donderdag 4 juli 2013

De afvallige, Jan van Aken

De vierde eeuw was een eeuw in beweging, een eeuw vol onrust en onzekerheid. Het Romeinse Rijk was in tweeën gedeeld en had zijn langste tijd gehad. 

Bovendien was de macht van de keizer behoorlijk afgenomen, vooral sinds er vaak onenigheid tussen de keizers in het oostelijke en het westelijke deel van het rijk was. Germaanse stammen aan de grenzen roerden zich en vanuit het oosten kwamen er berichten over een woest steppenvolk. Genoeg om je zorgen over te maken.

De christelijke kerk was nog relatief jong en hoewel ze sinds 313 niet meer vervolgd werden, was het op dat moment nog geen uitgemaakte zaak dat het christendom zou overleven en in welke vorm. 

Ten eerste was er nog geen eenheid in de kerk zelf, de strijd tussen Arianen en katholieken moest nog beslecht worden. De ruzie tussen beide partijen ging over een theologisch punt; was Jezus alleen menselijk of ook voor een deel goddelijk? Beide groepen hadden hun bisschoppen, hun missionarissen en hun aanhangers.

Ten tweede waren er ook nog volop andere religies in het Romeinse rijk, net zoals restanten van de oude Goden. Keizer Julianus, die regeerde van 361 tot 363, wilde zelfs de voorrechten van het christendom afschaffen en de verering van de oude goden van Rome terugbrengen. Hij staat daarom bekend als De afvallige. Hij werd uiteindelijk in een veldslag tegen de Perzen gedood door een speer in zijn zijde. Of dit een Perzische speer was of één van zijn eigen soldaten is nooit duidelijk geworden. Keizers na Julianus draaiden zijn hervormingen terug en in 395 werd het christendom zelfs staatsgodsdienst.

In 376 zijn de Germanen op de vlucht voor de Hunnen van de oostelijke steppen en zij vragen asiel aan bij de keizer van het Westelijke Romeinse rijk. Het rijk kan die toestroom echter niet aan, en deze situatie kan op een ramp uitlopen.

Swintharik, tijdelijke pilaarheilige, is op de vlucht door Europa en wordt vergezeld door Alêtis, een jonge genezers. Hij draagt een wijnzak bij zich gemaakt van een complete geit. Swintharik heeft heel wat wijn nodig, aangezien hij zegt dat hij ooit door een dipsaslang is gebeten die hem eeuwige dorst heeft bezorgd.

Dido, de koerier in dienst van de keizer, probeert Swintharik te vinden voor hun oude makker Axylus hem vindt, die hem wil vermoorden. De keizer heeft Swintharik namelijk nodig vanwege de voorspelling die zegt dat Swintharik degene is die een ramp kan voorkomen.  

Dido, Axylus en Swintharik waren toen ze jong waren bevriend en waren pionnen in het spel dat de priester Vitalis in Constantinopel speelde om de afvallige keizer Julianus uit te schakelen. Wat was het spel dat Vitalis speelde en welke rol speelt hij nu de Germaanse invallen de grenzen bedreigen?

Dwars door Europa en dwars door de tijd voert dit boek ons, op een reis die op allerlei manieren wordt gemaakt en waarbij vele paden elkaar kruisen.

Jan van Aken is er in geslaagd om de vierde eeuw zonder enige moeite tot leven te brengen. Als lezer zit je midden in de gebeurtenissen; je voelt de vermoeidheid, je reist mee en je ziet Swintharik op een ezel zitten met een wijnzak van geit in zijn armen. Je ruikt het bloederige slagveld en de gefermenteerde merriemelk die de Hunnen drinken.

Het boek zit vol karakters die je bij blijven zoals de pittige Alêtis die voor geen man opzij gaat of Dido die opgegroeid is op straat, maar op eigen kracht een leven voor zichzelf weet te maken. Ook de dronkaard Swintharik die tussen allerlei samenzweringen door moet laveren en overal tussendoor weet te glippen. Vanaf het allereerste begin als wij hem leren kennen als pilaarheilige, die 's nachts de kroegen induikt tot het einde, waar hij richting de Hunnen vertrekt en niemand meer iets van hem hoort. Alleen de geruchten resten dan nog.

Vergeet ook ambassadeur van de Gothen, Catualda, niet, of soldaat Eleutherius die elk op hun eigen manier een belangrijke rol hebben in het geheel. Priester Vitalis, die denkt dat alles geoorloofd is voor ‘de goede zaak’, verdient een speciale vermelding, zeker gezien wat er uiteindelijk met hem gebeurt.

Mannen en vrouwen, keizers, priesters, ketters, heidenen, Gothen, grenssoldaten, moordenaars en Hunnen, maken samen van De afvallige een boek vol vaart en humor. 

Hoe kun je goed duidelijk maken welke christelijke sectes er allemaal waren en dat de verschillen eigenlijk helemaal nergens over gingen? Simpel, je situeert de hele bende in een latrine, waar elke secte zijn eigen stukje heeft. (hoofdstuk: Schismatici in het schijthuis) 

Sommige dingen moet je niet al te serieus nemen, zeker niet als dat alleen maar leidt tot fanatisme en zelfs moord uit naam van wat dan ook.

Voeg daarbij uitstekende plotopbouw en interessante karakters en dan heb je met De afvallige een boek dat je niet meer neer kunt leggen.

4 opmerkingen:

  1. Ik ben blij dat jij ook van dit geweldige boek hebt genoten. Kan ook bijna niet anders, als geschiedkundige...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Goed gezien, ik vond het inderdaad een prachtig boek!

      groetjes,

      Verwijderen
  2. Ja, Bettina, dit boek ligt al enige tijd klaar. Maar mijn bibliothecaris was er eerst een hele tijd mee zoet, en daarna kwam de leesopdracht van mijn leesclub (en een mooi boekje van Barnes) maar een van de volgende dagen begin ik er toch echt aan!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik weet zeker dat jij dit boek ook mooi zal vinden, het is zo levendig geschreven,

      groetjes,

      Verwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...