maandag 23 juli 2012

De leeuw van Toscane, A&A McConnon

In 1914 wordt in een klein dorpje bij Florence Gino Bartali geboren. Zijn ouders zijn ontzettend arm en als Gino een fiets nodig heeft om naar school in Florence te kunnen fietsen, moet die hij die grotendeels zelf verdienen. Hij en zijn jongere broertje Giulio racen met elkaar over de heuvels van Toscane. 

Het is de jaren twintig, de jaren waarin fietsen en de fietssport een hoge vlucht namen en de namen van de renners op ieders lippen lagen. Ondanks de bezwaren van zijn ouders weet Gino professioneel wielrenner te worden. In steeds meer koersen komt hij als eerste aan, en zijn vermogen om vooruit te sprinten wordt legendarisch.

Gino heeft grote dromen, hij wil de eerste zijn die zowel de Giro d’Italia als de Tour de France in één jaar wint. In 1937 wint hij de Giro, maar niet de Tour, en 1938 moet dan zijn jaar worden. Helaas heeft het fascistische bewind van Mussolini steeds meer grip gekregen op de sportwereld. De fascisten gebruiken de verschillende sporten om aan te tonen hoe geweldig het fascisme wel niet is, en een overwinning is belangrijk. 

Het wordt Gino dan ook verboden om mee te doen met de Giro, zodat hij meer kans heeft om de Tour te winnen. Gino heeft als gelovig katholiek een hartgrondige hekel aan de fascisten en hun bemoeienis met hem, maar hij is wel van de fietsbond afhankelijk en hij gaat akkoord. Inderdaad weet Gino de Tour in 1938 te winnen en iedereen ziet in hem een grote belofte, iemand die het voor Italië helemaal waar kan maken. Hij is dé sportman die iedereen kent. 

Helaas breekt dan de Tweede Wereldoorlog uit en het is even voorbij met de carrière van Gino. De wielerwedstrijden behoren tot het verleden. Gino moet in dienst, maar mag als fietskoerier werken, op die manier kan hij nog wel trainen.

In 1943 weten de geallieerden Mussolini te verslaan, en veel soldaten keren terug naar huis, zo ook Gino. Maar dan komen de Duitsers die Mussolini bevrijden en Italië bezetten. Vanaf dat moment is Italië bezet gebied. Samen met zijn vrouw en kind zoekt Gino een veilig onderkomen op het platteland. Hij blijft wel trainen, maar weet niet of het nog wel zin heeft, zijn beste jaren zijn nu en nu is er oorlog en zijn er geen wedstrijden.

Gino krijgt dan bericht van een oude vriend, de aartsbisschop van Florence, die hem vraagt langs te komen. De aartsbisschop wil de Joodse bevolking van Toscane helpen en heeft contact met een klooster in Assisi, waar valse identiteitsbewijzen worden gedrukt. In de jaren die komen zal Gino meermalen van Florence naar Assisi fietsen met foto’s en valse passen in het frame van zijn fiets verborgen. 

Op die manier zal het netwerk honderden mensen redden. Hoe groot het netwerk is geweest, is nooit duidelijk geworden, want de betrokkenen hebben er zelf weinig over verteld. Gino vond het nooit nodig om het erover te hebben, want hij wilde niet dat hij als beroemd sportman meer eer zou krijgen dan alle anderen die net zo goed hun leven hadden gewaagd.

In 1945 is de Tweede Wereldoorlog voorbij, maar er worden natuurlijk niet meteen wielerwedstrijden georganiseerd. Dat komt pas langzaam aan weer op gang. En Gino doet weer mee, met wisselend succes. De ene etappe rijdt hij als vanouds, en de dag erop komt hij hijgend als laatste bij de finish aan. 

Dat heeft te maken met een aantal zaken. Zo trainde Gino heel hard en elke dag, terwijl we tegenwoordig beseffen dat een dag rust af en toe een stuk beter is. Ook had Gino het advies gekregen van een arts om voor een wedstrijd een kop koffie en een sigaret te nemen, om lekker op gang te komen. Al snel zat Gino op twintig koppen koffie en een pakje sigaretten per dag. 

De publieke opinie keert zich een beetje tegen hem, zeker als de vervelende vragen van journalisten hem de keel uithangen en hij ze regelmatig afbekt. In deze periode krijgt hij de bijnaam ‘Gino de verschrikkelijke’.

De eerste Tour komt in 1947, met een heel klein peloton en de eerste echt Tour komt pas een jaar later. Gino wil graag meedoen, maar weet ook dat het moeilijk zal worden. Hij is nu 34, zijn vorige Tour overwinning is tien jaar geleden en eigenlijk denkt niemand meer dat hij het kan.

Na heel wat strubbelingen binnen de Italiaanse ploeg, verschijnen Gino en andere Italiaanse renners eindelijk aan de start van de Tour de France. Als de wedstrijd begint, blijkt dat het niet goed gaat met Gino, op een gegeven moment loopt hij bijna een half uur achter op de leider in de gele trui. Bijna iedereen heeft Gino al opgegeven en langs de lijn krijgt hij hoon en gespot te horen.


Dan gaat het mis in Italië zelf. Er was na de oorlog een bittere strijd uitgevochten tussen de communisten en de Christendemocraten, die in de eerste verkiezingen werd gewonnen door de Christendemocraten. Togliatti, de leider van de communistische partij wordt neergeschoten op straat en verkeert in kritieke toestand. De toch al niet echt stabiele politieke situatie wordt nu heel gevaarlijk en overal in Italië breken rellen en opstanden uit.

De premier van Italië, De Gaspari, die op goede voet staat met Gino, belt Gino op in zijn hotel in Cannes en zegt hem hoe belangrijk zijn overwinning is voor Italië. Op de een of andere manier weet Gino alle reserves bij elkaar te krijgen voor de moordende Alpenrit die er de volgende dag gereden wordt en hij wint. Italië wordt helemaal gek en iedereen, communist of katholiek, danst met elkaar in de straten. 

De zegetocht van Gino gaat door en de overwinning van de Tour de France kan hem niet meer ontgaan. Overal volgt men nog maar één ding: Gino’s overwinning. Het schijnt dat een priester zelfs tijdens de Mis een radio op het altaar had staan, om die meteen harder te zetten toen Gino’s interview te horen was. Togliatti vroeg, toen hij bijkwam uit de narcose, maar naar één ding; ‘Hoe heeft Gino het gedaan?’

Gino Bartali weet het ondenkbare te doen, twee maal de Tour te winnen met tien jaar ertussen, terwijl iedereen hem al had afgeschreven. Om daarbij te zeggen dat hij een burgeroorlog in Italië heeft voorkomen is teveel, maar zijn overwinning zorgde wel voor een ontspanning en een gedeelde vreugde onder de mensen.

Na 1948 probeert Gino nog te rijden in een aantal wedstrijden, maar nu is hij echt over het hoogtepunt heen. De rivaliteit met mederenner Fausto Coppi doet zijn carrière ook geen goed. Een aantal zakelijke ondernemingen loopt mis, maar hij blijft altijd dé sportman van Italië. In 2005 sterft hij, thuis bij zijn familie.

Ik moet bekennen, ik houd niet van wielrennen en ik volg de Tour niet, ken bijna geen enkele renner bij naam. Maar ‘De leeuw van Toscane’ van A&A McConnon heb ik in één ruk uitgelezen. Het is niet alleen het verhaal van een wielrenner, maar ook van de geschiedenis van Italië. Het gedeelte dat in de Tweede Wereldoorlog speelt is spannend en bij het laatste stuk over de Tour in 1948 kon ik het boek niet wegleggen.

Een heerlijk boek, voor iedereen die van Italië, biografieën of natuurlijk van wielrennen houdt, al is dat laatste zeker geen voorwaarde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...