Het nieuwe land, Eva Vriend

Nederland groeide in de 20e eeuw. Letterlijk, omdat er nieuw land werd gemaakt uit de zee. Nadat in 1932 de Afsluitdijk gereed was gekomen, was het tijd om het IJsselmeer voor een deel te veranderen in land. Op deze manier had de Zuiderzee geen vrij spel meer, er was werkgelegenheid door dit project (erg prettig in crisistijd) en in het nieuwe land zou er meer dan genoeg landbouwgrond zijn om voldoende voedsel te verbouwen. 

Deze nieuwe polders moesten wel eerst geschikt gemaakt worden voor de landbouw. Men had hier geleerd van de moeizame strijd van de boeren in de eerste polder, de Wieringermeer. De grond was nog niet geschikt voor de landbouw en voordat dit wel het geval was, gingen er vele jaren overheen. De eerste boeren konden daar maar met moeite het hoofd boven water houden. In de Noordoostpolder zou men het anders aanpakken.

Eerst kwamen er arbeiders die de grond moesten ontginnen. Deze pionerende polderarbeiders werkten onder zeer zware omstandigheden. De hoop voor velen was dat ze op deze manier een kans maakten op één van de nieuwe boerderijen die te vergeven waren. Velen kwamen echter bedrogen uit. 

Voor de overheid was namelijk al snel duidelijk dat in dit nieuwe land niet zomaar elke boer een boerderij kon krijgen. Omdat de grond duur was geworden door het voorwerk dat gedaan was, moest elke boer die een stuk grond kreeg dat ook waard zijn. Er moest een selectieprocedure komen. 

Iedereen die een boerderij wilde kreeg bezoek van de inspecteurs, die keken of het huidige bedrijf goed draaide, of de boer verstand van zaken had en van moderne technieken. Ze keken of het gezin goed functioneerde en of het huishouden netjes was. Alles in dit nieuwe land was bedacht, uitgemeten en van te voren keurig verdeeld en dat gold ook voor de nieuwe inwoners.

Het doel was niet alleen efficiënt draaiende boerderijen te krijgen, maar ook een compleet nieuwe samenleving te bouwen. Boeren die nevenfuncties hadden en bijvoorbeeld in het bestuur van een vereniging zaten kregen voorrang. 

Er werd strikt rekening gehouden met de verzuiling, met de verdeling van akkerbouw en veeteelt en gemengde bedrijven.

Er waren meer aanvragen dan boerderijen, en al snel bleek dat er ook nog andere boeren voorgingen op de pioniers, zoals de Zeeuwse boeren die land waren kwijtgeraakt na de watersnoodramp van 1953 of boeren die hun land kwijtraakten door nieuwbouw of de uitbreiding van Schiphol.

Het idee van de selectie en de controle door de overheid paste helemaal in de tijd van de jaren ’50, ook het feit dat er voor de mensen die een afwijzing kregen totaal geen reden werd gegeven. De afwijzing zorgde bij veel mensen voor heel veel verdriet en frustratie. Ze waren toch niet goed genoeg bevonden. De boeren die wel een boerderij kregen waren blij en voelden zich vaak een beetje beter dan de rest. 

In de eerste jaren was het standsverschil (grote boeren, kleine boeren, arbeiders zonder eigen boerderij) in de Noordoostpolder erg merkbaar, Zo sociaal waren deze geselecteerde boeren dus blijkbaar toch niet altijd. Dit verschil is nu, bij de tweede, derde en vaak zelfs al de vierde generatie verdwenen.
bron

Het doel van de selectie was een nieuwe samenleving maken, met alleen de beste boeren en de meest gezonde en maatschappijbewuste gezinnen. 

Toch zie je dat dit langzamerhand veranderde. Het selectieproces is pas in de jaren ’80 echt losgelaten, toen de steden Lelystad en Almere bevolkt moesten worden. Almere moest echt een afspiegeling van de huidige samenleving worden, niet het ideale beeld van de samenleving.

Daarom kan er ook niet gezegd worden of het selecteren van de boeren echt succes heeft gehad. De boerderijen deden het inderdaad goed, maar dat kwam ook door de goede grond. Sommige boeren deden het beter dan andere, maar dat kwam omdat de ene boer beter kon boeren dan de andere.

Niet alle kinderen van de geselecteerde boeren hebben de boerderij overgenomen, er zijn nieuwe mensen bij gekomen en anderen zijn weggegaan. De mensen in Flevoland zijn niet gezonder, socialer of intelligenter dan in de rest van Nederland, terwijl men dat bij aanvang toch wel enigszins gehoopt had.

Eva Vriend, wier grootvader een van de boerderijen in de Noordoostpolder kreeg, heeft onderzoek gedaan naar deze hele procedure en heeft daarover een fascinerend en uiterst prettig leesbaar boek geschreven. Het nieuwe land staat vol anekdotes die het verhaal kleuren en vol wetenswaardigheden en feiten over een uiterst fascinerend stukje geschiedenis.

Reacties