Onzichtbare inkt, Patrick Modiano

Een jongeman, Jean, krijgt een baantje bij het detectivebureau van meneer Hutte. Hij moet informatie verzamelen over een verdwenen meisje, Noëlle Lefebvre. Haar dossier bevat niet veel informatie, maar hij heeft haar poste-restante kaart en kan bij het postkantoor kijken of er post voor haar gekomen is.

Ook observeert hij de straat en vraagt hij bij mensen na of ze haar hebben gezien. Zo krijgt hij veel aanwijzingen en als hij in Noëlle’s huis is, neemt hij een aantekeningenboekje annex agenda mee. Het dossier van Noëlle blijkt wel heel veel lege plekken te hebben en meneer Hutte lijkt ook niet erg genegen er heel veel tijd en energie aan te besteden.

Als korte tijd daarop Jean stopt met zijn baantje als detective (waar hij niet zo erg geschikt voor was) en uiteindelijk schrijver wordt, komt Noëlle nog wel enkele keren in zich gedachten. Nu, vele jaren later, kijkt hij terug op de paar ontmoetingen die hij heeft gehad die hem enkele nieuwe aanwijzingen gaven. Informatie die Jean naar Rome zal voeren waar hij misschien meer te weten komt en waar zal blijken dat er misschien ook nog een andere connectie is tussen Jean en Noëlle.

Onzichtbare inkt is een Patrick Modiano in optima forma. Alle bekende elementen zijn aanwezig; een jongeman die terugkijkt op gebeurtenissen een aantal jaren eerder, herinneringen aan Parijs, namen, adressen en iemand die verdwenen is, maar hij weet er opnieuw een prachtig, weemoedig en tegelijkertijd hoopvol verhaal van te maken, dat door niemand anders geschreven zou kunnen zijn.
Herinneringen kunnen soms verrassend krachtig zijn, en ook na jaren opeens weer boven komen drijven, door een naam die je hoort of iemand die je na lange tijd weer ziet.

De herinneringen aan Noëlle worden aan alle kanten losgemaakt, vooral door het blauw van de inkt van haar aantekeningen, het blauw van haar dossiermap en het blauw van de lucht in het gedichtje dat ze heeft opgeschreven. Hij kan haar niet loslaten, al zegt hij nog zo vaak dat hij maar heel weinig aandacht aan haar heeft besteed in de afgelopen jaren.

Dertig jaar, in de loop waarvan ik in totaal hoogstens één dag aan Noëlle Lefebvre heb gedacht. Maar die gedachte hoeft me maar een paar uur bezig te houden, of zelfs maar een paar minuten, om belangrijk voor me te zijn. In het nogal rechtlijnige parcours van mijn leven was het een onbeantwoorde vraag gebleven. En als ik doorga met het schrijven van dit boek, is dat alleen maar in de misschien ijdele hoop een antwoord te vinden.

Maar moet je dan wel een antwoord vinden, vraag ik me af. Ik ben bang dat het leven, wanneer je eenmaal een antwoord op alle vragen hebt, achter je dichtklapt als een val, met het gerinkel van de sleutels van een gevangeniscel. Zouden we niet liever een paar onbetreden zones in stand houden, waarin je altijd nog kunt ontsnappen?

Als schrijver spreekt Jean zichzelf nog een paar keer tegen. Hij wil chronologisch werken, om een paar pagina’s later op te merken dat verleden en heden voor hem hetzelfde zijn. En aan de ene kant zegt hij zich niet met het verleden te willen bezighouden, maar tegelijkertijd is dat alles wat hij doet, waarbij hij nadenkt over de manier waarop je terug kijkt op vroeger.

Trouwens, ik heb eerlijk gezegd nooit een agenda gehad en ik heb nooit een dagboek bijgehouden. Daarmee zou ik het mezelf wel gemakkelijker hebben gemaakt. Maar ik wilde geen boekhouding van mijn leven voeren, ik liet het voorbijstromen als geld dat ongemerkt door je vingers glijdt. Ik was niet op mijn hoede, en als ik aan de toekomst dacht, was ik ervan overtuigd dat iets van wat ik beleefde ooit verloren zou gaan. Niets. Ik was te jong om te beseffen dat je op een gegeven moment steeds vaker op gaten in je geheugen stuit.

Het einde is verrassend en mooi, en daarom wil ik ook niet teveel van het verhaal prijs geven, ik wil voor de nieuwe lezer niets verklappen. Ik kan alleen maar zeggen dat het opnieuw een prachtig verhaal is, geschreven door een grootmeester.

Voor de lezer die actie wil en een verhaal waarin veel gebeurt, is dit niet het goede boek. Een Patrick Modiano lees je als je houdt van verstildheid, als je prachtig taalgebruik kunt waarderen en als je kunt genieten van bekende elementen die gearrangeerd worden tot een nieuw en origineel verhaal.
Kortom, neem je tijd, laat de zinnen van Patrick Modiano op je inwerken en laat je meevoeren naar het Rome en Parijs van je herinneringen.

Originele Franse titel: Encre sympathique (2019)
Nederlandse uitgave 2020 door uitgeverij Querido
Nederlandse vertaling : Maarten Elzinga
Bladzijdes: 142

Reacties