maandag 6 april 2015

Armoede, Ina Boudier-Bakker

De familie Terlaet is een gegoede Amsterdamse familie. Moeder is overleden en vader Evert Terlaet is vastbesloten alleen het leuke en het goede in al zijn kinderen te zien, daarbij volkomen voorbijgaand aan hun problemen of hun verdriet, zoals hij ook het verdriet van zijn vrouw niet zag terwijl hij haar ontrouw was.

Evert is trots op zijn oudste zoon Bernard die professor is, maar is razend als Bernard besluit om te trouwen met Lena, een volkse vrouw met wie hij, sinds de dood van zijn echtgenote, al jaren een verhouding heeft, omdat zij de enige was die hem troost en warmte bood.

Evert ziet alleen de schoonheid van zijn dochter Amme, maar weigert om te erkennen dat de ontrouw van haar echtgenoot haar verdriet doet, zoals hij bij zijn oudste dochter Louise niet wil zien hoe ver zij van haar familie verwijdert is geraakt.

Zoon Hein lijkt een robuuste, gezonde man te zijn, maar hij kan zijn dertienjarige zoon Berry niet aan en doet hem uit wanhoop op kostschool, nadat de jongen voor de zoveelste maal van een school is weggestuurd.

Van jongste dochter Lot houdt Evert veel, maar hij kan niet velen dat ze getrouwd is met leraar oude talen Peter (te min in zijn ogen) en er is een constante strijd aan de gang om Lot’s gezelschap en genegenheid. Dat Lot aan depressies lijdt nadat ze is bevallen van twee doodgeboren kindertjes, wil de oude man niet zien, hij denkt hier niet eens meer aan.

Jongste zoon Paul tenslotte is een beste jongen, vindt zijn vader, maar zwaar op de hand. Dat Paul lijdt aan paniekaanvallen en doodsbang is om zijn verstand te verliezen beseft Evert niet.

De hele familie Terlaet is ongelukkig of heeft een klap van de molen gehad, zoveel is wel duidelijk. De familie is overduidelijk rijk en in zeer goeden doen, maar het armoede troef in hun gevoelens en gedachten. Niemand weet van elkaar wat ze werkelijk denken, schone schijn ophouden is het allerbelangrijkste. Paul overdenkt op een gegeven moment:

Er schuilt een armoede in ieders mensenbestaan. En in die armoede scheidt ze in verbittering van onbegrepenheid, of drijft ze naar elkaar toe in hulpeloosheid van verlangen, maar alle liefde vermag niet de leemte te vullen- eenzaam blijft tenslotte ieder, naast degene die hem het liefst is. En zo tobben we allemaal rond, elk op zijn eigen manier.

Armoede wordt verteld in drie delen. In het eerste deel leren we alle personages kennen, in het tweede deel is het zomer en verblijft de hele familie op het buiten Hoger-Heijden en komt de zaak Bernard tot een uitbarsting. In het derde deel zal vader Evert overlijden en moeten de anderen verder zien te gaan met hun leven.

Gelukkig blijft het niet alleen maar kommer en kwel, iedereen komt op de een of andere manier op zijn of haar pootjes terecht of weet een weg te vinden die lijdt naar een gelukkiger leven dan men daarvoor had. Of in ieder geval weet men om te gaan met het ongelukkige leven.

Het genre waarin Ina Boudier-Bakker (1875-1966) schreef, werd door critici schamperend ‘damesroman’ of ‘huiskamerrealisme’ genoemd. Hierin zouden vrouwelijke auteurs gemakkelijk te lezen familieromans schrijven met wat psychologisch geleuter op de achtergrond.

Ik denk dat deze kwalificaties Armoede te kort doen. Ik denk dat Ina Boudier-Bakker met de verschillende personages mensen heeft geschapen die allemaal iets hebben waar je jezelf in kunt herkennen, of waarvan je je kunt afvragen hoe je zelf zou reageren in een bepaalde situatie.
Is er een absoluut goed of fout, of spelen de karakters van mensen ook een rol, kan het zijn dat twee mensen elkaar ongelukkig maken omdat ze beiden niet krijgen wat ze nodig hebben?

Het taalgebruik is helder en mooi, niet zo rijk doorspekt met allerlei bijvoeglijke bijnaamwoorden zoals bij Louis Couperus, maar toch met prachtige zinnen en een woordgebruik waardoor je merkt dat je geen moderne roman leest. 

Toch is de roman in de psychologie beslist niet gedateerd, ik denk dat ieder van ons wel iets kan herkennen in Bernard, Amme, Hein, Paul of Lot. Zelfs de oude Evert is misschien niet alleen maar een oppervlakkige man, maar juist iemand die het kwade niet ziet omdat hij bewust in iedereen het goede zoekt.
En dan valt het met die geestelijke armoede waarschijnlijk ook wel mee.

Uitgegeven in 1909

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...