donderdag 26 september 2013

Parnassia, Josha Zwaan

Het is 1942 en Rivka Lezer wordt door haar vader naar een vreemde mevrouw gebracht. Deze mevrouw neemt haar mee naar Zeeland, waar Rivka zal onderduiken. Ze krijgt de naam Anneke en krijgt te horen dat haar ouders zijn omgekomen bij het bombardement van Rotterdam en dat de mensen waar ze nu woont haar oom en tante zijn.

Het milieu waar het vijf jarige meisje terecht komt is vreemd voor haar. De streng gereformeerde dominee en zijn vrouw zijn blij eindelijk een kind in huis te hebben waar ze voor kunnen zorgen. Ze zien dit bovendien als een gelegenheid een Jood te redden van de valkuilen van het foute geloof en haar te bekeren tot het Ware Geloof. Omdat het oorlog is, mag Anneke geen Hebreeuwse woorden gebruiken en de Joodse rituelen waar ze aan gewend is, raken al snel op de achtergrond in haar herinnering.

Anneke is een intelligent kind, dat snel op school mee kan komen en binnen de kortste keren de psalmen, de Bijbelverhalen en de teksten uit haar hoofd kent. Ze is de trots van de dominee en zijn vrouw. Zij hebben het gevoel dat God hen een dochter heeft geschonken en dat hun ‘opdracht’ gelukt is.

Als de oorlog is afgelopen, komt de vader van Rivka zijn dochtertje weer ophalen. Zijn vrouw is overleden, maar zijn zoon Simon en hij hebben de kampen overleefd. Anneke krijgt hij echter niet terug.
Haar pleegouders willen haar niet afstaan en Anneke zelf herkent deze man niet meer. De commissie van oorlogspleegkinderen staat aan de kant van de pleegouders en adviseert om het kind te laten waar ze is.

Anneke groeit op als een intelligente jonge vrouw, maar als ze ouder is loopt ze aan tegen de beperkingen van haar gereformeerde opvoeding. Ze trouwt met een man van Joodse afkomst, iets dat haar pleegouders met lede ogen aanzien. Als voor Joost en Anneke het verleden steeds meer naar boven komt, komen beiden op een breekpunt. Pas later, als Joost is overleden, bespreekt Anneke haar verleden met Sandra, haar oudste dochter die wil weten waarom haar ouders zo zijn geworden zoals ze zijn.

Nederland verdient geen schoonheidsprijs voor hoe zij tijdens en na de oorlog met haar Joodse bevolking is omgegaan. We hadden het hoogste percentage weggevoerde Joden van West Europa en toen de Joden uit de kampen terugkwamen, wachtte hen niet bepaald een warm welkom. 

Sommige nutsbedrijven stuurden aanmaningen omdat men de rekeningen niet had betaald en spullen die door de buren waren ingepikt toen men op transport werd gesteld, kreeg men niet terug. Maar niet alleen het theeservies van tante Saar was gestolen, ook de kinderen. Parnassia is gebaseerd op waar gebeurde feiten en de Commissie van Oorlogspleegkinderen vond inderdaad dat de Joodse pleegkinderen vaak beter af waren met een (protestants)christelijke opvoeding. Ik vond de scènes met Rivka’s vader hartverscheurend. Dat deed me goed beseffen hoe verschrikkelijk het voor die mensen geweest moest zijn om hun kinderen niet terug te krijgen.

De pleegouders van Rivka zijn op zich geen slechte mensen. Aan de ene kant nemen zij wel een onderduikkind op met gevaar voor eigen leven, aan de andere kant doen ze dat niet met heel zuivere motieven. De reactie als Anneke zich toch verzet tegen hun indoctrinatie en haar Joodse afkomst onmiskenbaar is, is veelzeggend en schokkend.

Tegenwoordig begrijpen we dat mensen die verschrikkelijke dingen mee hebben gemaakt psychische hulp nodig hebben. Dat was net na de oorlog niet aan de orde, voor niemand. Joost en Anneke hebben beiden last van onverwerkte trauma’s en een verleden dat maar niet begraven wil blijven. Dat kan ook niet, want je wortels neem je altijd mee en die vormen voor een groot deel wie je bent, zelfs al probeer je het te ontkennen en te negeren. Mensen die zo beschadigd zijn dragen dat weer over op de volgende generatie, zoals in dit verhaal ook blijkt.

Ik vond Parnassia een bijzonder en indrukwekkend boek.

Eerste druk: 2010, Artemis & co
Bladzijdes: 351

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...