maandag 13 februari 2017

De kalligrafieles, Michaïl Sjisjkin

In deze bundel staan acht verhalen, die Michaïl Sjisjkin in de afgelopen twintig jaar heeft geschreven. Het is een mengeling van echte korte verhalen en een soort essays, die gaan over schrijven en de herinneringen aan Rusland en zijn jeugd.

Michaïl Sjisjkin is een Russische schrijver die al jarenlang in Zwitserland woont en werkt. Ik heb van hem eerder Venushaar en Onvoltooide liefdesbrieven gelezen, die ik beide erg mooi vond, hoewel Venushaar niet een heel gemakkelijk boek is.

Russische traditie
Michaïl Sjisjkin staat in een grote literaire traditie en is zich hiervan bewust. Niet voor niets komen in het titelverhaal De kalligrafieles verschillende heldinnen uit de Russische literatuur voor.
Tegelijkertijd woont hij niet langer in Rusland, maar moet hij wel proberen om zich duidelijk te blijven uitdrukken. 

Hoe kun je dat doen als de taal waarin je bent opgegroeid verder gaat zonder dat je erbij bent? Wat betekent het om in het Russische te schrijven, met alle veranderingen die de taal in Rusland in de tijd heeft ondergaan? Er is een verschil tussen het Russisch tijdens de tsaren en dat van de revolutie, tussen de taal van onderdrukten en onderdrukkers en tussen de uitdrukkingen van vervolgden en vervolgers.

De Russische literatuur is de bestaansvorm van het niet-totalitaire bewustzijn in Rusland. Het totalitaire bewustzijn is dubbel en dwars aan zijn trekken gekomen met decreten en gebeden. Decreten van boven en gebeden van beneden. Laatstgenoemde zijn in de regel origineler dan eerstgenoemde. Vloeken is het primaire gebed van een bajesland.

Mededogen
Een kenmerk van Russische verhalen is het mededogen dat er uitspreekt voor de personages. Als ik kijk naar Tsjechov (met wiens werk ik het meest bekend ben), dan zie je in elk verhaal een groot begrip voor de mensen die hij beschrijft.

In mijn teksten wilde ik de westerse literatuur en haar literaire technieken koppelen aan de menselijkheid van Russische schrijvers. [James] Joyce houdt niet van zijn helden, maar Russische schrijvers doen dat wél.

Dat mededogen is ook heel duidelijk zichtbaar in de verhalen van Michaïl Sjisjkin, zoals in Deksel en vallende sterren, waarin hij herinneringen ophaalt aan zijn altijd dronken vader. Toen die stierf, was de kist waarin hij werd begraven te klein en een spijker van de deksel was in zijn hoofd gedrongen.

In het crematorium, toen het deksel op de kist moest worden gedaan, boog ik de spijker zo goed en zo kwaad als het ging om, zodat vader geen pijn zou hebben.

Het knappe is dat dit soort zinnen nergens sentimenteel worden of dat hij zo’n scene uitmelkt, zoals een mindere schrijver misschien wel zou hebben gedaan. Michaïl Sjisjkin is een beheerste schrijver, hoewel dat niet wil zeggen dat hij een sobere schrijver is. Maar ook daarin vind ik hem heel erg Russisch.

Systeem
Opgroeien in een totalitaire staat laat bij iedereen sporen na, en ook Michaïl Sjisjkin heeft meer dan genoeg herinneringen aan die tijd.

In Jas met halve ceintuur vertelt hij over zijn moeder die directrice was van een school en moest zien te laveren tussen het systeem en wat goed was voor haar studenten. Een strijd die haar zoon toentertijd niet altijd goed begreep.

Als directrice vertegenwoordigde mama op school dat gevangenissysteem en daar had ze veel moeite mee. Ik weet dat ze heel wat mensen heeft gered en beschermd. Ze deed wat erin haar vermogen lag: gaf de keizer wat des keizers was, en Poesjkin aan de kinderen.

In Nabokovs inktpot vertelt hij over zijn tijd in Zwitserland en hoe moeilijk het was om rond te komen. Omdat hij geen baantje kan vinden, wordt hij noodgedwongen assistent voor rijke Russen die Zwitserland bezoeken. 

Zijn nieuwe cliënt is een jongen die hij kent van vroeger, en die toen mee heulde met het systeem. Aan zijn rijkdom te zien, is hij nu een opportunist die mee heult met het nieuwe systeem, maar tegelijkertijd veracht hij veracht zichzelf dat hij geld aanneemt van deze patser.

In dat misselijke leven, toen je de keus had tussen een kleine laagheid (zwijgen) en een grote (publiek optreden), koos hij vrijwillig voor het grote. In elk land heb je ten allen tijde een minimum aan laagheid nodig om te overleven. Maar verder dan dat hoef je niet te gaan.
Michaïl Sjisjkin

Bijzonder
Heel erg mooi vond ik het verhaal De campanile van Venetië, over de Russische Lidija Kotsjetkova en de Zwitserse Fritz Brupbacher, die echt bestaan hebben. Het is jammer dat het maar een kort verhaal was, ik zou hier eigenlijk wel een hele roman van kunnen lezen.

Lidija en Fritz waren beiden medische studenten toen zij elkaar in 1897 ontmoetten en verliefd werden. Klein probleem, zij wilde terug naar Rusland om de revolutie voor te bereiden en hij wilde in Zwitserland een praktijk opbouwen. Ze besloten om een lange afstands relatie te hebben, en houden contact via brieven (die trouwens liggen in het IISG in Amsterdam).

Lidija gaat naar Rusland en komt in allerlei dorpen te werken, eindelijk kan ze iets doen voor het volk. De kennismaking met het volk valt haar echter tegen; ze zijn hardleers, niet geïnteresseerd in de revolutie en eigenlijk vindt ze er weinig aan.

De Zurichse studente die ervan droomde haar volk te dienen, kwam voor het eerst in aanraking met dit volk, en haar brieven vloeien over van teleurstelling.

Ook de relatie met Fritz loopt niet zoals ze hadden gedacht. Ze zijn weliswaar getrouwd (toch maar), maar langzamerhand is hun relatie alleen goed als ze elkaar schrijven. Als ze bij elkaar zijn, hebben ze elkaar niets te zeggen. Fritz zou het liefst een gewoon huwelijk hebben, en ook Lidija heeft haar twijfels bij wat ze aan het doen is, maar het ideaal van de revolutie gaat voor alles.

Ze eindigt gedesillusioneerd: We hebben het volk verafgood, maar het is een weerwolf. Waarom zouden we ervan houden? […] Ik geloof helemaal nergens meer in, laat staan in de revolutie. Integendeel, de angst slaat me om het hart bij het idee dat de revolutie werkelijk zal komen.

De kalligrafieles is een bijzondere bundel, waarvan ik in de eerste instantie niet helemaal door had waarom juist deze acht verhalen bij elkaar gekozen zijn. Pas bij het laatste verhaal/essay, waar het gaat om taal en hoe moeilijk het is om taal te gebruiken om duidelijk te maken wat je voelt, besefte ik me wat de gemeenschappelijke deler in al deze verhalen is en wat een goede schrijver Michaïl Sjisjkin is.

Uitgegeven in 2013
Nederlandse uitgave in 2016 door uitgeverij Querido
Vertaald uit het Russisch door Gerard Cruys
Bladzijdes: 213

6 opmerkingen:

  1. Hoi Bettina, weer een mooie bespreking! Ik denk dat ik ook eens iets van deze schrijver ga proberen, zo te lezen is het erg interessant. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je, Erik, ik denk dat jij Sjisjkin wel kunt waarderen! Ik vind zijn boeken iig erg de moeite waard.

      Groetjes,

      Verwijderen
  2. Klinkt als een interessante en bijzondere bundel!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, dat is het zeker, ik vond het zeer de moeite waard!

      Groetjes,

      Verwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...