Frustratie

Elke docent zal dit herkennen, de frustratie over een klas die niet aan het werk te branden is. In de onderbouw is dit al vervelend genoeg, maar nog erger is het als het om een eindexamenklas gaat. Mijn mavo vier en havo vijf zijn goed begonnen, maar het kakt nu alweer in. En dan zitten we nog maar in het begin van het schooljaar. Maar misschien is dat ook wel het probleem. De eerste week hadden ze de schrik te pakken, elke docent kwam met het eindexamen, de laatste PTA-onderdelen die dit jaar afgerond moeten worden en allerlei zaken waar ze dit jaar rekening mee moeten houden. Dus even waren ze heel goed aan het werk. Maar al heel snel komt bij hen het idee dat dat eindexamen nog maanden ver weg is, pas in mei. Dus; ‘waar maakt u zich druk om, mevrouw, dat komt heus wel goed’, zei een mavo leerling tegen me, terwijl hij zijn boekje weg schoof. Een boekje dat nog niet open is geweest deze lessen.

Alleen wij docenten weten dat pas in april wakker worden en aan het werk gaan niet genoeg is, dat de meeste leerlingen, op een enkeling na, het moeten hebben van regelmatig werken en oefenen en dat de hoeveelheid stof voor de meesten te groot is om pas op het allerlaatste voor het eerst te bestuderen. Wij weten dat er geoefend moet worden met teksten lezen, met bronnenvragen en eindexamenvragen, die weer hun heel eigen formuleringen kunnen hebben. En dan moet je ook nog gewoon de lesstof overbrengen.

Maar peuter dat die kinderen maar eens aan het verstand, die je aankijken, de les ‘saai’ vinden en veel liever pingen of whatsappen om te zien of het in de andere lessen bij hun vrienden net zo klote is. De leerlingen die op zich heel aardig zijn en best even twintig minuten stil willen zijn als jij wat uitlegt, soms ook braaf de aantekening overnemen, maar daarna toch wel weer iets anders willen. Film, en dan niet één waarbij ze op hoeven te letten natuurlijk, dat is nou net weer teveel gevraagd.

Als docent haal je in de loop van het jaar je niet geringe ervaring en pedagogische kwaliteiten uit de kast, om die ‘lieve schatjes’ (kleine krengen!) toch aan het werk te krijgen. Je vertelt verhalen, verzint goede verwerkingsopdrachten, oefent met bronnen, maakt gebruik van powerpoints of de moderne media om ze geïnteresseerd en gemotiveerd te krijgen. Ondertussen probeer je ze met ene grap aan het werk te krijgen, met overreding, met een donderpreek, met zo’n beetje alles wat je kunt verzinnen. Niet alles werkt even goed, dat weet je ondertussen ook, maar je probeert het wel allemaal. En voor een aantal ging het al goed, voor een aantal komt het goed en voor een aantal valt het kwartje echt pas half april.
Ondertussen ga ik eens rustig verzinnen wat ik met mijn klassen aanmoet, om ze toch duidelijk te maken; ‘jongens, zo gaat het niet goed’. Maar over het overkomt? Misschien als ik het naar ze ping.

Reacties

  1. Super stuk !!! Zo herkenbaar !!!!!

    groetjes,
    vriendin M.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je wel, inderdaad, in elk vak en bij elke docent hetzelfde, denk ik zo!

      Verwijderen
  2. Succes! En ik hoor idd van andere docenten hetzelfde verhaaltje :-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je, Smiley, meestal gaat het best goed hoor, maar op sommige momenten zit je echt even met de handen in het haar.

      groetjes,

      Verwijderen

Een reactie posten