloux preekt eerst dat de ziekte een straf van God is en ondergaan moet worden, maar als hij bij het sterfbed van een kind aanwezig is, steekt ook hij de handen uit de mouwen om hulp te verlenen. Mooie woorden worden dan betere daden.

Dokter Rieux doet zijn plicht, zonder erover na te denken waar de pest vandaan komt of waar medemenselijkheid toe dient. Hij doet gewoon wat nodig is en zorgt voor zijn patiënten, terwijl zijn zieke vrouw in een sanatorium buiten de stad verblijft en hij al die maanden niet naar haar toe kan. 
De vriendschap van de anderen is voor hem dan ook een grote steun.

Lange tijd lijkt het of de vrienden zelf niet getroffen worden door de pest, maar uiteindelijk zal één van hen ook bezwijken. Hij heeft tot het einde toe gedaan wat nodig was, vol waardigheid en menselijkheid. En zo zal hij ook sterven.

‘Ik heb geen zin om dood te gaan en ik zal vechten. Maar als het spel verloren is, wil ik een goed verliezer zijn.’

Albert Camus 1913-1960
Ik heb flink wat citaten in deze bespreking gebruikt, zoals jullie zien, maar ik had met gemak nog tien keer zoveel kunnen citeren. Albert Camus heeft een prachtige schrijfstijl; vloeiend, poëtisch en vol mooie beeldspraken, net zoals zoveel andere Franse schrijvers trouwens. 

Zijn ideeën over de natuur van de mens is wat pessimistischer dan de mijne is en ik kan het met zijn levensvisie niet geheel eens zijn, maar oh, wat kan hij het interessant verwoorden, zodat je er over na blijft denken, lang nadat je het boek uit hebt.

Want natuurlijk is De pest geen simpel verhaal alleen over de pest, het gaat over de komst van het kwaad naar een stad. Een kwaad dat alles op zijn kop zet. Het boek is net de Tweede Wereldoorlog geschreven en je zou dus voor het kwaad fascisme/nationaalsocialisme in kunnen vullen, maar natuurlijk is het kwaad universeel en niet voorbehouden aan één politieke of ideologische stroming.

Hoe ga je om met het kwaad dat je om je heen ziet, hoe reageer je erop? Doe je je plicht, help je je medemens en stel je je teweer uit welke overtuiging dan ook? Of maak je misbruik van de situatie en vererger je het leven van de anderen, of word je fatalistisch en kan niets je meer schelen?

Het kwaad is misschien een wat ouderwets begrip en ik gebruik het misschien niet helemaal zoals Albert Camus het zou hebben gebruikt, maar ik denk wel dat we ons bewust moeten zijn van de slechte dingen die we om ons heen zien; de haat en de onverdraagzaamheid en het geweld van verschillende kanten.

We moeten waakzaam blijven en ons bewust zijn van het feit dat we misschien eens een keuze moeten maken. Misschien als we er niet op voorbereid zijn en denken dat het nog wel zal meevallen.
Want zoals de laatste woorden van het boek luiden, als de pest is verdwenen, de quarantaine is opgeheven en de mensen feest vieren in de stad:

En inderdaad luisterend naar de vrolijke kreten die uit de stad kwamen, realiseerde Rieux zich dat die vrolijkheid nog altijd in gevaar verkeerde. Want hij wist wat de blije menigte niet wist en wat in de boeken te lezen staat: de pestbacil sterft nooit en verdwijnt nooit definitief; hij kan tientallen jaren achtereen blijven sluimeren in de meubels en het linnengoed, hij wacht geduldig, in kamers, kelders, koffers, zakdoeken en paperassen, en misschien komt er een dag waarop, tot schade en lering van de mensheid, de pest zijn ratten wekt om ze te laten sterven in een gelukkige stad.

Originele Franse titel: La peste
Uitgegeven in 1947
Deze Nederlandse uitgave 2015 door uitgeverij De bezige bij
Nederlandse vertaling: Jan Pieter van der Sterre
Bladzijdes: 320

8 opmerkingen:

  1. Ja, alweer een klassieker om te herlezen!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, dit is een echte klassieker, maar één die nog heel fris en vooral actueel aandoet. Maar misschien is dat juist wel de definitie van 'klassieker' :-)

      Groetjes,

      Verwijderen
  2. Mooie bespreking Bettina, hij staat bij mij ook nog in de kast om te lezen, ik kijk er naar uit!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik hoop dat jij er dan net zo van geniet als ik heb gedaan, ik vond het een bijzonder mooi boek, een boek om lang over na te denken.

      Groetjes,

      Verwijderen
  3. Inderdaad een prachtige bespreking. Ooit gelezen op de middelbare school en duidelijk niks van gesnapt, nu op de herleesnominatie!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik zou dit boek ook niet begrepen hebben toen ik 15 of zo was, volgens mij moet je voor Albert Camus wel enige levenservaring (en leeservaring) hebben opgedaan om alles eruit te halen. Dus zeker herlezen, dan heb je een pareltje!

      Groetjes,

      Verwijderen
  4. Het boek deed me ook echt nadenken over de rol van de media in een dergelijke crisis. Moeten we de mensen écht vertellen hoe erg het is? Laten we hen in het ongewisse? Wat is goed en wat leidt tot meer kwaad en onheil? Een discussie die ook vandaag zeer actueel is!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wat interessant dat jij er dit punt uithaalt, want dat heeft mij weer niet op deze manier bezig gehouden. Maar wel een zeer mooie aanvulling, dank je wel!

      Groetjes,

      Verwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...